Inventory 9706
Coromandel · 882 pages · 129 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
had written to him, namely that by the last of August 1790 they had not yet been at hand, and consequently the merchants had been wrongly credited for them under that date upon the settlement of accounts, so that these could not be taken into consideration as retained packages, but merely as goods or chintzes that came in only after the close of the collection for 1790, regarding which the Company had to be held harmless in case they should have been packed for the demand for 1790, since nothing more could be shipped or fulfilled on it, as it was closed. We therefore ordered the resident Van Haeften to change that directly, namely by having the packing slips and wrappers of the packages rewritten and renumbered, so that it could be seen that they were goods accepted on the demand for 1791, also at the prices paid for the same sort of goods for this year, and no higher, properly understood if such assortments had been demanded. Section 67. But before this order arrived at Palicol, Van Haeften, seemingly to rid himself of this matter, had sent these packages, actually chests with chintzes, to Jaggernaikpoeram, and charged them thither; showing us by letter of 18 May last, as appears from the discussion in the resolution of 15 June, that the aforementioned late delivery originated from a lack of money and too late received merchandise, without properly answering what was asked in January, and without realizing how he himself thereby admits that the one and the other had been advanced later than could be suitable or serve where it ought, namely the fulfillment of the demand for 1790. Passing over our further remarks in the resolution, we declared that we could not be satisfied with the further shipment of chintzes at his own discretion, the more so now, as came lagging behind like a lame horse, an assurance that no chintzes had been demanded for 1791. We therefore resolved on the aforementioned 15 June to let the aforementioned nine chests of chintzes, upon being brought here, remain for the account of Van Haeften until we, regarding our arrangements of the past year concerning the fulfillment of the demands, should be honored with Your High Nobilities' respected pleasure, and then to dispose of what should be found to belong to the indemnification of the Company. We would have held to this, were it not that at the session of 15 August last, we judged that we could and might alter this decision of ours to accommodate the aforementioned Van Haeften. For, in a very extensive representation demonstrating how, in closing the settlement with the merchants for 1790, he had conducted himself according to the former custom without paying such close attention to our order of 24 November of the aforementioned year, which canceled the same, but which arrived too late in respect of the chintzes, and by which he had regulated himself according to the earlier order of Your High Nobilities dated 29 March 1775 to ship the remaining packages of the old demand with the returns of the following year, of which favorable concession annual use had been made, so much so that in answering the Home demand for 1790 he had made these remaining chintzes known as being ready for shipment and actually in the bales, with several other arguments to demonstrate and excuse his conduct regarding the too late advance made on a demand that could not possibly be fulfilled for the year in which that advance took place; so we have, although the aforementioned order of Your High Nobilities only finds application to such remaining packages as were wholly or partially at hand at the time of the last dispatch of the previous one, and yet could not be shipped for one or another legitimate reason, in the hope of Your High Nobilities' revered approval, and in consideration of the good intention which the aforesaid Van Haeften seems to have had, resolved to accept and ship the aforementioned nine chests of Palicol chintzes on the demand for 1790 according to the aforesaid honored order of 1775, with instructions to record the cost in a separate invoice, thus unmixed with the returns for 1791, and to give notice of this disposition of ours, adding an extract from our reply, to the Jaggernaikpoeram residents, to whom we had countermanded the sending hither, with such further disposition as appears in the aforesaid resolution of 15 August, to which, to avoid further prolixity, we take the liberty to refer. Section 69. In the resolution of 12 April 1791 there is inserted a statement of the finances for the trade at Palicol for this year, showing that there too the intention has not been met, item our remark how at that time no contract regarding the delivery had yet been concluded, and meanwhile significant advances had already been made, which we have passed over for this time, in the expectation that the contract would soon be sent, and before making further advances it would be communicated how matters stood with the delivery and the likelihood of fulfilling the contract, with authorization to try to obtain what according to the resident Van Haeften's calculation would be lacking for the trade for 1791 to the sum of pagodas 15870.6.32, in so far as he held himself assured that the demands would be fulfilled, if not
Dutch transcription
391 aan hem had geschreeven, te weeten dat ze met ultimo Augustus 1790. nog niet aan handen ge„ weest, en gevolgelijk de kooplieden ten onrechten, 6 onder dien datum, bij de afreekening daar voor ge¬ krediteerd waaren, zoo dat dezelve als geen overge¬ houden pakken in aanmerking konden ko„ men, maar enkel als goederen ofte sitsen, die, na het afloopen van den inzaam voor 1790 eerst zijn binnen gekomen, waar omtrent de Compagnie moest worden gehouden buijten schaade, indien Ze op den Eijsch voor 1790. — mochten ingepakt zijn wijl daar op, als afge„ loopen, niets meer verzonden ofte voldaan konden worden. Wij gelaste het opperhoofd van Haeften derhalve om dat direct te veranderen met namelijk de afpak briefjes, en omslag der pakken te laaten verschrij ven en omnommeren, zoo dat men kan zien dat het goederen waaren, aangenomen op den Eysch voor 1791. ook tegen de prijzen die voor gelijk soort van goet, voor dit Iaar betaalt wierden, en, niet hooger, wel verstaan„ de name ƒ de indien er van zulke sorteeringen Eysch mogte gedaan zijn. §67. Maar een deeze order te Palicol quam had van Haesten om zich van deeze zaak zoo het schijnd, te ontdoen, deeze pakken, eygenlijk kisten met sitsen naar Iagger„ naijkpr. gezonden, en derwaards aangeree¬ kent; ons bij brieve van den 18. Meij Heeden uijtwijzens verhandeling bij besluijt van 15 Iunij, vertoonende dat de gemelde te laaten Leverancie oorsprongkelijk was uijt gebrek aan gelt, en te laat ontvangene koopmanschappen zonder, na behooren op te lossen het gevraag de in Ianuarij, en zonder te bezeffen hoe hij die helfs hier door, toestemt, dat het een en ander laater verstrekt was, dan dat het te pas komen, of dienen konde daar het behoorde te weeten de voldoening van den Eysch voor 1790. Onze verdere remarqques bij Resolutie voor bij gaande, verklaarden wij met de voort sitsen verzending na eijge goed dunken, geen genoegen te konnen neemen, te meer nu, te als 93 393 hoe hij waar om beslooten is, §68. die op den Eijsch van 1790: ander te versenden. „als het hinkent paert, agter aan quam ee„ ne betuijging dat 'er voor 1791. geen sitsen ge„ „eischt waaren, wij beslooten derhalven den 15. Junij voormelt om de gem: Negen kisten Sitsen, alhier aangebracht wordende, voor reekening van van Haesten te laaten staan tot dat we aangaande onze schikkingen van anno Passato, wegens het voldoen der Eijs„ schen zouden worden vereert met u Hoog Edelheeden gerespecteert welbehaagen, en dan te disponeeren over het geen tot dedom„ „magement van de Compagnie zou bevonden worden te behooren. Wij zouden hier bij gebleeven zijn, waare het niet dat we ter sessie van 15. aug:s I. o leeden, geoordelt hebben dit ons besluijt ter te gemoet koming van gem: van Haeften te konnen, en mogen altereeren. Want, bij een heer wijd lustige vertooning demons„ treerende hoe hij in het sluijten der afreeke„ ning met de kooplieden voor 1790. zig hadde gedragen na de voorige usantie, zonder zoo nau, nau gelet te hebben op onze ordre van 24 November des gem: Jaars, die dezelve quam te vernietigen, dog in opzigt van de silsen te laat is ingekomen, en waar door hij zig hadde gereguleert, na het vroeger bevel van u Hoog Edelheeden gedateerd 29e Maart 1775. Om de overblyvende pakken van „den ouden Eijscht te verzenden met de „retouren van het volgende Iaar van „welke gunstige Concessie Iaarlijks ge„ bruijk was gemaakt, zoo zelfs dat het deeze overgebleeven sitzen, bij de beantwoording der Patriasche Eijsch voor 1790. had bekent ge„ stelt, als ter verzending in gereedheijd en werkelijk in den band zynde, met meer andere argumenten ter betooging en ver„ ontschuldiging van zijn gedrag nopens de te laat gedaane verstrekking op een Eijsch die voor het Iaar, waar in dien verstrek„ king geschiede, onmogelijk voldaan kon worden, zoo hebben wij, of schoon de voorm: ordre van u Hoog Edelheeden, maar appli„ catie 395 7 3 tie vind op zulke over blyvende pakken, als ten tijde der laaste afzending van der voori„ ge, geheel of gedeeltelyk aan handen waa¬ ren, en egter om de een of andere wettige reeden niet konden verzonden worden in hope van u Hoog Edelheeden gevenereer„ de approbatie, en uijt aankerking van het goet oogmerk dat voorsz van Haef„ ten schijnt gehad te hebben, beslooten, de voorm: Negen kisten sitoen Salikol sche, na de voorsz: geeerde ordre van 1775, op den Eijsch voor 1790 aante neemen en te verzenden, met last om het kostende by een aparte factuur, dus onvermengt met de Retouren voor 1791. aantereekenen, en van deeze onze dispositie onder byvoeging van Extract uijt onze rescriptie kennis te gee„ ven aan de Jaggernayk poeramsche opperhoofden, die wij de herwaards zending had„ den gecontramandeert, met zodanige verdere dispositie, als bij voorsz: resolutie van 15. Augustus waar aan wij ter vermeijding van verdere wat met Palicol nop.s d„ 69. tondsen tot verstrekking is verhandeld: verdere prolociteet, de vrijheijd neemen ons te refereeren. - Ter Resolutie van 12e. april 1791. Staat geinsereert een staet der financien tot den Handel te Palikol voor dit Iaar, niet aantooning dat ook daar en de intensie niet is getroffen, item onze aanmerking hoe er toen nog geen Contract wegens de Leverancie gesloo„ ten en ondertusschen bereets important voor„ uijt verstrekt was, dat we voor deeze reis hebben gepasseert, in verwagting dat het Contract spoedig gezonden, en voor het doen van verdere verstrekkingen bedeelt zou worden hoe het stont met de Leverancie, en de apparentie ter voldoening aan het Contract, met qualificatie om het geen na het opperhoofd van Haeftens beree„ kening ter Somma van pagoden 15870. 6. 32. zoude te kort komen tot den Handel voor 1791. , en zoo verre hij zig verzekert hielt dat de Eijschen voldaan zou„ „den worden, te zien te bemachtigen, zoo niet
English
Difficulty of the chief regarding the terms of the contract. 178. not by the offer of merchandise, by furnishing the second term with dabboes, according to the value that was set upon them for trade at Jaggernaijkpoeram, or if this would not succeed, to try to obtain credit for the whole or partial amount of the second term of the advance, either among the merchants or through negotiation, for before the last day of July, which we set as the third and final term of the advance, we hoped to become able to assist him, the chief, with what was needed, if only we were informed by that time how much that would amount to. But what caused us astonishment at a time when the delivery was to be considered as at hand, was to see difficulties still raised regarding the terms of the contract, as is recorded very extensively in the resolution of 15 June, with our emphatic remarks about about such an improper management of affairs. It was as if everything now requested were something new, such as the making of merchants stand surety one for the other, whereas meanwhile in 1766, in a certain instruction for the chiefs of the North, it had already been included as such. In February, as said, one had already begun with the advances, and now it was desired as a condition for fulfilling the contract, provided that cash was advanced in good time to the merchants for the delivery. Money at interest was not to be had, and they did not show us what was actually lacking. The merchants flatly refused to accept dabboes; in short, it seemed nothing other than that we had to submit to absolute tyranny, notwithstanding that in our opinion a price had been set on the dabboes which, considering their profit on the delivery, 399 3 Emphatic representation made to him. could keep the merchants free from loss. We were, therefore, very emphatic regarding this and that, and showed Chief van Haeften that if he let it come down to all these wilful acts, and knew not how to employ any diligence on behalf of his lords and masters, then there remained nothing else for us to answer than that trade, all expenses, all his revenues, salaries, in a word, that everything would have to stand provisionally still upon his responsibility, since such a declaration would be the consequence of such a treatment of affairs, over which we had waged a pen-battle with him since January, and which therefore began greatly to weary us: making an end of it on our part by declaring that if we could succeed in the negotiation of as much money as we had received from Palikol by bill of exchange, we would immediately send the amount thereof, and otherwise would wait to see how he arranged matters regarding the advance. what we stood to receive with the ship or ships which we could then look forward to. The Palikol contract, received alongside the missive of 28 June, is inserted in the resolution of 20 July 1791, but one has not been able to push through the standing of surety, one for the other; it has fallen out of custom so much. But to the accepting of cloves, even still at the old price, the suppliers had shown themselves agreeable, according to the note at the decision of 15 August, as also for 2000 pagodas in dabboes at the value set at Jaggernaijkpoeram of 228 pieces per Company pagoda, although on that, according to the exchange rate up to 336 and the price of the dabboes calculated by the Madras pagoda, they lost up to 23 per cent on the money; over and above which Chief van Haeften had known how to persuade some merchants 481 gratitude expressed to him to make the delivery of what was still lacking on the contract on credit, under the promise of being paid first upon receipt of cash, with the interest of three-quarters per cent per month from the day that the term of the advance starts until the satisfaction, as this, with all further particulars, is recorded in the above-mentioned resolution, on which occasion we praised this vigilance and assured that, in response to this obligingness, finding it reasonable to help these merchants back to what was theirs as soon as possible, we thought this could partially take place out of a remittance made beforehand by bill of exchange, before we could foresee this favorable turn of affairs, though with which, as far as the reports indicate, the objective has turned out badly, as we shall treat further under money matters. Jaggernaikpoeram. Introduction notes Jaggernaikpoeram. The state of the merchants described by the commissioners. 172. As regards the office of Jaggernaijkpoeram, which had fallen into confusion: We have, in our respectful further letter of the last day of March 1791, already reported on the measures which the then-elected chiefs had devised to help trade get going, according to our prescription and intention. Paragraph 73. We can fully conform to that and to what was already communicated under the last day of March with the favorable approval of Your High Excellencies. Reference to resolution. Paragraph 74. Concerning the description given by the former commissioners Heshusius and Schliephaken regarding the state of the merchants and their finances by letter of 14 February, we, deliberating on 13 April 1791 on the objections that occurred to us thereupon, recorded them in a resolution, whereof the remark that Batsjoe Balla Ramaija and
Dutch transcription
swarigheijd van 't 178. opper hd:s over de termen van „ Cantrac. niet door de biet van koopmanschappen, door het fourneeren van het tweede termijn met Dat boes, na de waarde, die tot den Handel te Iaggernaijkpoeram daar op gestelt. stont te worden, of zoo dit niet wilde go lukken, voor het geheele of gedeeltelijke be„ dragen van het tweede termyn der verstrek„ king te zien Crediet te krijgen, het zij bij de kooplieden, ofte door negociatie, want voor Ultimo Iulij, dat wij stelden het derde en laaste termijn van de verstrekking te zijn hoopten we in staat te geraa„ ken, hem opperhoofd met het nodige te assisteeren, zoo wij tegen die tijd maar te weeten kreegen, hoe veel dat zoude bedragen. Maar dat ons verwondering baarde in een tijd dat de Leverancie als op handen was te reekenen, nog zwaarigheeden te Zien opperen over de termen van het Contract, gelijk ter resolutie van den 15. Iuny heel wydloopig is opgeteekent, met onze nadrukkelijke aanmerkingen over„ over eene 300 oneyge directie van Baaken Het was of alles wat nu begeert word iets nieuws ware, gelijk het doen stellen van Bon door de kooplieden den een voor den ander, daar het ondertusschen in 1766. , bij zeekere In tructie voor de opperhoofden om de Noort, reet zoo was begreepen. In februarij, als gezeg was men reets begonnen met de voor uijt ve strekkingen, en nu wierd als een Contitie, te voldoening van het Contract begeert, de mits dat aan de kooplieden tot de Leverancie voor tydig Contanten verstrekt wierden. Gelt op Interest was er niet te bekomen, en men vertoonde ons niet wat 'er eygenlijk mancqueerde. Dabboes aanteneemen, weijgerden de kooplieden volstrekt kort om, het liet zig niet anders aanzien, dan dat we ons moesten onderwerpen aan absolutie dwingelan„ dij, niet tegenstaande 'er na onze meening op de Dabboes een prijs was gestelt, die de koop lieden, regardeerende haer voordeel op de Leveran aan cie, 399 3 nadrukkelijk vertoog aan hem de sweegen. cie, konde houden buijten schaade. We waaren derhalven, over dit een en ander, zeer nadruk„ kelijk, en vertoonden het opperhoofd van Haef„ ten, dat, indien hij het op alle deeze moed„ willig heeden liet aankomen, en voor zyne Heeren en Meesters geene industrie wist te gebruijken, 'er dan voor ons niet anders viel te antwoorden, als dat den Handel alle on„ gelden, alle zijne Inkomsten, besoldingen, in een woord dat alles moest stil staan bij provisie ter zijner verantwoording, wijl eene dusdanige verklaaring het gevolg zoude zijn van eene dergelijke behandeling van Zaaken, waar over wij van Ianuarij af met hem penne strijd gevoert hadden, en dat ons der„ halven kragtig begon te verveelen: van on„ ze kant 'er een eynde van maakende met te verklaaren dat indien wij konden reus„ seeren in de negociatie van 3oo veel gelt als wij van Palikol, op wissel had¬ den ontvangen, het bedragen van dien, ten eersten zenden, en anders afwagten houden hoe hij het omtrend de verstrekking geschikt heeft. —. zouden wat we stonden te ontvangen met schip of Scheepen, welke we toen kon„ den te gemoet zien. Het Palikolsch, Contract, ontvan„ gen nevens missive van den 28. Junij — staat geinsereert bij Resolutie van den 20. e Iulij 1791. , maar het stellen van borg, den een voor den andere, heeft men niet konnen door dringen; zoo is dat uijt de gewoonte geraakt: maar tot het aan,en neemen van Nagelen, zelfs nog tegen de oude prijs, hadden zij Leveranciers zig uijtwijlens annotatie bij besluijt van 15. e Aug. s , laaten vinden, zoo ook voor20ov Pagoden aan Dabboes tegen de te Jag„ gernaijkpoeram gestelde waarde van 228. Stuks per Comp. s pagood, schoon zij daar op, na de wissel Cours tot 336. , en de prijs der dabboes, na de M: D: B pagood gerekent, tot 23. pro cento op het gelt verlooren; waar en boven het opper„ hooft van Haeften sommige koop„ gen lieden 22 be 481 gen betuijgd is lieden had weeten: overtehaalen de Leverancie van het nog mankeerende aan het Contract, op krediet te doen, onder belofte van bij ont„ vangst van kontanten, het eerst, betaalt te zullen worden met den Interest van ¾: p=r Cento 's maands van den dag dat het termijn der verstrekking ingaat tot de voldoening toe, gelijk dit met alle de verdere bijzonderheeden, bij boven ge¬ en welkend weegem geneen metde Resolutie staat opgetekent, wan„ neer wij deeze vigilantie gelaudeert en verzekert hebben, dat ter beantwoording van deeze gedienstigheijt, de bellijkheijt Vondende om deeze kooplieden 300: spoedig mogelijk weder aan het haare te helpen, dat we vermeenden gedeeltelijk te zullen konnen geschieden uijt eene; te vooren, per wissel gedaane remise, eer we deeze gunstige omwenteling van zaaken voor„ zien konden, dog waar meede, voor 300 verre de berichten dicteeren, het oogmerk qua lijk is uijtgevallen, gelijk we onder geld¬ zaaken gernaik p=m Fol: nap:s de staat der koopl: door de gecommitt:s beschreeven zaaken nader zullen verhandelen. Inleijding nots:s Iag„ 172: Vat aangaat het in Confusie geraakt kan„ toor Iaggernaijkpoeram. Wij hebben bij ons eerbiedig nader schrijven van Ult=o maart 1791. reats: verslag gedaan van de me„ sures, welke de toen geeligeerde opperhoof„ den beraemt hadden om den handel, na ons voorschrijft en intensie aan de gang te helpen §: 73: Wijn konnen ons daar aan, en het sub Ultimo Maart reets gecommuniceerde met gunstig goetkeuren van u Hoog Edel„ heeden; volkomen gedragen resertie aan re„ b 74. Over der door de geweeze gecommitteerden Heshusius en Schliephaken gedaa„ ne beschryving aangaande den staat der Kooplieden, en haare financien bij brieve van 14:e februarij, hebben wij, den 13 a„ ong pril 1791. delibereerende de bedenkingen, die ons daar op voorgekomen zijn, bij reso„ lutie opgeteekent, waar van de aanmer„ king dat Batsjoe Balla Ramaija sluijt Corne en
English
Paragraph 75. and Batsjoe Paggaija, likewise creatures of that notorious Triwengalam, are in agreement with all the Mazulipatnam merchants in subtleties and tricks to put off and postpone the settling and liquidating of affairs, will be proven most clearly, if not under the description of this main section, especially in that concerning the Arrears. We would find it impossible to finish our work if we were to sit here and transcribe all the further particulars, which for the most part belong under Arrears, as circumstantially as they are recorded in the Resolution of 13 April, to which we therefore humbly request to be permitted to refer further. We nevertheless take the liberty respectfully to request the attention of Your High Noble Excellencies to what appears in our aforementioned letter of the last of March concerning the fermentation among the discontented that was already evident then, which, as will also be shown further in this, has erupted to the utmost severity, and has compelled us to make such dispositions as we deemed necessary to prevent our proceedings from being thwarted by intrigues or other frustrating designs, as among other things on the aforementioned 13 April, in order to set bounds to a correspondence which, according to the advice from Jaggernaijkpoeram, was inappropriate and, under the present circumstances of affairs, could not be reconciled with the rules of prudence, as among other things may be mentioned a petition cited there from the Mazulipatnam merchants to Mr. Nicolaas Tadama and other former members of the Council, among others the warehouse keeper De Raeff, who, having accounted for himself in the meeting on that matter, showed himself extremely sensitive about the use of his name, and to avert such addresses to him made the necessary request on the said day, the fulfillment of which we wrote to the Jaggernaijkpoeram chiefs; and we ordered them emphatically to present to the said petitioners that which we thought necessary and sufficient to make them realize that they were addressing themselves improperly; with further authorization to detain all suspect letters, by right, according to the general Articles of War, to open them and read them through, in order upon discovery of anything concerning the Company to act therewith as should be found proper; but for the rest, or regarding what is indifferent, to allow all discretion and moderation. In the repeatedly mentioned Resolution of 13 April there further appears the chiefs' judgment concerning the treatment of the group of merchants of white linens, in contrast to that of the other group, or the Mazulipatnam ones; and how, after the investigation demanded of them, see paragraph 95 of our latest general letter, the complaints of the suppliers employed by the former commissioners, Kallakistnama, Peketi Anandoe, and Daatcherij Wenkat Redbij, might have some appearance of truth if they could truly be considered as suppliers, but that, as it did not appear that any written engagements had been entered into with them, but they, rather, could be regarded as private persons and not as admitted merchants, to whom recourse seems to have been taken because of the deficiency in which the two merchants remained mired, with whom the previous chiefs, contrary to style and practice, had concluded a contract in all haste at the beginning of last year, their claim of having been undermined by a certain Pinto Prolo Ramaija does not hold water, as he along with his brother had already been admitted and approved merchants for several years and were also persons of means, who in the commotions of the past year had become unfavorable subjects; that the two suppliers who kept themselves absent, Dewarpa Kammaija and Tjakka Wenkaija (properly Wenkat Ramaija), who were quasi-admitted before and in place of the Testal who had fallen into disfavor during the disturbance that arose in the spring of 1790, and as said remained deficient in fulfilling their obligations, might well have remained excused, because from the coherence of everything and their connection to Triwengalam it must become understood that their admission served only to settle such circumstances as could not well be allowed to continue, falling short by another 5088 pagodas 17 fanams 7/8 on the important advance made to him of 9717:9:½ pagodas; that with the complaints of Baatsjoe Iaggaya as guarantor for the supplier who remained in debit, things were also not clean, as this same person and Baetsjoe Balla Ramaija, along with Raetsjoe Triwengalam, were full brothers, making up one family with the two aforementioned delinquent suppliers; that Baetsjoe Balla Ramaija, instead of blankets, delivered some sewn goods, but that these had not remained unpaid, as one would have to infer from the trick used in his written complaint; for although the account for the blankets had indeed not been credited for it, his brother Batsjoe Balla Ramaija, one of the suppliers of colored goods, had been credited with it on the credit side of his account, where it properly belonged, so that it is certain if
