Inventory 9707
Coromandel · 786 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
...ber 1790, and therefore the commercial transfer agent was required to draw up a statement showing by whom and to what amount, each person respectively, the actual deficit on the sequestration moneys up to 10878. 15. -. pagodas must be reimbursed, in order to dispose thereof as we should find appropriate. This having been complied with, and in the meeting of 28 December last, upon consideration, a report having been received indicating which persons, having constituted the meetings of 26 September, 16 December 1786, and 29 August 1790, must bear that compensation; it was on that day resolved: for That which the former Coromandel authorities, the Honourable Blaaukamer with P: 3879. 15. — and Tadama - - - - - - - - - 4279. 8. 20. participate therein, to place to account, and to debit each of them individually in the trade books for this amount, without prejudice to the accounting required from the executors in the estate of the first-named, pursuant to the resolution of 9 August last, under presentation of oath that no cash or effects of that estate are remaining in their hands, and with regard to the other also with the lien placed upon his property pursuant to the resolution of 30 September 1790. Carried forward - P: 8882. 16. 27. Brought forward - P: 8882. 16. 27. The share of the former Chief Administrator Stoffenberg amounting to - - - 723. 17. 7., in order to have an action instituted by the fiscal office against his insolvent estate under the sequester. That which the Sadras Chief Simons must reimburse therein with - - - 723. 17. 7., to charge to that office in order to be counted into the cash funds there by him. The share of the late Junior Merchant Pieter Willem Teeke amounting to - - - 547. 11. 37., to place to his account in the books. Then, since this estate must also share in the amount of the camp accounts in question validated before Your High Nobilities, Carried forward P: 10153. 20. 69. Brought forward - - - P: 10153. 20. 69. validated before Your High Nobilities, without it having been developed and determined up to now what belongs therein to the aforementioned Simons, and what to Teeke, we have, in order to put an end thereto, written to the said Simons, enclosing an extract of this our disposition, to choose on his behalf the Orphan Masters of Coromandel, and to enable them, after opening of matters, to establish and demonstrate, for the enjoyment of what he assigned on his Reverence from these moneys in settlement of his debit to Broerius Brouwer on the Chamber, what the amount is of him, and of Teeke, for the interest of whose estate we have authorized commissioners, the secretary of our meeting Hasz as former, and the first clerk Obdam as actual sequester, in order to bring the matter with the Orphan Masters to a proper accommodation, and to enable the trade bookkeeper to handle each account with clarity in the books. Carried forward P: 10153. 20. 69. Brought forward - P: 10153. 20. 69. to handle in the books. Broerius Brouwer for his share up to - - - 1. 1. 4., also to be given an account in the trade books, and regarding this to request Your High Nobilities' esteemed approval. Finally: That which the junior merchant and invoice keeper Bloeme participates with - - - - 723. 17. 7., to let be counted into the cash funds. Sum pagodas 10878. 15. -. We hope that Your High Nobilities will find enclosed in this our disposition everything that can possibly be devised for the reimbursement of this arrear, under respectful assurance that we see no way, upon consideration, to do anything, until further orders, to devise anything otherwise, or to proceed to any further procedure. Also, with regard to the old Negapatnam arrears, in the meeting of the last of November 1791, Your High Nobilities having indicated no approval through the first signatory in the aforementioned separate letter of 3 May 1791, and due to the decease of the bookkeeper Schuneman, who therein participates, or at least is in question, in the estate of the late former Governor of Vlissingen up to pagodas 5610. 12. 70., there has therefore been appointed such commission as may appear to Your High Nobilities, if pleasing, from the separate resolution of 30 November last. Regarding Sadras, where we, pursuant to the resolution of 12 April 1791, for reasons as in that resolution, had held the Chief van Haeften accountable for that which the account of the bleachers already stood in debit with pagodas 216 7/69, with danger of increasing through the further advanced supply, there was received, according to the proceedings at the resolution of 15 August, a required current account with a demonstration that the principal amount arose from arrears at the outbreak of the war, which since had been somewhat reduced, so that the bleachers as of the last of June 1791 were still in debit pagodas 189. 9. 1/4 or guilders 852. 6. 8; for whose settlement no difficulty is raised, although the supplies must also continue, being advanced to destitute people who without that cannot subsist and would otherwise seek their fortune elsewhere, after which explanation we have judged that matter should be left to take its course; recommending to Your High Nobilities in favour of the said van Haeften, concerning his representation, the most favourable consideration.
Dutch transcription
„ber 1790, en mitsdien den Negocie overdran „ger gedemandeert het formeeren van een Aantooning door wie en tot hoe veel, een ieder, het eijgenlijk te kort komende aan de sequestracie penningen tot pago„ „den 10878. 15. –. vergoet moet worden, om daer op te disponeeren, zoo als wij bevinden zouden te behooren. Dier aen voldaen, en ter vergadering § 118: van 28:' December Iongstleeden ver „weegen zijnde ingekomen een be„ „richt, aanwijzende, welke per„ „soonen de vergaderingen van 26. 7ber: 16:e december 1786., en 29. au„ „gustus 1790. uijtgemaakt hebbende die vergoeding moeten dragen; zoo is ter dien dage, vastgestelt om 265 voor Het geen de geweezene kormandelsche gezach„ „hebbers d: E:s Blaaukamer met P: /: 3879. 15. — daer in participeeren, te stellen op ree„ „kening, en dezelve voor dit bedragen„ ieder in 't bijzonder bij de negocie boeken te debiteeren, onvermindert de, volgens besluijt van den 9. ' Aug:s J„o l: gerequi„ „reerde verantwoording der Executeuren in den boedel van den Eerstgemelde, onder presentatie van Eede dat 'er geene Contanten of Effecten van die boedel onder hen zijn berustende, en ten aanzien van den anderen ook met het, volgens besluijt van den 30. ' September 1790. gelegde verband op zijne goederen. Het aandeel van den geweezen Hoofd adminis„ 723. 17. 7. „trateur stoffenberg groot. - -- in Transporteere - P:r J:o 8882. 16. 27. en Tadama - - - - - - - - - „ 4279. 8. 20. om P„r Transport . -. Rr:o 882. 16. 27. door het officie fiscaal actie te laaten institueeren op zijn in„ „solvente Nalatenschap onder „den sequester. Het geen het sadrasche opperhoofd - . „ 723. 17. 7. Simons met daarin moet vergoeden, dat kantoor aan te reekenen om aldaer door hem in Cassa te worden getelt. Het aandeel van wijlen dan onder„ „koopman Pieter willem Teeke groot. te stellen op zijn reekening bij de boeken Dan nademael deeze boedel ook moet deelen in het voor uHoog Edelheeden Transporterer Rr:o 153. 0. 9. - - - „ 547. 11 37. 297 P„r Transport - - - Pr:o 10153. 20. 69. Edelheeden gevalideert bedra„ „gen der bewuste Leger Reekenin„ „gen, zonder dat, tot vou toe ont„ „wikkelt en vast gestelt is wat voormelde Simons, en wat zee„ „ke daar in Competeerd, hebben we om daar aan een eijnde te maaken, gedagte Simons, onder toezending van Extract van deeze onse dispositie, aan„ „geschreeven, zijnentweegen te verkiezen Weesmeesteren van kormandel, en dezelve, na opening van zaaken in staet te stellen om het geen Hij op Eerw:s uijt deeze penningen ter voldoening van zijn debet aan Transporteere P. o. 10153. 20. 69. „ P„r Transporteere P: :o 10 153: Broerius Brouwer op de ka„ „mer heeft geassigneert, ter genie„ „ting, te fundeeren en te demon„ „streeren wat het bedragen is van hem, en van seeke, voor wiens boedel belang, we heb„ „ben gecommitteerden gemag„ „tigt de secretaris onzer verga„ „dering Hasz: als geweezen, en de Eerste klerk Obdam als actuael sequester, ten eijn„ „de de zaek met weesmeesteren te brengen tot een behoorlijk accommodement, en den nego„ „cie boekhouder in staet te stellen om ieder Reekening met duijdelijkheijt bij de boe„ Transporteere R:o 10153. 20. „ken 299 P„r Transport - . R:o 10153. 20. 69. „ken te verhandelen. Broerius Brouwer voor zijn aen„ „deel tot- - - meede een reekening te geeven bij de Negocieboeken, en daer omtrent U Hoog Edelhee„ „den g'eerd goedvinden te ver„ „zoeken. Eijndelijk: Het geen den onderkoopman en factuur houden Bloeme met „ participeert, in Cassa te lae„ „ten tellen. Somma pag: 10878. 15. -. Wij hoopen dat u Hoog Edel„ § 119. „heeden in deeze onze dispositie zul„ „len vinden opgeslooten alles wat ter 1. 1. 4. - - - - „ 723. 17. 7. vergoeding overgoeding van dit Agterstal met mog„ „lijkheijt is uijt te denken, onder eerse „dige verzeekering dat wij geen kan zien om verweegen, tot nader bevel, ie te verrigten, anders uijt te derken, ofte tot eenige verdere procedure te treeden. Ook is, ten aanzien van de oude § 120: Nagapatnamsche Agterstallen ter vergadering van Ultimo Novem „ber 1791. door den Eerstgetekenden bedeelt u Hoog Edelheeden geen goetvinden bij voorsz: aparte brief van den 3: Meij 1791. , en mits het ov „lijden, van den boekhouder Schune „man, daerin, aan den boedel van wijlen den Heer geweezen gouverneur van vl „singen tot pag: 5610. 12. 70. partici„ „peerende 304 „peerende, immers in questi zijnde, derwee„ „gen sodanige Commissie vastgestelt als u Hoog Edelheeden bij aparte resolutie van 30:e November I„o leeden, des behaegende, zal komen te blijken. §121. Van Taticol, alwaer wy na „volgens besluijt van den 12. ' april 1791. om reeden als bij die resolutie, het op„ „perhooft van Haeften aanspree„ „kelijk hadden gehouden voor het geen de reekening der Bleekers met pag. 216 7/69. reets debet liep, met gevaer van door verlang de nadere verstrekking, te aug„ „menteeren, is uijtwijzens verhandeling ter resolutie van 15. augustus ingeko„ „men een gerequireerde Reekening Cou„ „rant met een demonstratie dat het voornaamste voornaamste bedragen ontstont i agterstallen bij het uijtbarsten vo den oorlog, die zeedert eenig zints m „ren vermindert, zulks de bleeken onder ultimo Iunij 1791. nog de b waeren p.: :o 189. 9. ¼. ƒ 852. 6. 8: voor wel „kers vereivening geen zwaerigheijt „steld word, Schoon ook de verst „kingen moeten voortgaan, als geb „dende aan behoeftige menschen, buiten dat niet konnen bestaan en „ders elders haer fortuijn zouden zoeken, na welke verantwoording, m geoordeelt hebben, die zaak op zijn beloop te moeten laaten; u Hoog Edelheeden in faveur van gemelde van Haeften, omtrent zijne repre „sentacie, de gunstigste Considera„ „tie
English
...requesting in fairness § 722. From Jaggernaikpoeram, along with a missive from the chief Eilbracht dated 9 December of last year, there has been sent to us the accompanying marginal response to the representation by van Halm and van Someren, both with respect to the residence of the chief which, according to an agreement with the previous administration, must pass from one chief to the other, as well as regarding some other goods left behind to the said Eilbracht by van Halm or on behalf of van Someren. § 123. According to the said response, he, Eilbracht, shows that it had remained a secret from the Company until the month of July of last year that the house had been mortgaged by them to others, and that he had never known, until the time the approval was obtained in August of the past year, that it belonged among the mortgaged goods of the said van Halm and the money had to be paid to the Company; for otherwise he would never have paid any house rent to van Someren, much less would he have promised in March, when he had come to ask for payment for the house, to do so at his order after obtaining approval; a caution which, in hindsight, appeared to have turned out well, since van Someren, in the month of May following, had even had to come and testify that he had no right to enjoy anything from the house, because it had been mortgaged by him to the regent of Karpa, who, on account of this mortgage, held all proofs of ownership and would never surrender them except against cash payment of the sums advanced on the house, and moreover, upon the notification made to him on our behalf, had let it be known that, in his opinion, the Company would never permit its senior servants to profit from any deceit in order to abuse goodwill; because this could serve as nothing other than an open breach of public trust, which at least had been placed not only in the senior servants of the Company, but in all inhabitants of the place; with a request from him, Eilbracht, that—since this could give rise to unpleasant disputes—he might for the present be excused from paying the purchase money into the Company's treasury and be permitted to suffice with the agreed house rent of 10 pagodas per month until, regarding all these differences, the honored pleasure of Your High Nobilities shall have been received, to whom he at the same time very humbly solicited that there might be presented the intolerability of all such insults and accusations as appear in the so-called defense of van Halm and van Someren, and which are of such a nature that they incur the manifest indignation of Your High Nobilities on account of deception: the trifling dispute concerning the desired value of some loose goods, although decided by a declaration in favor of him, Eilbracht, will, according to the offer, be properly accounted for and paid as it was specified for van Halm. § 724. Also, upon our complaints made to Bengal concerning the fraudulent removal of a vessel belonging to van Halm, likewise mortgaged to the Company, by one Gabriel Hofland, as has already been presented in paragraphs 174 and 175 of our letter of the latest October, we received on the 6th of this month the duplicate copy of the letter from the Ministers in that Directorate, dated 9 December, annexed hereto, that is to say the duplicate of the letter, thus without the enclosures, which, along with the original, are still awaited while we write this. § 125. From this letter it appears that the vessel named Wilhelmina, having arrived under an English flag in the river of Bengal or Calcutta, notice was immediately given to the Governor-General and Council there of what had been communicated in anticipation to Their Honors by the chiefs of Jaggernaikpoeram, with the request to demand from the Commander the proper proofs of ownership upon which he was proceeding, which according to our laws had to be judicial, or that, in default thereof, the vessel might be seized for the account of the Company until such time as its right to the same could be demonstrated in proper form by the proofs which the Ministers then still awaited from Coromandel. § 126. This petition to the English General Government remained unanswered, as well as the subsequent one which the Ministers in Bengal dispatched upon receipt of our letter of 21 September, accompanied by translations of the documents sent therewith demonstrating the right of the Company to the snow. On the foundation of these proofs and pursuant to the presentation made by us, the Ministers had demanded from the said Government not only the vessel, but also its commander Hofland as a robber and violator of the English flag, in order to prosecute him as the laws of the land prescribe. § 127. Uncertain how this reclamation would turn out, the Ministers were already giving up hope of effecting anything in this regard to the advantage of the Honorable Company, when Their Honors, from the much-desired answer dated 26 October of last year, received on 19 November, learned that the English Government, instead of complying with Their Honors' request as could reasonably be expected, referred the maintained action to the Calcutta Court to be instituted there. On 22 November 1791. § 128. Further deliberating upon the means to convince the said English Government of the equity of their aforementioned
Dutch transcription