Dutch transcription
403 ing oorloofde Car„s 75. Correspontie daer, toe ge„ sluijt en Batsjoe Paggaija meede Creatuu„ ren van dien fameuse Triwengalam, met alle de Mazulipatnamsche kooplieden het eens zijn in finesses en streeken om het afdoen en lequideeren- van zaaken op de lange baan te schuij„ ven, zig ten allerklaarste zal bewaar„ heeden, zoo niet onder de beschrijving van dit Hoofd deel inzonderheijd bij dat, aan„ gaande de Agterstallen. Wij zouden onmogelijk gedaan werke krijgen, indien= we alle de verdere byzonderheeden, die wee meest plaats vinden onder Agterstallen, alhier zoo omstandig gongen zitten over„ schrijven, als ze bij de Resolutie van 13. April zijn opgeteekent, waar aan we ons derhalven ootmoedig verzoeken zls verder te mogen refereeren. Wij neemen egter de vryheyt eerbie„ dig de aandagt van U Hoog Edelheeden te verzoeken op het geen bij voorm: onze brief van Ultimo Maart voorkomt, no„ pens e reso„ mer„ pens de toen reets blykende fermentatie van onvergenoegden, dat gelijk in Deeze meede vader zal vertoont worden, tot de uyterste hevigheijd is overgeslagen, en ons =genoodzaakt heeft tot zulke dispositien, als we vermeenden nodig te zijn, om onse verrigtingen niet door kuyperijen of ande„ re te leurstellende aanslaagen, veriedelt te zien, gelijk onder anderen op den 13. April voormelt, om paalen te stellen aan een Correspondentie, die na het geadviseerde van Jaggernaijkpoe„ ram ongepast en, in de presente om„ standigheeden van zaaken niet over een was te brengen met de regels van voor„ zigtigheijt, gelijk onder anderen genoemt mag worden een aldaar aangehaalt addves van de Mazulipatnamsche kooplie„ den aan den Heer Nicolaas Tadama en andere voormaalige Leeden van den Raad, ondere andere den pakhuijsmeester be De Raeff. die zich, in vergadering daar 483 beoordeeling der be § 76. handeling van de ploeg koopl: van witte Lijwae„ ten-. daar op verantwoord, over het gebruijken van zijn naam ten hoogsten gevoelig getoont, en ter afweering van zulke addressen aan hem, ten gem: dage het nodige verzoek ge„ daan heeft, waar van wij de nakoming de Iag C. „gernaykpoeramsche opperhoofden aange„ schreeven; en gelast hebben de gemelde sup¬ plianten dat geen, met nadruk, voor te hou„ den, het welke wij vermeenden noodig en toereijkent te zijn, om haar te doen bezes„ „sen, dat zij zich quaalijk addresseerden; met qualificatie verder om alle suspecte Brieven, na het recht, volgens den generaa„ len Articul brief; aantehouden, die te openen; en na te leezen, om bij ontdekking van het een of ander dat de Compagnie aan„ gaat, daar meede te handelen, zoo als men bevinden zoude te behooren; dog voor de rest, of wegens het geen onverschillig is, alle discretie en moderatie plaats te geeven. Bij de meermelde Resolutie van 13 April komt al verder voor der opperhoofden beoordee¬ ling den ster ling over der behandeling van de kloeg koop lieden der witte Lynwaaten, in tegenstelling van die der andere ploeg; ofte de Mazulipa namsche en hoe na het hen vide par: 95 enst, van onze Iongste generaale brief, ge„ demandeert onderzoek, de klachten van de door de geweeze gecommitteerden geEmploijeer de Leveranciers kallakistnama Peketi Anandoe en Daatcherij wenkat Redbij eenige schijn zoude hebben in dien zij w kelijk als Leveranciers konden worden gecon„ sidereert, dog dat, daar het niet voorquam dat er eenige schriftelijk engagementen met hun waaren aangegaan, maar zij, veel eer, als particuliere perzoonen, en niet als geadmitteerde kooplieden, konden worden aangemerkt, tot wien men toe, vlug schijnt te hebben genomen uijt hoofde der gebrekkelykheijt, waar in bleeven versee„ ren de twee kooplieden, met wien de voorige opperhoofden, tegen stijl en practijk, in het begin van het voorleeden Iaar, met allen 482 allen haast contract geslooten hadden hun voorgeeven van door eene Pinto Prolo Ramaija ondersteek gedaan te zijn, geen proef hout, als nevens zijn Broeder, al zeedert ettelijke Iaaren geadmitteerde en geapprobeerde koop lieden ook lieden van middelen zijnde, die, in de beweegingen van anno passato, onguno„ tige voorwerpen waren geworden; dat de twee zich absent gehouden hebbende Leveranciers Dewarpa Kammaija en Tjakka Wen¬ kaija /: eijgenlijk wenket Ramaija/ die voor en in plaats van het in onqust geraakt Testal onder de ontstaane beroerte in het voor Iaar 1790. quasi geadmitteert en als gezegt gebrekkig gebleeven zijn in het voldoen aan hunne verpligting, wel hadden mogen blyven geexcuseert, want dat, uijt den samenhang van alles, en hun„ ne Connexie tot Triwengalam, met in het begrip: moet raaken dat hunne admissie, alleen gediend hebbe tot vereeve„ ning van zodanige omstandigheeden als niet niet wel konden blijven voortloopen, komende op de aan hem gedaane importante verstrekking van pagoden 9717:9:½. nog pag. 5088. 17. 7/8. te kort; dat het met de klagten van Baat sjoe Iaggaya als borg voor den debet ge„ bleevenes Leverancier ook niet pluis waa, dat dezelve persoon en Baetsjoe Balla Ra¬ maija, met Raetsjoe Triwengalam volle broeders waaren, met de twee opgemelde agter gebleeven Leveranciers alle eene sami„ lie uytmaakende; dat Baetsjoe Balla Ramaija, in Steede van Deekens, eenige gezaaijde goederen geleevert heeft, maar dat die niet onbetaalt gebleeven waaren, gelijk men uijt de streek bij zijn klagt Schrift gebruijk Zoú moeten afneemen; Want dat, Schoon de Reekening van de Deekens daar voor wel niet was gekreediteerd, zijn broeder Batsjoe Balla Ramaija, een van de Leveranciers der bonte goederen, daar meede was bevoordeelt, in de Credit zijde. van zijn reekening daar het eygenlijk thuijs door de dat het zeeker indien
English
if it could have served to reduce the account of the Deekens, would have presented a more favorable appearance in his favor; but that his aforementioned brother, still indebted for over 2000 Pagodas, on the contrary, would have remained in arrears by that much more, which, corresponding with this, showed that the so-called complaints of this Iaggaija were to be regarded as nothing other than one of those tricks with which the native was accustomed ordinarily to come forward in his plaintive tone. Section 77. However difficult and vexatious, the nature and circumstances of the matter require, Your High Nobilities, that the aforementioned particulars be presented in such detail for the elucidation of that which has already been brought to the attention of Your High Nobilities, both by our aforementioned general report and the separate report of the previous Commission; and because from this practiced merchants in deceiving there have further resulted a multitude of deceptions, misdirections, and other distressing dispositions, which have also provided material for business in our separate meetings, of such an extensive nature that little courage remains for the drafter of this document to see everything put to paper and transcribed before the 15th of this month, making the service in this government utterly vexatious and burdensome to him. Finesses of the registered [merchants] 178. Among the finesses that the native people commonly resort to, there belong, according to what is further noted in the aforementioned Resolution of 13 April, their endeavors, whenever they are and remain in arrears on deliveries, to entangle the Company in their private affairs and disputes, as in this case the well-known Kamet Nabadoe, whose sustained action against the Porto Novo Resident Sopander we made known in the past year, offering to have the Fiscal Office advocate for him, which he declined, and according to the letter of the former commissioners, dated 21 December 1790, had chosen to pursue his case himself; after the arrival of the present chiefs at Jaggernaympoeram, and when he noticed that there was serious intent to demand satisfaction, he offered the papers concerning that affair in order to make them valid, if possible, but for the reasons cited in the Resolution, we deemed it necessary to inform him that we would not meddle in that intricate dispute, as he had made himself unworthy of any assistance. Another such deceiver is the aforementioned Batsjoe Balla Rammaija, who is reported to have pledged a bond to the Company at the expense of Van Bijland, and thought Concerning what will be done regarding arrears that his debit could be settled with that; however, we had him informed that as soon as the bond, which, although pledged, was nowhere to be found, was delivered where it belonged, namely as a supposed pledge and security into the Company's treasury at Jaggernaukpoeram, it would then be dealt with as the chiefs were to be instructed regarding the further matters at hand. What further demonstration here The sequel to this affair belongs under the main section of Arrears, where it will also be better placed than here: the declaration of the chiefs that, the former commissioners having taken for their account the unqualified disbursement to a certain Badam Rammalingam and the consequences thereof, of which mention was made in paragraph 93 of the latest general letter, they, the chiefs, would assess what the goods delivered by that man is made regarding the exclusion of the former merchants and accepted for the Company amounted to, as according to the annotation in the resolution of 7 May appears to have been done to the quantity of 23 bales amounting to pagodas 2279:4: 3/8; in which decision also appears our disposition regarding 78 bales of diverse linens, which, by the said commissioners as remaining balances, in our opinion incorrectly, were validated for those deliveries in the settlement under the last day of August 1790, although they were not yet in hand at that time; then, as we shall speak further under the main section of Arrears, to which reference is made to the complaint documents inserted into the Resolution of 13 April of the Masulipatnam merchants with the reply of the first signatory thereto, item the considerations of the chiefs regarding the exclusion of those people from How the contracting for 1791 succeeded the trade, likewise pertains more to the said main section of Arrears than to this chapter. Nevertheless, with regard to the direction of trade and what has been found necessary for the restoration of tranquility at the Jaggernaijkpoeram office, we request to be permitted to refer here as well both to that detailed annotation and to the minutes of the meetings of the chiefs on the 2nd and 3rd of February of this year, which were also inserted into the Resolution. By the same Resolution of 13 April, wherein the second section of the Jaggernaijkpoeram letter under date of 16 March concerning the internal management of the office is handled, there appears on the point of contracting for the trade for 1791, which, according to the servants' earlier letters of 20 February last, indeed began, but not yet
Dutch transcription
109 /indoen het had konnen dienen tot verminde„ ring van de reekening der Deekens:/ een voordeeliger vertooning in zijn faverer zou„ de hebben gegeeven; maar dat gem: zijn Broeder, nog over der 2000. Pagoden debet, daar en teegen, weder zoo veel te meer zou agter uijt gebleeven zijn, het welk, over een uijtkomende; deed zien dat de zoo genaamde klagten van deeze Iaggaija„ voor niet anders te houden waaren, dan een van die strecken, waar meede de In lander gewoon was, met zijn klagende toon„ ordinair, voor den dag te komen. §o 77 Hoe moeyelijk en verdrietig ook, vor„ dert den aart en toedracht der zaak U Hoog Edelheeden; de gem: bij gonderhee„ den: zoo omstandig te vertoonen tot op„ keldering van het geen zoo bij voorsz: ons generaal verslag, als het apart be„ ruets van der voorige Commissie u Hoog Edelheeden reets onder het oog is gebra„ bracht geworden; en om dat hier uijt deerde kooplieden in 't bedriegen al verder geresulteert zijn een meenig te van bedriegerijen, misleidingen en andere chagrinante dispositien, welke onze apa te bij eenkomsten meede stoffe tot besoig nes hebben gegeeven, van die uijtgestrekt heijd, dat 'er weijnig moed voor den instel„ ber deezes overblijft, om alles voor den 15. deezer op het papier gebragt en afgeschre ven te Tien, hem den dienst in dit gouver „nement ten uittersten verdrietig en zwaa maakende. - finesses der getegli„ 178: Onder der finesses die het inlandsch volk gemeenlijk te baat neemen, behooren, na het verder aangeteekende ter voormelde Re„ solutie van 13 April hunne betrachting om, wanneer zij op leverancie ten agteren zijn, en blijven, de Compagnie te wikke len in haere particuliere zaaken en questien, gelijk in deezen de bekende ka„ met nabadoe wiens gesustineerde actie op den Portonovaschen Resident- Sopander we in den voorleeden Jaare 444 te kennen gaven, door het officie fiscaal voor hem te willen laaten voorstaan, dog dierdaar voor bedankt, en uijtwijzens brieve der geweeze gecommitteerden, de dato 21. December 1790, verkoosen had zijn zaak zelve te wil„ len laaten vervolgens; had na de komst der tegenwoordige opprehoofden te Jaggernaym poeram, en toen hij merkte dat het ornst wierd om voldoening te moeten- geeven; de papieren over die affaire handelende aangebooden om ze, des moge„ lijk te doen gelden, maar we hebben om „de bij Resolutie geciteerde motiven geoor„ deelt hem te moeten laaten betuijgen ons met die intrecate questi niet te ko„ men bemoegen als zich alle hulp on¬ waardig gemaakt hebbende. Een andere dusdanige bedrieger is de voorm: Batsjoe Balla Ramma„ ija, die opgegeeven is aan de Compagnie te hebben verbanden een obligatie, ten lasten van van Bijland, en meende dat omtrend onder agterstal„ len zal gedaan werden dat daar meeder zijn debel was te veerenen dog die wij hebben laaten aanzeggen dat zoo bra de obligatie, welke, schoon verbon den, negens was te vinden, bezorgt wierd daar Te behoorde teweeten als een ver„ meend pand en zeekerheijt te Iagger„ naukpoeram in Comp. s Cassa, men als dan daarmeede zou laaten handelen als met de verdere onderhanden de opper„ hoofden stonden aangeschreeven te wor„ wat noder vertoog hier den Het gevolg dezer affaire behoord onder het hoofd-deel van Agterstallen alwaar ook beter als hier voegen zal . de verklaaring der opperhoofden, dat de geweeze gecommitteerden de ongequa„ lificeerde verstrekking aan zeekere Badam Rammalingam, en de gevolgen van dien waar van bij par: . 93: van der Iongste generaale brief mentie is gemaakt, voor haare reekening genomen hebbende, zij opperhoofden zou„ den bedeelen wat het door dien man ge leverde 44 5 word nop:s de seclusie der voorige koopl: leverder en voor de Compagnie geaccepteerde goet quam te bedragen, gelijk uijtwijzens annotatie ter resolutie van den 7. Meij blijkt geschiet te zijn ter quantiteit van 23. pakken ten bedragen van pag: 2279:4: 3/8: bij welk besluijt ook voor komt onze dispositie aangaande 78. Pakken diverse Lywaaten, die door ge„ melde gecommitteerden als overgebleeven Restanten, na onze meening ter onreg te, die Leverancien bij de afreekening onder ultimo Augustus 1790. gevali deert zijn, schoon ze toen nog niet aan handen waaren, dan waaren we onder het Hoofd deel der Agter„ waar aan gerefeveert stallen nader zullen spreeken zijn de de ter Rresolutie van 13. April gein¬ sereerde klagt schriften: der Masuli„ patnamsche kooplieden met het antwoord van den Eerst getekenden daar op, item de Consideratien der opperhoof den over de seclusie van dat volk uijt Den hoedanig de can„ 18. 0. tractatie voor 1791 ge„ likt is den Handel, insgelijks meer tot het gem: Hoofd deel van Agterstallen, als tot dit chapieter betrekkelijk . Niet te min ver zoeken we, wegens de directie des Handels, en het geen nodig bevonden is tot her„ stelling der rust: op het kantoor Iag„ germaijkpoeram ons ook alhier zoo op die omstandige annotacie, als de bij Reso„ lutie tevens geinsereerde Notulen der bi een komstens van de opperhoofden op den 2e en 3. februarij deezes Jaars te mogen beroepen. Bij dezelve Resolutie van 13 April, alwaar de tweede afdeeling der Iaggernaijkpoeramschen brief sub 16 Maart over het huijshoudelijke van. - het kantoor verhandelt word, doet zig op het point van Contractatie tot den Handel voor 1791. , dat uijtwijzens der bedienden vroeger letteren van 20. se„ bruarij I„o leeden, wel begonnen, maar noch
English
had not yet been effected; for at the same time that this last letter was sent, the Mazulipatnam faction was with the aforementioned Trewengalam, and the next day the outcome was found to be that neither of the two, who at first showed themselves ready to undertake the trade jointly, were inclined to do so, thus the chiefs had to look for other means with the suppliers of white linens who fell into disfavor last year, whom it had nevertheless been impossible to subject to new written engagements; desiring the old manner, which one seemed constantly to wish to adhere to; so that besides demanding surety for everyone's share, they had succeeded in moving them to an agreement in solidum moreover, so that in the unexpected event that by unexpected default the estate of principal and surety might not suffice, the one shall stand in for the other, to which they were at first indeed not inclined, but finally willing, under the condition that the number, as it was in the presence of the Mazulipatnam faction, be set at twelve, to achieve which they themselves suggested the best-propertied persons, all of whom residing there, except for two, were called men of means, and to which the chiefs had all the more readily consented because, the work passing through so many more hands, the obligation in solidum gained all the more force for the Honorable Company; furthermore, that the number casually reached thirteen, because Agastalingam, one of the non-indebted Mazulipatnammers, on the point of signing the contract, changed his mind again, and joined the rest, all recorded by name in the resolution, and with whom, on 7 March, agreement was reached at the old unincreased prices, and solely with alteration of the last article of the contract concerning the mutual liability of the one for the other, just as that document itself is found inserted in the aforementioned resolution of 13 April, the chiefs having, to accommodate the contractors as well as for the possible furtherance of affairs, consented to their demand of one third in cash, and two thirds in merchandise to be paid at the latest in three terms, and as the delivery progresses, and pursuant to that immediately furnished the amount of the first term with Pagodas 5793. 23 ¾ new coin in cash and the remainder in merchandise to the amount of Pagodas 17373. 32. - We have approved and ratified the contract, hoping that with the reform successful thus far, it may never again arrive at such a critical and desperate state of affairs as, through the arrears and the revolt and combustion arisen therefrom in the past year, the office has found itself; also submitting for consideration to the chiefs whether it might not be possible, for the benefit of the Company, to abolish the custom of transporting the goods overland at its expense, as this has also, upon our demonstration of why that seems equitable, been initiated by the chiefs, but it is not apparent that it will find acceptance, at least for the present, as can be seen from what was recorded in the resolution of the last of August past. According to the aforementioned contract, and what was further recorded in the aforementioned resolution of 13 April, the contracting has taken place of the full demand of 489 packs for the Homeland and India; however, in the payment calculated at 71 packs, which were deducted from the 78 that were in stock and contained assortments that could serve for the demands for 1791, the remaining seven being filled with goods that are not demanded therein, just as was deducted what was furnished in advance to the aforementioned Badam Ramalingam by the former commissioners, in order to introduce, towards the completion of the delivery, the desire to consider the demand expired after the last of September and the year concluded, as well as to avoid that irregularity that one year comes to run into the other again; the 71 packs with acceptable assortments amounting, according to the memorandum inserted in the aforementioned resolution, to Pagodas 6827. 12 ½, regarding which the adjustment both on account of the packing slips, packing, and renumbering, as well as how one should consider the surplus 7 packs, as belonging to the settlement as of the last of August 1790 under arrears, will be submitted. Still remaining, among the points belonging to the second section of the aforementioned Jaggernaykpoeram letter of 16 March and the deliberation thereon at the session of 13 April aforementioned, inserted in the resolution of that date, are three petitions from suppliants belonging to the faction excluded from the trade, while the complaints of the others were still to come in, as permission had been granted to them to submit them, which will be of the same nature as those of the first two suppliants, namely that others have been admitted in their stead to the disposition and execution of affairs, about which they complained very much while presenting a letter written by the first signatory in November 1790 and incorporated into the resolution of the 18th of that month, which they thought they could make
Dutch transcription
445 noch niet geeffectueert was; want ter zelver tijd dat deeze laaste brief wierd verzonden, be„ vond: zig de Mazulipatnamsche ploeg bij voorsz: Trewengalam, en 'sanderen daegs bevond men den uijtslag te zijn, dat geene van de twee, die zig eerst bereit toon„ den den Handel gezamentlijk aan te nee„ men, daar toe geneegen waaren, dus zij opperhoofden moesten uijtzien na andere middelen met de voorleeden Iaar, in on„ gunst: geraakte Leveranciers der witten Lynwaaten, wien het hen egter onmoge„ lijk was geweest zich te onderwerpen aan nieuwe schriftelijke engagementen; be„ geerende den ouden trant, die men besten„ dig schoen te willen blijven aankleeven; zulks het haar buijten het stellen van borg voor een ieders aandeel, was gelukt hun te beweegen tot een verbintenis in solidum boven dien, om bij aldien het onverhoopt mogt gebeuren dat bij onver„ hoopt agterweezen het vermogen van Principaal 26 Principaal, en borg niet mogte toereiken, de een voor den anderen, als dan zal ins„ taan, waar toe zij eerst wel niet geincli„ neert, dog eijndelijk genegen waaren, on„ der die mits dat het getal zoo als het bij het aanweezen der Mazulipatnam sche plog: was, op twaalf gesteld wierde, ter bereiking van het welke zij zelfs de best bemiddelste perzoonen aan de hand gaven, die alle, aldaar gezeeten op twee na, menschen van vermogen genoemt wierden, en in het welke de opperhoofden des te eerder, hadden bewilligt, om dat, het werk over zoo veel te meer schijven loopende, de verbintenis in solidum, voor de E: Maatschappij, te meerder klem kreeg; voorts, dat het getal gevallig tot dertien geraakte, door dien weem Agastalingam een van de niet debet staande Mazulipatnammers„ op het punt van het tekenen van het het Contract; weder van gedagte veranderde, Geelvink en . 26 gekeurt en zich voegde bij de rest, alle nominatum bij resolutie aangeteekent, en waar meede, den 7. Maart was over eengekomen tegen de oude onverhoogde prijzen, en alleen met verande„ ring van het laaste articul van het contract betreffende de verbintenis van den een voor den ander, gelijk dat geschrift zelve bij meer„ gemelde resolutie van 13e April wort gein„ sereert gevonden, hebbende de opperhoofden ter te gemoet koming van de Contractan„ ten zoo wel als ter mogelijke bevordering van zaaken geconsenteert in hunne vor dering van een derde kontant, en twee derde Koopmanschappen te betaalen op het langst in drie termijnen, en na dat de leverancie schot neemt, en ingevolge van dien terstant gefourneert het bedragen van het eerste termijn met Pag. s 5793. 23 ¾ n: n: munt in Contant en het overige in koop„ manschappen ten bedragen van pa/o 17373. 32. - het het Contract is goed 181. Wij hebben het Contract geapprobeert, en geratificeert: hoopende dat met de, tot dus voor mero„ en onder wat aanschrij„ der Bonte goederen. d:' Eijsch van 4089 bakika 582: is aanbesteed dus verre gereusseerde reforme, het nooijt weder mag geraaken in zulke Criticque en desperaate toedracht van zaaken, als, door de Agterstullen, en de daer uijt gereeze„ ne revolte en Combustie in anno passato, ver mogps het mensije het kantoor zig heeft bevonden; de op per„ hoofden tevens in Considetatie geevende of het niet mogelijk zij ten behoeve van de Compagnie weder uijt de gewoonte te bren„ gen het transporteeren van de goederen over Land ten Haeren Koste, gelijk dit ook op onze aantooning waarom dat bil„ lijk schijnt te zijn, door de opperhoofden geentameert, dog niet apparent is, dat, ten minsten voor eerst, opgang zal vinden, gelijk dat te zien is uijt het aangetekende ter resolutie van dien ultimo aug. s Iongstlee„ Volgens het voorsz: Contract, en het verder aangetekende ter meerm: Resolutie van 13. e April, is de aanbesteeding geschiet van den vollen Eijsch van 489 pakken 7170 den. 419 gereekend v oe Jaerige akkenme pro Patria en India; egter in de betaa„ ling gereekent op 71. pakken, die van de 78: welke in voorraad waaren en sortementen inhielden, die op de Eijsschen voor 1791. diepen konden, waaren afgetrokken, zynde de overige zeven gevult met goederen die, daar bij niet gevordert zijn, gelijk ook was gedetraheert e het geen aan voorm: Badam Ramalin„ gam, door de geweeze gecommitteerden is voor uijt verstrekt, om tegen het absolveeren der leverancie te zien te introduceeren de be„ geerte om, na ultimo September den Eijsch voor afgeloopen, en het Iaar voor afgedaan te houden, mitsgaders te vermijden die irre„ gulariteit dat het eene Iaar niet weder in het andere kome te loopen; bedragende de 71. pak¬ ken met acceptabele sortementen, uijtwij„ zens Memorie bij meermelde Resolutie gein sereert pag: 6827. 12. ½, waar omtrent het redres zoo wegens de Afpak briefjes, verpak„ king, en vernommering, item hoedanig men de overtollige 7. pakken zoude aanmerken, als vertoogen van de §83. Gesuludeerde kooplieden als behoorende tot de afreekening onder ultimo Augustus 1790. , onder agterstallen, zal wor„ den voorgedraagen.— Noch staen, onder de pointen behooren¬ de tot de tweede afdeeling van voorm: Jag¬ gernaykpoeramsche brief van 16. Maart en de deliberancie daar over ter sessie van 13 April meermelt, bij resolutie van dien datum geinsereert drie Requesten van supplianten behoorende tot de uijt den Handel geslooten ploeg, terwijl van de ove„ rige de klachten nog stonden in te komen, wijl hun toegestaan was die optegeeven, als met die der twee eerste supplianten zullende zijn van eene natuur, namelyk dat onderen zijn geadmitteert in hun steede ter beschikking en uijtvoering van zaaken, waar over zij zich zeer beklaag,aar den onder vertooning van een brief door den Eerstgetekenden in November 1790 geschree„ ven en ter resolutie van den 18 dier maand ingelijft, welke zij meenden te konnen doen opge
English
served to prove that their provided so-called securities were sufficient, and that they were thus permanently admissible, without, as it seems, having paid attention to the conclusion, which clearly states that the accounts first had to be settled, and if that did not happen, there was no share to be hoped for in the trade for such persons, so that, pursuant to this prior notification, nothing else has befallen them than what they had to expect, which seemed necessary for the security of the Company in order to prevent a further increase of bankruptcies and debts, and wherein, according to both the chiefs' and our thoughts, not the slightest severity is contained. Section 81. We have therefore also decided, without immediate settlement of affairs, not to pay the slightest reflection to their representations, but on the contrary, to let the first undersigned's answer to the first cited letters in paragraph 83 also serve for these petitioners, with the announcement not to take any further trouble for the defense and presentation of affairs, which have already been brought before the eyes of Your Right Noble Lordships, see paragraph 180 and following of the latest general letter, as this, and our further motives for that measure, the frequently mentioned Resolution of 13 April demonstrates in more detail, while it also appears from the insertion of another translated Gentile document how inclined the native people are to work against each other, even against the interest of their relatives, and to persecute each other everywhere, through permitted and unpermitted ways. The principal instigator of all sorts of difficulties is that notorious Triwengalam, who, not satisfied with having made his master Van Halm unhappy, does not know what he shall devise for the concocting of evil, because the further path of fraud and falsity has been completely cut off from him. Section 85. The extensive annotation to the resolution of 20 July regarding the communications in Jaggernaykpoeram's letter of 18 June serves to expose very clearly and plainly how dangerous and how impossible it is to conduct the trade there without money and without desired merchandise. Cloves absolutely could not be sold higher than 300 Madras pagoda the bahar. For copper there was no demand, even if one wished to let it go for 60 Pagodas the Bahar. Our competitors proceed with a general diligence to circulate their copper. It was then already current up to 336 Dabboes per Madras pagoda, and consequently the Jaggernaykpoeram chiefs found themselves encumbered with a burden that oppressed them all the more as they realized their little local expertise, the greater division of the few inhabitants caused by the latest troubles, item the decline, and the impossibility in which they knew we found ourselves to provide the necessary. They had done their best according to intention to make the merchants accept the copper from them at market price in Dabboes and to have this serve as current coin and delivery; but the answer was of such a nature that they hesitated to report it, declaring they found difficulty in accepting the copper at 50 pagodas the bahar, as they would know no outlet for it even if they wished to have it all converted into Dabboes. A truth which the chiefs testified they could not contradict, as being confirmed daily by the deed, and from which one can see that Van Byland's considerations to set the Pagoda at 225 Dabboes, and thereby find a certain medium, did not hold up to the test in a place where one saw oneself so frustrated by others in one's undertakings. This, Right Noble Lords, so applicable to the Coromandel trade in general, shows that when no remedies for redress are to be taken in hand, especially the supply of money and adjusting oneself closer to the circumstances of the time, the same will then hasten more and more toward its ruin, and that the factories to the north will probably surrender first, while the others, though stumbling and halting, will still remain standing for a while. To wish to force the trade will rather aggravate than improve the evil; indeed, at the session of 20 July mentioned, we could do nothing else than to hope for that money which, by virtue of the instructions from both the Honorable Right Respectable Lords Principals and Your Right Noble Lordships, is anticipated according to our heartfelt desire. Section 87. And since, laboring in the same tedious predicament, no other way remained open to us than to take refuge in the already cited money negotiation, it has been the constant endeavor of the first undersigned to also try to obtain that for Jaggernaykpoeram and Palikol, but in which, with the utmost trouble, he did not succeed further than up to 6000 pagodas, which on the 12th of July 1791, when the sloop De Herstelling departed for the second time for the North to fetch a further cargo of bales, were remitted in bills of exchange to Jaggernaykpoeram, and of which, under the granting of a bond, the interest up to 1 percent per month would commence from that date when it appeared that there and at Bimilipatnam, where the one bill of exchange of 2000 pagodas was to be paid, the value thereof was received, and in
Dutch transcription
4 42 opgeslaagen is doen dienen tot een bewijs, dat hunne gege„ vene zoo genaamde securiteiten voldoende, en zij dus op den duur admissibel waaren, zonder, zoo het schijnt, agt te hebben ge„ geeven op het slot, waar bij duydelijke staat dat de reekeningen eerst moesten vereffent worden, en als dat niet geschiedde, er dan voor de zulken geen deel te hoopen was in den Handel, zoo dat hen, ingevolge deeze preadvertentie niet anders is overgeko¬ men, dan het geen zij hadden te verwag„ ten dat, tot securiteit van de Compagnie nood=zaakelijk scheen om een verdere toe„ neeming van bankeroeten en Schulden voor te komen, en waar en, zoo na der opper„ hoofden, als onze gedagten geen de minste hardigheijt legt opgeslooten. daar geen reflezie § 81. Wij hebben ook daarom beslooten om, zonder daedelijke afdoening van zaaken, geen de mins¬ te reflexie te slaan op haare representacien, maar in tegendeel, des eerstgetekender antwoord op de eerste par: 83, aangehaalde brieven ook laag„ den chree„ den voor de veroorzaaker van alle moeijelijkheeden ook te laaten dienen voor deeze Supplian¬ „ten met aankondiging om verder geen mo te te doen tot verdeediging en vertooning van Zaaken, welke U Hoog Edelheed vide par: 180. en volgende van de Jongste generaale brief, bereets onder het oog ge„ bragt zijn, gelijk dit, en onze verdere mote ven tot die dispositie, de meerm: Resolutie van 13 april omstandiger komt te wijzen terwijl meede uijt de insertie van een ander vertaalt Ientiefsch geschrift, komt te blyken hoe geneigt het Inlandsch volk is tegen malkander, Jategen het belang van haere Nabestaande, aan te arbeiden, en elkander over al, langs gepermitteerd „ en ongepermitteerde weegen, te vervolgen. Triwengolam word gehou De voornaamste berokkenaer van aller„ hande moeijelijk heeden is dien vermaerde Triwengalam, die niet te vreeden van zijn meester van Halm ongeluk Rig gemaakt te hebben, niet weet wat hij waar uijt zal denken, tot het brouw en 4123 „geleegentheyjd ƒ § 5. voor Geld gebrek tot den „zaam—. is verkoop en van quaad om dat hem de verdere pas van bedrog en valscheijt, zoo tot is afgesnee„ den. De breedvoerige annotacie ter resolutie van 20. Iulij wegens het gecommuniceerde bij Jaggernaykpoerams Schryvens van 18 Juny komet zeer maakt en bloot open te leggen hoe gevaarlijk, en hoe onmogelijk het is om zonder gelt, en zonder gewilde koopman„ schappen den Handel aldaar te derigeeren. ligten staat des han„ Nagelen waaren absolut niet hooger te gelde te maaken dat tot 300 m: d: b: pagoden de bhaer Na koper was er geen vraagd, al wilde men het laaten slippen tot 60 Pagoden de Bhaer. Onze Competi„ teuren gaan met een algemeene vlijtigheijt te werk om haer koper te doen rouleeren. Het was toen reets tot 336. Dabboes per M: d: E: pagoot gangbaar en gevolgelijk be„ vonden de Jaggernaykpoeramsche op„ per hoofden zig overlaaden met een Borg die haar te meer bezwaarde, na mate zij bezefte bezefte haare wijnige plaatzelijke exper tie, de meerdere verdeeltheijd van de weynig„ inwoonders, veroorzaakt door de laaste troube item het verval, en de onmogelykheijt wa in zij wisten, dat wij ons bevinden om van het noodige te voorzien. Zij hadden na intensie haar best gedaan om de kooplieden het koper, tegen markts prijs, in Dabboe van hun aanteneemen, en zuks te doen strek ken voor gangbaare munt, en leverancie; maar het antwoort was van die natuur dat zij schroomden het optegeeven, verklaaren„ de 3waarigheijt te vinden om het koper tegen 50 pagoden de bhaer aanteneemen, wijl ze er geen uijtweg meede zouden wee ten al wilden ze het al te maal in Dab„ boes Converteeren laaten. Een waarheijt die de opperhoofden betuyg den niet te konnen tegen spreeken, als, door de daed dagelijks bevestigt wordende en waar uijt men kan zien dat van By„ lands Consideracien om de Pagoot op 225 Dabboes 423 sonder ont det van geld 86: per geen beeterschap te verwagten Dabboes te stellen, en daar door een zeeker me¬ dium te vinden, geen proef hielt op een plaats alwaar men zich, in zijne onderneemingen zoo gefrustreert zag door anderen. Dit Hoog Edele Heeren, zoo applicabel op den Kormandelschen Handel in het gene„ raal, doet zien dat, wanneer er geen reme„ dien tot redres, inzonderheijt den toevoer van gelt, en zig nader te schikken na de om„ standen des tids, bij der hand zijn te neemen, dezelve dan al meer en meer, na Haar onder gang komt te snellen, en dat de kantooren om de noort zig waarschijnlijk het eerst zullen begeeven, terwijl de overige, al hortende en stoontende, nog wat staan blijven Den Handel te willen dwingen zal het quaet eer verergeren dan verbeteren: inwaers wij konden ter sessie van 20 Julij vermett, niet anders doen, dan te hoopen, op dat gelt„ dat uijt hoofde der aanschrijvingen, zoo der wel Edele Hoog Agtbare Heeren Prin„ cipaalen als u Hoog Edelheeden, na ons Geld negotiatie voor ƒ87. de noord tot 6000 pagoo„ den. ons hartelijk verlangen word te gemoed ge¬ Zien. En daar ons, laboreerende in het zelve tede„ us predicament, geen andere weg was overge¬ bleeven, dan toevlugt te neemen tot de reets geciteerde gelt negotiatie, is het des Eerstgete„ kendes gestadige betragting geweest, om dat ook te zien magtig te worden voor Jagger„ naykpoeram en Palikol, dog waar in, met de uijterste moeijte, niet verder is ge„ slaagt, dan tot 6000. pgo: welke op den 12:e Julij 1791. , wanneer de sloep de Herstelling, voor de tweede maal naar de Noort vertrok om een nadere lading pakken aftehaalen, in wissels naar Jaggernayt poeram geremitteert zijn, en waar van, onder het verleenen van obligatie, de intrest tot 1. per Cento 'smaands zoude ingaan, met dien datum, dat het bleek, dat aldaar en op Bimilipatnam, alwaar de eene wissel van 2000 pagoden betaald moest worden, de waarde van dien ontvangen, en in
English
7 427 Jagannathpuram calculated on ultimo July at 300 packs in severe money shortage. would be accounted for in cash According to the resolution of the 15th, on the 17th of June recently past, an estimated statement having been demanded from the Jagannathpuram chiefs of the number of packs which they thought they would be able to have in readiness by ultimo July in order to guide us in the collection by the sloops, they wrote to us, as appears from the record in the resolution of 27 July in the morning by letter of the 3rd preceding, how they felt they ought not to conceal from us their well-founded difficulty that, through lack of resources and the time having advanced so far, they would succeed no further in trade than what concerns the advance payment made on the first term, which this time, late enough, or only in the beginning of March could have been done, and why they could at best count on 300 volumes of packed goods; adding thereto their sincere declaration that, if no improvement the chiefs difficulty regarding and answer is improvement with regard to the so necessary relief were to be hoped for, and if trade could not be conducted otherwise than by carrying unwanted merchandise, it were better to cease it, and to withdraw the useless apparatus of so many offices that cause high expenses, although the interest of the servants was indeed always paired with that of their masters, but that since that of the latter ought to weigh heaviest, and not be put into the scale for special considerations, they could do nothing else than wish that Heaven would bless them with better times, to reward their good will; for against the hard blows of sad adversities, it was very difficult to struggle. But as we, upon the foregoing, following the resolution of 20 July, had recommended them to keep courage and, alongside us, to lift and bear the difficulties, without increasing them in their minds through deterrent gloominess, which is answered with encouragement 429 and have also taken further courage through relief of 4000 pagodas we on the 27th ejusdem stood by that, as for the present nothing else can be devised. We also, as the proceedings under the decree of 15 August show, had the pleasure of seeing the chiefs somewhat more cheerful according to the tenor of their letters of 25 July. They would give notice immediately of the payment of the bills of exchange received and make proper use both of their share up to 4000 pagodas therein, and of the money that was still in cash, in order, if possible, to dispatch the sloop de Herstelling once again from there with such a full cargo as it then carried from Jagannathpuram and Palicol together, to the number of 177 packs, amounting to ƒ76804: 3. —:; they had in addition, according to their letter of primo August, some hope of seeing, through the value of the aforesaid bill of exchange with the stock of their merchandise stronger received and that which could possibly be delivered in addition on credit, if not the Home Country's, at least the Indian demand completely fulfilled according to the intention of Your High Nobilities; wherefore the encouragement to which we encouraged them further according to our ability by having them assure their suppliers on our behalf that, looking forward to the desired success of their demonstrated inclination to deliver on credit above the first term for 4400 pagodas, all will be done to enable them for trade pro anno futuro, at least to fulfill the already received Indian demand, as soon as one obtained the requested statement of the amount thereof, as it was hoped at further reduced prices, just as is demanded by circular from all offices with the recommendation to try, following the example of Palikol, to promote the vent of copper by cash accepting cloth 43 a favorable report § 90: from the districts of the colored goods cash provided accepting dabboes or in kind at the price which is set thereon, and approved by Your High Nobilities at 80 pagodas the bhar. Meanwhile, under the resolution of ultimo August, there appears the serious conference of the chiefs regarding a certain letter received from the districts of the colored goods, which in the beginning was regarded as a fabricated work to serve as an excuse for defective delivery, wherefore the chiefs had only made that note of it which appears from the minute sent thereof and inserted in the said resolution of ours; but that since the merchants continued to assure that, above the receipt of the first term, they would deliver goods to the amount of 4000 pagodas at the appointed time without showing themselves inclined to take a proportionate quantity of merchandise therewith, how much soever they had daily solicited them for it; how much merchandise at nevertheless they had finally proposed to provide the amount of the received bill of exchange for the second term to them and then to deliver therewith all the cloves and the copper still remaining at the warehouses, exactly in accordance with the purpose of this remittance, as had also taken effect by the amount of the said bill of exchange amounting to N. N. pagodas 4500: with all the cloves and copper that were in stock to the amount of 4900 pagodas, all to be seen more broadly in a further minute kept thereof on 2 August, likewise inserted in the resolution, to which they adhere, and we also refer, in evidence that the purchase of white linen is always feasible if one only has money, but the colored goods not so easily, unless one brings money to the market in time, and with which one therefore cannot on the
Dutch transcription
7 427 Iaggermany A p:mn Calcu„ 888 „derde ult:o Iulij op 300 pakken in zaars geld gebrek. —. in Cassa zoude verantwoort zijn Volgens besluijt van den 15, op den 17 Junij Iongstleeden, van de Iaggernaykpoeramsche opperhoofden gevordert zijnde een Calculative opgave van het getal der pakken welke zij dagten in gereedheijd te zullen konnen heb„ ben met ultimo July om ons daar na te konnen richten, in de afhaaling per de sloepen„ schreeven ze ons uijtwijzens het aangetekende ter resolutie van 27 Iulij 'smorgens bij brieve van den 3e. bevoorens, hoe zij vermeenden voor ons niet te moeten verbergen haare gegronde zwaarigheyd van, by Mancquement van resour¬ een en den zoo verre verloopen tijd, in den handel verder te zullen slaagen als wat aangaat het gedaan voor uijt verschot op het eerste termijn, dat deeze keer, laat genoeg, of maar eerst in het begin van Maart had kon„ nen gedaan worden, en waarom zy op zijn best met het verpakte op 300 volumes zouden d' bod„s swaarigheid weegens konnen staat maaken, voegende daar bij haare opregte betuyging dat, zoo 'er geen beeterschap st gen, en antwd:e is beeterschap ten op zigte van het zoo nodige ontzet ware te hoopen, en dat den handel, niet anders, dan door ongewilde koopmanschap pen te voeren zij, het beter was om ze te staaken, en den nutteloozen omslag van 300 veel ongelden maakende kantooren intrekken, schoon het belang der dienaaren zig wel al„ thoor gepaart vond met dat van Haere Meeo„ ters, maar dat dewijl dat der laaste het 3 waarste behoorde te weegen, en niet in de waagschaal te worden gestelt om by zondere consideracien, zij niet anders konden doen, dan te wenschen dat den Hemel haer wilde ze„ genen met beetere tijden, om hunne goede wil te loonen; want dat tegen de harde slagen van droevige noodlotligheeden, het better Jwaar die met aanmoediging be„ te stryden viel. Dan gelijk we hen; op het voorgaande, na het besluijt van 20. Julij, hadden gerecommandeert moed te houden met de zwaarigheeden, nevens ons, te heffen en te torsschen, zonder ze, door afschrik verwekkende zwaarmoedigheijt, in haar wel zen 429 n hebben ook wider 589. noet, geschipt door ont„ zit van 4000. pag: jen, te vergrooten, zijn we den 27 e gusdem daar bij gebleeven, wijl 'er dog, voor eerst, niets anders op is uijt te denken. Wij hadden ook gelijk de verhandeling bij arrest van 15 Augustus uijtwijst, het genoegen van de opperhoofden na den te¬ neur haeren letteren van 25 July, wat opgeruijmder te zien. zij zouden van de betaaling der ontvangene wissels terstond kennis geeven en een gepast gebruijk maaken zoo van haer aandeel tot 4000 agoden in dezelve, als van de peningen, die nog in Cassa waaren, ten eynde des mogelijk der sloep de Herstelling nog eens met zulk een valle lading van daar ter verzenden, als ze toen in had van Iaggernaykpoeram en Palicol te samen sen getalle van 177 pakken, monteerende ƒ76804: 3. —: ; zij hadden daar by volgens haare brief van primo Augustus eenige hoop om door de waarde van voorsz wissel met den voorraad van hunne koopmanschap pen vangen sterker is aange pen; en het geen mogelijk daar bij op kredit zoude gelevert worden, zoo niet den Patria schen, ten minsten den Indischen Eysch na de intensie van U Hoog Edelheeden waerop de aanmoediging Compleet voldaan te zien; waar toe wij hen al verder na vermogen aanmoedigden door aan hunne Leveranciers onzentweegen. te doen verzeekeren, dat men, te gemoet ziende het gewenscht succes hunner betoon de geneigjtheijd om, boven het eerste ter„ mijn voor 4400 pagoden op krediet te leveren, alles zal aanwenden om Hun tot nden Handel pro A=o futuro, immers ter vol„ doening van den reets ontvangene Indische Eysch in staat te stellen, zoo dra men hae erlangde de derwege gerequireerde opgava van het bedragen van dien, zoo men hoopte tegen verder te verminderene Prijzen, gelijk Circulair van alle kantooren, gevordert is recommandatie om, na het voorbeelt met van Palikol, te trachten den aftrek van het koper te bevorderen door het contan aanneemen hont 43 in voordeelig berigt § 90: uijt de gelastieren der honte goederen contanten verstrekt zijn aanneemen van Dabboes ofte in natura te¬ gen de prijs, welke daar op gestelt, en door u Hoog Edelheeden geapprobeert is tot 80 pago„ den de Bhaer. Ondertusschen komt bij Resolutie van Ultimo Augustus voor de Serieuse Conferentie der opperhoofden over zeeker uijt de quartie¬ ren der bonte goederen ontvangene brief, wel„ ke men in den beginne aanzag voor een ge¬ fabriceert werk om te dienen tot verschoo„ ning van gebrekkige voldoening, waarom de opperhoofden er maar enkel die aanteeke„ ning van hadden gehouden welke blykt bij de daar van gezonden en ter gemelde on„ hoe veel koopmansz bij zer resolutie geinsereerde Notul; Dan dat daar de kooplieden bleeven verzeekeren van boven het genot van het eerste termijn, voor 4000. pagoden aan goed op de bepaal¬ den tijd te zullen binnen leeveren zonder zich geinclineert te toonen om een gepro„ portioneerde quantiteyt Koopmanschappen daar bij te neemen, hoe zeer zij hen dage lijks „ lijks daar om hadden aangezocht; Nogtans hadden zij eijndelijk voorgedragen om het bedragen der ontvangene wissel voor het tweede. termijn aan haar te verstrekken en dan daar bij te doen afgeeven alle de Nagelen en het Koper nog per restant bij de pakhuijzen, Juist over een komstig met het oogmerk van deeze remise, gelyk ook had gevolg: genoomen door het bedragen van ged: wissel uijtmaakende N. N. pagoden 4500: met al wat 'er aan Nage„ len en kooper in voorraad was ten bedra¬ gen van Jagod en 4900, alles breeder te zien bij een daar van op den 2 aug„s gehoudene nadere Notul, al meede ter reso¬ lutie geinsereert, waar aan zij zig gedra¬ gen, en wij ons meede refereeren, ten blijke dat de opkoop van wit Lijnwaat alhoos te doen is, als men maar gelt heeft, dog het bont goed zoo gemakkelijk niet, ten zij men bij tyds gelt ter markt brengt, en waar meede men het derhalve niet op het
English