303 „tieen in schikkelijkheijd verzoekende §722. Van Taggemaikpoeram, is ons nevens missive van het opper„ „hoofd Eilbracht de dato 9. decem„ „ber I„o leeden toegezonden de hier ne„ „vens gaande marginale beantwoor„ „ding van de representatie door van Halmen van Someren, zoo in op„ „zigt van de wooning van het opper„ „hoofd die na een overeenkomst met het voorig Ministerium van het een op het andere opperhooft moet overgaan als van eenige andere goede„ „ren, door van Halm ofte van someren zijn ent weegen, aan gem: Eilbracht overgelaeten. § 120. Volgens de gemelde beantwoording vertoont vertoont hij Eilbracht dat het van de Comp:e tot de maand Iulij Iongst „leeden een verborgenheijt was geblee„ „ven dat het Huijs van Haer aan an „deren verpant was, en dat hij nim „mer eer als ten tijde der bekomene ap„ „probatie in Augustus A:o P=o had geweeten dat het onder de verbonden goederen van ged: van Halm be„ „hoorde, en het geld aan de Comp:e moest voldaen worden; Want dat hij anders nooijt eenige huijshuur aan van Someren afgelegt, veel minder in Maert, toen hij om betae„ „ling van het huijs was komen vaer „gen, zoude belooft hebben, om dat te zullen doen, ter zijner ordre na be„ „komene approbatie; Een behoed zaam „heijd 305 heijd die, van agteren bleek wel te zijn uijt „gevallen, door dien van someren in de maand Meij daer aan, zelfs had moeten komen betuijgen, dat hij geen recht had van op het huijs iets te genieten, wijl het zelve, door hem, verpand was aan „den regent van karpa, die, uijt hoofde van deeze verpanding, alle bewijzen van Eijgendom onder zich hadde, en de„ „zelve nooijt extradeeren zoude als te„ „gens Contante betaaling van op het huijs verschotene penningen, mitsgaders op de hem, onzentweegen gedaane aanzegging, had laaten weeten, dat na zijn gedag„ „ten, de Compagnie nimmer zoude toe„ „staan dat haare eerste bedienden qua„ „men te profiteeren van eenig bedrog, om misbruijk te maeken van goedwillig„ „heijt; „heijd; wijl dit tot niet anders zou kon„ „nen strekken als een openbaere inbreuk op het publiek vertrouwen, dat min althoos in de Eerste bedienden van de Compagnie niet alleen, maer in alle ingezetenen der plaets gesteld hadde met verzoek van hem Eilbracht, om wijl dit aanleiding zou konnen geeven tot misselijke verschillen, van het Cou „neeren der koop penningen in 's Comp:s Cassa, voor eerst, verschoont te blijven en te mogen volstaan, met de bedong„ „ne huijshuur van 10. pagoden 's maent tot dat, op alle deeze differenten, zal ontvangen zijn het geeerd goed vinden van U Hoog Edelheeden, aan wien hij hij teevens heer nedrig solliciteerde dat mogt worden voorgedragen de on „lijdelijkheijt 809 „lijdelijkheijd van al zulke in sulks en ac„ „cusatien als bij de zoo genaamde ver„ „antwoording van van Halmen van someren voorkomen, en van dien aart zijn, dat ze te gemoet loopen een open„ „baere indignatie van u Hoog Edel„ „heeden wegens misleiding: zullende het beuzeligtig verschil over de begeerde waerde van eenige losse goederen, schoon door een verklaaring gedecideert in fa„ „veur van hem Eilbracht, volgens aanbieding behoorlijk verantwoord, en betaald worden zoo als het voor van Halm is opgegeeven. Fok hebben wij, op onze naer §724. Bengale gedaane klagten over het frauduleuslijk vervoeren van een vaer„ „tuijg „tuijg van van Halm, meede aan de Com „pagnie verbonden, door eene Gabriel Ho „land gelijk par: 174. en 175. van onze son„ „ste october brief reets is voorgedragen op den 6: deezer ontvangen het in Copia meede hier bij gevoegde antwoort van de Ministers in die Directie de dato 9:e De„ „cember, te weeten het duplicaet van de brief dus zonder de bijlaagen, die met het origineel, terwijl we dit scho „ven, nog word te gemoet gezien. §125. . Uijt doeze brief blijkt dat het vaar„ „tuijg genaamt Wilhelmina, onder een Engelsche vlag, in de revier van Bengale of Kalkatta gearriveert zijnde, aan den gouverneur generael en Raad aldaer ter stond kennis was gegeeven 309 gegeeven van het geen, bij anticipatie, door de opperhoofden van Iaggernaik„ „poeram, aan Haar Edelens was bedeelt, met verzoek om den Gezaghebber te doen afvorderen de behoorlijke bewijzen van Eijgendom, waerop hij te werk ging, die na onze wetten, geregtelijk moesten zijn, of dat, bij gebrek van dien, het vaer„ „tuijg, voor reekening van de Compagnie, mocht in beslag worden gehouden, tot tijd en wijle dat Haer recht op het zelve, in forma, zou konnen worden aange„ „toond, door de bewijzen, welke de Mi„ „nesters, toen, van kormandel, nog te gemoet hagen. § 126. Van deeze instancie aan het Engelsch Generaal Gouvernement was onbeant„ „woord „woord gebleeven, zoo wel als de volgende welke de Ministers in Bengale, op ont „vangst onzer brief van 21. September afzonden, verzelt van Translaeten der daer bij overgezondene documen „ten het recht van de Compagnie op de snauw aantoonende. Op funda„ „ment van deeze bewijzen en na den door ons gedaan en voordragt, had„ „den de Ministers niet alleen het vaartuijg, maer ook dies gezagheb „ber Hofland als een Roover in schender van de Engelsche vlag„ van het gem: gouvernement opge„ „Eijscht om tegen denzelven te procu „deeren, invoege de wetten van den Lande aanduijden. In het onzeekere hoe deeze ver § 127. Clame 344 „clamne zoude uijtvallen, gaven de Mi„ „nisters reets de hoop op van hier om„ „trent iets, tot voordeel van d: E: Maet„ „schappij te zullen uijtwerken, toen Haer E:s op den 19:e November, uijt het zoo zeer verlangde antwoord, gedag„ „teekend 26. october I„o leeden bleek, dat de Engelsche Regeering, in steede van aan Haerl:s verzoek, zoo als billijk konden verwachten, te vol„ „doen, de gesustineerde actie overwee„ „zen aan de kalkatsche Court om die aldaer te institueeren. O den 22. November 1791. § 128. E na der delibereerende over de middelen om gem: Engelsche Regeering te over„ fe. „tuijgen van de billijkheijt van voorsz: haer
English
her request, and how incompatible it was with the rights and customs of both Nations to refer her to the aforementioned Court of Justice, they unexpectedly received a letter from the aforementioned Gabriel Hofland. § 129. According to the representation he, Hofland, made in this letter, he had, since the year 1788, commanded the aforementioned vessel for the account of van Halm and had made several voyages with it, both to the East and to the Coast of Coromandel, and upon the departure of van Halm from Jaggernaikpoeram to Palliacatta, had proceeded to his place of residence, Coringa, from where, on the orders of his principal, he made several voyages to Pondicherij, Madras, and also to Palliakatta. Around the middle of August 1791, he had freighted the vessel to the French Agent, Monsieur De Mars, for the transport of a cargo of salt to Bengale. After he had already begun loading, he received a letter dated 24 August from the Jaggernaikpoeram Chief Eilbracht, by which the vessel was reclaimed from him on the pretext that it was mortgaged by van Halm to the Honorable Company. His principal had never made this known to him, and having no orders to obey this summons, he had refused to comply. Subsequently, he departed from Coringa on 8 September and arrived in Kalkatta on the 24th thereof. Long after his arrival there, he received word from his aforementioned shipowner van Halm, by letter dated 24 September, that his vessel had been reclaimed by the Coromandel Government, and that for this purpose the proofs had been sent over to Bengale, with orders to surrender the vessel; wherefore he, Hofland, had also offered it to the Ministers, requesting that his earned twelve months' wages be paid to him. § 130. Thereby, the aforementioned Ministers continue, all obstacles were suddenly cleared away, providing the means to indemnify the Company without further trouble. Nevertheless, being uncertain of the value of the vessel and of the amount of the claim made by Hofland, the Ministers had decided, before proceeding further into the investigation of either matter, to commission the Master Attendant to Kalkatte, who, in a report submitted to the Council of Policy on 29 November, judged the vessel to be staunch and strong, showing that the claim of Hofland, according to an account produced by him for traveling expenses and earned monthly wages for himself and his crew, after deducting 680 Rds. which he had received in freight money, remained at an amount of 1482½ Rds.; and as the vessel was considered to be worth fully three times as much, the ministers in Bengale had decided to accept Hofland's offer, and when Their Honors wrote this, the vessel lay at anchor before the Lodge at Sinsura. § 131. Upon examining the conduct observed by Hofland in this matter, the aforementioned Ministers could by no means view him in the light in which he was represented by us, as Their Honors state that, far from showing the intentions of a pirate who wished unlawfully to seize entrusted property, nothing else could be inferred from it than a faithful adherence to the interests of his Master, without whose positive orders he certainly could not be considered bound to obey the reclamation of the Jaggernaikpoeram servants. The outcome had shown that his refusal had to be attributed solely to not having received those orders; for no sooner does he receive them than he declares himself ready to surrender the vessel, whereas on the contrary, in case he had really intended to abscond with the snow, the refusal of the English government to comply with the Ministers' request would have afforded him the finest opportunity in the world to do so. For this reason, the Ministers had also found no difficulty in declaring him, Hofland, free of all blame in that respect, and upon his request made to Their Honors by petition, in discharging him from all command of the snow and granting him permission to depart elsewhere. § 132. Regarding the snow itself, the ministers took into consideration that, on account of the embargo placed by the English on the export of grain, they were not in a position to load it with any profit to cover the expenses, and that thus, with the vessel departing empty, the costs would run so high that the purpose of its reclamation would thereby be frustrated; furthermore, as according to received reports vessels in Kalkatta were presently high in price, and the sale of the snow in Bengale would best suit the interests of our Lords and Masters, the Ministers had resolved upon the latter course and had advertised that sale in the Kalkatta Gazettes for 31 December, whereafter the proceeds, after deduction of the expenses and what had been paid to the Commander Hofland, were to be credited to the account of this Government. § 133. We shall await this, and as soon as our hands are somewhat freer after the dispatch of this letter, we shall duly notify the Ministers of the receipt of this letter, without in any way showing our grievance over the injustice which we believe was done to us in the disposal of Hofland, submitting this with the utmost respect to the judgment of Your High Honors, to whom we take the liberty of addressing ourselves in all submissiveness for justice. § 134. That we have been discreet enough
Dutch transcription
haer verzoek, en hoe onbestaanbaerte was met de rechten en gebruijken van wederzijdsche Natien, Haer aan het ge „melde Gerechts hof over te wijzen, ont„ „vangen zij, op het onverwagtst een brief van voormelde Gabriel Hofland. Na de vertooning die hij Hofhon E §129. bij deeze brief died, hadde hij, zeedert den Iaare 1788. het voorsz: vaartuijg voor reekening van van Halmg „commandeert en daarmeede verschij „de tochten 3oo om de Oost, als ter Rut kormandel gedaen, en bij vertrek van van Halm van Iaggernaij „poeram naer Palliacatta Bi„ begeeven naer zijn residentie plaat Coringa, van waer hij, op ordre van zijn zijn principaal, verscheijde Tochten deed naer Pondicherij Madras, en ook naer Palliakatta. Met medio Augustus 1791. hadde hij het vaartuijg bevracht aan den franschen Agent Monsieur De Mars ter overvoer van een Lading Zout naer Bengale Na dat hij reets begonnen was te laaden had hij van het Iaggernaikpoe„ „ramsche opperhoofd Eilbracht ontvangen een brief sub dato 24. Aug:s waer bij het vaertuijg van hem word gerellameerd, op voorgeeve, dat het zelve, door van Halm aan de E: Compagnie was verbonden. Dit had sijn principael hem nooijt bekent gemaekt, en hij, geene beveelen heb„ „bende om aan dit op ontbod te ge„ „hoorzamen, hoorzamen, had geweigert daer aen te voldoen. Vervolgens was hij den 8: Sep „tember van Coringa vertrocken, en den 24.: e daer aen op kalkatta gear„ „riveert. Lange na zijn aankomst aldaer had hij van zijn Reeder van Halm voormeld, bij brieve de dato 24 September, naricht bekomen, dat zijn vaertuijg, door de kormandelsche Regeering, was gereclameert, en dat ten dien eijnde, de bewijzen naer Bin„ „gale waeren overgezonden, met last om het vaertuijg over te geeven: waer om hij Hofland het ook aan de Ministers hadde aangebooden, met verzoek dat aen hen mogten worden uijtgekeert zijne verdiende twaelf man „den gasie. —. § 130. Hier § 130. Hier door, vervolgen gem: Ministers, waeren alle hinder paelen, eens klaps uijt den weg geruijmt, de middelen aan de hand gegeeven om de Compag„ „nie zonder verderen omslag schadeloos Nogtans, onzeekere te Stellen. van de waerde van het vaertuijg, en van het beloop der door Hofland, ge„ „maekte Pretensie, hadden de Minis„ „ters beslooten, alvoorens zich ver„ „der in te laaten ter onderzoek van het een en ander, den Equipagiemeester naer Kalkatte te Committeeren, die bij een sub 29. November in Raede van Politie ingediend bericht, het vaartuijg hegt en sterk oordeelde, onder vertooning dat de pretensie van Hofland, na een door hem geproduceerde reekening reekening, voor reiskosten en verdien„ „de maend gelden van hem en zijn Equipagie, na aftrek van R„s 680. - die hij aan vragt penningen ontving, n groot bleef Rd„s 1482. ½. en wijl het vaertuig geagtwierd; wel drie mael zoo veel waerdig te zijn, hadde de ministers in Ben„ „gale beslooten Hoflands aanbieding te accepteeren, en toen Haer Ed:s dit schreeven, lag het vaartuijg voor de Loge te sinsu„ „ra ten anker. Bij onderzoek van het door Hof„ § 131. „land gehouden gedrag in deezen, hadden gem: Ministers hem in geenen deele, kon„ „nen beschouwen in dat licht, waer in hij, door ons, werd voorgesteld, wijl, zig„ „gen Haar Ed„s verre dat daer in zouden doorstraelen door straalen de oogmerken van een Roover die zich op een onwettige wijze willen mees„ „ter maeken van het aanbetroude Eijgendom, daar uijt niet anders was op temaeken, dan een getrouwe verkleering aan het belang van zijn Meester, zonder wiens positive beveelen, hij zeekerlijk niet geagtkon wor„ „den gehouden te zijn aan de reclame der Iaggernaijkpoeramsche bedienden te ge„ „hoorzamen. De uijtkomst had geleert, dat zijne weijgering alleen aan het niet bekomen van die ordres moest geweeten worden: Want, zoo dra ontvangt hij die niet, of hij betuijgt gereed te zijn het vaer„ „tuijg over te geeven, daer bij het tegen„ „deel, ingeval hij werkelijk voorneemens was geweest met de snauw door te gaen, de weijgering van het Engelsch gouver„ „nement „nement om aan der Ministers verzoekte voldoen, hem daer toe de schoonste ge„ „legenheijt des werelds aan de hand was gegeeven. Hierom hadden de Ministers ook geen zwaerigheijt gevonden hem Hof„ „land van alle blaam ten dien opzigt vrij te verklaaren en op zijn daerom, aen Haer Edelens, bij request gedaen verzoek van alle bewind op de snauw te ont„ „slaan en vrijheijd te vergunnen zig eld heen te begeeven. § 132. Ten opzigte van de snau zelve quam bij de ministers in aanmerking, hoe zij ter oorzaake van de door de Engel„ „schen gelegde embargo op den uijtvoer van graanen niet in staet waeren, de„ „zelve met eenig voordeel, ter goetmac„ „king 319 „king van de ongelden te konnen belaeden, en dat dus, dat vaartuijg, leedig ver„ „trekkende, de kosten zod hoog zouden loopen, dat daer door, het oogmerk aan dies reclame veriedelt wierd, voorts dat, wijl volgens ingekomen berichten, de vaartuijgen op kalkatta thans hoog in prijs, en den verkoop van de snau„ in Bengale het meest met de belangen onzer Heeren en Meesters zoude stroo„ „ken, hadden de Ministers tot dit last„ „ste beslooten en doen adverteeren dien verkoop in de kalkatsche Couranten tegen den 31. December, na het prove„ „nu, na aftrek der ongelden, en het geen aan den Gezaghebber Hofland was voldaen, bij aanreekening, dit Gou„ „vernement stond ten goede gebragt te worden § 133. / Wij zullen dit te gemoet blijven zien, en 3oo dra, na de depeche dezes, de hande wat ruijmer zijn, van den ontvangst van deeze brief aan de Ministers be„ „hoorlijk kennisse geeven, zonder in eeniger maniere te doen blijken onze grievende gevoeligheijt over het onge„ „lijk dat wij vermeenen, in de disposi„ „tie over Hofland ons aangedaen te zijn, als stellende dat met de meeste eerbied aan de beoordeling van u Hoog Edelheeden, aen wien wij de vrij„ „heijd gebruijken ons in alle onderda„ „nigheijt om recht te addresseeren. § 134. Datowij discreet genoeg zijn ge„ worden. „weest
English
been to defer to the said Ministers to send Hofland hither on account of his committed crime or to have him legally prosecuted there on that account, cannot be said to imply that we are indifferent as to whether or not he was actionable and to be accused of such a crime as we have reported against him. Nor can the acquittal of Hofland by the Ministers be reconciled with the complaint previously made to the English Government by Their Honors themselves, based on the evidence received, that he ought to be viewed in the sense that we have described him to Their Honors. This advice we believe may be alleged as the clearest proof that the Ministers themselves consider Hofland as having violated the Law of Nations, since they reported him to the General Government at Calcutta as a violator of the English flag. And whether a further instance to deliver him over to Their Honors as such, and to insist on our right to draw up his trial ourselves, instead of needing to stand trial before the Calcutta Court, would not have been much more proper than when unexpectedly Hofland presented himself to Their Honors by a letter to waive the matter, or to consider the crime as having been altered from what was done, we may safely leave to the equitable judgment of Your High Honors. After the accusation, and after Hofland himself had been judged guilty, one could not, subject to correction, do otherwise than either transfer him to us, or declare that he had to submit to a judicial investigation of his conduct at Sinsura, instead of acquitting Hofland and condemning us following his cobbled-together representation and an investigation of which we do not know the details. For this, Right Honorable Sirs, we believe the Ministers in Bengal were not qualified. A reciprocal discretion like that shown to Their Honors would, in our humble understanding, have required inquiring with us regarding Hofland's request whether his defense was tenable, or whether we, notwithstanding this, believed that he was actionable. For the readiness, so favorably accepted, to surrender the vessel to the Minister, supposedly by order of his owner and as if we had not the slightest authority over him, certainly does not excuse him from violating the ordinances and orders regarding free navigation, according to which no subjects of the State and its East India Company may make use of an English pass and flag, under both of which Hofland arrived in Bengal and indeed at Calcutta itself. Both he and his owner belong to the State and are subject to the laws and ordinances of the Company, consequently to the orders and requisitions of all governors, directors, or chiefs of the Company's factories wherever they may happen to be. Hofland was therefore directly bound to that same readiness shown in Bengal to surrender the snow Wilhelmina, when in August 1791, lying under a Dutch flag in the roads of Coringie, he was summoned in our name by the Jaggernaijkpoeram chiefs by letter of the 24th of that month to surrender the vessel—which, as was reported to him, was mortgaged by his master to the Company, and was already claimed from him on the 29th of July previously—and to bring it hither on our orders. We say in our name and on our orders because the letter from the chiefs, dated 24 August, clearly shows the notification to Hofland that we had written to them to that effect and qualified them for this summons. To this, therefore, Hofland was obligated to obey; his master was present here, and supposing he doubted the hypothecation of the vessel to the Honorable Company, and thereby the satisfaction of his claim made in Bengal, Palleakatte was the place to which he should have proceeded; there he could have found his master, and there he ought and should have addressed himself, with more propriety, to us as well as to the Ministers in Bengal for satisfaction of one thing or another. But instead of acting thus, Hofland replied in writing from Coringie on the 27th of August to the Jaggernaijkpoeram chiefs in a tone that denotes everything except a due obedience to the State and the Honorable Company, or a faithful adherence to the interests of his master: for far from alleging anything like the freighting of the vessel with salt for the French chief Mr. Maers, he busies himself with making remarks about matters which, even if they were true and contributed something to the point in question, he still had to prove, and declares flatly at the end of his letter that at Coringie he had arrested the vessel of his master for himself in order to recover the payment of the monthly wages due to him and his crew, thus making himself guilty of double infidelity and disobedience, proving this at the same time by trying to make himself master, not of his owner's, but of the Company's property, as the snow Wilhelmina had been demanded from him in our name for surrender, which he, however, refused to obey, holding our authority in contempt and scorning the commands of his superiors.
Dutch transcription
324 „weest aan gemelde Ministers te deferee„ ven om Hofland wegens zijne begaene misdaed herwaerds te zenden of der wee„ gen zelve gerechtelijk te laeten actionee„ ven, kan niet gezegt worden in te sluij„ ten dat wij het onverschillig stellen, of hij al of niet actionabel en te be„ Schuldigen waere van zodanig een Eri„ men, als wij teegen hem hebben opgegee„ ven. Ook kan de vrij verklaaren van Hofland door de Ministers, niet over een gebragt worden, met de, te vooren, door Haar Edelens zelve, op fundament der ontvangene bewijzen, bij het Engels Gouvernement gedaane aanklagte, dat hij beschout moest worden in dien zink als wij hem aan Haar Edelens, hebben beschreeven. Dit Adves vermeenen wij te mogen allegeeren als het klaar„ ste bewijs, dat de Ministers zelve, Hof„ land aanmerken, als geschonden heb„ bende bende de Rechten der Natien, wijl zij hem als een schender van de Engelsche vlag aan het generaal gouvernement te Kalkatta opgeeven. En of een na„ dere instancie om Item dusdanig aen Haer Edelens over te leeveren, en aan te dringen op ons recht, van zelfs zijn proces te moeten opmaaken, in steede van nodig te hebben om voor de kal„ katsche Court te recht te staan, niet veel eijgenlijker zoude geweest zijn dan toen onverwacht Hofland zig aan Haar E: bij een brief aanmelde daar van af„ „en te ziende zaak of het Crimen, als van gedaan te verandert te houden, mogen wij gerustelijk overlaaten aan het equi tabel oordeel van u Hoog Edelhee„ den. Na de aanklagte, en na dat men zelfs Hofland als misdadig had de geoordeelt, konde men, onder Corroctie gezegt, niet anders doen, dan hem of aan 23 aan ons overtewijzen, of te verklaaren, dat hij zich aan een gerechtelijk onderzoek van zijn gedrag op sinsura moest ko„ men onderwerpen, in steede van na zijne bij een geraepte representatie, en een onder zoek, waar van we de bijzonderheeden niet weeten, Hofland te absolveeren, en ons te te Condemneeren. Hier toe Hoog Edele Heeren! vermeenen wij, waaren de Minsters in Bengale niet gequali„ ficeert. Eene reciprocale discreetie als de aan Haar Edelens betoonde, hadde na ons nedrig begrif, vereijscht, om nopens Hoflands instantie zig bij ons te informeeren of zijne verantwoording bestaan konde, dan of wij, des onaan„ gezien vermeende dat hij actionabel ware, want door de zoo gunstig aen„ genomen bereidvaardigheijd om het vaartuijg, quasi op ordre van zijn Rhee„ den, en als hadden wij over hem geen het het minste gezag, aan de Minister te willen overgeeven, verschoont hem immers niet van het vroleeren der ordonnancien en ordres op de vrije vaort„ volgens welke geen onderdanen van den staat en Haare Oost Indische Com„ pagnie zich moogen bedienen van een Engelsche pas en vlag, onder welke bei„ den Hofland in Bengale en wel op kalkatta zelve is aangeland. Beiden„ Hij en zijn Reeden behooren tot den staet en zijn onderworpen aen de wetten en ordonnancien van de Compagnie, ge„ volgelijk aan de beveelen en requisitien an alle gouverneurs, Directeurs, of opperhoofden van 'sComp:s kantooren, al„ waar zij zich komen te bevinden Hof„ land was dus die zelve bereitvaardig„ heijd, betoond in Bengale ter overgave van de Snaauw Wilhelmina, di„ rectelijk verschuldigt, toen hij in aug:s 1791: 32 1791. met een Hollandsch vlaglag op de rheede van Coringie, en uijt onze naame door de Iaggerwaijkpoeram„ sche opperhoofden bij brieve van den 24. van die maand werd gesommeert om het vaartuijg, gelijk hem gemeld wierd door zijn Meester aan de Compagnie verbonden, en van Hem; den 29=e Julij bevoorens reets opgeEijscht, over tegee„ ven en op onze ordres herwaards te bren„ gen. Wij zeggen uijt onze naame, en op onze Ordres om dat bij de brief van de opperhoofden, de dato 24. aug.:s duijdelijk Consteert, de bekentmaaking aan Hofland dat wij hun dat aangeschreeven, en tot „ge deeze sommatie qualificiert hadden. Hier aan dus was Hofland verpligt te gehoorzaamen; zijn Meester was al„ hier tegenwoordig en gesupponeert hij 5 twijffelde aan zijn verbintenis van het vaartuijg aan d' E. Compagnie, en daar door door aan de voldoening van zijne in Ben„ gale gemaakte pretentie, Palleakat„ ter was de plaats daar hij zig had be„ hooren na toe te begeeven; daar hij zijn meester had konnen vinden, en daar hij zig, met meer eijgenschap aan ons zoo 3 =wel, als in Bengale aan de Minis„ ters om voldoening van het een of ander had moeten en behooren te addresseeren Dan, in steede van zodanig te kam 5. 135. delen, antwoord Hofland den 27. aug:s van Coringie schriftelijk aan de Pag„ 1 gernaijkpoeramsche opperhoofden een toon, die alles denoteert, behalven eene verschuldigde gehoorzaamheijt aan den Staat en de E: Compagnie, ofte een getrouwe aankleeving aan het be„ lang van zijn Meester: want wil verre van iets dergelijks te allegeeren als het bebrachten van het vaartuijg met Zout 24 32 zout voor het fransch opperhoofd den Heer Maers, bemoeit hij zig met aen„ merkingen te maaken over gevallen, die waaren ze zoo en deeden zo iets tot het point in questi, hem noch te be„ wijzen stonden, en verklaart, bij het slot van zijn brief roud uijt, dat hij te Coningie het vaartuijg van zijn Mees„ ter, voor zich zelve had gearresteert tot verhaal van voldoening der maand„ gelden hem in zijn Equipage Competeeren„ de, maakende dus zig schuldig aan dub„ belde ontrou en ongehoorzaamheijd, dat tevens bewijzende door zich te tragten meester te maaken, niet van zijn Ree„ ders, maar van 'sComp:s Eijgendom, hoeda„ nig de snau Wilhelmina uijt onze nae„ me, ter overgave, van hem is gerequi„ viert, dog waar aan hij niet heeft willen gehoorzaamen, verachtende ons gezach, versmaadende de beveelen zijner overig„ heijt
English
and ending his letter or answer to the summons to the chiefs with this insolent expression: In accordance with my opinion, refusing your orders, I have nothing further to answer for. Paragraph 136. According to what the letter from Bengale itself shows, that from Jaggernaikpoeram dated 24 August 1791 was shown by Hofland to the Ministers; and although it clearly contains that the requisition of the Wilhelmina occurred on our special order, it is nevertheless interpreted as if the foundation of that requisition were a pretext of the chief Eilbracht that the vessel was bound to the Company, which Hofland ignoring, it was judged that he was not obliged, without positive orders from his Master, to obey the claim of the Jaggernaikpoeram servants. Paragraph 137. Hofland, as the Ministers agree, provided himself with an English pass and flag; pushed off thus, and also arrived under that mask in Bengale. Nevertheless, the Ministers hold him free of the blame that, in their opinion, was wrongfully imputed to him by us; they permit him to go where he pleases, and thus render illusory all precautions and dispositions taken by us regarding Hofland toward well-deserved punishment. And all this is based, mainly, on the demonstrated willingness to hand over the vessel immediately upon receiving orders from his master, which, however, when one examines it, is not so much to be attributed to that willingness, but rather to a legitimate fear that the national commotion already made could not fail to make Hofland subject to the severity of the laws, as would apparently have been his lot had the Ministers not admitted and acquitted him so prematurely. How untimely, and injurious to us, is that acquittal; because all that Hofland stated in Bengale for his excuse could not possibly be decided there in such haste without hearing us, and if necessary again required leaving us the competent liberty that we proposed to the Ministers, to the effect that Hofland appeared actionable to us, and that a judicial investigation into his conduct seemed necessary to us: for the very pretext that his departure for Bengale occurred with the prior knowledge of his Master entirely contradicts this his account to us, mentioned in paragraph 177 of our October letter. In addition, far from such a consent, one finds on the contrary strong complaints from that master about Hofland's disobedience and arbitrariness, and what is more, refusal of an accounting of his voyages, the first duties of a Captain to his owners. This justification, as shown by the contents of paragraph 17 of our aforementioned October letter, was sent in copy to Bengale on 23 September 1791, and it is very remarkable to find no mention whatever made of its receipt. Paragraph 138. According to a notarial declaration passed at the requisition of the first-signed, which we have the honor to annex hereto in authentic copy, Hofland has been an inhabitant of Jaggernaikpoeram since 1785 and married there to a daughter of the bookkeeper van Rechem. Since 1788 he entered into the service of the former Jaggernaikpoeram chief van Halm, for whose account he commanded the sloop Wilhelmina as master; in March 1790 he still had his domicile at the said place, although the vessel occasionally lay at Coringie, where he was met in 1791 by the first deponent. The vessel was then lying at Coringie in the river flying the Dutch flag. Hofland lodged now in a house at Coringie, and then again at Jaggernaikpoeram in the inn; and his wife still has their joint domicile at the last-mentioned place, although they live apart due to domestic disputes. Finally, it appears nowhere that Hofland has been discharged from his citizenship and allegiance to the Dutch Company, or that he has requested permission to place himself under a foreign nation, although in the postscript of his letter dated 27 August 1791 he requests of the Jaggernaikpoeram chiefs that if they should write to him again, to do so in English in order to be able to show it to his Chief at Coringie, thereby also declaring that he has, at his own discretion, withdrawn all obedience and loyalty to the state, the Company, and his owner. We therefore believe that, notwithstanding the acquittal in Bengale, our warrant requested of the Fiscal office pursuant to the decree of 22 September remains in force to arrest Hofland if he can be obtained, and otherwise, or if not appearing here, to proceed against him by edict, as well as the order given to the Jaggernaikpoeram chiefs, according to our resolution of the said 22 September 1791, to apprehend Hofland if he appears on the Company's territory and send him hither, unless Your High Excellencies should countermand this and please to approve the resolution of the Bengale Ministers, to which we shall then submit with due respect, therefore requesting Your High Excellencies' honored disposition upon this and upon our complaint regarding the injury done to us. 140. Receiving from Bengale the record
Dutch transcription
heijt, en eijndigende zijne brief of ant„ woord op de sommatie, aan de opperhoof„ den, met deeze brutale uijtdrukking Conform mijn gevoelen, met uwe or„ dres te weigeren, hebbe ik niets meer te verantwoorden. §: 136. Volgens het geen de brief uijt Benga„ le zelfs, uitwijst is die van Pagger„ naikpoeram sub 24. augustus 1791. door Hofland aan de Ministers ver„ toond; en alhoewel die duijdelijk inhoud dat de opeijssching van de Wilhelmina is geschiet op onse speciale ordre, word zulks egter zoo uijtgelegt, als ware het fundament van die op Eijssching een voor„ geeven van het opperhoofd Eilbracht, dat het vaartuijg aan de Compagnie 17 was verbonden, het welk Hofland ignoreerende, oordeelde mon hem niet verpligt te zijn om zonder positive be„ veelen 320 „veelen van zijn Meester, aan de recla„ me van de Iaggernaijkparamsche bedienden te gehoorzaamen. ~ § 137. Hofland heeft zig gelijk de Minrss„ ters dat toestemmen, van een Engelsche Pas en vlag voorzien; duwt zoo op, en an„ riveert ook onder dat masker in Bengale. Nochtans houden de Ministers hem vrij van de blaem die hem, na haere opi„ nie door ons, ten onrechten, is aangewree„ ven zij veroorlooven hem te gaen waar hij wil, en maaken dus illus oir alle pre„ cautien en dispositien tot wel verdiende straffe, door ons, omtrent Hofland ge„ nomen. En dit alles grond zich, hoofd„ zaakelijk, op de betoonde bereidvaardig heijt, om, ontvangende ordres van zijn mees„ ter, het vaartuijg onmiddelijk over te gee„ ven, het welk egter als men het inziet, zoo zeer niet aan die bereijtvaardigheijt, maar maar wel is toete schrijven aan een Vijff maetige vroes dat de reets gemaakte Nationale beweeging niet konde mis„ sen van hun Hofland subject te man ken aan de strengheijt der wetten, gelik apparent zijn deel zoude geweest zijn, hadden de Ministers hem niet zoo ontij„ dig geadmitteerd en vrij gesprooken war ontijdig, en verangelijkend voor oms, is die vrijspreeking; om dat, al wat Hofland tot zijn verschooning in Bengaleheijt opgegeeven, aldaar onmogelijk zoo ver„ haastend was te beslissen zonder oms te hooren, en des noods weder vereischte, dezelve, ons Competeerende vrijheijt te laaten welke wij de Ministers hebben geproponeert, in die zin, dat Hofland ons voorquam actionabel te zijn, en dat een gerechtelijk onderzoek van zijn gedrag„ ons, als noodzaakelijk toescheen: want het voorgeeven zelfs, als ware zijn ver„ trek 33 trek naar Bengale geschiet met voor„ kennis van zijn Meester, Strijd ten eene„ maal met deeze zijne verantwoording aan ons, vermett bij par: 177. van onze october brief. Daar bij wind men, verre van een dergelijk Consent, in tegen deel ster„ ke klagten van die meester over Hof„ lands ongehoorzaamheijt, en willekeu„ righeijt, wat meer is weijgering van Reekenschap van zijne voijages, de eerste plichten van een Capitain aan sijn Reeders. Deeze verantwoording ed, uijtwijzens het bedeelde bij pan: 17. van voorm: onze october brief op den 23. September 1791. in Copia naar Bengale gezonden, en het is zeer Speculatif, van dies ontvangst niets hoe genaamt gementioneert te vinden. — §: 138: Blijkens eene ter requisitie van den Eerst geteekend gepasseerde secretarieele verklaaring n verklaaring, die wij de eere hebben, in Copia authenticq, hier naven te voegen, is Hofland Zeedert 1785: een inwoonen van Paggernaikpoeram en aldaar ge„ trout met een dochten van den Boek houden van Rechem. Zeedert 1788. is hij getree„ den in dienst van het geweezen Pagger: naikpoeramsch opperhoofd van Halm„ voor wiens reekening hij de sloet wil„ helmina als gezachhebber voerde; In Maart 1790. had hij ter gem: plaatze nog zijn domicilium, schoon het vaar tuijg nu en dan lag op Coringie, al„ waar hij in 1797. door den Eersten Attes„ tant is ontmoet. Het vaartuijg dag„ toen te Coringie in de revier voerende de Hollandsche vlag. Hofland Co„ geerde nu in een huijs op Coringie, en ban weder op Iaggernaikpoeram in de Hberan berg; en zijn huijsvrouw heeft ter laast„ gemelde plaatse nog haar beider Do„ micilium 533 lamd micilium, schoon zij om huijsselijke verschillen apart wornen. Eijndelijk blijkt het nergens, dat Hofland van zijn Burgerschap en onderhoorigheijd van de Hollandsche Compagnie is ontsla„ gen, of dat door hem ook verzogt is om zig onder een vreemde natie te mogen begeeven, schoon hij bij P: S: van Zijn brief de dato 27. Augustus 1791 van de Lagger„ naikpoeramsche opperhoofden begeert, dat zoo zij weder aan hem schreeven, dat dan in het Engelsch te doen om het te Poringie aan zijn Chief te konnen vertoonen, denuncieerende daar meede, dat hij zich, op eijge goed dunken, alle gehoorzaamheijd en trou aan den staet, de Comp:e en zijn Reeder, heeft ontrokken. mend big deag ts Wij vermeenen derhalven dat, ongeagt de vrij verklaaring in Bengale, stand houd onze ingevolge Arrest van 22. septem„ ber/ werd despositie verzogt Waar Voor van salan nog staat gecore„ „diteerde beworden ber het officie fiscaal gedimandeert bevel om Hofland, zoo hy te bekomen zij te arresteeren, en anders, ofte alhier niet verscheijnende, bij Edictstegen hem te procedeeren, zoo ook de ordre aan dt Paggernaikpoeramsche opperhoofden, volgens ons besluijt van gem: 22. Sept:r 1791. gegeeven, om Hofland, op 's Comp:s ter„ ritoir verscheijnende aantehouden, en hen waards te zenden, ten waare U Hoog Edelheeden dit mogten Contraman„ deeren, en gelieven te approbeeren het besluijt der Bengalsche Munsters, waar aan wij ons dan, met verschul„ digde eerbiet zullen onderwerpen ver„ zoekende derhalve hier op, en op onze klagte over aangedaane verongelijking U Hoog Edelheeden geeerden dis Poss tie. 140. Van Bengale ontvangende de aanvee kening 95
English