the transport of the returns from Iaggernaijkpoeram must be allowed to arrive last, so as not to become subject to inconveniences of which the later season has so often been the consequence. What was dealt with regarding paragraph 91: We also find ourselves obliged, by adding an extract from the servants' further advices of 6 September received during the writing of this, as containing among other things the probability that the sloop De Zeerol would be dispatched with a quantity of bales from Iaggernaijkpoeram and Palikol, which were already in stock again, and that they thought to give the remainder to the sloop De Herstelling, which was expected back, but arrived here too late to be there early enough, even if she could make the voyage, for the transport of the same; for which reason, as a precaution, we already wrote to Iaggernaijkpoeram on 16 September, that if the chiefs did not receive word from us on the [illegible] of this month that the sloop was on her way again, they then had to make provision to convey the remaining bales hither on that day and no later by means of a well-sailing native vessel; the aforesaid extract from the servants' letters further showing the intrigue of the suppliers with the aforesaid offer to deliver goods on credit to the amount of 4000 Pagodas, and how they would take no merchandise therewith unless the amount of the aforementioned bill of exchange was simultaneously disbursed to them; thus the servants, stating their considerations on the trade in more detail, declare once again that no reliance can be placed thereon without a sufficient relief of money. The reasons given for this are so emphatic and plausible that we find ourselves obliged to request Your High Nobilities' esteemed reflection on this with the greatest urgency, as it may well serve for the general interest. What appeared in hindsight regarding the settled arrears of Bimilipatnam. 92. Regarding the collection at Bimilipatnam, the first business appears in the Resolution of 13 April, already so often cited herein. The first part relates to the arrears of the previous year and how they had been settled; as will be respectfully demonstrated in its proper place, and how we, led to believe that this, in accordance with the order given in paragraph 116 et seq. of our general letter of the last of February, had taken effect with goods that could serve for the demands for 1791, accepted as sufficient security for the price increase the houses of the servants, valued, that of the chief at 8260 Rupees, and that of the second at 6000 Rupees, since, as stated, we had been informed that the arrears, for which those houses otherwise simultaneously served as security, had been properly settled, although it appeared in hindsight, for the delivery of Bithillis, which were not demanded, that in this matter good faith had not been maintained, as will be more distinctly shown. Paragraph 93. It also appeared strange to us for a very long time, and without further explanation we would not yet know the motive behind a petition from the Bimilipatnam merchants, received along with the servants' letters of 19 March and inserted in the aforementioned resolution of 13 April. Improper request of [illegible] 94. In this petition, an urgent request is made for a further demand of linens, principally of Bethelles, of which the petitioners, according to old custom and imagining that a petition for them might be expected, had caused a ample quantity to be manufactured in advance, which, in failure of delivery, would remain at their expense; wherefore the servants pleaded with them that, if in this year 1791 the delivery might be expanded beyond the demand already made, for which now was the right time, favorable attention might then be given to the request, adducing several reasons recorded in the resolution to convince us that the opportunity which now presented itself so favorably would not be of long duration, if the servants might judge from the assurances given to them in that regard. Remarks made thereon. 95. We found the petition as well as the servants' support very speculative, and as a feigned or actual ignorance of the well-known general orders not to exceed or deviate from the demands; indeed, since this is known to the servants, it appears strange to see them insist, for the benefit of the suppliers, on that which conflicts therewith, and make representations that intend nothing other than to look after their interests and to regard those of the Honorable Company as with indifference; deserving all the more reflection because, when the Company desires assortments according to the demands, there are thousands of difficulties as to how they will be fulfilled, not providing the merchants with cash to their satisfaction; whereas now that the demand for Bimilipatnam is modestly arranged, they have been able to manage to satisfy it through the arrears and the unqualified disbursement in October last, disapproved in the aforesaid paragraph 116 and following of our latest general letter, when they thought to proceed on the old footing, had this unpermitted business not been stopped, since it now appears as though there was no lack of money or ability to have goods manufactured in advance. And rejection of the request. 96. We have taken note of this, and as
Dutch transcription
't transport van de re„ touren van Iaggernaijkp:m het laest moet laaten aankomen om niet onder„ heevig te raaken aan inconvenienten, waar van het laetere. Iaergetij zoo dikwils de gevolgen waaren. het verhandelde over §: 91:— Nog vinden we ons verpligt door bij voeging van Extract uijt der bedienden nadere advisen van den 6. e September onder het schryven deezes ontvangen, als vervattende onder ande ren de waarschijnelijkheijt dat de sloep De Zeerol met een quantiteit pakken van Iaggernaijkpoeram en Palikol, die reess weeder in voorraad waaren zou verzonden worden, en dat zij de restdach ten in te geeven aan de sloep De Herstelling die Bij te rug verwachte, dog alhier te slaat is gekomen om zoo hij de reis al mogt krijgen: tot den afvoer van de„ zelve; tijdig genoeg aldaar te zijn, en waarom wij tot precautie den 16. e September reets naar Iaggernaijkpoeram hebben ge„ schreeven om zoo zij opperhoofden op den ik deezer van ons geen tijding kreegen dat de. 431 35 de sloep weder op weg was, als dan voorzee¬ ninge moeste doen, om, ten dien dage en niet laater, de resteerende pakken met een goet bezeilt Inlandsch vaartuijg herwaarts te be„ zorgen: toonende het voorsz: Extract uijt der bedienden letteren verder aan de uitriguerder Leveranciers met voorsz: presentacie van op Rediet 4000. Pagoden aan goet te zullen leveren, en hoe zij geen koopman schappen hebben willen daar bij neemen, of het bedragen der merm: wissel moest tevens aan hen verstrekt worden; zulks de bedienden nader opgeevende haare Consi¬ deracien over den Handel, andermael declareeren dat door op zonder een toery„ kent ont zet van gelt geen staat is te Maaken. De reedenen die daar voor worden gegeeven zijn zoo na drukkelijk en aanneemelijk dat wij ons verpligt vinden, om daar op als wel voor het alge¬ meens konnende dienen, met het meeste empressement u Hoog Edelheeden ge„ eerde wat van agteren is gebleeken. 92. nopens de verevende agterstallen „ Bimilf=r eerde reflexie te verzoeken. Over den Inzaam op Bimilipatnam, komt de eerste besoigne voor bij Resolutie van den 13. April bereets zoo meenigmaal geciteert in deezer. Het eerste heeft zijn betrekking tot het voor Iaarig Agterstal, en hoe dat was vere„ vent; gelijk op zijn plaats met eerbied, staat vertoont te worden, en hoe wij, in het denkbeelt gebragt dat zulks, na de bij par: 116 ensz: van onze generaale brief van ultimo februarij gestelde ordre had gevolg genomen met goederen, die op de Eysschen voor 1791. konden dienen, voor de Cautie we gens der prijs verhooging, als toereikent aan„ neemen de huizen der bedienden, getaxeert dat van het opperhoofd op Ropyj en 8260. en ƒ van den Secunde Ropijen 6000, aangezien als gezegt ons bericht was dat de Agter„ stallen, waar voor anders die huijzen tevens tot zeekerheijt diende, behoorlijk waaren vereevens, schoon het van agteren is ge¬ bleeken tot Leverancie van Bithillis, die met geEijscht zijn bleeken dat, in deeze de goede trou, geen plaats gehad heeft, gelijk distencter zal vertoont worden. §93. Ook is ons zeer lange als vreemd voorge„ komen, en zonder nadere oplossing, zou¬ den we nog niet weeten het motif van een verzoek schrift der Bimilipat„ namsche kooplieden, ontvangen nevens der bedienden letteren van 19. Maart, en geinsereert bij voormelde resolutie van 13 April. ongepast versoh van hond 94. Bij dit verzoek schrift word aangedron gen om een nadere Eijsch van Lynwaa¬ ten, principaal van Bethelles, die de supplianten, na oud gebruijk, en in ver„ beelding, dat daar van, een petitie moch„ „ten te gemoet zien, tot een ruime quan„ titeit, in voorraad hadden laaten aan„ maaken, welke, bij manquement van Leverancie, ten hunnen lasten zouden blijven waarom de bedienden met hun smeekten om, en dien en dit Iaar 1791. de 7 de Leverancie verder, dan den reets gedaanen Eijsch mogt worden uijtgebreit, waar toe het nu de rechte tijd was, als dan op het verzoek een gunstige aandagt te willen vestigen, brengende verscheijde ter resolu„ tie opgeteekende reedenen bij om ons te overtuijgen dat de gelegenheijt, welke zig nu zoo favorabel aanbood, van geen langen duur zou zijn, zoo zij bedienden mogten oordeelen na de verzeekeringen haer der„ weegen gegeeven. mangus de darop gemak 5. Wij vonden het Request zoo wel, als der bedienden appaij zeer speculatif, en als een geveinsde of wezenlijke onkunde der bekende generaale ordres, om niet boven of buijten de Eijsschen te mogen gaan, im„ „mers dat, de bedienden dit bekent zynde, het wonderlijk voorkomt ten gevallen van de Leveranciers te zien insisteeren op het geen daar meede strijd en vertoo„ ningen te doen, die niet anders bedoelen dan haare belangen ter behartigen en die van van d'E Compagnie als met onverschillighe aantemerken; te meer reflexie verdienende, wijl, als de Compagnie sortementen ver„ langt volgens de Eijsschen, en duijzende van zwaarigheeden zijn hoe men die zal voldaan krijgen, de kooplieden niet na genoegen voorziende van kontanten; daar nu, dat den Eijsch van Bimilipat„ nam medioere is ingerigt, men het heeft konnen stellen met die te voldoen door het Agterstal, en de bij voorsz: pear: 116 en volgende van onse Iongste gene„ raalet brief gedesapprobeerde ongequalifi„ ceerde verstrekking in October. passat„ wanneer men, op den ouden voet, dogt voort. te gaan, waare dit ongepermit teert gedoente niet gesluijt geworden, daar het zig nu laat aanzien, als het aan geen gelt of vermogen om goederen, voor uijt, te laaten aanmaa„ en afrijsing van't versoek 9 6: Wij hebben dit adnotam genomen, en ken als
English
13 97. and on the other hand offered to provide 35 packs of salempores after the English sample, as proof that when one truly wishes to render effective service to the Company, the opportunity to do so easily arises; but the request itself, being out of place and deserving of no consideration, we have completely rejected. However, in order to take advantage of the season and the further favorable circumstances brought forward regarding the aforesaid matter, we gave the servants the commission to provide the 25 packs or 2000 pieces of salempores mentioned above under Portonovo for the year 1755 according to the Bimilipatnam English sample, at the lowest negotiable prices, in the expectation that the Company would have its share of the present cheapness of coarse linens, besides the money supply being sufficient, and that the matter was to be arranged in such a way that the advance was made one half in merchandise and the other in cash, 98. in cash, with orders to determine, if following the example of foreigners the advance were to be made in dabboes according to the exchange rate, what profit the Company would then enjoy from the copper required for that purpose, and what the difference would amount to in that profit, assuming the advance was made with copper at 80 pagodas per bhaer, and cloves at 400 equal pagodas, adding to this the loss that stands against it if both remained in stock any longer. But at Bimilipatnam there are always mountains of difficulty in the execution of essential matters. A lengthy discourse on the impossibility of settling the matter regarding the dabboes in the sense required of the servants is found recorded in the resolution of 12 May. Also appearing there first is not only the concluding and sending of the contract of contracting out for 1791, while the trade on the demands for that year is at the same time considered fulfilled; but they have, without showing any difficulty and without asking for orders, taken upon their own authority to omit the contracting out of linens, which in Europe are as desired and needed as the coarse ones, and that in the quantity of 38 packs of salempores, and that because they neglected to ask us how the change in length of 38 instead of 32 cobidos was to be understood, which is an error in the original demand, as the duplicate shows that they were to be noted no longer than 32 cobidos, just as regarding the further demanded 25 packs instructions were also written to provide the portion that had been allocated to Portonovo. 99. We have seriously put all this before the servants and ordered them not only to fulfill the 25 packs mistakenly allocated to the said Portonovo, but also the remaining uncontracted 38 packs according to the requirement of the demand, or to provide sufficient reasons why the English have their salempores manufactured at Ganjam instead of at Bimilipatnam, after which they come to name them, if one cannot demonstrate that the Lords and Masters are mistaken in calling the English salempores Bimilipatnam ones. It also appears from the resolution of the aforesaid 12 May, by the entry of a demonstration, how the arrears of the last day of August 1790, and the further unqualified advance in October thereafter, have been settled by delivery, as the servants themselves have stated elsewhere with goods on the demands for 1791, which they also considered concluded, since they, even on this occasion, further insist on behalf of the suppliers to be favored with a further demand both to accommodate them and to promote the turnover of trade goods. Regarding which we have repeatedly made known to them our displeasure and pointed out how strangely they thought regarding this, and came to burden us with something that was as yet inappropriate, for we were still awaiting the demands for 1792 itself, and concerning those for 1791 we made known to them that we needed nothing more on them besides the salempores. Yet this was only a preliminary matter; the matter itself, and all that was hidden behind it, revealed itself when it began to become more serious, and we were obliged to show that they were acting on indefensible principles, to give it no worse name. But we shall first describe how matters ended with the ordered salempores, and what representations were made against the aforesaid remarks and how they were refuted. 102. In a Bimilipatnam letter of 14 May, the difficulty of providing the demanded salempores after an English sample is further set forth; but on the 21st thereafter we showed the servants how this was to be remedied, namely by attempting to purchase an English sample, whether it was manufactured at Ganjam or at Bimilipatnam, in order to provide the requirement accordingly, which increased to 73 packs, when included therein, see paragraph 97, no more than 25 packs were to be obtained; but according to the decree of 9 August we have entirely canceled the purchase, partly due to not receiving a return ship, and partly because the fulfillment of the Indian demand was only recommended with whatever might have been prepared for Europe and
Dutch transcription
13 97. og daar en tegen op opedraeg gen te besorgen 35 pakk: salem„ varis Engels monster. als een blijk dat wanneer men de Compag„ nie effective dienst wel doen, de mogelijk heijt daar toe, zig ligt opdoet: maar het verzoek zelfs, als niet te pas komende, en geen reflexie verdienende, hebben wy geheellijk van de hand geweezen Om egter van het saisoen en die verdere favorabele omstandigheeden als ter zaake voorsz: bijgebracht wierden ons te bedienen„ gaven we den bedienden de Commissie ter bezorging van de hier voor onder Portono¬ 10 Jar: 55 gementioneerde 25. packen ofte 2000. stukken Salempoeris na het Bimilipatnamsch Engelsch monster, na de minst te bedingene prijzen, onder ver wagting dat de Compagnie haar deel zou hebben aan de tegenwoordige goetkoop„ behalven heit der grove Lijnwaaten, dat de geld voorraad toereikende, en het de zaak was om het zoo aan te leggen dat men de verstrekking, en deed de eene helft in koopmanschappen, en de andere in kontant 5 vor ongequatificed de bed 9 8. daar zijn aan kontant, met bevel om indien na het voo „beelt der vreemden de verstrekking ware te doen in Dabboes na de Cours van de wissel, welke winst de Compagnie dan genieten zou uijt het daar toe nodige koper, en wat het verschil zou uijtma„ ken in dien winst gestelt dat de verstrek king geschiede het koper tot 80 pagoden de Bhaer, en de Nagelen tot 400 gelijke pagoden, voegende daar bij het verlies dat daar tegen over staat wanneer een en ander nog langer bleef overleggen. Maar te Bimilipatnam zijn in de uijtvoering van wezenlijke zaaken althoor bergen van zwaarigheit. Een wijd loopige verhandeling over de onmogelijk heijt om het nopens de Dakboes te vin„ den in dien zin als het van de bedienden is gerequireert, word ter resolutie van den 12. ' Maij genoteert gevonden. Ook komt aldaar eerst voor niet alleen het sluijten. en zenden van het Contract van voldoening van al 't Eijschte salempoerit is na„ er aan bewoolen van Aan besteeding voor 1791. terwijl den Handel op de Eijsschen voor dat Jaar tevens word voor geabsolveert gehouden; maar men heeft, zon„ der eenige zwaarigheijt te toonen, en zonder ordre te vraagen, het eijgener autoriteit op zog genomen agterweegen te laaten de Aan„ besteeding van Lynwaaten, in Europa zoo gewilt en benodigt als de grove, en dat wel ter quantiteijt van 38 pakken Salem„ foeris, en zulks om dat men verzuijmt ons te vraagen hoe men de verandering in bengte van 38, in steede van 32. Cobidoo hadde aantemerken, dat een abuijs is bij den origineelen Eijsch als Wyzende het Dupli„ caat uijt, dat men ze niet langer dan 32. Cobido had aantemerken, gelijk nopens de nader: gedemandeerde 25. pakken ook is aan¬ geschreeven geworden te bezorgen de portie die Portonovo was toegedeelt. § 99 Wij hebben de bedienden dit alles serieus„ lijk voorgehouden en aanbevoalen om niet alleen de gem: Portonovo abusive toege¬ deelde manier der vereoening D 180. van de agterstallen van 1790 „te vinden bij resol: 12 meij p:o deelde 25. , maar ook de overige onaanbesteede 38 pakken na het requisit van den Eyschs te voldoen, ofte het geeven van suffesante reedenen; waarom de Engelschen hunne sa¬ lempoeris te gensjam laaten aanmaaken in steede van te Bimilipatnam, waa na zij ze komen te noemen, indien men niet demonstreeren kan, dat de Heeren en Meesters abuijs hebben met der Engelsch Salempoeris Bimilipatnamsche te noemen. Ook blijkt ter resolutie van den 12 M voormelt, door inschrijving van een Aan„ tooning, hoedanig het Agterstal van u timo Augustus 1790, en de nadere ange¬ qualificeerde verstrekking in October daar aan door Leverancie is vereevent, gelijk de bedivnden zelfs elders hebben opgegeeven met goederen op de Eysschen voor 1791. die zij ook voor afgeloopen hielden, nadie zij, zelfs te deezer gelegenheit, nader aan dringen voor de Leveranciers om met een nadere 443 a te wout aer agter den. nadere Eyjsch te mogen begunstigd worden zoo ter hunner te gemoet koming, als ter bevordering van den vertier van Handelwaa¬ Waar omtrent we hen net misnoe„ „ren, en andermaal hebben voorgehouden hoe oneyge zij hier omtrent dagten, en ons lastig quamen te vallen om iets, dat voor als nog niet te pasquam, want wij Ia„ gen de Eijsschen voor 1792 zelfs nog te gemoet, en betreffende die voor 1791. gaven we hen te kennen, op de zelve buijten de Salempoeris niets meer te benodigen. — Dog dit was maar een preparatoria; De zaak zelfs, en wat daar al agter schuijd¬ de, ontdekte zig toen ze serieuser begon te worden, en we verpligt waaren te doen zien, dat men met onverantwoordelijke prin„ cipien te werk gong, om het geen erger naam te geeven. Maar we zullen eerst beschrijven hoe het met de geordonneerde Salempoeris is afgeloopen, en welke re presentatie tegen de voorsz: aanmerkin„ gen het verder verhandel„ ƒ 102: de over het G'eijschte salem„ poeris Eng=s nmonster- gen gedaan en hoe die weder legt zijn Bij een Bimilipatnamsche brief van 14: Meij komt de 3waarigheit nader voor om de geischte Salempoeris na een Engelsch monster te bezorgen. dog we toonden de bedienden den 21 daar aan hoe dit was te remedieeren, namelyk door te trachten een Engelsch monster in„ te koopen, het zij dan dat het te gans„ jam of te Bimilipatnam werd aan„ gemaakt om de benodigtheijd daar na te bezorgen, die vermeerderende tot 73 pakken, toen daar onder begreepen wil A ke vide par: 97. niet verder als tot 2 pakken te bekomen waaren: maar uijt wijzens arrest van 9 aug„s hebben we den inkoop ten eenemaal afgeschree„ ven, eens deels vermits het niet ontvan„ gen van een Retourschip, ten anderen om dat de voldoening van den Indischen Eysch alleen werd aanbevoolen met het geen voor Europa mogte gereet geraakt zyn en
English
had necessity paragraph 703: of the extent in this matter; and thirdly, because the difference of 27. 4. 7/8 pagodas per bale, which this linen cost more according to the English sample, turns out too expensive on account of this stipulation. The two samples received thereof, the one unbleached and the other bleached from Bimilipatnam, we have inspected in our meeting of the 10th of this month and found reasonably satisfactory. Half of both the mentioned pieces are being sent per the ship De Zee Bouwer in order, with Your High Nobilities' pleasure, to be forwarded to the Gentlemen Directors and to request Their Right Honorable High Esteemed disposition thereon. Just as it is not easy for us to encounter so many representations concerning dealings and a conception of matters that are, in their nature, perverse and wrong, it will undoubtedly no less weary Your High Nobilities to see those remonstrances, because it must be done for the discharge of the interested parties, extended into such a great encumbrance. Not enough that we, as we believe, had made the gentlemen at Bimilipatnam clearly understand the impropriety of their proposal in paragraph 94 regarding the instance of the merchants to provide unrequested Bethilles, but also clamping down on us for demands that we ourselves still had to await, to which they could and should have adapted themselves very suitably, the contrary appears from a further extensive remonstrance, verbalized at our resolution of 7 July, and contained in their letter of 29 May past, namely that they had been encouraged to this by the expectation that the supply for 1791 would be arranged according to that of the preceding five years, and on the foundation thereof, as if to promote the sales by distribution on delivery, had repeatedly insisted on further demands and extension of collection, to which also corresponded, as we believe, their very rash demands of last year for copper and powdered sugar, with various reasons alleged to the purpose, but relating both to the sale and collection, and, as clearly appears, to extricate themselves from an embarrassment over the considerable remaining balances of both these articles when they made requisition for them. What concerns then the expectation regarding the collection for 1791, about which the employees, in the autumn of 1790, were very clearly and repeatedly instructed of our opinion, especially when the second Dormieux took into his head that illicit advance, quasi on the new collection, for the settlement of the previous year's arrears; we have, according to the aforementioned decree of 7 July, merely noted the necessity to completely banish from the mind the ideas regarding the direction of matters in the previous five years, and to pay close attention to the orders and instructions, as it ought to be when, with continuous observance, each delivery year will remain on its own, and the one is not mixed with the other or brought into such a confused state of affairs, as is the case when one, right or wrong, keeps clinging to old methods and pays no heed to the necessity of reform, because if this had been taken into consideration and at the same time attention had been paid to the circumstances of the time, one would never have fallen into such a precarious condition as that in which they, the employees, found themselves by demanding too much Japanese bar copper, which not only runs too largely into remainder, but whose trade or sale in the previous five financial years is no argument ever to be guided by again, because the inconveniences caused by the advances of that copper to force the collection have only made it all too apparent into what an embarrassment one plunges oneself through such a manner of management, and what confusion, generally speaking, this forced maxim has brought about; with a final prohibition to allege or repeat anything more about this, since one had reason enough to be able to omit what is superfluous. How matters will turn out generally with the collection cannot be determined at the moment of 7 October when the first undersigned writes this. Regarding Palleakatte, several bales are still lacking, which have been said for some days already to be on the way, and unable to advance due to contrary winds. From Sadras and Portonovo, it is to be feared whether, besides what has long been on hand, any more goods will indeed be brought in. From the North, the last goods, as we believe, departed on 28 September, but the sloop De Zeerol is not yet here. Time is running out, and however much one applies oneself to do well on this unfortunate Coromandel, the good will is thwarted on every tack: yet that it turns out so perversely at Portonovo and Sadras is the more incomprehensible, since advance notices were given early enough to deliberate it with one another, and not to let it depend on that slow, unseaworthy boat De Schildpad, besides which one cannot offer any assistance from here for the collection of bales. That vessel, dispatched thither on the 12th of the past month with the merchandise received from Batavia for Sadras, arrived there on the 20th, was unloaded at once, and forwarded on the 26th of the same to Portonovo; yet on the 4th of this month, according to a private letter, it was still there.
Dutch transcription
445 nood saakelijkheijd had § 703: van de Extentie in deesen en ten derden om dat het verschil van pagoden 27. 4. 7/8: per pak, dat dit Lynwaat na het Engelsch monster meer quam te kosten, uijt hoofde van deeze bepaaling, te duur uijtkomt. De daar van ontvangene twee Monsters het eene Uw, en het andere gebleekt van Bimilipatnam, hebben we in onze vergadering van den 10. e deezer bezigtigt, en tamelijk voldoende bevonden. — De helft van beijden de ged: stukken worden per het schip De Zee Bouwer verzonden om, met believen van U Hoog Edelheeden de Heeren Mazores toegezonden, en Haar wel Edele Hoog Achtbare dis„ positie daar op verzogt te worden. — Gelijk het ons niet ligt valt zoo mee„ nige representatien te ontmoeten wegens behandelingen een en begrip van Zaaken, in haar aart, averechts en verkeert, zal het ongetwyffelt U Hoog Edelheeden niet minder verveelen die vertoogenwyl het tot decharge der geinteresseerden geschie„ den den moet, tot een zoo groote omslag uijtge„ breijt te zien. Niet genoeg dat wij de vruem „den te Bimilipatnam, zoo wij vermee„ nen duijdelijk hadden doen begrijpen het oneyge van haare voordragt bij par 94. wegens de instancie der kooplieden ter be„ zorging van Bethilles ongeEijscht, maar ook ons aan koort te klampen om Eysschen die we zelfs nog moesten verwagten, waar na zij zig zeer gevoegelijk hadden konnen en moeten schikken, blykt het tegendeel, uijt een nader wijdluftig vertoog, gever bali„ seert bij onze resolutie van 7. Iulij, en vervat bij haare brief van 29 Mey passa„ to namelijk dat zij hier toe waaren aan„ gespoort door de verwagting dat het met de Leverancie voor 1791. zoude zijn geschikt na die der voorgaande vijf Jaaren, en op fundament van dien als ter bevordering van den Vertier door afgave op Leverantie, tel„ kens hadden aangehouden om naderen Eysch en uijtbreijding van Inzaam, waar na ook gepro at 442 „recht is nop:s den Insaem an 1791 geproportioneert waaren haare voorJaarige, zoo wij vermeenen, heer onbezonnen Eijschen van Koper, en poeder zuijker, met verscheyde ten propooste geallegeerde reedenen, maar tot den verkoop, als inzaam, relatie hebbende, en gelijk het klaarlijk blijkt om zig te redden uijt eene verlegenheijt over de aanzienlijke Restanten van beiden deeze articulen toen zij daar van Eijsch deeden. — it betiendens naderan ƒ 104: Wat dan de verwagting nopens den inzaam voor 1791. aangaat, waar ontrent de bedienden, in het na Jaar 1790, zeer duijdelijk, en bij herhaaling onderrecht zijn van onze meening insonderheijt toen de secunde Dormieux in het hooft kreeg die ongeoorloofde verstrek„ king, quazi op den nieuwen Inzaam, voor de vereevening van het voor Iaarig Agterstal; Wij hebben, volgens arrest van 7:e July— voormelt, slegts aangemerkt de noodzaake likheit om de ides, aangaande de directie van zaaken in de voorige vijf Jaaren, ge¬ heellijk uijt het hoofd te stellen, en nau Keurig keurig agt te geeven op de ordres en voorschrijf„ „ten, hoe het dient te zijn wanneer bij ge„ duurige observantie ieder Leverancie Iaar op zig zelve zal blijven, en het een niet met het ander vermengt of in zulk een verwarder toedragt van zaaken geraaken, als het geval is, wanneer men, goet of quaat, oude methodes blijft aankleeven, en geen agt slaat op de noodzaakelijkheyd der reforme, wijl dit in aanmerking geko„ men en tevens gelet zynde op de omstan, oet Jaer den des Tijds, men nimmer in zoo een zorgelijke toestant zou zijn vervallen, als waar in zij bedienden zig bevonden door te veel geEyscht Japans staafkoper, dat niet alleen te ruim per restant loopt, maar welkers vertier of de biet in de voorgaande vijf boek Jaaren, geen argu¬ ment is om zig ooijt meer daar na te rechten, wijl de inconvenienten door de ver strekkingen van dat koper om den In zan te dwingen, maar al te zeer hebben doen en uijt n seeker zien 1149 nseekerheid als nog nots 195: en uijtslag den insaam van dit Iaer zien, in welk een ongelegentheyt men zig door zoo een manier van huijshouden dompelt, en welke confusie, over het algemeen gesproo„ ken deeze geforceerde maxime te weege ge„ bragt heeft; met verbod eijndelijk om hier over, niets meer te allegeeren, ofte te repe„ teeren, vermits men Hoffe genoeg had om het overtollige wel agterwegen te kunnen laaten. Hoe het generalijk, met den Inzaam zal uijtvallen is op het oogenblik van 7. October dat de eerstgetekende dit schrijft niet te bepaalen. Nopens Palleakatte mancqueert het nog aan verscheijde pakken die men al zedert eenige dagen heeft gezegt dat op weg zijn, en door Contrarie wind niet konnen avanceeren Van Sadras en Portonova staat het te vreezen of er, buijten het geen al lang aan handen geweest is, wel meer goe¬ deren zullen aangebragt worden. Van de Noort is het laaste goed zoo wij gelooven „ gelooven den 28 September vertrokken maar de sloep De zeerol is nog niet hier. Het loopt op het laatst, en hoe zeer men zich op dit ongeluckig kormandel, ook toe„ legt om wel te doen, zoo word de goede wil¬ over alle boegen gedwars, boomt: dan dat het te Portonovo, en Sadras zoo ave„ rechts uijtvalt, is te onbegrijpelijker, daar er vroegtijdig genoeg preadvertencien gedaan zijn om het met elkander te overleggen, en het niet op dien traage onbezeilde boot De schildpad te laaten aankomen, buyten welke men van hier, ter afhaal van pakken geen assistencie kan bieden Dat vaartuijg den 12. der gepasseerde maand, met de van Batavia voor sadra ontvangene koopmanschappen, derwaarts gedepecheert, is den 20e daar aan aldaar gearriveert, ten eersten ontlost, en den 26- euidem naar Portonovo voort ge„ schikt; dog den 4e deezer was het zelve, volgens een particuliere brief, aldaar nog
English
not yet arrived: If Simons, while dispatching the Boat, had only taken the precaution to send directly hither with a good native vessel that which was ready, or as was already noted on the first of September, had done so with bales that he had ready when the boat was dispatched the last time or on the 27. August with freestone from Sadras, he would have shown proper deliberation, and that at least ought to have been exercised, when on the aforesaid first of September we dispatched such orders to Portonovo and Sadras vice versa as are recorded in the Resolution of the last of August, and were sufficient to prevent causing any inconvenience or delay in the dispatch of the Returns by waiting for one another for the said Boat the Schildpad, especially when the Boat, as is the case, again had a long voyage to Portonovo; besides which, our orders to act in concert with one another and to confer on how best to arrange the returns hither, and so that they could be here in time, were already dispatched on the 12th of April 1791, as shown by the Circular missive of that date. It certainly is extremely unpleasant to have to trouble Your Right Excellencies with such complaints; but the first signatory, who through daily heavy labor and supervision of the course of the Company’s affairs devotes everything to ensuring that there is no lack of necessary timely orders and recommendations, testifies with regret that he sees no chance of satisfying Your Right Excellencies, or of being able to observe Your Right Excellencies' special orders and the general orders of the Company according to his oath and duty, if people, instead of being attentive and active, appear as though working against them; wherefore he is obliged to declare that he can take no part in any responsibility for the harmful consequences that are contained in the conduct of the servants at Sadras and Portonovo. To this he also relates a discovery made known by him at the meeting of the 15. August of an extremely deceptive conduct by the Bimilipatnam chiefs, particularly the Junior Merchant Johannes Marcus Dormieux, who, in the absence of the chief Heshusius, had the direction of affairs at that office. Reviewing at that time the number of bales in stock and upon which one could rely for the Trade for this current Year 1791., it appeared to the first signatory upon calculation that instead of the merely required 113 bales from Bimilipatnam, through the delivery in the late part of June there were fully 137. bales, and thus, as it were, 24 bales more on hand. Nothing of this appeared from the Bimilipatnam letters, and from the aforesaid demonstration, it clearly seemed afterwards that they intentionally kept concealed to which Year the Linens belonged that were reported therein for the settlement of the arrears and liquidation of the Trade for 1791. The matter was then, by order of the first signatory, investigated by the Bookkeeper of Trade, and according to the report that he submitted from this Commission, it appeared that there are effectively 76. bales lacking; namely, on the Home Demand for 1791. a quantity of 48, and on the Indies Demand 4, or for both Demands 52. bales short; against which, over and above the same, 44. pieces for the Netherlands and 32. for India, or 76. bales as stated, to the prejudice of the Demands themselves. This will appear even more offensive to Your Right Excellencies, finding that the value of these 76 bales precisely, or at least very nearly, constitutes the amount of the arrears of 1790. at Bimilipatnam, which they made us believe had been settled with good, sound assortments on the Demands for 1791., and how this now turns out to be entirely to the contrary. As for us: we considered it to be incompatible with good faith, oath, and duty, by which everyone is bound to the Honorable Company, as not only depriving Her of the assortments that She was expecting on Her Demands, but attempting to deliver to Her, in satisfaction of Her advanced money, assortments that are entirely undemanded, and that notwithstanding the so strictly known orders to the contrary in that regard. We have demanded from the aforesaid Bimilipatnam chiefs together, and Dormieux in particular, a clear and satisfactory accountability of this, which on the 10th of this month was, among other matters of business, dealt with at our meeting. It is enough to make one faint to have to sit and transcribe almost verbatim from sufficient or insufficient representations, but Right Honorable Sirs, what credit is to be given to the main substance of that defense, namely that 86. bales of guinees were accepted in December 1790: in the confidence that they could have served for the new Demands, which they pretend not to have had at that time /: although they were already dispatched from here on the 24 November of last year :/, and that it should be attributed merely to an oversight that they did not inform us of it then and upon the discovery thereof, with other frivolous
Dutch transcription
45„ nog niet gearriveert: Had nu Simons, ter„ wijl hij de Boot verzond, maar de pre„ cautie gebruykt met een goed inlandsch vaartuijg, het geen gereed was, direct her„ waarts te zenden, of gelijk primo Septem„ ber reets is aangemerkt, zulks gedaan met pakken, die hij gereed had, toen de boot de laaste keer ofte den 27. Augustus met Arduijne steenen van Sadras is verzon„ den, hij had getoont overleg te gebruijken, en dat altans behooren gebruijkt te heb„ ben, wanneer we primo september voor„ noemt naar Portonovo en Sadras vice versa zodanige ordres afvaardigde, als bij Resolutie van Ult. o Augustus genoteerd staan, en toereykende waaren om, door het wachten na elkander om de gezegde Boot de schildpad geen ongelegen„ heijt of vertraaging in de afzending der Retouren te veroorzaaken, inzonderheijt wanneer de Boot, gelijk het geval is weder een de Eerste geteekenden hout 106 zig buijten verantwoording deswee gen. een lange reis had naar Portonovo, behalven dat onze ordres, om met elkander de Concert te werk te gaan, en te beredeneeren, hoe de retou ren best herwaarts te schikken, en op zijn tijd, hier konden zijn, bereets den 12e april 1791 nook is afgevaardigt, uijt wijzens Circulaire missive van dien datum ire Het valt zeeker ten uijtersten on aange„ naam U Hoog Edelheeden te moeten vermoey„ elijken met soortgelijke doleantien; maar de Eerstgetekende door dagelijksche zwaare arbeid en toezigt op den loop van Compag¬ 6. nies zaaken alles aanwendende om te zorgen dat het niet hapart aan de nodige tydige ordres, en recommandatien, betuygt met Leed„ weezen geen kans te zien U Hoog Edelhee„ den genoegen te geeven, Hoog Der zelver speciaale, en de generaale ordres van dE Compagnie, na Eed en plicht te konnen betrachten, indien men, in steede van oplet„ lend en actif te zijn, schijnt als daar te„ gen aan te werken, waar om hij verpligt is e met 4 113 nook wegt. de verkeerde ƒ 107 directie van zaaken te Bimilip=m 108 hoe sulx daar toe gegaan is, met de vereving der agterstal„ en door Leverancie is te verklaaren geen deel te konnen neemen aan eenige verantwoording wegens de nadeelige gevolgen, die in het gedrag van de bedienden op Sadras en Portonovo leggen opgesloo„ ten. — Hier toe betrekt hij ook een door hem ter vergadering van den 15. aug„s bekent gemaak„ te ontdekking van een ten uijtersten mis leijdent gesoente door de Bimilipatnam„ sche opperhoofden, inzonderheijd den onder„ Koopman Johannes Marcus Dor¬ mieuse, die mits afwezigheijt van het opperhoofd Heshusius, te dier Kantoore, de directie van zaaken hadde. Toenmaals nagaande het getal van pakken in voorraad en waar op men tot den Handel voor dit loopende Iaar 1791. mogte reekenen, quam het den eerstgete„ kende specúlatis voor, in Steede van de maar nodige 113 pakken van Bimili„ patnam, door den aanbreng in het laadt van Junij wel 137. pakken, en dús, als het het ware 24 pakken meerder aan handen te ver den. Hier van bleek niets bij de Bimili„ patnamsche brieven, en bij de voorsz Aa tooning, liet het van agteren, klaarlijk zi aanzien dat men a dessein, bedekt heeft gehouden tot welk Jaar de Lijnwaaten behoorde daar bij, tot vereevening van het agterstal en liquidatie van den Handel voor De Zaak wierd dan 1791. opgegeeven. ter ordre van den Eerstgetekende onderzogt door den Negocie overdrager, en volgens het bericht dat hij van deeze Commissie indiende bleek het dat er effective 76. pakken te kort komen, te weeten op den Patriasche Eijsch voor 1791. een quantiteit van 48, en op de Indischen Eysch 4. ofte beiden de Eijsschen 52. pakken te min; daar en teegen buijten en boven dezelve 44. stuks voor Nederland en 32. voor India ofte 76. pakken als gezegt, in prejudicie van de Eijsschen zelve U Hoog Edelheeden zal dit nog F 109. onstichtelijker 4 455 nt daar op van hier is aan„ merkt. bediend:s zijn, voor hun ge„ 111. an aanspreekelijk gehouden onstichtelijker voorkomen, bevindende dat de e waarde van deeze 76 pakken Juijst, ten minsten zeer na bij uijtmaaken het bedra„ gen van het agterstal van 1790. te Bimilipatnam, dat men ons wijs ge„ maakt heeft met goede deugdzame sor„ tementen op de Eijsschen voor 1791. te zijn vereevert, en hoe dat nu ten eene¬ maal ter Contrarie uijtkomt. Wat ons aangaat: wij merkten het aan niet over een te brengen te zijn, met goede trouEed, en pligt, waar door een ieder aan de ECompagnie is verbonden, als pri„ veerende Haer niet alleen van de sorte¬ menten die zij op Haere Eysschen was verwagtende, maar tragtende Haer, in voldoening van Haer gesieert geld, te doen toekomen sorteeringen, die ten eenemaal onge Eijscht zijn, en dat niet tegenstaan„ de de daar omtrent zoo strictelijk be„ kende ordres ter Contrarie.— Wij hebben voorm: Bimilipat„ namsche zels bij verantwoording namsche opperhoofden te Samen, en Dor¬ mieux in het bijzonder hier van afgewoor„ dert een duijdelijke en satisfactoire verant„ d woording, welke den 10 deezer, onder anderen stoffer van besoigne onzer bij een komst ge¬ weest is. hunne noetige voorwind s 112. - Het is om te bezwijken om alles ge„ noegzaam woordelijk te moeten gaan zit„ ten overschrijven, uijt voldoende of onvoldoen¬ de representacien, maar Hoog Edele Heer ren wat Credict is 'er te hegten aan het hoofd zaakelijk van die verantwoording als waaren 86. pakken guinees in December 1790: aangenomen, in vertrouwen dat op de nieuwe Eysschen, die men voorwent toen nog niet gehat te hebben /: schoon ze den 24 November A. o p. o bereets van hier verzonden zijn:/ zouden hebben konnen dienen, en dat het enkel aan verzuijm, zoude zijn toe te schrijven dat men ons toen en bij ontdekking van dien 'er geen kennis van gegeeven heeft met andere nietige
English
457 113. the correction regarding the present matter is left deferred. trivial pretext, as can be seen in the annexed extract from the letters of the servants dated 14 September last. We take the liberty of requesting Your High Nobles the correction which Your High Nobles shall judge this conduct of Dormieux to deserve, in consideration of which will undoubtedly be brought to mind the complaint which we, see paragraph 218 of our latest general letter, were forced to make about him, and how he, as pointed out in paragraph 219, according to his letter of 29 December 1790 regarding the calculation transmitted therewith of the amount of the demands for 1791, even states that, since the amount of the arrears under the last of August prior, with the supply in October that followed upon this, came to amply equal the total of the demands, no further advance would therefore be necessary to satisfy the same, as the merchants, in deduction of this liability of theirs, Why and how many bales from there above the demand are being sent over. had already brought in for the amount of pagodas 7500 of the recently demanded assortments, under obligation to deliver the remainder as well by the last of January 1791 and to liquidate in full with the Company, so that he, Dormieux, hoped that by the last of February everything would be settled and handled as required. We shall, in order to avoid prolixity, 114. not repeat what further appears in the following paragraphs, nor even our request for forgiveness for Dormieux's error already committed at that time, but we believe we must still refer, on this subject, to what is found noted in our resolution of 12 April last concerning the excuse made by him regarding the delay of the settlement sent, without any mention having been found made at that time of that with which he now attempts to justify his improper conduct. Because, meanwhile, that stock of 76 bales 459 bales, above the demand for 1791, cannot remain lying here to serve, as Dormieux proposes, for the demands for 1792, since the greatest part is of the Homeland assortment, of which we moreover have not yet received the demand for that year, we resolved on 22 September, as they were already shipped in the vessel De Zeebouwer alongside the other bales, to dispatch the same with that vessel to the respected disposal of Your High Nobles as above and beyond the demand, by separate invoice, calculated at the sum of f 29018. 8. Batavia. To fill the space that stands open here at the Paragraph 116. moment that we must close the letter, we have the honor briefly to show Your High Nobles that the Palicol suppliers, however much the preference for the demand for India was recommended to them after the last disbursement of money, nevertheless delivered 8 bales too few of the same and on the other hand seven bales more for the Homeland than was agreed upon in August. Of the Nagapatnam goods which Namboer Samie must deliver, 40 bales also remain behind due to the same disaster to which Portonovo and Sadras are subject through late shipment, so that, if one also counts those from both the aforesaid offices, and that from Jaggernaikpoeram—both because the sloop De Herstelling had a long, unfortunate journey hither, and going thither for the third time also had to turn back, and because no suitable vessel could be hired for the transport of the remaining bales—despite these fatal mishaps, fully 260 bales remained behind on the demands of 1791, and it thus turns out that, in satisfaction of the requisitions, no more than 681 are dispatched, namely: For the Homeland, India, together From Palliakatta: 194 bales, 62 bales, 256 bales From Nagapatnam: blank, 16 bales, 16 bales From Portonovo: blank, blank, blank Carried forward: 194 bales, 78 bales, 272 bales For the Homeland, India, together Carried forward: 194 bales, 78 bales, 272 bales From Sadras: 12 bales, 9 bales, 21 bales From Palikol: 108 bales, 19 bales, 127 bales From Jaggernaikpoeram: 140 bales, 60 bales, 200 bales From Bimilipatnam: 40 bales, 21 bales, 61 bales Together: 494 bales, 187 bales, 681 bales making, with the remainder which according to the separate invoices are above and beyond these demands, a quantity of 807 packages, instead of 1027 which we, not counting 2 sample chests, would have been able to dispatch had the bales from the South and the North not remained behind. Concerning which we shall have the honor on a further occasion to report what more is to be communicated, with the news to be expected of how matters turned out with those bales in the foul weather. Sale. Bad prospect in the sale of arrack. Your High Nobles' respected remark in paragraph 34 of the rescript that the profit of 43 1/4 percent on the arrack in current Paragraph 117.
Dutch transcription
457 113. de Correctie der weegenword ngedefereert gelaaten. nietige voorwend zelf te zien bij het hier nevens leggende Extract uijt der bedienden Letteren van den 14. e September Iongstleeden. O Wij neemen de vrijheijt van U Hoog Edel„ heeden te verzoeken de Correctie, welke Hoog dezelve oordeelen zullen dit gedrag van Dor¬ mieux te verdienen, bij over weeging van het welke ongetwijffert herdragt zal worden de klag¬ te welke wij vide par: 218. van onze Iongste generaales brief genoodzaakt geworden zijn over hem te doen, en hoe hij gelijk par: 219. word aangeweezen, volgens zijn Schrijven van 29 e xber: 1790. omtrent de daar neven overgezon„ den bereekening van het montant der Eijsschen voor 1791. , zelfs op geeft, dat, daar het bedra„ „gen der Agterstallen onder ult=o Aug„o bevoo„ „rens, met de hier op gevolgde verstrekking in „ October het beloop der Eijsschen ruijm „ quam te evenaaren, er dus ter voldoening „ van dezelve geen verder verschot zoude no„ „dig zijn dewijl de kooplieden in mindering ƒ „van deeze hunne schuldige verantwoording, bereets „ waerom en hoe veel Pakken van daar boven den Eijsch tan overgaan. „bereets voor pag: 7500. hadden binnen gebragt „van de Iongst gevorderde sortementen, onder „ verbintenis van met ultimo Ianuarij 1791 „het overige meede in te leeveren, en met de „ Compagnie ten vollen te liquideeren, zulks „hij Dormieux hoopte dat tegen ultimo „ februarij, alles in den band gebragt, en naar „verEijsch zou gehandelt zijn. — Wij zullen, ter vermeijding van wijdloopig 114. heijt niet herhaalen het geen verder voorkomt bij de volgende parg: 1. ons verzoek zelfs, om vergiffenis van Dormieux's toen reets be¬ gaane misslag, maar we vermeenen ons, ten su„ jette, nog te moeten betrekken, tot het geen aangeteekent word gevonden bij onze Resolutie van den. 12. ' April Jongstleeden over het door hem Gemaakt Excus wegens het delaij der gezondene afreekening, zonder dat men toen mentje gemaakt vind van dat geen, waar meede hij thans zijn onwestig gedoente tragt te regtvaardigen. Wijl onder tusschen die voorraad van 76. pakken 459 pakken, boven den Eijsch voor 1791. hier niet konnen blijven leggen om gelijk Dormieux voorstelt, ze te laaten dienen op de Eijsschen voor 1792, daar het meesten gedeelte Patriasche sorteering is, waar van wij ook, buijten dat, den Eijsch om dat Iaar, noch niet ontvangen heb„ G ben, zoo hebben we den 22. ' September gere„ solveert, om, gelijk ze reets in het schip De zeebouwer, nevens de overige pakken inge„ scheept waaren dezelve met dien bodem te verzenden ter g'eerde dispositie van u Hoog Edelheeden als boven en buijten den Eysch bij aparte factuur, ter somma van ƒ29018. 8. — Batavia aangereekent wordende. Om het vak dat hier open staat op het § 116. oogenblik dat wede brief moeten afsluijten aan te vullen hebben wij de eere uw Hoog Edelhee„ den kortelijk te vertoonen dat de Palleakat„ sche Leveranciers, hoe zeer hen ook na de laaste geld verstrekking de preferentie voor den Eijsch voor India is aanbevoolen, egter van dezelve 8. pakken te min en daaren tegen Pro pro patria zeven pakken meer hebben ge„ leevert, als de afspraak in Augustus geweest is. Van het Nagapatnamsche goed, dat Namboer Samie moet leveren, blijven door het zelve desaster waar aan Portonovo en Sadras door te laater afscheep subject is, ook 40. pakken te rug, zoo dat, als men die van beiden de evengem: kantooren meede reekent, en het geen van Iaggernaijkpoeram, zoo om dat de sloep De Herstelling een lange ongeluckige herwaards reijze gehad heeft, en voor de derdemaal daar na toe gaande ook te rug heeft moeten keeren, als om dat er geen be„ quaam vaartuijg te huur is te krijgen geweest ter afvoer van het restant pakken, niets deeze fatale toevallen op de Eysschen van 1791. wel 260 pakken te rug zijn gebleeven, en dus uijtmaakt dat, in voldoening van de petitien niet meer dan 681. worden verzonden, teweeten 2 voor 't Patria, India samen Van Palliakatta . - - - - - - - dak 194. p:s 62. p:s 256. –. „ Nagapatnam - - - - - - - - - „ —. „ 16. „ 16. —. „ Portonovo - - - - - - - - - „ —. „ —. „ —. —. Transporteere Pak: 194. p:r 78. p:s 272: —. Voor P:r Transpor t:re legte voor uijt sig in den ver„ koop van arwak 't Patria India saemen, 194. p:ks 78. p=k 272. –. van Sadraspm Palikol. . . . . . . . „ 108: „ 19. „ 127. –. Iaggern. . . . . . . . . . „ 140. „ 60 „ 200. –. 1 Bimilip. . . . . . . . . „ 40. „ 21. . „ 61. —. Te saemen P=lem 494. p=len 187. J ten 681. maekende met de overige welke volgens de afzon¬ derlijke factuuren boven en buiten deeze eijsschen zijn een quantiteit van 807: volumes, in steede van 1027. die we ongereekent 2. monster Keko„ jes zouden hebben konnen verzenden waren de Pakken van de Zuid en de Noord niet agterge¬ bleeven. - waar van wij het geen derweegen meer¬ der valt 't berichten met de te verwagtine tijdingen hoe het met die pakken in het slordig weer is afgeloopen, de eere zullen heb„ ben bij nadere Occagie voortedragen. — . . . . . . „ 12 „ 9. „ 21. —. Verkoop. U Hoog Edelheeden geeerde aan„ merking bij par: 34. van de rescriptie dat de winst van 43¼. prCento op de Arak § 117. in „ 9 Cte 6:
English