the proceeds of the snow Wilhelmina, we shall credit the account of van Halm for that amount, as is also to be done with the net proceeds of his house at Nagapatnam: which, on account of the mortgage, was sold publicly by our order, but of which the proceeds have not yet been accounted for because the payment term, according to the latest reports from Nagapatnam, had not yet expired. Also, pursuant to our resolution of 7 November, 14 packs of blankets from the former supplier Batjoe Paggaija were accepted at Jaggernaikpoeram in reduction of the arrears, thus in favor of those who are to reimburse the same. For although the demand for 1792 requires the necessity of only one pack, we nevertheless thought, along with the officials there, not to reject the offer in this regard, so as not to give even the slightest appearance of being unwilling to accept anything other than cash in payment; provided nevertheless, and in so far as the supplier is content, that those packs be forwarded for his account and risk to the further esteemed disposition of Your High Excellencies. But he, according to the letter received from Jaggernaikpoeram dated 29 December 1791, has shown that the debts of the weavers were left for the account of van Halm and van Someren, with the request that the packs might therefore also be sold or forwarded for their account, as we should find proper; and in that manner those packs were shipped uncharged or without monetary value, in the vessel that brought the Company's remaining packs here, with which they are therefore being forwarded further: humbly requesting that Your High Excellencies please decide to whom the risk, profit, or loss pertains, the aforementioned Batjoe Paggaija, or those whom he maintains ought to answer for it. We have further, pursuant to our aforementioned resolution of 7 November, instructed the chiefs of Jaggernaikpoeram upon their inquiry how they were to act to prevent confusion in keeping unnecessary accounts regarding the old Jaggernaikpoeram arrears: namely that, if there should still be entries from the original debtors for which the accounts of those who must reimburse them have not been debited, they should transfer that amount to the actual account, in order to be transferred to the Paliacatte trade journal after the debit already made or yet to follow, since they, the officials, had nothing more to do with the matter itself than to credit here whatever might, in time, be received from the original debtors, to the benefit of the charged persons; to which troublesome collection as far as possible they are further recommended, according to their promise, to apply all diligence. Further, at our meeting of 28 December last, there served the current account book with the Paliacatte suppliers of the shifts, each individually, showing that under the ultimate of October the balances in arrears of f 2496 and in advance of f 4841.12 were properly liquidated by payments into and out of the treasury, and furthermore that the accounts were affirmed by the suppliers as clear and correct; along with which accounts was also submitted a general statement of the condition of the supply in 1791, according to the intention of the resolution dated 29 October 1790 regarding the drafting and annual submission of the general current account book both here and of the subordinate offices, to prove that the balances in advance total f 52520.19.8 and in arrears f 77898.18, originating as to the latter: 1. Because it appears as if the Company's interpreter remained in arrears by f 9744.2.8 with his supply for 1791, which would not have existed had the first undersigned been provided in time with his current account for the year 1790, according to which he remained in deficit on 31 August for f 11300.18, and for which he was only debited at the closing of the latest account, the notes to the resolution of 28 December further demonstrating how the said arrears of f 9744.2.8 will be settled in the current year; 2. Because the account of the supplier of the Nagapatnam assortments, Namboer Samie, shows an unfavorable balance of f 14133.11, as having been credited no further than for goods effectively received here and already shipped per the vessel De Zeeuw; thus without counting on 46 to 50 packs of his, with the rest of those remaining behind in the south, on hand at Cuddalore, but which had not yet been accounted for; which having since occurred to the amount of f 17189.10.8 causes the balance to turn in his favor, besides that among these remaining packs are some that serve in reduction of his debit as supplier at Sadras, since those for Paliacatte amount to only 38 in number; 3. Because under the general sum of the Sadras arrears, amounting to f 5688.17, which, as stated, must also be set down, is not only that which is still to be credited to the said Namboer Samie on account of the Sadras supply, but that, as shown by the business held concerning the separate account of this office on 10 December last, the settlement of the remainder will be found through the supply in 1792; and 4. Because of the Porto Novo debit balance
Dutch transcription
335 den herde ange boom da den beland kening van het provenu van de snau Wilhelmina zullen wij de reekening van van Halm daar voor Creditee„ ven, gelijk ook staat te geschieden met het limpido van zijn Huijs te Nagapat nam: dat uijt hoofde van het verband, ter onzer ordre publiek verkogt, dog waar van het proveiu nog niet verantwoord is omdat het termijn van betaaling, bij ƒ de laaste berichten van Nagapatnam nog niet was verstreeken.— o ei atsten in le Jok zijn, volgens ons besluijt van den 7 November, te IaggernaijkCoeram, in mindering van het agterstal, dus in faveur van die het zelve komen te vergoe„ den, aangenoomen 14 pakken Deekens van den geweezen Leverancie Batjoe beden vingoverde Andee lij ver onding Paggaija. Want schoon de Eijsch voor 1792. de benodigtheijt van maar een pak komt te vorderen, hebben we egter met de bedien„ den der vermeent, de aanbieding derweegen niets van de hand te moeten wijzen om zelfs den minsten schijn niet te gev„ # word ven als wilde men niets, dan kontant in betaaling aanneemen, zoo nogthan en bij zoo verre de Leverancier te vra de zij dat die pakken voor zijn reek ning en resico ter verdere geëerde dit positie van U Hoog Edelheeden wo den verzonden. Dan hij heeft, volgens ontvangen schrijven van Jaggernaa perram de dato 29. december 1791. laa ten vertoonen hoe de Schulden der kork lieden waaren gelaaten voor reeke„ ning van van Halm en van So„ meren, met verzoek dat de pakken dus ook voor Haare reekening moch ten worden verkogt of verzonden, zoo als wij zouden bevinden te behooren, en in„ diervoege waaren die pakkan onaen„ gereekent of zonden gelds waarde afge„ scheept word te boordelin gelaaten de Rekeningen der deciteuren scheeps, in het vaartuijg dat de overige„ pakken van de Compagnie hier gebragt „ waar heeft meede ze denhalven verder wor„ den voortgeschikt: Ootmoedig verzoekende dat U Hoog Edelheeden gelieven te decideeren wie de resico, winst of ver„ lies Competeert, Batjoe Paggaija voor„ melt, ofte de geen die hij sustineert dat daar voor zouden moeten respondeeren: geonden dede e aij esens 12. Wij hebben de Daggernaikpoeram„ sche opperhoofden nog, ingevolge ons voor„ mett besluijt van 7. November op haare instancie hoedanig zij ter voorkoming van Confusie in het houden van onnodi„ ge Reekeningen wegens het oude Iag„ gernaikpoeramsche Agterstal hadden te handelen, namelijk om indien ter van de origineele debiteuren noch posten mog„ ten zijn, waar voor de reekeningen der geenen die dezelve vergoeden moeten niet zijn ben voor rigt gelequideerd zijn belast, dat bedragen op de eijgen lijke reekening over te schrijven, om na de reets gedaane, ofte nog te volgen aanreekening bij het Palliakatsche negotie Tourmaal te worden overgeno„ men, wijl zij bedienden, met de zaak Vig zelfs niet meer te doen hadden, dan te geen wat, in der tijd, van de origineele Debiteuren mocht inkomen, herwaars aantereekenen, om de belaste persoonen ten goede te komen; tot zoo veel moee„ lijke inpalming van het welke zij ver„ der gerecommandeert zijn, om volgens hunne belofte, alle devoir daar toe aan„ te wenden.— de solliatoe Commamaeuws el . 3. Wijders heeft, ter onzer vergadering van 28. December I: Leeden gedient het reekening Pourant boek met de Pallea„ Katsche Leveranciers van de ploegen ieder in het bijzonder, aantoonende dat onder ult:o 334 derigtantie van 197 ultimo october de saldos ten agteren met ƒ2496. , en te vooren met ƒ4841. 12. – door be„ taaling in - en uijt Cassa behoorlijk zijn geliquideert, voorts dat de Reekeningen, als duijdelijk en goet, door de Leveran„ Vertoog van de Ggeneraale staat der Ciers zijn geaffirmeert, bij welke reekenin„ gen tevens is overgelegt een geraale Aan„ tooning van den staat der Leverancie in 1791. na de intensie van het besluijt de Dato 29. 8ber: 1790. nopens het inrichten en Iaarlijks indienen van het generale reekening Courant boek zoo alhier als van de onderhoorige kantooren, ten be„ wijze dat de saldos te vooren sommeren ƒ52520. 19. 8. en ten agteren ƒ77898. 18. —. oorspronkelijk het laaste. S: Door dien het schijnt als waire 's Comp:s Tolk met zijne Leverancie voor 1791 ƒ9744: 2. 8. ten agteren gebleeven, dan het wel„ ke niet zoude geexteert zijn, hadde men den Eerst geteekenden, bij tijds in handen gestelt aan„ gestelt zijn reekening Courant voor het Iaar 1790:, volgens welke hy onder 31. an„ gustus ƒ11300:18. — te quaat gebleeven en waar voor hij bij het sluijten der laas te Reekening eerst belast is, toonende de Aanteekeningen bij Resolutie van 28. December verder aan hoedanig het gemelde agterstal van ƒ97.14. 2. 8. in hit loopende daar zal worden vereevent Door dat de reekening van den Leve„ rancier van de Nagapatnamsche sortementen Namboer Samie een nadoelig saldo vertoont van ƒ14133:11. als niet verder zijnde gekrediteerd dan voor alhier effectief ontvangen en per het schip De Leebouwer reets verzondene goederen, dus zonder te ree„ kenens op 46. â 50. pakken, die van hem, met de overige van de Zuijdag„ ter gebleevene, te koedeloor aan han„ den, dog nog niet aangereekent waaren„ het 2 9 41 het welk zeedert geschiet zijnde ten bedragen van ƒ17189: 10: 8: de balans in zijn faveur doet overslaan, behalven nog dat onder deeze restanten pakken zijn, die dienen in mindering van zijn debit als Leverancier te Sadras nademaal die voor Palleakatta maar 38: in getal uijtmaaken. — 3. / Door dat onder de generael Som van het Sadrassche Agterstal groot ƒ5688. 17. —. dat als gezegt ook moet worden gestelt niet alleen het geen gem: Namboer Samie wegens de sadras„ sche Leverantie nog staat ten goede te komen, maar dat, uijtwijzens de over„ de afzondenlijke reekening van dit kantoor op den 10. December passato gehoudene besoigne de vereevening. van het overige zig vinden zal door de Leverancie in 1792. en 4. Door het Portonsvosch salder ten quera„ de
English
account with f377. 8 that is paid in cash there. Through the new Jagannathpuram arrears up to f17654. 19. regarding which, as mentioned above on 28 December, the necessary measures were disposed of during the committee and points of rescription over and on the letters from that office which were then still unanswered. According to a statement showing what was bound by the Jagannathpuram missive of 9 November, drawn up in anticipation, of the delivery after the last shipment per De Zeerot, the suppliers together would have delivered P a/o 16551. 16. The goods in remainder, as they stand specified in that letter, included therein. Carried forward P a/o 16551. 16. Carried forward P a/o 16551. 16. Their receipts on the other hand had been in money: the first installment P a/o 5793. 20. the second installment 4519. In cash P a/o 10312. 20. In merchandise such as cloves, copper, and sugar in two deliveries 12068. 0. so that under the end of September they were calculated to be in arrears P a/o 14441. 4. This arose from the late receipt of the second term, first disbursed to them in August, practically at the end of the delivery year; but against which arrears they were already to deliver in again 3786. 14. And consequently only remain in arrears P a/o 10654. 14. 30992. 20. Which which arrears the chiefs requested to be allowed to serve towards the supply for the future year, and that the requisition Pro Patria for the same year be sent to them with our approval regarding the packages remaining on hand, and whether what came in thereafter shall remain on the expired requisition, or whether both shall be reckoned to serve for the year 1792. Section 145. By the accompanying further missive dated 17 November, being transmitted the current account under that date signed with the merchants, according to which the suppliers stand in debit pag: 10656. 17. 1/8, with a note of the same date and, according to the postscript, added to the letter, showing the reason why the settlement had been delayed for so long and upon which the servants requested a favorable consideration, the chief Eilbracht adds, with a request for a representation both to the Lords and Masters and Your Noble Highnesses, as a difficulty towards his discharge, that although the aforementioned outcome of affairs in the period of a full eight months that the same had taken place under him and the second Hogendorp turned out reasonably well, even better than one could have expected with any semblance of reason, he could nevertheless not conceal the dread and anxiety that he feels, and had felt since his arrival at a place where he neither knows the persons with whom he must conduct the business, nor has any knowledge of the language, custom, and manners of the country; much less still of the means and ways that the native there could turn to his advantage in order to employ their usual tricks of deceit, and thereby lead someone not sufficiently experienced locally into a great labyrinth; that, if he wished to add here what decline the affairs had not undergone since the occurrence of all those hateful and unpleasant matters which had to be investigated, put to paper, and represented, and how the same still decline more daily, he would then quietly dare to flatter himself with having been able infinitely better to answer to the trust of Your Noble Highnesses and to the aim of the Lords Majores, if such a great favor as had now befallen him had been granted to him at the place where he had been from childhood and was thoroughly experienced in the language, custom, and the character of the natives. In conclusion of this petition, and as the foundation for the representation thereof, judging it not praiseworthy, out of self-interest, to keep any of his difficulties hidden from his superiors. Although it appeared to us at the meeting of 21 December, mentioned several times, undeniable that the worrisome circumstances communicated to us from time to time, of very much note, are of no less influence on the unexpected fatal course and outcome of affairs that occurred at the settlement for 1791, we simultaneously remarked that the motive of this arrear and the reasons why the settlement, according to the note sent thereof and inserted into our said Resolution, had been delayed so long, indeed served as proof of the altogether dangerous administration of the office of Jagannathpuram, not only since now, but from that time when the Honorable Company conducted trade there, so that the emergence of arrears, year after year, leaves us with nothing but a very critical consideration whether that office should indeed be maintained any longer at the peril of the most meticulous circumspection and prudence, which we hope Your Noble Highnesses will please recognize both in the conduct maintained by the servants and by us, in which we nevertheless fear we shall fall short, having to give up again a precaution so strictly necessary as the joint and several liability of the suppliers, so that we have most seriously admonished the chiefs to, through all ordered reasons
Dutch transcription
voroge vande ags lcturnte Reekening o99 de met ƒ377. — 8: dat aldaar in Cassar is voldaan. ~ /. Door het nieuwe Daggernaijkpoerams Agter stal tot ƒ17654. 19. — waar over sub 28. December voor melt, het nodige is ge„ disponeert bij de besoigne en pointen van rescriptie over, en op de toen nog onbeantwoorde brieven van dat kantoor Volgens eene uijtwijzens het verboonde bij Iaggernaikpoeramsche missive van den 9. November bij anticipatie opgeno„ men staat der Leverancie na de laas„ te verzending per De Zeerol, zouden de Leveranciers gezamentlijk hebben gelevert . - - - - - - - Pr/o 16551. 16. - De goederen per restant, zoo als zo bij die brief gespecificeert staan, daar onder begreepen.-- Transporteere P ra/o 16551. 16: —: Transport P a/o 16551. 16. -. Hun genot was daar en tegen geweest in gelt de Eerste koer P a/o 5793. 20. — de tweede rus. „4519. —. –. Aan Contant Pa/o 10312:20. — Aon Koop„ manschappen als Nagelen, koper en suijker in twee keeren - - - - - „12068.0. — zoo dat zij onder uttimo sep„ tember gereekend wierden ten agteren te zijn. . . Pr/o 144.41: 4. -. her voortgekomen uijt het laate genot van het twee„ de termijn in aug:s eerst aen hen uitgekeert, genoegzaam op het 1. eijnde van het Leverancie Iaar; dan op welk agter weezen zij reets weden zoude binnen leveren. - - „ 3786. 14. -. . En gevolgelijk maar ten agteren blijven pr/o 10654:14:— 30992. 20. — Welk van Jn92. tereveeveeren Pag: 1066. for ¼4. Het agter blad wrd Verogt me te ish welk agterstal de opperhoofden verzog„ ten te mogen laaten dienen op de ver„ strekking pro A:o futurs, en om haar te willen laaten toekomen den Eijsch Pro„ Patria voor het zelve Iaar met ons goed„ vinden op de in de band overgebleevene pakken en of het daar na ingekomen, zal blijven op den afgeloopen Eijsch dan wel of het een en ander zal worden ge„ reekent te moeten strekken voor het Jaar 1792. At masenlijk agterblijven was §. 145. Bij de nevens nadere missive de dato 17: November, zijnde overgezonden de reekening Courant onder dien datum met de kooplieden geteekent volgens welke de Leveranciers te quaad staan pag: 10656: 17: 1/8. met een Notul van den N:' ejusdan en, volgens P: S: de brief bij„ gevoegt, aantoonende het motif, dat de afreekening zoo lange hadde getrou„ neert dopperhoofde swraarigheijd omtrende fote en den de ten vordragt neert, en waar op de bedienden een gene„ gene refleijee verzochte, voegt het opper hoofd Eilbracht, met verzoek om voordracht zoo aan de Heeren en Mees„ ters, als u Hoog Edelheeden, als een zwaarigheijt tot zijne decharge, daar bij, dat Schoon de voorsz: uijtslag van zaaken in de tijd van groote agt maen„ E den dat dezelve onder hem, en den Le„ cunden van Hogendorp hadde plaats gehad, nog al tamelijk wel uijtviel, zelfs beeter, als men met eenige schijn van reeden had konnen verwagten, hij egter niet konde verbergen de schroomelijkheijd en bekommertheijd, die hij gevoelt, en van zijn komst af had gevoelt op een plaats al„ waar hij nog de perzoonen kent, waar mee„ de hij de zaaken moets uijtvoeren, nog eeni„ ge kennis had van de Tael, gewoonte, en Leeden des Lands; veel minder nog van de middelen en wegen die de Inlander aldaar aldaar te baet kon neemen om hunne gewoone strecken tot bedrog in het werk t: stellen, en daar door, hemant miet ge„ noegzaam locaal ervaaren, in een groot la bijwinth te brengen; dat, indien hij hier wilde bij voegen welk verval de zaaken niet al ondergaan hadden, zeedent het gebeuren van alle die haatelijkheeden en onaangenaamheeden, welke onderzogt; vaar ten papiere gebragt, en voorgedragen had„ den moeten worden, en hoe dezelve nog al dagelijks meer vervallen, hij zig dan gerust zoude dunven flatteeren, oneijndig„ beeter aan het vertrouwen van U Hoog Edelheeden, en aen het but der Hee„ nen Majores, te hebben konnen beant„ woorden, indien hem een dergelijk Groot faveur, als hem nu geschiet was, had mogen te beurt vallen ten plaatse daer hij van kinds gebeerte afgeweest en doorgrondig ervaaren was in de Taal„ gewoonte Confirmeerde werde gewoonte, en het Caracten van de inboor„ lingen. Tot slot van deeze instantie, en tot fundament van het voordraagen van dien, oordeelende niet prijzelijk te vin„ den om, uijt hoofde van eijge belang voor zijne supperieuren eenige zijner zwerkhee„ den bedekt te houden. — van eon di oartisij owel nu ter vergadering van 21: Decem„ ber meermelt, ons voorquam niet te ont„ konnen te zijn dat, de ons van tijd tot tijd bedeelde zorgelijke omstandigheeden, van zeer veel opmerking, niet minder van influcitie zijn, op de bij de afrec„ kening voor 1791. voorgekomen onver„ wagte fatalen loop en uijtslag van zae„ ken, merkten wij tevens aan, dat het motif van dit Agterstal en de reedenen waarom de afreekening, na de daar van gezonden, en bij ged: onze Resolu„ ƒ tie geinsereerde annotatie, zoo lange hadde gt E hadde getraineert, in der daad ten bewijze verstrekt van de alzuits. dangereuse ad„ ministratie van het kantoor Daggernask poeram, niet zeedert nu, maar al van die tijd af, dat d'E: Compagnie aldaar han del heeft gedreeven, zulks het ontstaen van Agterstallen, Iaar aan Iaar, ons niet dan een zeer Criticque bedenking overlaat of men dat kantoor, wel langer moet aan houden ten pericule van de naukeurigste om- en voorzigtigheijt, welke wij verhoopen dat U Hoog Edelheeden zoo wel in der bedienden als ons gehouden gedrag zullen gelie„ ven te en kennen, waar in wij egter vree„ zen te kort te zullen schieten, weder moetende opgeeven eene precautie zoo volstrekt noodzaakelijk als, het verlend der Leveranciers in solidum zulks wij de opperhoofden ten serieusten heb„ ben vermaand om, door alle gelaste at te reedenen
English
to add reasons and means, contrary to the request of the merchants to be released from it, to make that commitment agreeable; not without also conveying that otherwise there will be nothing left for it than to abandon the office and to see, through another way, to indemnify the Company for what it would otherwise lose at Paggernaikpoeram, which we however believe does not weigh very heavily at a time when those goods which are to be sold there could possibly, with less trouble, be disposed of at the Main Office, wherever it may fall, and the colorful cloth could be procured by our, or if necessary some other or several suppliers. What will be reported further on this in paragraph 17. Yet, however much, as shown by the hereinbefore answered and inserted Extract from the Fatherland dated 11 December 1790, the abandonment of disadvantageous offices was written to us by the Lords and Masters with the greatest emphasis, we have nonetheless, as our mentioned marginal answer shows, thus far, as far as we are concerned, from the arrears sent thither, thought not to have to proceed to that step before obtaining the opinions of the chiefs as to which course they think could be taken, in order for the Company itself not to fall into any inconvenience with regard to that which is otherwise usually procured by such an important office; which, moreover, if Your High Excellencies please to confirm, what, as shown by an accompanying Extract from a letter dated 9 December last, with respect to the subject of the household management, is asserted by the chief /: the former secunde being already here /; namely that the office is even brought advantage by the surcharges, just as we shall soon take that, under the chapter to which it belongs, into somewhat closer consideration. Commanded regarding the calculations ƒ 48. Meanwhile, under the aforementioned remarks, as also that the balance against one Baddam Rammalingam on account of the advance payment already made to them in November 1790, amounting to 137 Pagodas —:¼, ought to have been in the Treasury immediately, or must still be counted, we have approved the actions described with respect to the other suppliers and earnestly recommended a speedy settlement of affairs, and not to let it come down to any further, more efficacious disposition, notwithstanding all objections and anxieties which we have undertaken to present in the manner as has already been done, in the trust that all our duty is understood to keep the Company free from damage, just as we believe that it will also be to the good to amount to a larger number of bales received since the closing of the account than the 45 pieces mentioned at the foot of the account; as to the stock of bales, being about the entire stock of bales or how to act therewith, the necessary instructions have already been written to Iaggernaikpoeram on 7 November, just as that is dealt with under the main section of ships and vessels, paragraph 11. Also, regarding the old Iaggernaikpoeram account, further report note 9 has served. It also appears from the resolution of 28 December aforesaid, upon the receipt of the further report requested on 27 July 1791 from the trade transferor and his findings regarding the further separate current accounts received from Iaggernaikpoeram with the merchants since the year 1785/6 up to and including 1790. And whereas it is declared therein that no other reasons can be given or conceived concerning the calculation and payment of interest for the delivery made on credit in 1787/8 than those mentioned in the report sent over with our general letter of the last of February 1791, see paragraph 193, and the calculation formed then, we have thought that we must consider the commission fulfilled to that extent, and, under transmission of this further report, with the accounts, as these both comprise the annexes of this, to request Your High Excellencies' honored disposition in this regard. Money Matters. The debits which have been made to date of 1791, 150. A memory of borrowed and paid moneys, 151. In the Resolution of 10 October, there is noted the payment of five bonds of moneys borrowed for the Trade for 1791. Totaling in Capital and interest, calculated up to the day that the payment could be made, Pagodas 26500. . or ƒ119250. —. as also that the properly receipted bonds, according to the order, were torn in the meeting, and cancelled in the bond book. In order, furthermore, to show Your High Excellencies the amount of debts incurred in each year since the resumed start of affairs, we have the honor to annex hereto a Memorandum of borrowed, and one of the repaid capitals and interests under the last of December 1790, thus for after
Dutch transcription
349 te voogen te werden reedenen en middelen, Contrarie het ver„ zoek der kooplieden om daar van ontslagen te zijn, die verbintenis smaakelijk te maaken; niet zonder tevens te doen begrijpen dat an„ ders er voor om niet op zal zijn, dan het kan„ toor te verlaaten en de Compagnie, door een an„ dere weg, te zien te dedommageeren het geen sij anders aan Paggernaikpoeram zal verlie„ zen, het welk we egter gelooven niet heel zwaar te weegen in een tijd dat die koop„ manschappen welke aldaar te verdebitee„ ven zijn, mogelijk met minder moeijte, op het Hoofdkantoor, waar het zelve, ook vallen mag, aan den man zouden zijn te helpen, en het bonte goed door onse, des noods eenige andere of meerdere Leveranciers wel zoude te bezorgen zijn. wat in desim nader sat over, 17. Dan hoe zeer ons ook, uitwijzens het hier voor beantwoord geinsereert Patriasch Extract de dato 11. december 1790. door de Heeren in Meesters, met de meeste nadruk, het opbreeken van na„ deel geevende kantooren is aangeschreeven, heb„ ben wij egter, gelijk gem: ons marginal ant„ „ woort aantoont, als nog voor zoo verre ons aan„ gaat van de agter stallen derwaarde ge„ zondern gaat, vermeent tot die stap niet te moehe komen, alvoorens te erlangen de Considen cien den opperhoofden over wat boeg men gen haere gedagten het zou konnen werden a „voor de Compagnie zelve in geen ongele„ genheyt te geraaken ter zaake van het geen, van een zoo important kantoor an ders, doorgaans bezorgt is, het welk daar en boven indien U Hoog Edelheeden gelieven te beaamen, het geen, uijtwijzend een deeze verzellend Extract uijt een brief de dato 9: December I Leeden, met opzicht tot het onderwerk der menage door het opp hoofd /: zijnde de geweezen secunde reets hier/ beweert word; namelijk dat door de ongelden zelfs het kantoor voordeel toegebragt word, gelijk wij dat, tot het Chapiten, waar toe het behoorl„ eerlange, wat nader in overweeging zullen neemen bevalen omtrend tot dereemenen ƒ 48 Inmiddels hebben we, onder de voor.z. remarcques, als meede dat het saldo ten quaade van eene Baddam Rammaling am uijthoofde van de in November 1790. reet aan 354 aan hun gedaane verstrekking maan p„ 137. —:¼ bedragende terstont in Cassa had behooren te zijn, of als nog moet worden getelt, de met opzigt tot de overige leveranciers beschreevene verrich„ „tingen geapprobeert en ernstig gerecomman„ deert eene spoedige vereevening van zaaken, en het niet te laaten aankomen op eenige na„ ders efficacieuser dispositie, ongeagt alle bezwaer en bekommering, die wij aangeno„ men hebben invoege als reets geschiet is voor te dragen, in dat vertrouwen dat men bezoft onzer aller plicht, om de Compagnie buijten schaade te houden, gelijk wij vermeenen dat ook ten goede zal komen te bedragen van een zeedert het sluijten der reekening ingeko„ men meerder getal pakken als de 45. stuks, die aan de voet van de reekening vermeltstaen; stom mofrmns de vooraad Jakken zijnde omtrent den geheelen voorraad van pakken ofte hoedanig daarmeede handelen, onder den 7. November bereets het nodige naar Iag„ gernaikpoeram aangeschreeven, gelijk dat, onder het hoofd-deel van scheepen en vaartuijgen per: 11. verhandelt staat. — ook amn de oekde saggermag A=se rekeninge on laaten word heeft gediend mader berickt nots 9. Ook blijkt ter resolutie van 28. december voor: mett het inkomen van het op den 27 Iulij 1791. van den negocie overdrager gerequireert na„ der berigt en zijne bevinding den van Iag„ gernaikt verom ontvangene nadere separaate reekeningens Courant met de kooplieden zeedert Waarmee die zaak ter dispositie ge„ den Iaare 178 5/6. tot 1790. in clusive. En vermits daar bij word verklaart van geene andere reedenen aangaande het beriekenen en be„ op taalen van Intressen voor de „ Credict gedaane Leverancie in 178 7/8. te konnen opgeeven ofte uijtdenken dan die vermelt # staan bij zijn met onze generaale brief van ult:o februarij 1791. vide par: 193. overgezonem den bericht, en toen geformeerde bereeke„ ning, komt te blijken, zoo hebben wij vermeend de Commissie, in zoo verre voor voldaan te moeten houden, en om onder overzending van dit nadere berigt, met de reekeningen, gelijk dit een en ander, de bijlaagen deezes meede komt uijttemaaken, U Hoog Edelheeden g'ëev„ de dispositie, hier omtrent, te verzoe„ ken. — Geld Ed ge „ge Geld Saaken. de4 daaten welken ande t heden 150. gedaen zijn van 1791. zen, pemorie van oprgenomen en betaald 151. „gelden. Ter Resolutie vanden 10. october Staet aangeteekend, het afbetaelen van vijff stuks obligacien van opgenomene pennin„ gen tot den Handel voor 1791. Groot aen Kapitael en interessen, gereekent tot den dag dat de betaeling heeft konnen geschieden, Pagoden 26500. . ofte ƒ119250. —. als meede dat de behoorlijk gequiteerde obligacien, na de ordre, in vergadering gescheurt, en bij het obligacie boek geroijeert zijn. Om u Hoog Edelheeden ove„ rigens te doen zien het bedragen aan schulden, zeedert den weder genomen aanvang van zaeken, in ieder Iaar ge„ maakt, hebben wij de eere hier nevens te voegen een Memorie van opgenomene, en een van de weder afgelegde kapitaelen en interessen onder ultimo december 1790, dus. voor. na„
English
Pagodas 7415. 4. 62 are required, Section 153, for 1792 for the Indian Demand of ourselves; thus, excluding the old Nagapatnam debt for which we yearly pay off the interest. According to the statement inserted in the resolution of 29 October last, the sum running unpaid at interest for the trade of 1791 consisted of Pagodas 14860 or f 66370; and according to the record in the resolution of the 4th of this month, Shamer Sultan has called in his principal sum amounting to Pagodas 9000, f 40500, with the interest. To satisfy the Indian Demand for 1792 and the further liquidation of the trade for 1791, especially at Palikol, a principal sum of Pagodas 59242. 6. 53 1/3 or f 266590. 5. - is required; in short, the requirement calculated in that statement amounts together to Pagodas 74115. 4. 62, f 333468. 5. -, without anything being able to be deducted therefrom, except that which will apparently be delivered on credit at Palikol to the amount of Pagodas 2578. 17 3/4, f 11604. 6. 8. Section 154. We had, as mentioned under the Inzaem paragraph 59 in our said meeting of 29 October, indeed established a negotiation of half of the capital required for the aforesaid Indian Demand for 1792, either on interest or on draft to the Netherlands; but up to now no opportunity for this has presented itself. On the contrary, it is very much to be feared whether we shall succeed in the one as well as the other, notwithstanding a still very uncertain and vague inquiry as to how or on what terms we desire to accept money on draft, concerning which we considered, at the meeting of the 4th of this month, that we could adhere to the authorization of the Most Noble, Right Honorable Lords Principals contained in the honored Homeland Extract of the General Missive dated 25 September 1778 under the matter of Coromandel, namely to draw annually three to four tons of gold to be satisfied after the conclusion of the autumn sales: the old Nagapatnam Pagoda at 89 to 90 stuivers according as such can be agreed with the one who shall furnish the money; the new Nagapatnam Pagoda at 82; and the three-image pagoda at 92 stuivers, whereon a certain interest will be claimed from the day that the money is counted into the treasury, if not until payment, at least until the date that the draft is granted, which we think cannot be set later than the end of the delivery year, or the end of September and up to the end of December following, for whatever in those subsequent two months might be obtained for a further new trade. Section 155. In the meantime, to promote matters toward satisfying the Indian Demand, as stated in paragraph 63 under the Inzaem upon the conclusion of the contract, we have provisionally arranged here with our merchants that, while registering their objection against it, they have allowed themselves to be satisfied with bonds for that which had to be furnished in cash; for the proceeds of the eight bars of gold from the melted-down rupees and ducats can by far not suffice for that for which we need them according to the resolution of 7 November last, namely the payment of household expenses, and that of the rebuilding of the sloops, and that which must be defrayed for the seafarers for the lay days and the voyage outward to Gale. At Sadras and Portonovo, where no other money circulates than pagodas, debts are incurred as one goes along to pay the expenses, which at the first-mentioned office would be discharged as soon as the excess sale yielded money for it; and to Portonovo, in settlement of what has been advanced to the Resident there, upon his urgent request in a letter of 24 December past, there has now been sent, among other things, 7 2/3 bahars of cloves and 76 2/3 bahars of copper. Section 157. Among the cancelled bonds mentioned hereinbefore in paragraph 150, there is one of 8000 pagodas that circulated in the trade for 1791, which were discharged out of the proceeds of the 15 bars of gold sent thither in August; this gold was sold there at 10 star pagodas per real of fine gold, as is recorded more broadly in the resolution of 29 October, and on that day that sale, and the employment of its proceeds according to our intention, was approved. Section 158. As regards the offices to the North, under the heading of Inzaem we have already had to mention their finances, or that which would otherwise belong to this matter; in order therefore to confuse the concepts as little as possible by speaking of one and the same matter in more than one place, we take the liberty to show that for the bill of exchange negotiated in July of the past year for Jaggernaikpoeram, after proof of payment was evident, according to agreement with the person who procured it for us, a bond was granted on 7 November which, calculating interest at one per cent from 2 August 1791 when it was satisfied yonder, must still be paid until the time that we shall be able to redeem it. And besides this amount, 4000 pagodas are needed there to satisfy the Indian Demand, which we have described more circumstantially beforehand. Section 159. Meanwhile, it appears from the Jaggernaikpoeram letter of 9 December 1791 how the office of Palikol has been provided with great difficulty.