in itself is poor, and not sufficient, weighs heavily upon us. We find ourselves, notwithstanding the tender made pursuant to the resolution of 24 August last to dispose of 243 leggers to whoever, by sealed bid, offered the most and proposed acceptable terms of payment, still encumbered with the entire quantity brought by De Zeebouwer. This is because, as can be investigated most precisely, a great deal of arrack remains in stock in Madras through private imports from Batavia and Ceylon, besides the fact that such an ample quantity is imported from the distilleries in Bengal for the army, that we do not know whether we will even obtain the previous price upon sale, no higher than 25 pagodas per legger having been offered thus far. Therefore, the presence of large armies in the field offers us, for the present, little or no prospect of a more favorable sale, as also regarding all other articles of trade. It is with this, and with all other articles of trade here on Coromandel, and probably throughout the entire west of India, currently in such a state that one must adapt to the times, and cannot make such stipulations or calculations of considerable advances on merchandise as in those days when this coast flourished. Inconstancy and volatility are the lot of commerce throughout the entire world, and to this we attribute the fact that in the past year the powdered sugar and coffee beans still lay unsold at the dispatch of the October letter. The market rises and falls, so that whereas in December 1790 sugar, which was then to serve as a supplement for what otherwise would have had to be furnished in cash upon the contract, could not be demanded at a higher sale price than 12 pagodas per bhaar, this time the received consignment fortunately went off hand at 14½ pagodas per bhaar, yielding an advance of 64 percent, as the decision thereto is found noted in the resolution of 19 August, whereby the poor state of trade is confirmed. The poor success of the public auction held on 15 January of this year, upon which Your Excellencies' reflection fell according to paragraph 36 of the rescript, was certainly to be foreseen. Nevertheless, we were obliged to have a public auction held, to confirm our reports regarding the prices, and to remove the suspicions under which they had been brought, which was the reason merely to see what was to be expected this time from holding a public sale; presuming, with due respect to Your Excellencies' correction, to assert that toward this part of the Company's service and interest, anyone's mercantile knowledge contributes little or nothing, since regarding the principal commodities one is bound to prices which, if one wishes to keep oneself free from troublesome and sometimes unacceptable demands for justification, cannot be exceeded at a public auction of the goods. Thus, the public auction and withholding provide the most indisputable conviction and proof regarding the precariousness of the times, the prospect of improvement whereof is so far off, that, by nonetheless expecting considerable profits on the commodities and generally failing to adapt to these distressing times, it will soon become nearly impossible to hit any mark properly. The brief account that we are to make here concerning the course of trade since our latest respectful reports will further show Your Excellencies how the hope of more favorable circumstances is no basis, if one wishes to continue trading, for not adapting thereto and abandoning stipulations of prices and advances that were good when everything flourished, but that currently, in addition to the outwitting of the Company by reckless competitors, being undermined and harmed in important commodities, temporizing for improvement, respectfully speaking, makes the remedies as bad as the malady itself, caused by the daily prices of copper and cloves. We are therefore bound in conscience respectfully to serve Your Excellencies with our considerations, in order to show that, supposing the possibility presents itself to vend the cloves, alongside the nutmegs and mace, at a higher price than the approved rate of up to 400 pagodas per bhaar, although this is utterly improbable, and that with even more difficulty, not without apprehension of defective delivery, the Japanese bar copper might be made palatable to the merchants or suppliers of textiles at 80 pagodas per bhaar, herein lies nothing other than the utmost inconvenience. This is because copper, as noted in the resolution of 20 May last, remains steadily at 70 to 71 pagodas, for which it cannot be vended for cash unless by chance in single small parcels, while cloves fetch no more than 360 or 365 pagodas, and since both must serve in place of ready money burdened with the customary high advance, or become an interest-free capital if one, at those high prices,
Dutch transcription
in zig zelfs schraal, en niet toereikende is, heft ons zeer Wij vinden, onaangezien de gedaane uijtlooving volgens besluijt van den 24. augustus tim Jonstleeden om 243. Leggers afte staan aan den geen die, bij beslooten biljet, het meeste bood, en de aanneemelijke Conditie voor stelde ter be„ taaling, ons als nog, geembarrasseert met de per De Zeebouwer aangebrachte geheele quan„ titeit, en zulks door dien gelijk ten naukel„ rigsten kan na gevorscht worden, en te Madras, door den particulieren aanvoer van Batavia en Ceijlon nog een meenigte Arak in voorraad legt behalven dat door de brande„ rijen uijt Bengale, voor de Arme, een zoo ruime quantiteit aangevoerd word, dat we niet weeten of we de voorige prijs, bij verkoop wel obtineeren zullen, zijnde er tot nog toe niet hooger dan 25. pagoden voor de Legger gebooden, dus het te veld staan van groote Arméën weynig of geen voor uijtzigt tot een len van 463 tus item omtrend alle andere artiou„ len van Negotie een favorabeler debiet, voor als nog, aan ons komt op te doen. Het is daar meede, en met alle andere articulen van Negocie hier op kormandel, waarschijnelijk om de gansche west van In¬ die, thans zoo gestelt, dat men zig schik„ ken moet na de tijd, en zulke bepalingen of Calculatien van aanzienelijke advancen op de Handelwaeren niet kan maaken, als in die dagen, dat deeze kust floreerde. on„ gestadigheijt en wissel valligheijt is het tot van den koophandel door de geheele weereld, en daar aan attribueeren wij dat in anno passato de poeder suijker en koffij boonen, bij het afgaan van de October brief nog on„ verkogt lagen. De markt rijst en daelt, zoo dat daar in xber 1790. , de suijker, die toen moest dienen tot supplement van het geen anders, op de Aanbesteeding in kon„ tant gefourneert zou moeten worden, tot geen hooger hreft waar door de slegte staat diswan„ dels bevestigd word hooger verkoop prijs als 12. Pagoden de B3 haer was te demanueeren, ditmaal de ontvangene partij per geluk, van de hant is gegaan tot 14½. Pagoot de Bhaer, geevende 64. p„r C„to advans, gelijk daar toe het besluijt ter Reco„ lutie van den 19 e. Augustus word aan getekend gevonden. — Het slegt succes van de op den 15. Janua¬ rij deezes Iaars gehoudene vendutie, waar op volgens §36. van de rescriptie, U Hoog Edelheeden reflexie gevallen is, was zeeker wel te voorzien. Nogthans waaren we verpligt een publicke opveiling te laaten doen, ter bevestiging van onze berichten wegens de prijzen, en om de verdenkingen, waar onder die gebragt waaren, uijt den weg ruijmen, het welk de reeden is geweest om enkel eens te zien, wat er ditmaal, van een publiek te houden verkoop was te wachten vermeenende, onder eerbiedige Cor„ rectien 463 rectie van U Hoog Edelheeden, te mogen be„ weeren, dat tot dit gedeelte van 'sComp„s dienst en belang iemands mercantile kundigheijd, weij„ „nig of niets Contribueert, nademael men we„ gens de voornaamste koopmanschappen be„ paalt is aan prijzen, die, wil men zig vrij houden van moeyelijke, somwijl - on aannee„ melijk voorkoomende verantwoordingen, bij publieke opveiling der goederen niet konnen worden te buijten gegaan, zoo dat de publie„ ke op veiling en aanhouding de indisputa„ belste overtuijging en bewijzen opleeveren no pens de zorgelijkheit des Tijds, waar van het voor uijt zicht tot verbeetering zoo ver af is, dat, met des onaangezien, aan zienelijke winsten op de koopmanschappen te verwag„ ten, en zig, over het algemeen niet na die droevige tijd te schikken, het haast ondoe„ nelijk zal worden om eenig doelwit wel te ƒ tressen. Het kort verslag dat we wegens den 8 ongeleegentheijd door de §129. daage prijsen van koperen nagulen veroorsaakt den loop des Handelo, zeedert onze Iongste eer„ biedige berigten, hier staan te doen, zal U Hoog Edelheeden nader doen zien, hoe de hoop op gunstiger omstandigheeden, geen fundament is, om, indien men Conti¬ nueeren wil handel te drijven, zig, daar na¬ niet te schikken, en afte zien van bepaaling gen van prijzen en advancen, die goet waar¬ en toen alles floreerde, maar dat tegenwoor„ dig de Compagnie behalven de verkloeking door onbezuisde Competiteuren, in gewigtige articulen onderkroopen en afbreuk toege„ bracht wordende, de temporisatie ter verbeetering eerbiedig gesprooken, de remedien zoo erg maaken als de quaale zelve. Wij zijn derhalve in gemoede verkligt, U Hoog Edelheeden eerbiediglijk te die CP nen van onze Consideratien, ten eijnde te doen zien dat, gestelt de mogelijkheijd zig opdoet om de Nagelen, nevens de Nooten en foelij F 462 foelij, te verdebiteeren tegen hooger prijs als de geapprobeerde tot 400. pagoden de Bhaar, Schoon dit ten eenemaal onwaarschijnelijk is, en dat met nog meer moeijte, niet zonder bedenking van gebrekkige leverancie, aan de kooplieden of te Leveranciers van Lijnwaaten, het Iapansch staafkoper tot 80. Pagoden de Bhaer, mogt konnen worden smaakelijk gemaakt, hier in niet anders, dan de uijterste ongelegenheijt legt opgeslooten om dat het koper, gelijk ter re„ solutie van den 20 ' Meij I. o Leeden aangetee¬ kend staat, bestendig blijft op 70. â 71. pa„ goden, waar voor het pro Contant, niet is te verdebiteeren of het moet toevallig, bij enkele kleene partijtjes zijn, terwijl de Nagelen niet meer haalen dan 360. of 365. pagoden en daar het een en ander moet dienen in steede van gereet gelt bezwaart door het gewoone hoog advans; of een renteloos kapi„ taal word, indien men 'er tegen die hooge prijzen
English
Profession of duty regarding trade Section 121. prices cannot be lowered, there is in addition the expedient of money negotiations to satisfy the demands for return cargoes, which is particularly harmful because of the interest, whether high or low, as the goods must be charged with it. Foreigners, on the other hand, do not look so narrowly for profit in the sale of their copper; on the contrary, they lose as much as 50 percent on the purchase price, and to undercut us, they sell it 12½ percent cheaper than we, willy-nilly, demand for ours. Your Right Excellencies will please consider favorably the influence of the different methods of trade on the course and advancement of affairs, which sooner or later will show their detrimental consequences. To further convince Your Right Excellencies, we need not detain you with any long-winded narrative; what we have said 165 What has been negotiated regarding the sale with the offices is found in the resolutions and letters. Section 122. has been examined most accurately and found to be true and veritable. We solemnly testify to keeping our oath and duty before our eyes, and thus must seriously declare that we see no chance of being able to advance the sale of Japanese bar copper at the price of 80 pagodas, to such an extent that one might thereby make up for the lack of other more available funds. We request once again most urgently that the selling price may be set equal to that which is public and can be inquired about everywhere. What a detailed description it would give if we were to repeat here, as if word for word, what appears so extensively and clearly in our resolutions: namely, the trouble taken to make up for the deficiency of cash for the respective contracting businesses, both here and at the subordinate offices, by means of copper and cloves. What requisitions, what recommendations, and how many different orders have not been sent off, especially to the offices to the North, in order to dispose of the copper at the Company's price, as the foreigners partition it out. How tedious and how distressing it would be for the weighty deliberations of Your Right Excellencies to see repeated here once again complaints from the North and South about losses on the supplies of copper and cloves, especially since these grievances during purchase could not remain unmentioned, besides the fact that, on account of this fatal state of affairs, we can provide no clearer idea to Your Right Excellencies than what our resolutions serve to show. As far as Sadras and Portonovo are concerned, the allocation of quotas to promote the collection in both appears from the resolution of 12 April, and the complaints about accepting them are to be found there or in the letters. In those of 13 and 29 April, 7 May, and 20 July, remarkable particulars occur, received from Jaggernaijkpoeram, among others that cloves per bhaer of 480 lb are worth no more than 300 M.D.B. pagodas, for which the 3600 lb, which according to the decree of 29 April had been ceded to the Palikol merchants, were sold at Jaggernaijkpoeram. There was no demand for Japanese copper, even if one were willing to let it go for 60 pagodas per bhaer, while the suppliers refused to take it for 50 pagodas, even if they could have it entirely converted into dabboes, regarding which the previously offered sale, as if that could be done, suddenly collapsed, and that mainly because of the difference in the price of the same per pagoda, or according to the rate of exchange, which, due to the machinations of the foreigners, has no stability, but is constantly subject to change, to our disadvantage and considerable inconvenience, so that the difficulties do not seem remediable, unless it might graciously please Your Right Excellencies to reflect upon what is fully admitted by both Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam: that if the Company would be pleased to content itself with 125 percent on its copper, an opportunity would then be found to make the dabboes circulate better than those of the foreigners. For, according to the note provided regarding this from Jaggernaijkpoeram and appearing in the resolution of 20 July, the English supply the copper to their merchants at a loss of 24 to 25 percent on the calculated amount, adding silver species to it, the copper coming to 180 Rupees per baer or 50: 20 3/16 N.N. Pagodas, so that the Company, being satisfied as said with 125 percent, would still enjoy 62: 13 5/8 N.N. Pagodas per baer, and the foreigners, in profit alone, would fall short by 23 percent, not counting the loss on the European price, which, if taken with the difference on the sale, comes close to half a capital, and consequently their copper trade could genuinely be weakened Why no decision has been taken on this here Section 123. weakened if one, with circumspection, thought fit to put those glasses on their nose, for we acknowledge with the officials that introductions of that nature are just as dangerous as it would be difficult to change them later again to the best advantage, being the clearest proof of the perilous influence that the badness of the times has on the course of affairs. We have therefore thought fit to await the honored pleasure of Your Right Excellencies concerning the setting of a price on the copper upon sale and coinage, and only note here further that in Madras, the price of the first sort of English copper per bair is 62 to 66 pagodas, the second sort 53 and 55 pagodas, and Danish copper, just like Japanese, 68 to 70 Pagodas. We
Dutch transcription
Betuiging van pligt betrug„ § 121. ting in den handel prijzen niet af kan komen, zoo komt daar nog bij het hulpmiddel der geld negociatien om de Eijsschen van retouren te voldoen, althoor schadelijk wegens de rente het zij hoog oflaag„ wijl de goederen daar meede behooren te worden belast. De vreemden daar en teegen zien in den debiet van Haer koper, zoo nau op geen winst, ter Contrarie ze verliezen wel 50 pro Cento op de inkoops prijs, en ze staan het, om ons ondersteek te doen, 12½. pr Cento bee„ ter koop af als wij goet of quaat schiks, be„ dingen voor het onze U Hoog Edelheeden ge„ lieven zelve goedgunstiglijk te Considereeren de influentie van de verschillende Handel„ G wijs op den loop en bevordering van zaaken, die vroeg of laat haare nadeelige gevolgen ver„ loonen. etve Gl n Wij behoeven u Hoog Edelheeden ter verdere overtuijging niet opte houden met eenig langwijliger verhael; Het geen we gezegt hebben 165 het verhandelde nop:s dan 6122. erkoop met de komptoiren „evinden bij resolutien en prieven hebben, is ten naukeurigste onderzogt, en be vonden waar en waaragtig te zijn. We be¬ tuijgen plechtiglijk onze Eed en plicht voor oogen te houden, en dus serieuslijk te moe„ ten declareeren van geen kans te zien den debiet van Japansch staafkoper na de prijs van 80. pagoden te konnen bevorderen, in die ruijmte dat men daer noor kome te suppleeren het gebrek aan andere gereeder financien. Wij verzoeken nogmaals zeer instantig dat de verkoops prijs egael gestelt mag worden, met die publiek is en over al kan nagevraagt worden. Wat een omstandige beschrijving zoude het niet geeven, indien we in deeze, als van woord tot woord, herhaalde, het geen zoo breetvoerig en duijdelijk voorkomt bij onze Resolutie en, de aangewende moeyte namelijk om door koper en Nagelen te Suppleeren het ge brekkige aan kontant tot de respective Aan bestee ren adel„ zaaken, aanbesteedingen, zoo alhier, als op de onder hoorige kantooren welke requisiten, welke recommandatien, en hoe veele onderscheijden ne ordres zijn 'er niet afgezonden, in zonder heijt naar de kantooren om de Noort, ten eijnde het koper tegen Com=s prijs, 300 ter doen van de kant gaaen, als de vreemden het partiseeren — Hoe verveelend, en hoe verdrietig zoude het voor de, gewigtige besoignes van u Hoog Edelheeden niet zijn, hier al weder gerefeteert te zien klagte van Noorden en zuijden over schaade op verstrekkingen van koper en nagelen, ter meer die bezwaaren onder den inkoop, niet onaangevoert heb„ ben konnen blijven, behalven dat we wegens deze fatale toestant, geen klaar der ide aan u Hoog Edelheeden konnen suppediteeren, dan het geen onze Reso„ lutien komen aan de hant te geeven, wat Sedras Sadras en Portonovo aangaat, blijkt de toedeeling der quotums ter bevordering van den Inzaam aan beijden bij Reso„ lutie van den 12. April, en de klagten over het aanneemen van dezelve, zijn al„ daar of bij de brieven te vinden Bij die van 13. en 29. April, 7e Meij, en 20. Julij komen aanmerkelijke bij zonder heeden voor, bedielt van Iaggernaijk poeram, onder anderen dat de Nagelen de Bhaer van 480 lb niet meer gelt dan 300 M: D: B: pagoden, voor welke de 3600 lb, die volgens. arrest van den 29e April aan de Palikolsche kooplieden afgestaan waaren„ op Iaggernaijk poeram verdebiteerte wierden. - Na het Iapansch koper was geene vraage, al wilde men het tot 60 pagoden de bhaer laaten slippen, terwijl de leveranciers weijgerden om het voor 50 Pagoden aanteneemen, al konden zij sed zij het geheellijk in Dabboes laaten veranderen, waar omtrend de eerst gegee„ vene koop als of dat te doen zou weezen, zoo eensklaps ter nederplofte, en dat wel voornamelijk om het different der prijs van dezelve per pagoot, of na de Cours van de wissel, die, door het gewoel der vreemden, geen bestendigheijt heeft, maar gestadig, tot ons nadeel en aanmerkelijke ongelegenheijt, verandering is onderwor„ pen, zulks de zwaarigheiden niet schijnen te redresseeren te zijn, ten zij het uE Hoog Edelheeden goedgunstiglijk mogte behagen roflezie te slaan op het geen van Iaggernaik poeram en Bimili„ patnam beijden volmondig geavoueert word dat bij aldien de Compagnie zig geliefde te vreeden te houden met 125. percento op haar koper, en dan gelegen„ heijt te vinden zou zijn om de Dabboes, beter beter als die der vreemden te doen roulee„ ren, want, uijtwykers de derwegen van Iaggernaijk poeram gegeevene, en ter Resolutie van 20 Iulij voor komende annotacie verstrekken de Engelschen het koper aan haere kooplieden met een verlies van 24. â 25. percento op het aangerekende bedragen, zilvere specien„ daar bij voegende, komende het koper Rop=s 180. de baer ofte N: N: Pagoden 50: 20 3/16. zulks de Compagnie als ge„ zegt zig met 125 p=s Cento vergenoegende, nog genieten zoude N: N: Pag: 62: 13: 5/8. per Baer, ende vreemden, ingenot alleen 23. prCento zouden te kort schieten, ongeree„ kent de schaade op de Europasche prijs„ die als men zeneemt bij het verschil op den verkoop, digt bij een half kapi„ taal komt, en gevolgelijk Haer koper handel wezenlijk zou konnen ver„ flaauwen 1o waerom er hier niet op § 123: gedisponeerd is flaauwen indien men, met omzigtigheijt goedvond, haer dien bril eens op den neus te zetten, want wij bekenne met de be„ dienden dat introducten van dien aart eeven zoo gevaarlijk zijn, als het moeije lijk zou weesen om ze naderhant weder ten voordeeligsten te doen veranderen, als zijnde het klaarste bewijs van de hage kelijke influentie die de slegtheijd des tijds heeft op den loop van zaaken Wij hebben daar om goedgevonden afte wagten het geeerd welbehaagen van rE Hoog Edelheeden nopens het stellen van een prijs op het koper bij verkoop, en vermunting, en noteeren eenlijk hier nog dat te Madras, de prijs van het Engelsch koper eerste zoort de bair is pag: 62: â 66:, de tweede zoort pag: 53. en 55. , en het Deensche koper, even als het Iapansche 68. â 70. Pagoden. Wij
English
We therefore repeat once more our earnest and respectful solicitation to reduce, proportionally, the price of the Company's copper, in order to carry out the so highly necessary expedient for relieving the shortage of ready cash, as it is otherwise to be feared that trade will no longer be able to maintain itself; for the complaints are too general, although the slight sale that Palikol was able to make of dabboes through issuance against deliveries up to 80 pagodas the bhaar, against the inclinations of the buyers, leaves some hope that, if only some other money can be added to it, one will indeed achieve the objective of making dabboes circulate in the north in general; adding further hereto the proposal of Bimilipatnam, received on the ultimo of August last. Section 124. Proposal from Bimilipatnam for the sale of the stock of sugar. Calculation of what the copper, yielding 125 percent in money, gains, in contrast to the loss upon retaining or laying over, per bhaar, amounting yearly to 20¼ percent. We believe we can conclude this chapter, both by referring generally to the Resolutions themselves and by requesting the esteemed attention of Your Right Excellencies for a moment to what appears under that of 7 July last for the further unraveling of the mystery surrounding the pressure exerted for the expansion of Inzaam and the transmission of further demands by the servants of Bimilipatnam, paragraph 103, namely in that way to seek to dispose of the remainder of powder sugar, because of the large and poorly reasoned demands still on hand; although attempts are made to demonstrate otherwise to us, and the second Dormieur believes he can maintain that he is not liable for the unexecuted order of 30 October 1790 to let the sugar go for 12 pagodas, which he then believed could be made for it, now adding by way of explanation in his defense that, in mentioning that price, he had understood if the sugar could have been furnished against deliveries, since there was no possibility of disposing of it for cash payment, as was the case with all other articles of trade. He therefore requested that the decision which lay to his disadvantage might be altered in his favor. However, the remaining and most recent considerations regarding this lot of sugar have caused us to decide respectfully to leave the decision on this deferred to Your Right Excellencies. Section 125. Offer of 4 bars of Danish copper, and to what end. For the further conviction of Your Right Excellencies concerning the undermining of our copper trade by foreigners, we take the liberty of adding to the annexes of this letter four bars of Danish copper cast in the shape of the Japanese kind, sent to that end to the first-signed by the chief of Jaggernaijkpoeram under the transmission of this letter, while the directive regarding this on behalf of the Company is still awaited. Section 126. Arrears. This main chapter is a most troublesome subject. We have already been very extensive concerning it under the ultimo of February, and we will not be able to state in few words at this time what has occurred and been dealt with regarding it since then in our Resolutions. Section 127. Clarification regarding the posted security for the Jaggernaijkpoeram debts is demanded from there. Under the arrest of 7 March there appear first the reports of the chiefs regarding the findings concerning the securities posted by the debtors, and the informalities committed therein, whether through ignorance or other causes; to redress and further explain the errors, we thought it best to send an extract from our resolution of 21 January to Jaggernaijkpoeram, with orders to note in the margins thereof the defects that appeared in the execution of the orders of October and December previously, and to insert these marginalia into one of the letters. Section 128. Particulars and serious disposition regarding this. Section 129. Among which the requests of De Ravellet and of Van Someren. At the meeting of 13 April various other particulars came forward, of which some have already been partially cited here above under sections 175 and 183, and the others, taken generally, denote nothing other than that every possible effort has been made, directly and indirectly, to make this affair odious and of such an appearance that nothing other than very serious dispositions must arise from it. Among these, besides the arrangements of the commissioners Heshusius and Schliephaken concerning 78 packs belonging to the debtors, and of some loose or rejected linens that were on hand at the warehouses, there was also included the contents of two petitions from the former Jaggernaijkpoeram seconds De Ravellet and Van Someren, to which was annexed for the latter an inventory, under offer of oath regarding his possessions, and by De Ravellet was annexed for security a bond of Trewingalam, together with an account of what was due to him as a balance from the estate of the merchant Hartman at Batavia, to the amount of 752.35 rixdollars, declaring that, having made preparations for his voyage home, he was unable to provide anything more as security; the chiefs showed that the bond of Trewengalam, amounting to 260 pagodas, would fall due under the ultimo
Dutch transcription
425 Wij herhaalen derhalven nogmaals onze ernstige eerbiedige sollicitatie, om na rato, de prijs van sComp=s koper te willen matigen, ter uijtwerking van het zoo hoog noodig expedient ter vervulling van het gebrek aan den gereeden penning, als zijn„ de het anders te vreezen dat den Handel niet meer zal konnen rond staan, want de klachten zijn te algemeen, schoon ook den weijnigen debiet die Palikol van Dabboes door verstrekking op leveran„ tie heeft konnen maaken tot 80. pago„ den de bhaar, met tegenzint van de koopers eenige hoope over laat, dat men„ zoo er maar wat ander gelt is bij te voe„ gen, om de noort in het generaal, het oog„ merk om dabboes te doen rouleeren, wel zal bereijken, voegende overigens hier bij de van Bimilipatnam, op ulti„ mo augustus I=o Leeden ontvangene be„ P voorstel van Bimilep:m 124. tot vertier van de voorraed suijker bereekening van het geen het koper 125. p=r Cento geevende in gelde wint, in tegenstelling van het verlies bij het aanhouden ofte overleggen, per bhaer„ Iaarlijks uijtmaakende 20¼ pr Cento Wij vermeenen dit Chapiter te kon„ nen besluijten, zoo met ons generalijk tot de Resolutien zelve te refereeren, als om de geeerde attentie van u Hoog Edelheeden nog een oogenblik te ver„ zoeken op het geen voorkomt bij die van den 7. Iulij J=o leeden ter verdere ontwikkeling van het misterieuse in den gedaanen aandrang om uijt brei ding van Inzaam, en toezending van nadere Eijsschen door de bedienden van Bimilipatnam, par: 103. namelijk om op die wijs te zien aftekomen van het Restant poeder Suijker, uijt hoofde van 422 van de groote en qualijk beredeneerde Eijsschen nog aan handen; schoon men ons dat, anders tragt te demonstreeren, en de secunde Dormieur vermeent te konnen bewaaren, niet aanspreekelijk te zijn voor de niet uijtgevoerde ordre van den 30: 8ber: 1790. om de suijker voor 12 pagoden, welke hij toen vermeende er voor te maaken te zijn, te laaten gaan voegende er, ter zijner verontschuldiging, nu tot explicatie bij, dat hij, met het be„ hailen van die prijs; verstaan had, in„ dien de suijker op leverantie, had kon„ nen verstrekt worden, wijl er geen mo„ gelijkheijt was, om ze tegen kontant betaaling te verdebiteeren, hoedanig het ook geleegen was met alle andere articulen van Negocie. - Hij ver„ zocht derhalve, dat het besluijt, dat ten zijnen nadeele lag, in zijn faveur mogte verandert worden, Doch de overige en aanbod van 4 staefjes deensck ƒ 5. koper en ten wat eijnde en Iongste Consideratien over deeze partij suijker, hebben ons doen besluij„ ten om de decisie hier over met eerbied aan U Hoog Edelheeden gedefe reert te laaten Tot nadere overtuijging van u Hoog Edelheeden wegens de ondermeining van onze koper handel door de vreem„ den neemen we de vrijheijd onder de bij laagen deezes te voegen vier staefjes Deensche koper gegooten na de form van het Iapansche, den eerstgetekenden ten dien fine door het Jaggernaijk poeramsgh opperhoofd toegezonden onder de instel„ ling deezes, terwijl de aanschrijving daar van Comp:s weege nog word te ge moet gezien — naikt stelde soledngt det atoul 126: Agterstallen; Dit Hoofd-deel is een aller verdrue„ tigst 479. opheldering nofi: de ge 1127: stelde seekerheid voor de Iagger„ naikp:n schulden, is van daar ge„ vorderd „tigst onderwerp. Wij zijn daar over onder ultimo februarij reets zeer wijdloo„ pig geweest, en we zullen thans ook, in weijnig woorden, niet konnen zeggen, wat daar omtrend zeedert voorgevallen en verhandelt is bij onze Resolutiene Bij arrest van den 7. Maart komen het eerst voor, de berichten der opperhoof„ den, aangaande de bevinding der gestel„ de zeekerheeden door de Debiteuren, en de daar in, het zij uijt onkunde of ande„ re oorzaeken gepleegde in formaliteij„ ten; tot het redresseeren en nader Ex„ pliceeren van het erroneuse, oordeelden we best om Extract uijt ons besluijt van 21. Ianuarij te zenden naar Iagger„ naijk poeram, met last om de gebree„ ken, die zig op deeden in de uijtvoering der ordres van october en December be„ voorens, ter zijde van dien, aan te teeke„ nen d bijsonderheeden en sericuse §n 128: dispositie dien aangaende daeronder de versoeken van den 129. ravallet en van van someren nen, en met dieze marginalia bij een van de brieven te insereeren— Ter vergadering van 13. April zijn Ter verscheijde andere bijzonder heeden voorgekomen, waar van sommige hier voor 175. en s3:- reets gedieltelijk ge„ citeert zijn, en de andere over het al„ gemeen genomen, niet anders de notee„ ren dan dat men zich, direct en in„ direct alle mogelijke moeijte gegeeven heeft, om deeze affaire haatelijk, en van dien aanschou te maaken, dat er niet anders dan zeer serieuse dis„ positien uijt moeten voorspruijten — Onder dezelve zijn, buijten de be„ schikkingen der gecommitteerden Heshusius en Schliephaken over 78: pakken der debiteuren, en van eenige losse of uijtgeschotene Lijnwaa¬ ten, die bij de Pakhuijzen aan han„ den 484 den waaren, ook begreepen den inhoud van Twee requesten van de geweezene Jaggernaijk poeramsche secundens De Ravellet en van Someren, waarbij voor den laasten gevoegt was een Inven„ taris, onder presentatie van Eede no„ pens, zijne bezittingen, en door de Ravatlet, tot zeekerheijt, gevoegd wierd een obligatie van Trewinga„ lam, nevens een Reekening van het geen hem, per saldo was Competee„ rende uijt den boedel van den koopman Hartman te Batavia, ten em„ porte van Rijxdaalders 752. 35. –. , onder betuijging van, mits gemaakte pre„ paratie tot zijn t huijs reis, niets meer tot securituit te konnen geeven; De obligacie van Trewengalam groot Paq: 260. vertoonden de opperhoof„ den dat vervallen zoude onder ulti„ mo