Dutch transcription
intrest V Pag: 7415. 4. 62. worden ve. lyscht § 153. voor 17 92. voorde Indiasche Eijsch Onss: dus, buijten: de oude Nagapatnamsche debet waar voor wij Iaerlijks de Interessen komen afteleggen. - p 160- ap 0 9: 523. Volgens Aantooning geinsereert ter resolutie van 29. October I:o leeden bestond de som die op Intrest tott den Handel orf„ 900. zijnder schanien of 9 Giersr van 1791. onbetaald voortloopt in pr/o 14860. - . . ofte ƒ66370. -. -. en blijkens aanteekening ter Resolutie van den 4. deezer heeft Shamer Sultan zijn Kapitael groot R/o 9000. ƒ 40500. - met de interessen opgeeischt. Tot voldoening vanden Indischen Eijsch voor 1792. en het overder liguiceeren der Handel voor 1791. , inzonderheid te Pe licob, word vereijscht een kapitael van Ro/o 59242. 6. 53. 1/3. of ƒ266590. 5. -. , in het kort de bij die aantooning becijfferde benodigt heijt, bedraagt te samen pag: 74115. 4. 62. ƒ333468. 5. -. Sonder dat daer van iets kan worden beder geld negotiatien Nederland worden gedetraheert, dan het geen te Pali„ kol ten bedragen van pagooden 2578. 17. ¾. ƒ11604. 6. 8. apparent op krediet zal worden geleevert. - speigheden oorgendmeme §154. Wij hadden gelijk onder inzaem par: 59. in gem: onze bij eenkomst van 29: October wel vast gestelt eene Negotiatie van de helft van het tot opgem: Indische Eisch voor 1792. benodigde Kapitael, het zij op Interest ofte op Assignatie naer Nederland: maar tot nog toe is daar toe geene geleegenheid voorgekomen; ter Contrarie het is zeer te duchten of wij in het een zoo wel, als het andere zullen reusseeren, onaangezien eene nog zeer onzeekere duijstere aanzoeking hoedanig ofte op wat voet owe gelt op assignatie bedenking omtrent assignatien naer begeeren aanteneemen, waaromtrent we ter bij een komst van den 4. deezzer overmeent. overmeent hebben ons te konnen houden aan de qualificatie der wel Edele Hoog Achtbaere Heeren Principalen overvat bij geeert Patriasch Extract gene„ raele missive de dato 25. September 1778. onder de materie van Kormandel, namelijk om Iaerlijks Drie z vier Tonnen gouds temogen trekken om na het afloopen der Najaanscher ver„ koopingen, voldaen te worden, de oude Nagapatnamsche Pagoot met 892 90. Stuijvers nadat zulks met den geenen, die het geld fourneeren zal konnen bedongen worden, de nieuwe Nagapatnamsche Pagoot met 82. „en de driebeeldige nagood met 92 stuivers stuijvers, waarbij zeeker interest zal worden gepretendeert van den dag dat dien het geld in Cassa word getelt, zoo niet d tot de voldoening, ten minsten tot den datum dat met de hoofp l: gest het dienen. dat de Assignatie word overleent, het welk wij denken niet laater te konnen stellen, als met het eijnde van het leveranci Jaer ofte ult:o September en tot ult:o December volgende; voor het geen in die daar aan twee maanden, tot een nadere nieuwe Handel mochte te bekomen zijn. - oedanghet mitsglbdek §155. Wij hebben ondertusschen alhier, ter bevordering van zaaken, tot voldoening van den Indischen Eijsch, gelijk par 63. onder den Inzaem bij het sluijten van het contract vermelt staat, het bij provisie met onze kooplieden geschikt dat zij, onder opgave van bezwaar daer tegen, voor het geen in kontant gefourneert moest worden, zich hebben laeten bevreedi„ vanr toe ag: staven en kel kunnen gen met obligacien: want het prove„ nue vande agt staaven Gout van de oversmoltene Roppijen en Ducaten, kan in verre. hoe het te Sadras en Portonors 156. bij gebrek toegaat verre na niet toereiken tot het geen waar toe we uijtwijzens resolutie van 7. Nov:r laastleeden die benodigen, teweeten de goedmaaking der ongelden in de huishou ding, en die der overtimmering van de o ^ schaloupen en het geen aan de zeevaarende voor de legdagen ende reize uijt naer zale moet worden bekostigt, Op Sadras en Portonovo alwaar geen ander gelt rouleert als Pagooden maakt men gaande weg schulden om de ongelden goet temaaken Ten eerst gemelde kantoore houden Te weder worden afgelegt; zoo dra den overkoop, geld daertoe opleverde en naer Portonovo worden ter afdoening va het geen aan den Resident aldaer over schooten is, op zijn instantig verzoek bij missive vanden 24. December pass:o thans onder meerder 7. 2/3. baar Nagelen„ en. e 59 23 en ortonor, 00 ag: a„ 157. gelost kogt zijn ver ont het van Taa gerart 58. poeram is obl: verveend 76. 2/3. baar koper verzonden. — Onder de vernietigde obligacien hier voor par: 150. gemelt, is 'er een van 8000. pagooden, die gerouleert hebben inden Handel voor 1791. , welke uijt uitr staen god e hoedien van„ het provenue vande in augustus der„ waards verzondene 15. Staaven Gout ^zijn gezonden, dit goud is aldaar verkogt tegen 10. ster pagoden het reaal fijn, gelijk dat ter Resolutie van 29. october breeder opgeteekent, en ten dien dage die verkoop, en het emploij van dies provenu, na onze intensie, geapprobeert is Wat aangaat de kantooren om de Noort Onder den titul van Inzaem hebben we reets moeten gewag maaken van haere financien ofte het geen anders behooren zoude tot deeze materie, om derhalven de denk„ beelden zoo weijnig mogelijk te overwaaren met. waar Nov:r: met hoeveel. moeita Palicol d 159. is voorsien geworden. met van een en dezelve zaaken op meer als eene plaats te spreeken, neemen wedevrij„ heid te vertoonen, dat voor de in Iulij anno pass:o voor Taggernaikpoerain genego„ cieerde wissel, na dat de voldoening was gebleeken, volgens overeenkomst met den geen dieze ons bezorgt heeft, op den 7. Nov:r 7 is verleent een obligatie die met de inte„ ressen van een probento te reekenen zade 2. Aug:s 1791. dat ze ginter is voldaen, tot den tijd dat we Te zullen konnen aflossen, nog betaald moet worden. En buijten dit bedragen, zijn 'er aldaar ter voldoening van den Indischen Eijsch 4000. pagoden nodig, dat we voorwaards om standiger hebben beschrieven: — Ondertusschen blijkt bij Jagger„ naikpoerainsch schrijven vanden 9. December 1791. hoedanig het kantoor Palikopp
English
Palikol has been assisted with that which was needed there in the first place to make up for the unpaid bill of exchange of 2000. pagodas sent at the same time with the Iaggernaikpoeram one, but protested at Bimilipatnam on account of non-payment. After the dispatch of the last 100000. pieces of Dabboes on 10. October, the unfortunate outcome of the voyage of the sloop De Herstelling carrying among other things 75000. lb: of Japanese bar copper, as well as the protesting of the said bill of exchange, there was no other choice, according to what was noted in the mentioned Iaggernaikpoeram letter, than to seek in one way or another an expedient for the assistance of Palikol, whose requirement was initially estimated at 4000. pagodas. The Iaggernaikpoeram chief then proceeded to exchange all the Company's Dabboes he could obtain, and wrote on 10. November to Bimilipatnam that, as necessity was pressing and no more copper was available to him, whether, in furtherance of the service, they would send him all the copper that could be spared there, after deduction of two to three months of household expenses. But as the strong north-east winds, and sometimes also squalls from the west, made it impossible to make shipments by sea, the Bimilipatnam friends sent him from there overland 3000. m: d: b: pagodas. From which, with the then departed second-in-command van Hogendorp, 1000. were sent to Palicol, and were received there as well as the 100000. pieces of Dabboes exchanged since, and have sufficiently served to make up what was lacking on the aforesaid protested bill of exchange, and the estimate of the monetary requirement made at Palicol itself, since with the dispatch of 456000. Dabboes at one time, another 100000. , and 100000. of the same exchanged, together with the 1000. M: D: B: pagodas, the estimate made for the requirement of 4000. Company's Pagodas has been amply satisfied. The exchange took place at the fixed price of 228. Dabboes per pagoda. Meanwhile, for the assistance of Palikol, we on our part have not remained idle either, but, having finally succeeded in obtaining a bill of exchange of 2000. three-image pagodas, negotiated before we received the above-mentioned report from Iaggernaikpoeram, the same was sent thither on 8. December 1791. to be paid at Yanam to the Palikol chief, or order, sixteen days after sight, which bill of exchange, according to the servants' advice of 20. December last, has already been accepted, and for which we, as soon as the payment appears, according to the agreement, must grant a bond at one per cent interest, which we hope Your Right Honours will be pleased to approve, because no money can be obtained here at lower interest, and this assistance to Palicol appears unavoidable in furtherance of the credit that carried the trade forward in 1791. at only 4. per cent interest, but of which, and of the remaining capital, satisfaction was demanded, should business resume its course this year. The notification from Bimilipatnam regarding the non-payment of the aforesaid bill of exchange for Palikol is recorded in detail in the Resolution of 7. November. We had offered to the person who procured the bill of exchange for us and advanced his money for that purpose to the drawer, extracts from the letters received from time to time from Iaggernaikpoeram, Palikol, and Bimilipatnam, as well as the so-called protest of non-payment, in order thereby, as far as necessary, to seek indemnity against loss for himself and for us, pointing out that our collection at Palikol had been noticeably disrupted by being disappointed in that manner; but he demonstrated, as is true, that claiming compensation for damages for us from the drawer would deserve consideration if we had merely advanced the money for the bill of exchange and not contracted in such manner as took place, namely the repayment of that sum or the granting of a bond until this could be done: but since neither existed, and the bill of exchange had been accepted by the drawee for payment, and he had even offered to do so in paddy instead of money, he considered that, in order to prevent his loss, he could request our assistance by writing the necessary letters to Bimilipatnam for that purpose. We have therefore, upon dispatching the further bill of exchange for Palikol on 8. December 1791., also written to Bimilipatnam to render that assistance in the most convenient manner, even if, should the servants require it, taking in settlement the offered paddy at one rupee less than the market price, in order to relieve the community suffering from scarcity, and to account for the value thereof to the Company; or that the drawee bind himself to pay the amount of the bill of exchange with the interest from the day of acceptance until the actual discharge, two months after date, and for that purpose, as he had also agreed, to pledge and mortgage a sufficient quantity of paddy; in order to account provisionally to us for whatever might come of it in that manner, which we would then do to the owner.
Dutch transcription
36 36 Palikol is geholpen met het geen men aldaer voor eerst benodigde ter overvulling vande onvol„ daen gebleeven wissel van 2000. pagoden ter zelver tijd met de Iaggernaikpoeramsche versonden, dog te Bimilipatnam, mits non betaaling, geprotesteert. — Na de overzending der laeste 100000. 5160. stuks Dabboes op den 10. october het verkeert uijtvallen der reis van de sloep De Herstelling onder anderen met 75000. lb: Iapans Staefkoper item het protesteeren van gedagte Wis„ sel, was 'er na het genoteerde bij ge„ melde Iaggernaijkpoeramsche brief niet anders op, als, om op de eene of andere wwijze, uitweg tot bij„ stand van Palikol te zoeken, wel„ kers benodigtheit voor eerst begroot was op 4000. pagooden. Het Jagger„ naikpoeramsch als vrij„ an naikpoeramsch opperhooft was daar op getreeden tot het opwisselen van alle Comp:s Dabboes die hij krij gen konde, en schreef onder den 10. November naer Bimilipatnam dat, dewijl de nood aanden man quam, en 'er geen koper bij hem meer voorhanden was, of men; ter bevorde„ ring van den dienst hem wilde zenden al het koper dat aldaar kon worden gemist, na aftrek van twee â drie maanden ongelden voor de huijshouding. Dan wijl de heerige N: O: winden, Somwijle ook Storm vlagen uijt het westen, het ongeraak den maakte om verzendingen ter zee te konnen doen, zoo stuurden de Bimilipatnamsche vrienden, hem vandaer over Land 3000. m: d: b: pagoden. pagoden, waarvan met den toen ver„ trocken secunde van Hogendorp „ 1000. naer Palicol gezonden, en aldaar zoo wel ontvangen zijn, als de zeedert ingewisselde 100000. Stuks Dabboes en genoegzaem gestrekt hebben om het mancqueerende aan de voorsz: ge„ protesteerde Wissel te overvullen, en de op Palicol zelve gemaakte overslag op de geld. benodigtheid, aangezien 'er met de overzending van 456000. Dabboes eens, nog eens van 100000. , en aan ingewis„ selde 100000. dito, met en benevens de 1000. M: D: B: pagoden ruijm aan de ge„ maekte overslag tot benodiging van 4000. Comp:s Pagoden is voldaen geworden. De in„ wisseling is geschiet tegen de gefixceerde prijs van 228. Dabboes per pagoot. § 161. Ondertusschen hebben we, tot assistente van van Palikol, van onze kant ook met stil gezeeten, maer, eijndelijk gereus„ seert zijnde in de bekoming van een wissel van 2000. drie beeldige pagoden, genegocieert eer we het bovengemelde naricht van Iaggernaikpoeram hadden, is dezzelve den 8. December 1791. derwaards verzonden om te ijannon aan het Palikolsch opperhoofd, of ordre, t beta voor voldaen te worden na zesthien dagen Iicht welke wissel, volgens der bedienden advies van 20. December I:oleeden, beriets geaccepteerd is, en waar voor wij, zoo dra de betaeling blijkt, na de over eenkomst, eene obligatie tegen een pro cento interest verleenen moeten, het welk wij overhoopen dat u Hoog Edel„ heeden zullen gelieven te approbeeren, om dat 'er geen geld tegen minder interest alhier te. ordre, het vrhandelde. nop: non § 162. betaaling van een wissal op Bimi le:r voor Palicol. te bekomen is, en deeze assistencie van Pa„ licob onvermijdelijk voorkomt ter bevor„ dering van het Credit dat den Handel Cto in 1791. voortgezet heeft tot maer 4. p„r C„to Rente, dan waar van, en het overscho„ ten kapitael voldoening begeerd werd, zouden de zaak in dit Iaer weder haere bours. neemen. - Het bedeelde van Bimilipatnam, wegens de nonbetaeling vande voorsz: Wissel voor Palikol, staat omstandig bij Resolutie van 7. November opgetee„ ƒ kent. Wij hadden, aan den geen die ons de Wissel bezorgt, en zijn gelt daartoe aanden trekker verschooten heeft, wel doen aanbieden Extracten uijt de, van tijd tot tijd, van Jagger„ naikpoeram, Palikol, en Bimili„ patnam ontvangene brieven, als meede. niet Zicht meede het zoo genaemde Protest van non betaeling, om daer meede, zoo verre„ noodig voorzich, en voor ons garant van schaade te zoeken, onder vertoo„ ning dat het onzen inzaem te Pa„ likkob merkelijk hadde gederangeert op die wijze te leur te zijn gesteld, maer hij overtoonde gelijk het waar is, dat schaede overgoeding voor ons van den Trekker te pretendeeren, aanmerking zoude overdienen, indien we hetgelt, tot de Wissel voorgeschooten maer niet zodanig gecontracteert hadden, als plaats had, namelijk de aflegging van die som ofte, het overleenen van een obligacie, tot dat dit zou konnen geschieden: dan daar geen van beijden exteerde, en de Wis„ seb door den betrokkene te betaelen geaccepteert. 62 naten misten bculan 163. Bimilip:s gesonden geaccepteert, zelfs geoffereert was dat te doen met Nelij in Steede van gelt, hij oordeelde om, ter voor„ koming van zijne schaade onze adjude te konnen verzoeken, met het nodige daertoe naar Bimili„ patnam te schrijven. — Wij hebben derhalve bij ver„ zending der nadere Wissel voor Palikol op den 8. December 1791. naer Bimilipatnam tevens aangeschreeven, om die assistencie te overleenen, opde Convenabelste wijze alwaare het ook, indien de bedienden het mochten benodigen, in voldoening aan te neemen, de aangebooden Nelij tegen een Ropij minder als de marksprijs, ten ten eijnde de gemeente, die door schaarsheijt gebrek leijd te gemoet te komen, en de waarde vandien aan de Compagnie te ver„ antwoorden, ofte dat de betrokke„ ne zig verbinde het bedragen van de Wissel met den Interest zeedert den dag der acceptatie tot de dadelijke aflegging toe, twee „maanden na dato te zullen betaalen, en daar voor, gelijk hij ook had aangenomen een toereijkende quantiteijt Nelij te pand te stellen en overbin„ den; om al wat er op die wijze van komen mochte, bij provisie aan ons te ver„ antwoorden, dat wij dan zouden doen aan den Eijgenaer nder van sek
English
...best Summary of 164. sold content of the bill of exchange; not even a recommendation to direct matters so that, upon further disappointment, the acceptor of the bill of exchange may be prosecuted where appropriate and, if necessary, personally arrested until satisfaction can be obtained. Of the gold sold in 1790/91, there follows, as in the previous year, separated from the general return of the sale of merchandise, for the agreeable consideration of Your High Nobilities, in one summary: Summary of all gold sold by weight at this principal place, as well as at the subordinate offices of this Government, in and during the course of this past accounting year, namely from 1 September 1790 to the last of this month, showing their cost and selling prices, and the advances earned and losses suffered thereon, to wit: Marks, ounces, gros, grains fine: 431 marks 7 ounces - gros - grains / 348 marks 10 ounces - gros 1/12 grain: 4 bars of gold sold by weight at Palleakatta; of these: 150 marks - ounces 11 gros 1/4 grain / 133 marks 16 ounces 9 gros 1/512 grain: 1 bar from the consignment brought here from Batavia via the ship Norssen, as appears from 4 returns dated 30 September 1790, 17 February, 28 March, and 19 May 1791; 89 marks 2 ounces 17 gros 1/2 grain / 80 marks 3 ounces 1 gros 1/2 grain: 8 bars melted from 2023 1/2 pieces of Persian gold rupees; 39 marks 6 ounces 16 gros 1/4 grain / 37 marks 3 ounces 2 gros 15/12 grain: 4 ditto melted from 902 1/2 pieces of Persian gold rupees; 12 marks - ounces 5 gros 8 grains / 2 marks 10 gros 21/12 grains: 4 bars of gold by weight; 4 marks 3 ounces 5 gros 3 grains / 17 marks 11 gros 1/32 grain: 1 bar melted from 100 pieces of Persian gold rupees; 4 marks 3 ounces 7 gros 1/2 grain / 3 marks 16 ounces 9 gros 3/164 grains: 1 bar melted at Madras from 100 pieces of Persian gold rupees; 281 marks 6 ounces 8 gros 3/4 grain / 215 marks 11 ounces 4 gros 10/24 grains: 5 bars from the consignment brought in the year 1791 by the ship De Zeebouw, among others; 106 marks 7 ounces 17 gros 1/2 grain / 91 marks 14 ounces 1 gros 4/12 grains: 2 bars of gold sold by weight at Jaggernaikpoeram, namely: 96 marks 3 ounces 10 gros - grains / 82 marks 18 ounces 11 gros 25/12 grains: 1 bar of Padang gold brought here from Batavia via the ship Honshorn; 10 marks 4 ounces 7 gros 1/2 grain / 8 marks 19 ounces 1 gros 41/16 grains: 1 ditto of Padang gold brought in the same year by the aforesaid vessel; 107 marks 5 ounces 13 gros 3/4 grain / 94 marks 12 ounces 9 gros 14/16 grains: 1 bar sold at Palicol of Padang gold via the aforesaid vessel from Batavia. Cost price per real fine: ƒ 46. 13. 9; sold for ƒ 44. 8. 12; loss ƒ 148. -. -; Cost price per real fine: ƒ 43. 16. 7; sold for ƒ 44. 8. 12; advance ƒ -. 12. 5; total cost ƒ 14440. -. -; realized ƒ 14851. 4. -; Cost price per real fine: ƒ 41. 13. 5 1/3; sold for ƒ 44. 8. 12; advance ƒ 2. 15. 6 1/2; total cost ƒ 3044. 8. 8; realized ƒ 3246. 18. -; percentage 6 1/8; gain ƒ 202. 9. 8; Cost price per real fine: ƒ 47. 8. 9; sold for ƒ 44. 8. 12; total cost ƒ 1600. -. -; realized ƒ 1499. 2. -; loss percentage 6 1/4; loss ƒ 100. 18. -; Cost price per real fine: ƒ 48. -. 14 1/3; sold for ƒ 44. 8. 12; total cost ƒ 1600. -. -; realized ƒ 1479. 17. 8; loss percentage 7 1/2; loss ƒ 120. 2. 8; Cost price per real fine: ƒ 41. 13. 5 1/3; sold for ƒ 44. 8. 12; advance ƒ 2. 15. 6 1/8; total cost ƒ 892. 9. -; realized ƒ 86175. 16. -; percentage 6 1/8; gain ƒ 5373. 7. -; Cost and sale of the consignment via the ship Hondshorn in the year 1790 from Batavia: total cost ƒ 33111. 3. 8; realized ƒ 33754. 16. 8; percentage 1 7/16; gain ƒ 643. 13. -; From the same vessel: percentage 2 1/24; gain ƒ 81. -. 5; Sold at Palicol: total cost ƒ 3518. 15. -; realized ƒ 3600. -. -; percentage 2 7/8; gain ƒ 411. 4. -; Total cost: ƒ 208300. 14. 8; total realized: ƒ 315431. 10. -; total advances: ƒ 7499. 16. -; total losses: ƒ 369. 8. -. Subtracting the cost and loss from the sale gives the net profit: Sum of 97 bars: 646 marks 4 ounces 11 gros 1/4 grain / 534 marks 2 ounces 10/24 grains. Remainder for the Honorable Company: ƒ 7130. 15. 8. Deducting from the net profit the incurred expenses of the sale, as well as interest for 5/8 respect according to 5 returns per the ship Geldria at the end of August 1791, amounting to ƒ 1203. 11. 8. Net remainder for the Honorable Company: ƒ 5927. 4. -. Which profit of ƒ 5927. 4. -, since according to the recently received Regulation on keeping the trade books it appears that the concept of the past year is not erroneous, is credited by invoice under the end of August 1791 to the Indies principal place. By another return dated 22 December 1791, account is rendered of the proceeds of the Persian gold ducats and Batavia gold rupees melted into bars, showing a differing loss: on the ducats of 9 7/8 percent, and on the rupees one parcel of 2 5/8 percent and another of 2 3/16 percent, amounting together to ƒ 758. 4. 8, and with the further expenses incurred both in melting and in transporting the bars to Madras and the proceeds thereof hither, amounting to ƒ 807. 6, as shown separately.
Dutch transcription
basten Somarium van 7 164. verkogt houd Nn a7: van de Wissel; zelfs niet Re„ commandatie om het daer heen te derigeeren dat bij verdere te leur„ stelling, de acceptant van de Wis„ sel daer het behoort, aangeklaegt, en des noods in persoon gearresteert worden, tot dat men voldoening kan erlangen Van het in 172/91. verkog„ te) Gout, volgt eeven als voor„ afgezondert van leeden Iaar het Generael Rendement van den verkoop van Koop„ manschappen, ter believende speculatie van u Hoog Edelheeden in onder Een. Sommarium. aer ge Sommarium van alle verkogten Goud bij gewigt te deezer Hoofd platen mi afgelegde boek Iaar: of '1 zeedert Primo September Anno 1790. tot ultimo deezer, met aanwij llies; teweeten. Mg: I:s Mij Fijn 943. 431. 7. —. —. 348. 10. . 1/12 4 . staaven te Palleakatta verkogte Goud bij gewigt; van deeze =Mg: P:s Mgj: f: 129: 150. —. 11. ¼. 133. 16. 9. /512 : 1. staven uijt de parthij per het schip Norssen in van Batavia alhier aangebragt blijkens 4ren dato 30. 7ber: 1790, 17. febr: 28. maart en 19. Meij7 Mg: Fr:s —= Marg: f: 89. 2. 17 ½. 80. 3. 1 /2: d: 8. Ht:s van de gesmotfene 20 siaanse Goude Copij 277 39. 6. 16.¼ 37. 3. 2. 15/12. „ 4. d:o van de gesmolten „ 92 siaansche gouden ropij 12: —. 5. 8. 2. 10. 21/12. „ 4. „ Goude bij gewij 4. 3. 5. 3. 17. 11 1/32. „ 1. „ van de gesmolden 100. siaansche goude rapij 4. 3. 7.½. 3. 16. 9. 3/164. „ 1. „ van de te Midlaa tene 100. stx: pesa roppijen- 285. 281. 6. 8. ¾. 215. 11. 4. 1024„514. st: uijt de parthij per het schipp de Zeebouwe onder in het Iaar. 1791. aangebragt 339 106. 7. 17. ½. 91. 14. 1. 4/12 „ 2. staaven te Iaggernaijkpoeram verkogte Goud bij gewigt; als —Mg: tr:s Mg: f: 397 82. 18. 11. 25/12. 11. st: van Padangs goud per het schip Honsenn 96. 3. 10. -. Batavia. alhier aangebragt. 10. 4. 7. ½. 8. 19. 1. 41/16. 1. d:o van Padangs goud. pereven; gemelde womin Iaar aangebragt - - - - - 107. 5. 13. ¾. 94. 12. 9 14/16„ 1. st: te Palicol verkogt van Padangs goud per gemelden bodem van Bak :61 substraheere 't in van het uijtkoops, en het verlies van 646. 4. 11. ¼. 534. 2. 1024 97. staaven Sommeeren - - - - - - - - - - - - de Zuijver- winst - - - - - - - - -- alhier aangebragt - - - - - - - - - - Van het suijver winst aftrekke de gevallene ongelden bij Intrest zoo wel, als voor de 5/8: respeijt blijkens 5. Rest Zin Palleakatta. In het H 8 74 meerder chip Norssen in a:o 1790. omder„ blijkens 4 rendementen de maakrt, en 19. Mei 1791. daar van de gesmotfene 2023½ stx: per„ Goude Coppijen- de gesmolten e„ 902½. st:s per„ degesmolten 100. stux Per„ In Pro In plaatse, mitsgaders op de subaltern Comptoiren deezes Gouvernements, in en onder den loop van dit nu met aanwijzing van derzelver kostende verkoops prijzen, en daar op behaalde Advancen, en ver„ Advancen Verlies winst 't kosten „ Waar voor Het kosten „ waar voor op een de van dezelve Pro„ de van de de neaal. Reaal de verkog„ zijn om„ reaal fijn ver„ cen„ het ge„cen „ het Ge„ tos kogt gezet fijn — te parthij heel tos heel fijn . - ƒ 46. 13. 9 ƒ 44. 8. 12. ƒ ——. —. —. ƒ 32376. —. —. ƒ3228. —: —. —. —. - ƒ —. —. —. ƒ — 7/16. ƒ 148. —. — ƒ sche gouden ropijen - - - - „ 43. 16. 7. „ 44. 8. 12. „ —. 12. 5. „14440. –. – „ 14851. 4. -. bij gewigj - - - - - „ 41. 13 5. 1/3 „ 44. 8. 12. „ 2. 15. 62 „ 3044. 8. 8„ 3246. 18. –. 6. 1/8. – „ 202. 9. 8„ —. –„ —. –– –. sche gouden roppijen - - - - - „ 47. 8. 9. „ 44. 8. 12- „ —. –. –. „. 1600. –. –. „ 1499. 2. –. —. –. —„ —. —. —„ 6. ¼. „ 100. 18. —. de te Madlaas gesmol„ 100. stx: per siaanse goude . . . „ 48:. —. 14: /3 „ 44. 8. 12. „ —: —. — „ 1600. –. –. „ 1479. 17. 8. —. –. –. „ —. –. –. „ 7. ½ „ 120. 2. 8. ijn De Zeebouwen onder meerder .„ 41. 13 5. 1/3. „ 44. 8. 12. „ 2. 15. 6 1/8„ 892. 9. —„ 86175. 16. -. 6. 1/8. – „ 5373. 7. –. „ —. – „ —. —. schip Honden in a:o 1790. van ngebragt. - - - - - „ -. - . . . „ 1. 7/16. – „ 643. 13. -„ —. –„ — -. . -. . - . „ —. –. –. „ 33111. 3. 8. „ 33754. 16. 8. „ gemelde doem in gemelde bodem van Batavia. – – – - - - - - - - - „ —: – . –. „ —. –. –. „ — . – – „ 3518. 15. –. „ 3600. –. –„ verlies van . . . . . . . . . . ongelden bij den verkoop nevens het afgelangde het sp't Geldria ultimo Augustus A:o 1791—. toijt blijken 5. rendementen _ - - - - - - - - - - - - - „ 1203. 11. 8. - - - -. „ 1203. 11. 8. Het Zuijver voor d'E: Compagnie _ _ - - - - - - - ƒ5927. 4. —: — - ƒ5927. 4. — Rest voor dE: Comp:e. . . - . . ƒ 7130. 15. 8. - - - . ƒ 7130. 15. 8. - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „208300. 14. 8. - - . . . „ 369. –. 8. - - - - - ƒ2030. 14. 8. ƒ315431. 10. - . - . . . . . ƒ7499. 16. -. - . . . ƒ 369. 8. -. . - - - - - „ —. . - . -. „ —. . . -. —. –. „ 3780. 18. 8. 38595. 16. —. 2. 1/12. — „ 787. 17. 8. 2. 1/24. – „ 81. –5. –. „ —. –„ — 2. 7/8. –„ 411. 4. –„ —. –. „ —. –. –. Welke ze . . - - . - - de winsten gren ƒ 5927 4. 0ood 165. Batavia ten goeden gebrag verlies op ducaten en Goude §o 166. roplijck roffij Welke winst van ƒ5927. 4. -. aangezien volgens Iongst ontvan gen Reglement op het houden der negocie Boeken blijkt, dat het begrip van Anno passaton niet abusif is, bij factuur onder ultimo Augustus 1791. In¬ diasch Hoofd plaats ten Goede word aangeree„ kent. — Bij een ander Rendement de dato 22. December 1791. word verantwoord het provenu van de tot staaven vver Smoltene Cntertie rendtement daar van Persiaan„ Smoltene Goude sche Ducaaten en Goude Bataviasche Ropijen, aan„ toonende een different overlees, de ducaaten tot 9. 7/8. , ende Ro„ pijen de eene partij van 2. 5/8. ende andere met 2. 3/16. pro„ Cento, tesamen ƒ 758. 4. 8. , en metde verder gevallene ongelden, zoo bij de versmel„ ting als het brengen ovan Madras, de staaven naar en het provenu vandien her¬ waards ƒ 807. 6. bedragende uijtwijzens. — eppart
English
Mark gross: Mark fine: 84. 6. 1. ¼. 65. 9. 1. 24/560. 8 bars Separate Return of 58. 8192 reals of gold by weight in Batavian gold, whole and half, in bars, which among others according to the memorandum were brought here and sold by ordinance. 1 Gold by weight, namely: Mark gross Mark fine 4. 3. 18. ¾. 3. 19. 10. 24/16. 1 bar alongside its sample No. 28 of the melted 6 gold ducats, assaying carat 20. 29. 3. 13. ¾. 22. 14. 3. 17/12. 2 bars alongside their samples of the melted Batavian half [rupees], thereof: Mark gross Mark fine 14. 5. 10. —. 11. 5. 10. 1/32. for 1 bar No. 29 assaying 14. 6. 3. ¾. 11. 8. 4. 23/12. 1 [bar] No. 30 29. 3. 13. ¾. 22. 14. 3. 7/12. 2 bars alongside samples 38. 23. 9. 4/12. 5 bars alongside their samples of the melted Batavian whole [rupees], of these: Mark gross Mark fine 12. 6. 2. ½. 9. 19. 7. 3/128. 1 bar No. 31 assay 12. 5. 13. ¾. 9. 17. —. 3/32. 1 [bar] No. 32 467 12. 2. 1. ¼. 9. 9. 5. 25/12. 1 [bar] No. 33 230 8. 5. 16. ¼. 6. 17. —. 19/256. 1 [bar] No. 34 31 4. 2. 15. —. 3. 8. 6. 3/64. 1 [bar] No. 35 165 50. 6. 8. ¾. 38. 23. 9. 29/12. 5 bars alongside samples 84. 6. 1. ¼. 65. 9. 1. 1/16. 8 bars of gold by weight expenses paid to for the incurred Persian gold Batavian whole and for carrying by 8 peons for 1 ditto ditto 4 [peons] for bringing back and forth gold found for carrying by 8 peons to here Palleakatta. In Fort 50. 6. 8. ¾ 5983 75 2. 3/16. 346. -. 8. ƒ 807. 6. — Weight of the 425 pieces Persian gold ducats melted here, and 1725 pieces Batavian gold rupees, whole and half, according to memorandum and invoice of 28 May of this year per the ship De Zeebouwer from Batavia, Real according to assay, sold here per real, the cost of the whole, amount sold for, percent, loss in the whole. 28 of the melted 425 pieces Persian gold ducats, assaying carat 20. 5. ½. ½ ƒ 34. 29/6092 ƒ 49. 6. 8. 3/16 ƒ 44. 8. 12 ƒ 1700. —. —. ƒ 1531. 9. —. ƒ 9. 7/8 ƒ 168. 11. —. of the melted 929 pieces gold Batavian rupees, half, thereof: 29 assaying carat 18. 4. ½ 30 ditto carat 18. 5. ¼ alongside samples 20. 1/16 8. 45. 14. 16. 44. 8. 12. 9280. –. –. 9036. 7. -. 2. 5/8 243. 13. -. of the melted 797 pieces gold Batavian rupees, whole, of these: 6 No. 31 assaying carat 18. 5. ½ No. 32 ditto carat 18. 4. — No. 33 ditto carat 18. 4. ¾ No. 34 ditto carat 18. 5. ½ No. 35 ditto carat 18. 6. ½ bars alongside their samples 35. 15013/16384 45. 8. ½. 44. 8. 12 15439. 16. — 15093. 15. 8. 5983/26919 346. -. 8. ƒ 26419. 16. –. 25661. 11. 8. 758. 4. 8. 588. 8192 Expenses: Paid to the assayer Engelbart de Vries Expenses incurred in the melting of 425 pieces Persian gold ducats and 1725 pieces gold Batavian whole and half rupees into bars: Pagodas 9. 2. 15. ƒ 40. 18. —. For carrying by 8 peons for transporting the said gold to Madras: Pagodas —. 17. 37. 4 peons for bringing back and forth 4 bars of gold which were found to have a small difference in alloy there: Pagodas —. 8. 56. For carrying by 8 peons for transporting cash from Madras to here: Pagodas —. 17. 37. Pagodas 1. 14. 50 ƒ 8. 3. 8. The expenses amount to: Pagodas 10. 21. 65 ƒ 49. 1. 8. Lost in total: ƒ 807. 6. —. Fort Geldria, the 22nd of December, Year 1791. Return of 15 bars of gold sold at Portonovo is presented. Return of the fifteen bars of gold by weight brought here overland from the main station Palleakatta, and by order of the Honorable Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Commander of this Coast of Coromandel with its dependencies, alongside the Honorable Council there, sold, with a precise demonstration of the profits yielded upon sale of the said 15 bars here, as: Mark gross Mark fine 130. —. 1. ¼. 115. 13. 1. 145/256. 15 bars of gold by weight, namely: Mark gross Mark fine 8. 7. 11. ½. 7. 18. —. 8. 9/256. To 1 bar No. 120 carat 21. 6. ½ 8. 7. 18. ¾. 7. 20. 10. 1/32. 1 bar No. 121 carat 21. —. — 7. 1. 7. ½. 6. 6. 9. 7/56. 1 bar No. 122 carat 21. –. ¼ 8. 2. 18. ¾. 7. 9. 1. 7/64. 1 bar No. 123 carat 21. 2. – 8. 5. —. —. 7. 14. 11. 1/16. 1 bar No. 124 carat 21. 2. ½ 7. 5. 16. ¼. 6. 8. 10. 1/128. 1 bar No. 125 carat 21. 1. — 7. 3. 16. ¼. 6. 10. 6. 3/16. 1 bar No. 126 carat 20. 8. – 7. 2. 8. ¼. 6. 6. 11. 3/16. 1 bar No. 127 carat 20. 8. – Pagodas 8. 3. 16. ¼. 7. 8. 7. 3/64. 1 bar No. 128 carat 20. 10. – 9. 2. 16. ¼. 8. 7. 8. 27/12. 1 bar No. 129 carat 21. 4. ¼ 8. 6. 2. ½. 7. 23. 6. 2/56. 1 bar No. 130 carat 21. 10. ¼ 9. 1. 8. ¾. 8. 6. 1. 3/128. 1 bar No. 131 carat 21. 7. — 9. 3. 11. ¼. 8. 14. 2. 5/64. 1 bar No. 132 carat 21. 10. — 10. 6. —. —. 9. 18. 11. 5/16. 1 bar No. 133 carat 21. 10. ¼ Pagodas 259 9. 3. 8. ¼. 8. 13. 3. 23/12. 1 bar No. 134 carat 21. 9. ¼ ½ pagoda 5 130. —. 1. ¼. 115. 13. 1. 145/256. To 15 bars of gold by weight of Padang, amounting together to reals: Cost according to note ƒ 43330. 3. 8. Sold here ƒ 46796. 11. 8. Profit in total 8 percent or ƒ 3466. 8. —. Deducted from that are the expenses that, by memorandum of today's date, were charged from the main station and must be debited to the gold: ƒ 66. 13. —. Remainder: ƒ 46729. 18. 8. In the Dutch Office of Portonovo, the last of August, year 1791. Signed: L. C. Topander Also transmitted under the enclosures is a return of the 15 bars of gold sold at Portonovo under the last of August 1791, showing a profit of 8 percent or ƒ 3466. 8. —, as may be seen more closely therein.