English
month of August, but that he had not signed them, as not knowing whether he would indeed have cash in hand, showing himself prepared to pay them with goods; while both suppliants requested relief, declaring themselves no longer capable of anything: De Ravallet believed, moreover, to have already secured so much, that he could regard these pledges as superfluous, and had, furthermore, on 13 March, with the prior knowledge of the chief, departed by the snow Willemina from Iaggernaijkpoeram to Pondicherij to bring his sick wife there, and even to come hither, in order to make further representations for relief from the reimbursement. Both suppliants persisted that the debt of van Bijland to Baatsjoe Balla Ramaija, amounting to 1500 Pagodas, of which the bond was supposedly deposited at this Head Office, might serve in reduction of the debit of this supplier; in a word, Right Honorable Gentlemen, a multitude of meaningless arguments and offers which, had they not intended to vex us, ought out of shame to have been omitted, the more so as van Someren came to feign ignorance that the commotion at the office in anno passato is also his fault, which we, with the reasons thereof, have had put before him, under transmission of an extract from our resolution of 14 January of this year, when he, on account of those brought forward and proven accusations, was suspended, which was delivered to him, in order, when it should be necessary, to justify himself before Your Right Excellencies, with denial of his request for any maintenance from the Company's treasury; just as we also, for the reasons further cited in the resolution, have rejected the worthless securities offered by De Ravallet, and likewise denied his two-fold request: the first, to grant him during his forced stay, as a means of subsistence, Two Hundred Rupees monthly, under security for repayment, as something singular and out of the ordinary; the other, to be allowed as yet to enjoy one or another presenting opportunity by sea to depart for Ceijlon, Bengale, or Batavia, and prior to that time to be allowed to settle elsewhere on the Company's territory on this coast, as contrary to the request already denied him under 15 January 1791 and the order of the Lords and Masters sent to Iaggernaijkpoeram, adding the reasons why one was obliged, pending Your Right Excellencies' honored further approval, to let him remain at Iaggernaijkpoeram. We have also had Chief Eilbracht reprimanded for his imprudence in granting De Ravallet the cited departure to Pondicherij, since the abovementioned order of January stood against it, although one still hoped then that a man who boasts so much of his right would show no difficulty in returning and clearing himself of all blame before his authorities, when that should be required, but of which the contrary has since appeared. He has seen fit to absent himself, and to request the protection of the French; fruitlessly reclaimed, and therefore the Fiscal office being instructed to summon him on account of his said absence; and to proceed against him, De Ravallet, in such manner as Your Right Excellencies' order of 20 August 1753 indicates, just as that, along with what has been attempted up to the date of this order to make him come hither, is found recorded at length in the resolutions of 20 May and 16 June. As to our remarks made at the aforementioned meeting of 13 April regarding the desire of the aforesaid De Ravallet and van Someren with respect to the cited bond to the debit of van Bijland, we believe we can pass them over here, because besides that there is already stir enough concerning that sustained action, and that firstly at the meeting of 7 May 1791. Then we discovered, upon deliberation over the marginal reply of the Iaggernaijkpoeram chiefs to our aforesaid extract resolution of 21 January, inserted in their letter of 11 April, a damnable misleading of matters and circumstances regarding the occasion when the securities were supposedly provided by the debtors and a settlement was made with them under ultimo August 1790. All that could be repaired, we immediately had redressed; but for the rest, which is found not to have been handled as it ought to have been done, the former commissioners Heshusius and Schliephaken have been declared liable for the disadvantageous consequences that could result from this obscure conduct of business of their own, such as the failure of transfer of a bond pledged to the debit of van Halm by Dewarpa Kammaija and Sjekka Wenhet Ramaija, as we were made to believe, of which they could give no satisfactory account. The original creditor is nowhere to be found, and the whole affair of that pledging is no less suspicious than the cause of the quasi-debit of the two
Dutch transcription
mo Augustus maar dat hij ze niet had getekent, als niet weetende of hij wel contanten in handen zou hebben, toonende bereit te zijn die met goede„ ren te betaalen; terwijl de supplian„ ten beiden verzogten om ontheffing, betuijgende tot niets meer in staat te weezen: De Ravallet vermeende daaren boven zoo veel reets gesecuree te hebben, dat hij deeze onderpanden als overtollig kon aanmerken, en was daar en boven op den 13. Maart, met voorkennis van het opperhooft, per de snau Willemina, van Iagger„ naijk poeram naar Pondicherij vertrokken om zijn zieke vrou alda te brengen, en zelfs herwaarts te kor „men, tot het doen van nadere repre„ sentacien ter ontheffing van de vergoede De supplianten beiden hielden aan 483 aan dat de schult van van Bijland aan Baatsjoe Balla Ramaija groot 1500 Pagoden, waar van de obligatie ten deezen Hoofdkantoore zou zijn berus„ tende mogte dienen in mindering van den Debet van deeze Leverancier, in een woord Hoog Edele Heeren, een meenigte van niets beduijdende argu„ menten en presentatien die, hadden zij niet voorgehad ons te quillen, uijt schaamte, hadden moeten agterwegen blijven, te meer van someren zig ignorant quam te houden, dat de be„ roerte van het kantoor in anno pas„ sato, ook zijn schult is, het welk wij, met de reeden van dien, hem hebben laaten voorhouden, onder toeBending van Extract uijt ons besluijt van 14. Ja„ nuarij deezes Iaars, wanneer hij om die uijtgebragte en beweezene accusa„ tien tien is gesuspendeert, dat aan hem is af„ gegeven, om wanneer het nodig zoude zijn, zig bij u Hoog Edelheeden te verantwoorden, met ontzegging van zijn verzoek om eenig onderhout uijt Comp:s Cassa gelijk wij ook, om de verder bij resolutie aangehaalde reedenen, de door De Ravallet aangebodene nietige secu„ riteijten hebben van de hand geweesen, en meede ontzegt, zijn twee leedig ver„ zoek, het eerste om hem geduurende zijn genoodzaekt verblijf, tot een middel van bestaan, maandelijks Twee Hondert Ropijen toetevoegen, onder Cautie de restituende, als iets singuleers en buij„ ten den haek, het andere om als nog te mogen Jouisseeren van de een of ander Zich aanbiedende gelegenheijt ter Zee om naar Ceijlon, Bengale ofte Ba„ tavia te mogen vertrekken, en voor die 485 30: geschreven na Iagg: over raval„ itt vertrek. —. die tijd zig elders, op 's Comp:s territoer te dezer kuste terneer te mogen zesten, als strijdig met de sub 15. Iannuarij 1791. hem reets ontzegde instancie, en naar Iaggernaijk poeram gezondene ordre der Heeren en Meesters, met bijvoeging der reedenen waerom men verpligt was tot uw Hoog Edelheeden geeert na„ der goedvinden, hem op Jaggernaijk, poeram te laaten vertoeven Wij hebben ook het opperhooft Eilbracht laaten voorhouden, zig onvoorzigtigheijt om de Ravallet het aangehaald ver„ trek naar Pondicherij te accordeeren, daar er bovengem: ordre van Iannuarij tegen lag schoon, men toen nog hoopte dat en man, die zig op zijn recht zoo veel laat voorstaan, geen Zwaarigheijt zou toonen om te rug te komen, en zig te zuijveren van alle blaem, bij zijne overigheijt hoe verkeerd bevonden zijn & 137: de opgegevene seekerheeden voor de schulden overigheijt, wanneer dat vereijscht zoo worden, dog waar van zeedert het tegen deel is gebleeken. Hij heeft goedgevon den zig absent te houden, en de prot zie van de franschen te verzoeken; „vruchteloos gereclameert, en daarom het offici Fiscaal gedemandeert zijnde om hem wegens gem: zijne absentie in te dagen; en zodanig tegen hem De Ravallet te procedeeren, als u Hoog Edelheeden ordre van 20. Augu tus 1753. komt aan tewijzen, gelijk die met het geen er pro dato van deeze last getracht is om hem herwaarts te doen komen, in het breede bij de Resolutie van den 20. Meij, en 16. Junij word aangeteekend gevonden Wat onze, ter besoigne van 13. Apri voormelt, gemaakte remarcques be„ trest op de begeerte van voorsz: De Ravillet 487 Ravallet en van Someren, in op„ zigt der geciteerde obligatie tot laste van van Bijland, wij vermeenen die alhier voor bij te kunnen gaan om dat er buijten dat nog op schud„ ding genoeg over die gesustineerde ac„ tie voorkomt, en wel eerstelijk ter bij een komst van den 7. Meij 1791. Toen ontdekte wij bij deliberatie over het marginael antwoord van de Iag„ gernaijk poeramsche opperhoofden op voorsz: ons Extract besluijt van 21. Ia„ nuarij, geinsereert bij haere brief van 11: April, een Condimnabele misleij„ ding van zaaken, en omstandigheeden ter gelegenheijt dat de zukerheeden door de debiteuren gesteld zouden zijn en onder ult=o augustus 1790. , met hen is afgereekent geworden. —. Al wat te herstellen was, hebben we di„ rect. „rect laaten redresseeren; maar voorde het overige, dat niet behandelt word bevonden, gelijk het had behooren te ge¬ schieden, zijn de gewezene gecommit„ teerden Heshusius en Schliepha ken aanspreekelijk verklaart voor de nadeelige gevolgen die uijt deeze hunne eijgen dunkele directie van zaaken konde resulteeren, als daar is het defect van overdracht van eene door Dewarpa kammaija en sjekka wenhet ramaija, zoo als men ons heeft wijs gemaakt, te pant gegevene obligatie tot laste van van Halm, waar van zij geen beschiet wisten te geeven. De origineele Crediteur is nergens te vin„ kere ot den, en de geheele affaire van die ver„ dee panding is niet minder suspect, als de oorzaak der quasi debet van de het voorg twee
English
what occurred regarding a certain bond to the charge of van Bijland, which was involved in the provided security. Two aforementioned common persons, who have also pledged a warehouse, of which they could as little prove ownership as the consent of the owners to be permitted to pledge the building. The debt of the supplier of the blankets contained a restriction that it would be settled upon making further supplies, which one ought not to have, nor been able to count on, because according to the reform made, such supplies may not occur as long as the previous deliveries have not been settled. To return then to the claim against van Bijland, which is causing so much commotion: The hide had already been divided and the ox not yet slaughtered. Van Halm presented it as a credit in his inventory, made and delivered on 24 December 1790. De Ravallet and van Someren also asserted their right to it, as has already appeared, and Batsjoe Balla Ramaija claimed no less that it should serve in reduction of his debt. Meanwhile, when one examines what this Balla Ramaija reported concerning this bond to the chiefs of Iaggernaijkpoeram, and particularly that it was in foreign hands, not at the place where it belonged as a security of the Company; and when one considers therewith that all the following details, and especially where the bond actually was, have been kept concealed with the utmost care until one discovered the secret through compulsion; then it is not easily determined over which one must be more astonished: the conduct of the aforementioned commissioners, or the passion and violence that arose and was employed, both to remain in the unlawful possession thereof and to enforce that quasi-claim against the Company. Your High Honours, pleased to inspect the repeatedly mentioned Resolution of 7 May last, will find evident therefrom what van Halm, in whose unlawful possession this document was, dared to undertake when the first signatory had this bond requested of him by the secretary of our meeting. Not only indicating that this paper (a pledge of the Company, nota bene) remained with him for reasons of his own, but that he would not surrender the same except in reduction of the debts of the Iaggernaijkpoeram merchants, because otherwise he would be obliged to let the consequences resulting therefrom be for the account and responsibility of him whom he should find it to belong to, just as that answer, given in writing, is found inserted in the Resolution of 7 May. The first signatory thus found himself obliged, on account of this extremely surprising conduct of van Halm, to have him summoned in scriptis once again by the secretary, for four urgent reasons contained in that writing, demanding for the second time in the name of the Company the unlawfully seized bond, with the warning that in case of refusal thereof or further detention, he would be prosecuted over it, with protestation against all consequences to result therefrom. This second notice had the effect that van Halm, feeling his error, handed over to the secretary those papers, which are noted one by one in the repeatedly mentioned Resolution of 7 May and, according to their translation, stand inserted with other acts relating thereto. The whole edifice of this so strongly pushed claim to the charge of van Bijland, far from being a bond in forma, as had to be maintained from the mortgage deed of the pledger and other circumstances, was built on a very loose foundation; namely, a letter written by van Bijland, not to Baetjoe Balla Ramaija, but to that famous Triwengalam on 21 October 1789, requesting a bill of exchange of 2000 Pagodas payable at Madras, and a promise of approval of the agreement which his servant might come to make with him, Triwengalam, which he would consider as if he had done so himself. This servant, named Wengadassalam Poele, granted on 19 November 1789, not to Triwengalam, but to Balla Ramaija, an obligation stating that two bills of exchange had been granted by Triwengalam, one of 700 and the other of 800, or together 1500 Pagodas, which after the expiration of three months would be paid by van Bijland to Batjoe Balla Ramaija, and failing this, with 1 per cent interest. This measure, which Batsjoe Balla Ramaija had employed to obtain his payment from van Bijland, appears not to have succeeded at Iaggernaijkpoeram after the expiration of the stipulated three months, and to have had no effect at Madras either, where he also attempted to pursue his right. Thus the most immediate way seems to have been to foist this action upon the Company, and this is the true motive of the pledging done by him, although it then still remained a riddle why van Halm took these pledged documents into his own possession. Now it was up to us to judge whether these documents could serve in reduction of the debt of Baetsjoe Balla Rammaija. We found, firstly, that they do not constitute legal proof whereby van Bijland acknowledges owing the aforementioned 1500 Pagodas to Batsjoe Balla Rammaija; secondly, the document signed by van Bijland only dictates the request to Triwengalam for 2000 Pagodas, and a promise to confirm whatever his servant would negotiate with him, of which the approval is missing; whereby it became entirely doubtful to whom the furnished 1500 Pagodas belong, Triwengalam or Batjoe Balla Rammaija.
Dutch transcription
489 het voorgevallene omtrendsec „ „ 132 erkere obl: tot kiste van van Bijland, die in de gestelde seekerh.:t betrok„ ken wierd twee gemelde gemeene subjecten, die ook een Pakhuijsen hebben te pand gesteld, waar van zij almeede de Eijgendom zoo min hebben kun„ „nen bewyzen, als het Consent der eijgenaaren om het gebou te mo„ gen verpanden — Den debet der Leverancier van de Deekens had „ een restrictie, dat ze zoude ver„ eevent worden bij te doene nadere verstrekkingen, waar op men niet had behooren, of vermogen te ree„ kenen om dat mits de gemaakte re forme zulke verstrekkingen niet geschieden mogen; zoo lan„ ge de vorige afgaven niet zijn vereevent — Om dan weder te komen op de zoo veel gerucht maakende pre„ tensie tegen van Bijland, Men Men had de huid reets verdeelt en de os nog niet geslacht van Halm stelde ze als een Credit bij zijne Inventaris, maakt, en overgelevert den 24:' december 1790. —. De Raval„ let en van someren beweerden er ook haar regt op gelijk reets i gebleeken, en Batsjoe Balla Ramaija pretendeerde niet min„ der dat ze zou gelden in min„ dering van zijn de bet Ondertusschen, wanneer 1133. men nagaat wat deeze Bal„ la Ramaija nopens deeze obli„ gatie aan de Iaggernaijk poe„ ramsche opperhoofden heeft op„ gegeeven, en voornamentlijk dat Te was in vreemde handen, ergs niet 6 491 niet ter plaatze, alwaar zeals een securiteijt van de Compagnie behoorde, en als men daar bij over„ weegt, dat alle de volgende bij„ zonder heiden en voornamelijk waarde obligatie eijgenlijk was„ met de uijtterste zorgvuldigheijd zijn bedekt gehouden, tot dat men door dwang agter het gehum ge„ raakte, dan laat het zig niet wel bepaalen waarover men meer verwondert moet staan, het gedrag van voorsz: gecommit„ teerden, of de passie, en violen„ tie die gaande raakte, en te werk gestelt is, zoo om in het oneijge bezit daar van te blijven als om die quasi pretensie tegen de Compagnie te doen gelden— U Hoog ƒ U Hoog Edelheeden gelievende ƒ 134. in te zien de meermelde Resolutie van den 7. Meij Iongst lieden, zal daar bij blijken, wat van Halm bezit, dit stuk in wiens onwettig was, heeft durven onderstaan toen de Eerste getekende, hens die obliga¬ tie, door den secretaris van onze vergadering, liet afvraagen Niet alleen te kennen geevende dat dit papier (:een pand van de Compagnie notabene:/ om reeden bij hem beruste, maar dat hij het selve niet zoude afgeeven, dan in mindering van de schulden der Iaggernaijk poeramsche koop„ lieden, wijl hij in contrarie gevol„ verpligt zou zijn, de daar uijt re„ sulteerende gevolgen te laaten voor reekening en verantwoording van den 493 den geen, die hij bevinden zoude te behooren, gelijk dat antwoord, schriftelijk gegeeven, bij Resolutie van 7. Meij, word geinsereerd ge„ vonden —. De Eerst getekende wond zig dus verpligt wegens dit ten uijterste sur„ prenant gedoente, van Halm, andermaal te laaten sommee„ „ren in scriptis door den secreta„ „vis. om vier drangreedenen bij dat geschrift vervat, de onwettig gesaiseerde obligatie, in den naam van de Compagnie voor de tweede„ maal afEijsschende, onder waer„ schouwing van bij weijgering van dien, ofte verdere aanhouding daar over te zullen worden geactioneert met protestatie tegen alle hier 3135. uijt §136. Dit tweede Exploit was van dat Effect dat van Halm, gevoelen zijn ongelijk, den secretaris over„ . Cer handigde die papieren, welke, ee voor een bij meermelde Resolutie van 7. meij genoteerd, en volgens derzelver vertaaling, met andere daar toe relative Actas, geinseriet staan 3137. Het gansche gevaarte van deeze zoo sterk gepousseerde pretensie tot laste van van Bijland, verre va te zijn een obligatie in forma, ge lijk uijt het verband van den ve pander, en andere Circum stancier gesustineert moest worden, was ge sticht op een heer los fundament namelijk eene door van Bijlan uijt te resulteerene gevolgen. niet 495 niet aan Baetjoe Balla Ra„ maija maar dien fameuse Tri„ wengalam op den 21. October 1789: geschreeven brief tot verzoek om een wissel van 2000 Pagoden bi„ taalbaar te Madras, en een be„ lofte van approbatie der overeen„ komst, die zijn - Dienaar met hem Triwengalam quam te maaken dat hij zou aanmerken als of hij zulks zelfs gedaan had.— Deeze dienaar genaamt Wengadassa„ lam Poele heeft op den 19. Novem„ ber 1789. , niet aan Triwengalam, maar aan Balla Ramaija ver„ leent een verbandschrift, dat door Triwengalam, twee wissels waaren verleent, de eene van 700. , en de ande„ re van 800, ofte te samen van 1500. Pagoden, welke na verloop van drie maanden s maanden, door van Bijland, aan Batjoe Balla Ramaija zouden betaalt worden, en bij mancquement van dien met 1. p=r Cento interest Dit middel dat Batsjoe Ballan 1 138. Ramaija had aangewent om zijn betaaling van van Bijland te erdan„ gen, blijkt te Iaggernaijk poe„ ram, na verloop van de bepaalde drie maanden niet gevlot te zijn, en te Madras, alwaar hij zijn recht ook heeft trachten te vervol„ gen meede geen effect gehad te hebben, dus schijnt de naaste weggeweest te zijn de Com pagnie deeze actie opte draijen, en dit is het waare motif der door hem gedaane vor panding, schoon het toen nog een Rad zel bleef waarom van Halm deeze verpande stukken onder zig heeft geno: men. Nts 49 Nu stond het aen ons te beoordeelen 139. of deeze stukken, in mindering der se„ „bet van Baetsjoe Balla Ram„ „maija konden gelden. We bevonden voor eerst dat ze geen legael Bewijs uijt„ „maeken, waer bij van Bijlanderkent de voorsz: 1500. Pagooden aen Batsjoeijne Balla Rammaija schuldig te zijn, ten anderen zoo disteert het door van Bijland geteekend Tintief sch geschrift, E„ het verzoek aen Sirwengalam om 2000. Pagooden, en een belofte van te willen gestadigen het geen zijn Dienaer, met Htem zou verhandelen, waer van de approbatie mankeert, waer door het gehieel twijffelachtig wierd wie de gefourneer„ „de 1500. pagoden toekomen Triwenga„ „lam of Batjoe Balla Rammaija„ Van
English
van Bijland's servant had intended the burden; but a man so fertile in chicanery as van Bijland always had the exception of non-qualification to his advantage. In a few words, the entire security for the Company depended on the willingness or unwillingness of van Bijland, and his ability to satisfy Balla Rammaija; concerning which, if one were to accept this security, one would have to enter into an altogether doubtful lawsuit with him. § 140. We considered Batsjoe Boella Rammaija a fraud on account of withholding the true state of affairs, and judged that the aforementioned commissioners Heshusius and Schliephaken allowed themselves to be deceived by him. And if the Company had no other recourse against Balla Rammaija from these informal documents, we declared them responsible for the consequences and damages that might result from this, without prejudice to their recourse against van Bijland or against Rammaija himself, as they should see fit. § 141. After taking authentic copies and recording them into the resolution, we had the documents delivered to them in originali. Furthermore, we intended to proceed against those who must reimburse the same in order to settle the arrears as soon as an answer should be obtained to the orders to be sent, and previously sent, pursuant to the resolutions of 7 May for the recovery from the original debtors. For one could no longer delay with the assessment of so many fraudulent tricks as were coming to light in this matter along the way, and which could extend to infinity by dealing any longer with debtors who do not concern us, and whom, in reliance on integrity and honesty, it had been agreed should be pursued first. Whereof we likewise judged and resolved to abandon, upon learning the outcome of the order sent thither on 20 April according to the resolution of the 13th of that month, to proceed to immediate execution upon whatever might be found and recovered, without further meddling with the original debtors. § 142. On the aforementioned day of 7 May, we resolved to call to account the commissioners Heshusius and Schliephaken, whose conduct thwarted everything; summoning the first-named hither for that purpose in order to comply with this resolution together with the second, who was then present here on account of the Palikol Commission, providing them with the necessary extracts from our resolutions for that purpose. For to enter into correspondence with Heshusius on this matter appeared to render us unable to demonstrate the state of affairs in more detail to your High Nobilities by this time at the latest, besides the fact that the two of them could better examine and deliberate here together on the points for which they must account, rather than at so great a distance as Bimilipatnam. Heshusius was also on his way to Iaggernaikpoeram, but having arrived there in a very precarious condition due to the burning heat of the climate, we consented, as evidenced by the decree of 11 June, to the request presented on his behalf and confirmed by him in writing to be excused from the journey hither, declaring thereby that he would entirely conform in every respect with the accounting that Schliephaken could provide in the name of both. § 143. Before presenting the contents of that defense, it is necessary to set forth our decision regarding the packs and loose goods of the original debtors of Iaggernaikpoeram mentioned under paragraph 129, for which their account had been credited under the last day of August 1790 in order thereby to give the arrears, under that date, a lesser appearance. § 144. On 7 March we made that change here, such that 71 pieces of the said packs were transferred back to the account of the merchants, and were thereafter also relieved from the same to serve in reduction of the petition on the Homeland Demand for 1791. But the 7 other packs, which contained unsuitable assortments, we left for the account and responsibility of the named Heshusius and Schliephaken, with such reservation as is recorded in more detail in the resolution itself. § 145. With Schliephaken's defense, matters dragged on until 29 August last, when it was received and inserted into the resolution of that date. To and against the same, the first undersigned submitted his remarks in writing, which are likewise to be found in the resolution. § 146. In those considerations, the first undersigned mainly dwelled upon the conduct of the commissioners with respect to the securities demanded from the debtors in general, and the affair of the aforementioned Batsjoe Balla Rammaija in particular, which Schliephaken shows he considered at the Iaggernaikpoeram meeting of 2 February as being such that Heshusius and he could not have taken it upon their responsibility. He repeats that difficulty in his defense, without considering that this ought to have been presented to us when it was stated that Batsjoe Balla
Dutch transcription
van Bijlands dien aer hadde het b laesten toegedacht: maer een man zoo vruchtbaer van Chicanes als van Bij„ „land hadde steeds te baet de Exceptie van nonqualificatie In weijnig woor „den de gansche ziekerheijd voor de Com„ „pagnie dependeerde van de willig of onwilligheijt van van Bijland, en zijn vermoogen om Balla Rammaija te voldoen; waer over men, deeze zeekerheijt aenneemende, met hem Za moeten treeden in een ten eenemael twijffelachtig proces. Wij hiel den Batsjoe Boella § 140. Rammaija om de agterhouding van het eijgenlijke der zacke voor een bedrieger, en oordeelden dat voormelde gecommitteerde Hesh „sius 499 „sins en schliephaken zich door hem, hebben laeten bedriegen, en zoo de Comp:e geen ander verhael had op Balla Ram„ „maija van deeze informeele stukken, verklaerden wij hen verantwoordelijk voor de gevolgen en schaeden die hier uijt konden resulteeren, behoudens hun re„ „gres op van Bijland of t. Rammaija zelve, zoo als zij zouden te raeden wor„ „den: Wij hebben de stukken, na genomen S 141. autentike Postijen, en inschrijving be reso„ „lutie, in: originali aen hen laeten afgeeven; Voorts vermeent om tot voldoening van het Agterstal, tegen die het zil„ „ve moeten vergoeden te procedeeren zoo dra men op de uijt hoofde der besluijten van 7. Meij afte zendene en en te vooren afgezondene ordres ter uijt „winning van de origineele Debiteu„ „ven, antwoord quame te erlangen, nadien men zig niet langer konde ophouden met de beoordeeling van zoo veele bedriegelijke streeken, als in deezen, algaende weg aen den dag quamen, en tot in het oneijndige kom„ „den uijtloopen, langer handelende met Debiteuren ons niet raekende, en die men, in vertrouwen van op„ „rigtheijt en Eerlijkheijt hadde toe„ „gestaen dat eerst zouden worden uijtgewonnen, waer van we tevens oordeelden en beslooten aftezien, verneemende het gevolg der daert afgezonden ordre van den 20. April volgens besluijt van den 13. dier maend G 4 364 neken gecommitt, sees § 142. seds is tot verantwoord op ontboo„ maend, tot parate Executie op het geen te vinden, en te agterhaelen ware, Ion„ „der ons dus verder met de origineele Debiteuren te bemoeijen. —. Wij besloosten ten meerm: dage van 7:e Meij om de gecommitteerden Hes„ „husius en schliephaken, welker gedrag alles te leur stelden ter verant„ „woording te brengen, ten dien fine den eerstgemelde herwaerds ontbiedende om met den tweeden als uijt hoofde van de Palikolsche Commissie, toen hier aenweezig aen dit besluijt te voldoen, onder afgave van de daer toe noodige Extracten uijt onse resolutien: want met Heshusius daer over te treeden in Correspondentie, quam voor, ons buijten het vermogen te stellen, om, uijterlijk uijterlijk te deezer Tijd, u Hoog Edel „heeden, den toedracht van Zacken nader te vertoonen, behalven dat zij beiden, met elkander hier ter plat „se beter konden nazien en zich beraeden over de pointen, die zij mon „ten verantwoorden, als op een zoo verre afstand als Bimilipatnam Heshusius is ook op weg geweest tot Iaggernaikpoeram, maer aldaer gearriveert in een Zeer hag„ „ckelijke toestant, wegens de bran„ „dende hette van het Elemaet, heb„ „ben we uijtwijzens arrest van den 11. Iunij geconsenteert in het zij„ „nent weegen voorgedragen en door hem schriftelijk bekragtigt ver„ „zoek om van de herwaerds rues geexcuseert 503 andedi mt devar 143: on Lijwaaten der org: debiteuren geexcuseert te zijn, als declareerende daer bij, zig alzints te zullen Conformeeren met de verantwoording die schliep„ „haken in beider naeme, konde doen. Alvoorens te vertoonen den in„ „houd van die verantwoording, komt nood zackelijk voor de ter neder stel„ „ling van onze dispositie over de sub pan: 129: gementioneerde pakken en losse goederen van de Iaggernaik„ „poeramsche origineele Debiteuren, waer voor men onder ult:o aug:s 1790. der zelver reekening had gekrediteert om daer door het Agterstal, onder dien datum, een minder schijn te geeven. § 144. Wij hebben den 7. Maert hier in die verandering gemaekt dat van de ge„ „melde pakken, 71. Stuks weeder in de schliephaaken heeft van ver„§ 145. antwoording gediend de Reekening der kooplieden overgebragt, en daer na ook van dezelve ontheft zijn geworden om te dienen in mindering van het gepetitioneerde op den Patriaschen Eijsch voor 1791., dog de 7. andere pakken, welke niet te pas komende sorteering en inhielden, lieten we voor reekening en verantwoording van gen: Neshu„ „sius en schliephaken met die voor„ „behouding als bij het besluijt zelfs omstandiger is opgeteekend. Met schliephakens ver„ „antwoording is het aengeloopen tot den 29=e Augustus Iongstleeden, wanneer die ingekomen en ter reso„ „lutie van dien datum geinsereert is. Op en tegen dezelve heeft de benst geteekende zijne aenmerkingen schrif„ „telijk 505 „telijk opgegeeven, welke insgelijks ter Resolutie zijn te vinden. —. § 146: — Bij die bedenkingen is de Eerstege„ „tekende voornamelijk blijven staen „bij der gecommitteerden gedrag in opsigt van de den Debiteuren, afgevorderde Zeekerheeden in het generael, en de affaire van voorsz: Batsjoe Balla Ra„ „maija, in het bij zonder, welke schliep„ „haken vertoond in de Jaggernaijk„ „poeramsche bij eenkomst van den 2. fe„ „bruarij beschout te hebben als zodanig dat Heshussius, en hij dezelve niet had„ „den konnat neemen ter hunner verant„ „woording. Hij herhaelt die zwaerigheijt bij zijn verantwoording, zonder te beden„ „ken dat die ons had moeten vertoond zijn toen min opgaf dat Batsjoe Balla
English
Balla Rammaija had pledged such a bond, and what had come to light concerning it, and particularly that this same so-called bond had already once served to settle a claim of the Company against van Bijland, as that discovery and the proofs received in respect thereof are accurately recorded in the Resolution of 20 July of the past year: but this seems to have been deliberately kept hidden, because at that time, or the 28 June 1790, Heshusius and Schliephaken were informed on behalf of this assembly that all efforts to be made to collect the aforesaid debt of van Bijland at Madras, according to the advice of an Advocate, would be in vain, as long as Batsjoe Balla Rammaija did not deliver the bond, or another instrument, from which it appeared that van Bijland owes him any money. What is more, the Advocate adds that at Madras, the Judges, without such a legal document, would absolutely refuse to grant a hearing to any representations or complaints. Wherefore, although Schliephaken believed that this proof, which must be able to hold valid at Madras, could serve as an utmost effort made by the merchant Balla Rammaija not only to obtain his claim on van Bijland, but also to be enabled to pay off his debt, the undersigned [illegible] on the contrary believed that his oath and duty brought him under a completely different obligation to his Lords and Masters, and testified that he adhered to what he had submitted regarding these erroneous documents at the meeting of 7 May, with such further declaration as may be seen in his remarks: further demonstrating that the conduct of the aforesaid Heshusius and Schliephaken with regard to the bond pledged by those singled-out insolvent individuals Dewarpa Kamaija and Tjekka Wenketstammaija, can by no means stand the test of having acted, in this matter as well, as they were bound to do according to the nature of their commission, the orders, and their bounden duty, as mixed with particulars that demonstrate clearly enough that the true nature of the case, or how matters stood with this bond, was no secret to them, although they concealed it, and as already shown, accepted that promissory note without proof that those who gave it in pledge were authorized to be able and permitted to do so, particulars which show clearly enough that the pseudo-taking and posing of securities was agreed upon and arranged beforehand with van Halm. Disposition on the aforesaid accounting mentions that [illegible] even on account of those void documents to the debit of van Bijland, because in January 1791 they were in van Halm's hands, and consequently never arrived at the place where they belonged. And for all these reasons, the First Signatory has left this affair, or the detrimental consequences that may result from the error, also for the account of Heshusius and Schliephaken. All the rest of the remarks needing no repetition in this document, we otherwise respectfully refer thereto, and note that on the 29 August aforesaid, on the aforesaid accounting, it was decided: 1st. In order to accommodate the presenters, as well as out of the same consideration for the order of 1775, which recently came into consideration regarding Palicol, to allow the aforementioned 7 packs, for which Heshusius and Schliephaken are debited on account according to the resolution of 13 April, to apply toward the requisitions for 1790, and consequently to write to Iaggernaikpoeram to dispatch the same with the remaining returns for 1791, thus relieving the account of the said former commissioners thereof again; all this subject to the further approval of Your Right Noblenesses, to whose honored decision and disposition regarding right or wrong it consequently also remains deferred, to order these packs to be dealt with as Your Right Noblenesses shall deem proper, but to maintain the debit of the expenses of packaging for those packs, which had to be packed to the number of 71, and the pagodas 91 7/8, f 413. 9. —. difference in the price of the year 1790 compared with that of 1791, and to put the compensation already written off in this regard into execution. 2nd. Under the aforesaid reservation of Your Right Noblenesses' honored further approval and disposition, to send to Batavia four small packs with remnants of fine black cloths, which, in reduction of the debt of the Suppliers for 1790, were recently sent hither from Iaggernaikpoeram by the sloop De Herstelling, and are expected daily, and consequently to write to the chiefs to transfer the amount thereof—if the account of Heshusius and Schliephaken, according to the decree of 7 May, must also be debited for it—to the main ledger as of the end of this month, in order, under that date, to be charged from there by Memorandum hither and subsequently, when the ship departs from here for Batavia, by separate invoice to the account of the Indian Headquarters, and, with the pleasure of Your Right Noblenesses, to be sold at Batavia, for the benefit or to the debit of whoever it
Dutch transcription
Balla Rammaija zoo een oblig atie hadde te pant gegeeven, en wat Zich daer omtrent aen hen quam op te doen en wel bij zonder dat die zelve zoo ge„ „naemde obligatie al eens hadde ge„ „diend om een pretensie van de Comp op van Bijland af te doen, gelijk die ontdekking, en de derwegen ontvange„ „ne bewijsen bij Resolutie van 20. su„ „lij I„o leeden naukeurig zijn opgetee„ „kent: maer men schijnd dit op Tette„ „lijk verborgen te hebben gehouden, om dat; te dier tijd, ofte den 28. Iunij 1790. Hoshusius en Schliepha„ „ken, van weegen deeze vergadering bekent gemaekt zijn„ dat alle aen „tewendene moeijte om de voorsz: „schult van van Bijland te Madras 502 „sctukste van vaon Bijland to Abadras „te innen, volgens advies van een Advo„ „caet, te vergeefsch zoude zijn, zoo lange „ Batsjoe Balla Rammaija „niet bezorgde de obligacie, ofte een „arder instrument, waer bij bleek, dat „ van Bijland Htem eenig gelt schuldig „ is. wat meer is de Adrokaet voegt er bij dat te Madras, de Rechters, „ buijtene zulk een wettig Papier, vol„ „strekt geen gehoor zouden willen ver„ „leenen dien eenige vertoogen of te klag„ „ten:r Weshalven; schoon schliephaken vermeende dat dit bewijs, het welk op Madras moet kon gelden, konde strekken als een uijtterste Effort door den koopman Balla Rammaija te werk gesteld om niet vriet alleen aen zijn pretensie op van :Bijland te geraeken, maer ook in staet te worden gestelt zijn schuld aftedom„ §2 den berwist geteekende in tegendeel vermin „de sae Eed: en plicht hem bracht on„ van „der een gansch andere verbintenis den Zijne Heeren in Meesters en betuijgde zig te houden aen het geen hij wegens deeze ervoireuse stukken, ter bij een„ „komst van den 7. Meij hadde opgege„ „ven, met zodanige verdere verklae„ „ving, als bij zijne bedenkingen te zien zijn: al verder aentoonende dat het gedrag van voorsz: Heshusius en schliephaken ten aenzien der obli„ „gatie verpant door die uijtgekipte insolvente subjecten Dewarpa Ka„ „maija, en Tjekka wenketstam„ „maija, 509 „maija, in geenen deele den proef, kan door staen van, ook daer in, gehandelt te heb„ „ben als zij na den aert van hunne Commissie de ordres en hunne schuldige pligt gehouden waren te doen, als gemel„ „leert met bijzonderheeden die duijdelijk genoeg aentoonen dat het eijgenlijke der zaeke of hoe het met deeze obligatie ge„ „legen was, voor hen geen verborgenheijt, uijtmaekte, schoon zij het verzweegen, en als reets vertoond, die schuldbrief aengenomen hebben, zonder bewijs, dat de geen die ze te pant gaven, gewettigt waeren om dat te konnen en mogen doen, bij zonderheiden, die niet onduijdelijk doen zien, dat het quasi neemen en ste„ „len van zeekerheeden voor af met van Halm afgesprooken en gereguleert is geworden § dispositie op voorsij verant„ § 147: woording vermeld den te geworden zelfs wegens die nietige documen „ten tot laste van van Wijland, wijl die in Januarij 1791. in van Halms handen, en gevolgelijk nimmer gekomen zijn, ter plaetse daer ze behoorde. En om alle dee„ „2e reedenen heeft de Eerstgeteekende deeze affaire, ofte de nadeelig, gevolgen die uijt het ervoneuse konnen resultie„ „ren, ook voor reekening van Heshu„ „sinsen schliephaken gelaeten. Al het overige der bedenkingen geen herhaeling in deeze verbijfschin„ „de, refereeren we ons overigens eerbiedigt daer aen, en noteeren dat den 29. e aug:s voormelt, op de voorsz: verantwoor„ „ding tot besluijt is gevallen. 1:o Om 300 ter te gemoet koming „ van de vertooners, als uijt dezelve Consideratie 511 „Consideratie voor de ordre van 1775. , welke „ Iongst nopens Palicol in aenmerking „ is gekomen, de voor gementioneerde 7. „pakken, waer voor Heshusius, en schleip„ „haken volgens besluijt van den 13e „april op reekening belast zijn, te „laaten strekken op de Eijsschen voor „. 1790. , en dienvolgende naer Iaggernaik„ „„ poerain aente schrijven om dezelve, „met de overige retouren voor 1791. , „ te verzenden, dus de reekening van „gemelde geweezene gecommitteerden, „daer voor weder te ontheffen; het een en „ander op de nadere approbatie van „u Hoog Edelheeden, aen wier g'eer„ „de decisie en dispositie over gelijk „of ongelijk en gevolgelijk ook gede„ „„fereert blijft, om met deeze pakken te „te willen laeten handelen, zoo als Hoog „Dezelve zullen vermeenen te behoo„ „„ven, Edog de belasting der ongel„ „den van emballagie voor die pak„ „„ken; welke ten getalle van 71. ver„ „pakt hebben moeten worden, en de pag: 91 7/8. ƒ 413. 9. —. verschil „ der prijs van A:o 1790. met die van „ 1791: te laeten stand houden, en de „reets aengeschreeven vergoeding „derweegen ter Executie te doen stel„ „„len. 2o Onder de voorsz: restractie van u Hoog Edelheeden g' eerde nadere approbatie en dispositie, „naer Batavia te zenden vier „pakjes met restanten van sijn„ „. „warten, welke in mindering van „ het debet der Leveranciers voor 1790. „ onlangs 513 „ onlangs per de sloep De Herstelling van Iaggernaikpoeram herwaerds gezon„ „den; en dagelijks te verwagten zijn, en mitsdien de opperhoofden aenteschrij„ „ven om het bedragen van dien, zoo de „reekening van Heshusius en Schliep„ „saken, volgens arrest van den 7. meij „ook daer voor belast moet zijn, met ultimo deezser op de hoofdreekening over te schrijven, om onder dien dag„ tuw: van daer bij Memorie herwaerts „en vervolgens als het schip naer Ba„ tavia vertrokt van hier, bij aparte factuur Indiasch Hoofdplaets ten „lasten aengereekend, en met believen van u Hoog Edelheeden te bata„ via verkogt te worden, ten voordeele ofte ten lasten van den geen die „ het
English
must compensate for the general arrears, and for the purchase cost of those linens, as shown by the Resolution of the 20th of July last, are already credited to the account, and this because they, as well as the applicant Schliephaken, insist thereon and maintain that this will better serve the purpose of indemnifying the Company than if those goods, according to the resolution of the 7th of May aforesaid, were sold here on the coast. 3rd To hold as repeated and inserted herein everything that was found and declared inadmissible in the session of the 7th of May against the erroneous documents, which were accepted as security, as if they were a bond to the debit of van Bijland for the benefit of the Company for the debit of Batsjoe Balla Ramaija, by the commissioners Heshusius and Schliephaken; and therefore to declare the said Heshusius and Schliephaken once again accountable for the consequences thereof, without prejudice to their recourse against Balla Ramaija, and abundantly also against those who have been declared responsible by the Company for the arrears, it being understood that, if these satisfy the same, Heshusius and Schliephaken need not pay, but must come to an agreement with them regarding the informal documents claimed from van Halm, because the same were accepted for the Company by Heshusius and Schliephaken repeatedly, but according to the resolution of the 7th of May aforesaid were ordered to be delivered to them under proper receipt, as indeed took place according to the copy of the receipt granted for that purpose, it appearing from an extract of the Bimilipatnam letter of the 30th of September, received while writing this, that Heshusius conformed with Schliephaken's defense and requested a favorable reflection from Your High 4th To hold the aforesaid Heshusius and Schliephaken also liable for all consequences that may result from a bond to the debit of the suspended Head Administrator van Halm amounting to Madras pagoda's 2492: 13. 12. excluding the interest, serving as security for the suspect debt of Dewarpakamaija and Sjekka Wenkad Ramaija; in particular the lack of transfer of the bond by the unknown original owner, as was noted in the session of the 31st of January of this year, which further appeared, although Your High Excellencies in assessing the security, the bond which it was initially thought did not exist, according to further information is resting in the Company's Passa at Jaggernaikpoeram. 5th And lastly, the remaining part of the defense, both with respect to the Jaggernaikpoeram and Mazulipatnam merchants, as well as regarding the proceedings and what was executed with van Bijland, to await what the Honorable High Indies Government will please to prescribe or dispose concerning the various reports sent over this past spring, among them the report and annexes that Heshusius and Schliephaken submitted of their commission. The defense itself has been sent in copy to Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam § 148. The defense itself we have sent, both because of the objection of the said Schliephaken against our decision regarding Heshusius, and the intricate remarks concerning the conduct of the Jaggernaikpoeram chiefs upon taking over the office, to both Bimilipatnam and Jaggernaikpoeram, with orders to supply any considerations and elucidations they might have thereon, to place them in the margin of the copy, and then to send them to us. From Bimilipatnam nothing else was reported than what is stated above, but from Jaggernaikpoeram we have received this writing answered in the margin in the places where necessary, received while drafting this. We have deemed it proper to append the same in original hereunto just as it came to us. Outcome of the execution on the mortgaged goods of the Jaggernaikpoeram original debtors § 150. We now come to the last part of this tedious affair of the arrears, namely our resolution to put an end to it, as far as could be done, and to submit the remainder with respect to Your High Excellencies. At the meeting of the 20th of July this matter was deliberated. The Resolution records in detail how the sale by paraba execution of the goods of the original debtors at Jaggernaikpoeram took place, and the proofs both of the writs for further preliminary warning and the auction rolls are inserted there, together with a petition to the chiefs for further suspension of that execution, to which, as was proper, no regard was paid. § 151: Meanwhile, as the chiefs observe, this public sale served as a striking proof of the decline of the place, and the bitter poverty which presently prevailed everywhere. The warehouse mentioned herebefore in paragraph 131, worth 1500 pagoda's, since no one bid a single duit on it, nor on two other houses, was put up by the chief for 200 pagoda's, whereby it was declared, until our further orders, to be the property of the Company, to whom the chief had also deferred the right of disposal over the house of Batsjoe Wengadasselam, worth at least 1000 pagoda's, and sold for that which it was put up for, namely 320 Madras pagoda's, the chiefs requesting that, in case the Company might choose to retain both of these effects, the owners thereof, if they so desire, may again have preference in repossessing them, as soon as the debts are paid with interest.
Dutch transcription
„ het generael Agterstal moeten vergoe„ „den, en voor het inkoops kostende van „die Lijnwaeten, uijtwijzens, Resolutie „ van 20.:e Iulij Jongstleeden, op reeke„ „ning reets gekrediteerd zijn, en de zull „om dat deeze zoo wel, als de vertoonen „schriephaken daer op insisteeren, „en sustineeren dat dit beter aen het „oogmerk: tot de dommagement van „de Compagnie zal beantwoorden, „dan wanneer die goederen, volgens „besluijt: van 7. Meij voormelt hier „ter kuste verkogt wierden. „3=o Om in deeze voor gerepeteert „en g'insereert te houden alles wat „tegen de ervoneuse stukken, die „als ware die een obligatie ten ta „van van Bijland, ten behoeve van 515 „van de Compagnie voor den debet van Batsjoe Balla Ramaija door de „gecommitteerde Neshusius en schliep„ shaken tot zeekerheijd aengenoomen, „en ter sessie van 7. meij onderneeme„ „lijk bevonden, en verklaert zijn, en „over zulks de gemelde Heshusius en schliephaken andermael verant„ „woordelijk te verklaeren voor de ge„ volgen van dien voor behoudens hun regres op Balla Ramaija, en ten overvlaede ook, op den geen„ „sien door de Comp:e voor de agterstal„ „len responsabel zijn verklaert, „van zelfs spreekende dat, wanneer „deeze daer den voldoen, Heshusius „en schliephaken niet behoeven „ te betaelen, maer met hun over een moeten goe„ komen moeten wegens de van van Halmaf„ „gevorderde informeele stukken, om dat „dezelve door Neshusius en Schliep„ hraken meermeld voor de Comp:e „weren aengenomen, dog volgens be„ „sluijt van 7. Meij voormelt gelast zijn om aen hen, onder behoorlijke „quitantie te worden afgegeeven ge„ „lijk dat dan ook heeft gevolg geno„ „men uitwijzens Copij van de verma„ „gen verleende Recepisse kunnende „bij Extract Bimilipatnamsche missive van den 30. 7ber: onder het „schrijven deezes ontvangen,; teblijken „dat Heshusius Zich met schliep„ hakens verantwoording geconfor„ „meerten vverzocht heeft om een „goed gunstige reflezie van u Hoog 517 „4:/ Om voorsz: Heshusius en Schliep „staken ook aenspreekelijk te houden „voor alle gevolgen, die resulteeren „kunnen uijt een obligatie ten laste „van den gesuspendeerden Hoofd-ad„ „ministrateur van Halm groot M: D: „b: pagooden 2492: 13. 12. buijten den „ Intrest, dienende tot Deekerheit voor „ de suspecte schult van Dewarpa „kamaija en Sjekka wenket„ „Ramaija; inzonderheijt het mancque„ meet van overdracht der obligatie „door den onbeekenten primitive Eijge„ waer, gelijk dat ter sessie van den „ 31: Ianuarij deezes Iaers aengemerkt „is dat vergens quam te blijken, schoon „ Hoog Edelheeden bij de beoordeeling van „zecekten. „de „de obligatie welke men eerst meende dat tm woord „'er niet was, volgens nadere in forma „ te Paggernaikp„m in 's Comp:s Passa„ „ is berustende. „ 5. / En laastelijk het overige gedeelhe „ van de verantwoording, zoo met op„ „Digt tot de Iaggernaikpoeramsche„ en Mazulipatnamsche koop„ „lieden, als wegens de verrichtingen, „en het grexteerde met van Bijland aftewagten; wat de Edele Hooge In„ „dischr: Regaering behaegen zal aante„ „schrijven, ofte te disponeeren op de in „dit voor Iaer overgezondene onder„ „scheijdene berichten, daer onder het „rapport en bijlaegen, dat Hes hu„ „sius en schliephaken van hunne „ Commissie hebben ingedient. De wal —. 519 ten oor zijnde goimnvierant, „d 148. woording in Copia na Jagg: en Bimlip: gesonden is — De verantwoording zelve hebben wa zoo om de bedenking van gemelde schliephaken tegen ons besluijt om„ „trent Aeshusius, als de ingewik„ „kelde aenmerkingen nopens het ge„ „drag der Iaggeraikpoeransche opperhoofden bij het overneemen van het kantoor, beiden naer Bimilipat„ „nam, en Iaggernaikpoeram ge„ „zonden, met last om daer op, hebbende te dienen van eenige Consideratien en Elucidatien; die te stellen in mar„ „gine van de Copij, en ons die dan te komen Van Bimilipat„ laeten toe niet anders gemelt dien „nam werd hat geen voorsz: staet, boy van Iaggerwaik poeram hebben wij dit geschrift op plaetsen daer het noodig is uijtsleig van de Execute 1:50: op de verbondene goederen van de Jagg: org: tebiteuren is gevordteelt, in an argine beantwoord onder het instellen deezes ontvan„ „gen: Wij hebben de eene het zelve 3o0 als het ons geworden is, in ori„ „ginalie hier nevens te voegen. Wij komen nu tot het laeste ge„ §. 149. „deelte van deeze ennuijante affaire der Agterstallen, te weeten ons be„ „sluijt om daer van, zoo verre het geschieden konde, een einde te mae„ „ken, en het overige met eerbied aen u: Hoog Edelheeden te submis„ „teeren./ Ter bij eenkomst van den 20: Iulij was hier over besoigne Bij de Re„ „solutie staet omstandig opgetu„ „kind hoedanig het zig met de bij Bava te Executie verkogte goederen van 521 van de origineele debiteuren te Jaggernaik„ „poeram heeft toegedragen, en de bewijsen zoo van de exploiten tot nadere voor afgaen „de aenmaning als de vendurollen zijn aldaer geinsereert, met en benevens een Request aen de opperhoofden om ver„ dere surchange van die Executie, waerop, gelijk het behoorde, geen reflezie is ge„ „slagen.—. §151: Ondertusschen, gelijk de opperhoof„ „den aenmerken, strekte deeze openba„ „re verkoop tot een eclatante blijk van het verval der plaets, en de bit„ „tere armoede, welke thans over het algemeen den baes speelde Het hier voor par: 131. gementio„ „neerde Pakhuijs, waerdig 1500. pagoo„ „ven, was, vermits daer op zoo min als twee twee andere huijsen, niemant een en„ „kele duijt bood, door het opperhoofd ingestelt voor 200. pagoden, waer door het, tot onze nadere ordre, verklaerd werd een eijgendom van de Comp„e te zijn, aen wien het opperhoofd ook gedefereert, had gelaeten het recht van dispositie over het huijs van Batsjoe wengadasselam, ten minsten 1000. pagoden waerdig, en verkogt voor het geen het ingeset wierd, namelijk 320. M: d: 6: pagooden verzoekende zij opperhoofden dat, inge„ „val de Compagnie verkiezen mogt, beiden deeze Effecten te houden, de Eijgenaeren daer van, des begeerende, weder mogen preferabel zijn tot het s met aenvaerden van dien, zoo dra de schuiktige vintg „den