Dutch transcription
Mg: tr:s Marg: f: 84. 6. 1. ¼. 65. 9. 1. 24/560„ 8. staaven Appart Rendement van 58. 8192. Reaalen Goud bij Gewigt n Goude Bataviase, heele, en halve, in staaven welke onder meerder volgens:/ men hier aangebragt, en op ordonnantie zijn verkogt. 1 Gout bij gewigt; teweeten. Mg: W:s Mg: Js. 4. 3. 18. ¾. 3. 19. 10. 24/16. 1. staaf nevens dies proefje N:o 28. van de gesmo 6 goude ducaaten, Essaijeerende Caraat 20. 29. 3. 13. ¾. 22. 14. 3 17/12. „ 2. staaven nevens dies proefjes van de: gesultene taviasche halve, daar van. Mij. tr:s Mg: ff: 14. 5. 10. —„ 11. 5. 10 1/32. â. 1. st: N:o 29. Essaijues ende 14. 6. 3. ¾. 11. 8. 4. 23/12. „ 1. „ „ 30. 29. 3. 13. ¾. 22. 14. 3. 7/12. „ 2. staaven nevens pies 38. 23. 9 4/12 „ 5. staaven nevens dies proefjes van de asm Bataviasche Heele van deeze N:g. w:d rg: f: — 12. 6. 2. ½. 9. 19. 7 3/128 „ 1. st: N:o 31. Ey 12. 5. 13. ¾. 9. 17. —. 3/32. „ 1. „ „ 32. — 467 12. 2. 1. ¼. 9. 9. 5. 25/12. „ 1. „ „ 33. 230. 8. 5. 16. ¼. 6. . 17. —. 19/256„ 1. „ „ 34. 31„ 3. 8. 6. 3/64 „ 1. - „ „ 35. 4. 2. 15. —. 165 50. 6. 8. ¾. 38. 23. 9. 29/12. 5. staaven nevens dies 84. 6. 1. ¼. 65. 9. 1. 1/16: 8. staaven Goud. bij gewigt. . . . . ongel over het voldaane an voor de gedaane siaansche goudea bataviasche heelien Weg:s battam â 8. pions voor 1d:o d:o „ 4. „ „te goud bevonden Weg:s battam â 8. pion na herwaarde Palleakatta. In 't fort 50. 6. 8. ¾ 5983 75 2. 3/16. - „ 346. -. 8. ƒ 807. 6. — Gewigt van de alhier gesmeltene 425. p:s persiaansche Goude Ducaten, en 1725. p:s Roppias volgens) memorie en factuur van den 28: Meij deezes per „ het schip de Zeebouwer van Batavia al„ Reaal „volgens Es „ alhier ver„ 't kostende van waar voor Pro. verlies in de verkogte verkogt Centos 't geheel len saijde raal kogt ten Eeal. faai 28. van de gesmol tene. 425. p:s persiaansche. ende sa aat 20. 5. ½ . - - - - - - - - ½ ƒ 34. 29/6092 ƒ 49. 6. 8. 3/16 ƒ 44. 8. 12 ƒ 1700. —. —. ƒ 1531. 9. —. ƒ 9. 78. . ƒ 168. 11. —. van de: gesmstena 929. p.s ropias goude Ba„ van. 29. bssainsende Cart: 18. 4:½ _„o „ 18. 5. ¼. 30.— neven pies proefjes - - - - - . . . . „ 20. 1/165 8. „ 45. 14. . 16. 44. 8. 12. 9280. –. –. „ 9036. 7. -. „ van de ovrmoltene. 797. p:s Ropias Goude van deeze 2. 5/8. - „ 243. 13. -. 6 N:o 31. Exppipierende. Cart: 18. 5. ½. „ 32. — _„o „ 18. 4. —. „ 33. — _„o „ 18. 4. ¾. „ 34. — _„o „ 18. 5. ½. „ 35. — _„o „ 18. 6. ½. ven nevens dies froefjes - - - - - - - - „ 35. 16384„ ongelden voldaane an den Essaijeua Engelbart de vries gedaane. ngelden bij het smelten van 425. p=s per„ sche goude acaaten, en 1725. p:s Ropias goude sche heelien halve, tot slaaven _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ Pag: 9. 2. 15. ƒ 40. 18. —. â 8. pionsvoor't overdragen van het gem: goud na Madras - - - - pso —. 17. 37. heen „ 4. „ „ te rug en heelen brengen van 4. staaven goud welke aldaar een kleene verschil in 't allooij bevonden hebben - - - - - - - - - - - - - - - „ —. 8. 56. 4 8. pien: voor 't overbrengen van Contanten van Madras - - - - - - - - „ —. 17. 37. „ 1. 14. 50„ 8. 3. 8. de ongelden bedraagen - - - - - - - - - ppo 10. 21. 65 ƒ 49. 1. 8- In het Geheel verlooren - - - . - Geldria den 22:e december A:o 1791. fort 15013 45. 8. ½. „ 44. 8. 12„15439. 16. — „1593. 15. 8.„ 5983 – – – – – – - - ƒ26919. 16. –. – 2616. 1. 8. - - – - - - 758. 4. 8. - - - - - - - - - - - - - „588. 8192. i herwaarde - - - - - - - ƒ rendement van 15. staven Goud §167. op Portonovo verkogt word aangebooden Rendement van de vijfthien staaven Goud. bij gewe van den welEdelen Agtbaren Heer Iacob Eilbracht opperkoopmanen Raad. aldaar, verkogt met een nette aantooning der winsten, die Mg: F:s Mij: 145 Aan 130. —. 1. ¼. 15. Staaven 115. 13. 1. 256. Mgj: F:s 8. 7. 11. ½ 8. 7. 18. ¾. 7 20 7. 1. 7. ½. d 6 8. 2. 18. ¾ 7. 9 8. 5. —. —.7 1 14. 7. 5. 16. ¼. 6 8. 7. 3. 16. ¼ 10. 7. 2. 8. ¼. 6. 6. 8. 3. 16. ¼. 7. 0 9. 2. 16. ¼. 8. 7. 8. 6. 2. ½. 7 23. 9. 1. 8. ¾. 8. 6 9. 3. 11. ¼. 8 14. 10. 6. —. —. 9 18. 9. 3. 8. ¼. d 13. 130. —. 1. ¼. 115. 13. Padang te 't reaal fijn Daar van gaat af de ong van de hoof moet komen In het Nederlands kom Nog gaet onder de bijlaagen over een Rendement vande op Portonovo ver Kogt 15. staaven Goud onder ultimo Augustus 1791. 8. t:s. ƒ 3466: 8. —. t over den Landweg van de hoofdplaats Palleakatta alhier aangebragt, en ter oodre Gezaghebber deezer kuste kormandel met den resorte van dien, nevens den Agtbaren gem: 15. staaven bij verkoop alhier hebben oggeworpen, als —. kost volgens alhier. ver„ Advancen aanteek: kogt procentos in 't geheel. koopman en sen, die Saaven Goud bij Gewigt; teweeten Mij: J: 5 —. 8. 9/256. Aan 1. S: N: 120. b: 21. 6. ½. 7. 18. ¼. 7 20. 10. 1/32. „ 1. „ „ 121. „ 21. —. —. 3 6. 9. 7/56. „ 1. „ „ 122. „ 21. –. ¼. 9. 1. 7/64. „ 1. „ „ 123. „ 21. 2. –. 14. 11. 1/16. „ 1. „ „ 124. – „ 21. 2. ½. 105 1. „ „ 125. – „ 21. 1. —. 1. „ „ 126. „ 20. 8. –. 3 1. „ „ 127. „ 20. 8. –. p„s o 1. „ „ 128. „ 20. 10. –. 7. 8. 27/12. 1. „ „ 129. „ 21. 4. ¼. 1. „ „ 130. „ 21: 10. ¼. 1. 8. ¾. 8. 6. 1. 3/128 1. „ „ 131. „ 21. 7. - 3. 11. ¼. 8 14. 2. 5/64. 1. „ „ 132. „ 21. 10. —. „ 6. —. —. 9. 18. 11. 5/16. 1. „ „ 133. „ 21. 10. ¼. p 259 3. 8. ¼. 13. 3. 23/12. „ 1. „. „ 134. „ 21. 9. ¼. ½ p: 5 145— . 1. ¼. 115. 13. 1. 2/256. Aan 15. staaven Goud bij gewigt van Padang te samen uijtmaakende reaalen p: 1039 4/ 92. . . 't raal sijn gant ofte ongelden die bij memorie van heedigen datum, van de hoof plaats is aangereekend en ten laste van het goud moet komen 6. 6. 13. —. „ . Rest - - - - - ƒ46729. 18. 8. skom ptoir Portonovo ultimo Augustus a:o 1791—. /:was geteekend:/ L„ C„ Topander 6. 2. ½. 7. 23. 6. 2/56. 3. 16. ¼. 6. 10. 6. 3/16. 5. 16. ¼. 6. 8. 10. 1/128. „ 2. 8. ¼. 6. 6. 11. 3/16. 3. 16. ¼. 7. 8. 7. 3/64. „ ƒ - - - - - - - - - - - - - ƒ4330. 3. 8. ƒ46796. 11. 8. 1791. Aantoonende een winst van 8. procento sch:s of ƒ 3466. 8. –. , zoo als daer bij nader is te beoogen. - Onder een 15. ustus 1791. bij gewe F 7. 11. ½. 1. 7. ½, 6 2. 10. ¾ 7. 5. —. —. 7 2. 16. ¼. 8. „ „ „ 5 5 - .- - - - - „
English
Item Jaggernaikpoeram: Silver yield. Under the date of ultimo October 1791, at Jaggernaikpoeram, from the 164¾ marks of Reals in silver sent thither, the accompanying Yield was also drawn up, showing a profit of 12 1/8 per cent or ƒ466. 12. 8., as the same also follows hereafter. — Yield of 164¾ marks of Reals in Silver brought hither on the 26th of August last by the sloop De Heerob from the main factory Palleakatta, which, by the very esteemed order of the Honorable Jacob Eilbracht, Senior Merchant and Commander of this Coromandel Coast with its jurisdiction, together with the Honorable Council at the aforesaid main factory, was handed over to the minters for the making of Rupees; Namely: 164¾ Marks of Reals in Silver cost according to the note - - - - - - - - - - ƒ3838. 14. 8. For which were minted, after refining, in good current rupees . . . . . . . . . . . rup: 3274. -. Deduct the mint expenses at 13 1/16 per thousand - - - - 45. –. Remainder Rupees 3229. –. And reckoned at 3 5/8 Rupees per pagoda amounts to New Pagodas with 4 per cent or Dutch Guilders Rup: 956. 17. 1/8. or ƒ4305. 7. —. Gives us on the aforesaid specie an advance of 12 1/8 per cent or in total - - - - - - - - - ƒ 466. 12. 8. In the Dutch Factory Jaggernaikpoeram, ultimo October Anno 1791. (was signed) P: E: van Hogendorp. — §169. Offer of Assay Reports. Assay silver. Offer of Dubs Yields. Two sample Rupees, and a small piece of silver after smelting, having been assayed here from this silver sent alongside the Jaggernaikpoeram letter of the 9th of November, the copy of the report transmitted herewith shows that the Rupee assays at 11 pence 9 ½ grains, and the piece of silver at 10 pence 19 grains; a similar Rupee along with the fragments of silver being also attached hereto for the purpose of any further desired testing. Dubs Mint. We now have the honor, in compliance with the promise made in the latest October letter paragraph 214, to enclose herewith the Yields both of the copper processed at Jaggernaikpoeram and Bimilipatnam since 1785/86 until 1790, Coining gained in 5 years ƒ165957. 9. 8. Insertion Yield of copper, as well as that which was stamped into Dubs at both factories in the latest financial year 1789/90. - From those of the preceding financial years, it is evident that 160800 lbs of copper minted into Dubs at Jaggernaikpoeram yields on the purchase price an advance of 13 1/16, and on the copper money a profit of 162 1/16 per cent after deduction of the mint expenses, amounting to - - - - - - - - - - ƒ86037. 5. 8. And at Bimilipatnam in that same period, on 137295 ¾ lbs of copper, amounting to 172 ¼, and on the specie 212 5/8 per cent, after deduction as above - - - - - - - - 79920. 4. -. Thus in the five financial years . . . . . ƒ 165957. 9. 8. As the papers following below demonstrate in more detail. Yield. Yield of the five years or since the Year 1785/86 until Anno 1789/90 of copper minted at the Factory Jaggernaikpoeram into Dubs, with an indication of its cost and sales prices, together with the advances obtained thereon; Namely — 160800 lbs of Japan bar copper cost ƒ0. 7. 2. per lb, sales price 0. 16. 18. per lb, value of 35 1/12 dubs or 1 lb of copper 0. 18. 12. 480., profit on 1 lb of copper 9. 10 ¾, profit on 1 lb of dubs 1. 15. 40., cost value of the entire parcel of supplied copper ƒ7659. 13. —, sales price of the entire parcel of supplied copper ƒ135423. 15. 8., the entire quantity of minted dubs 5641400, the value of the aforesaid quantity of dubs at 168 per pagoda ƒ151107. 16. 8., Advances Per Cent on copper 13 1/16, or ƒ7764. 2. —, Advances Per Cent on dubs 162 1/16, or ƒ93448. 3. 8. Besides the mint expenses, the Honorable Company has gained on 2400 lbs of copper at 3 ½ dubs per lb, dubs 84200. –. –. The mint expenses on 480 lbs of dubs 826. –. or reckoned for 2400 lbs amounts to 4130. –. –. Thus, after deduction of the expenses, accounted for in the cash book, stivers 80070. –. - Making the mint wages on the 160800 lbs minted in five years a quantity of - - - - - - - - - - - - - - - - 276710. –. –. ƒ 7410. 18. -. Which being deducted from the upper parcel or from the minted dubs, there still remains for the Honorable Company - - - - - - - - dubs 5364690. or ƒ143696. 18. 8. Deduct from the Advances, the mint expenses with - - - - - - - - ƒ 7410. 18. —. Remains net profit for the Honorable Company. - - - - - ƒ86037. 5. 8. Palleakatta. In the fort Geldria, ultimo December 1791. (was signed) Jacob Eilbracht Yield
Dutch transcription
Item Jage mats: Silvr 8 168. rendlantt. Onder ultimo october 1791. is te Iaggernaikpoeram van de derwaarts overzondene 164/ mark Reaalen aan Zilver ook geformeert het nevens gaen„ de Rendement aantoonende een winst van 12. 1/8. pro Cento ofte ƒ466. 12. 8. , gelijk het zelve meede hier onder volgt. — Rendement van 164¾ marcq Reaalen aan Silver op den 26. Augustus Iongstleeden per de Chialoup De Heerob van de Hoofd„ plaatse Palleakatta alhier aangebragt dewelke ter zeer geeerde ordre van den wel Edelen Achtbaaren Heer Iacob Eilbracht opperkoopman en Ge„ zaghebber te deezer Custe Cormandel met. ren op met den Resorte van dien nevens den Achtbaaren Raed ter hoofd-plaatse voormeld, aan de munters tot het maaken van Ropias is ingehandigt; Nament¬ lijk: Reaalen aan Zilver kost volgens 164. ¾. Marcq ƒ aandeekening - - _ - - - - - - - - ƒ3838. 14. 8. Waarvoor geslaagen zijn na raffi„ neering aan goede gangbaere ropij„ en. . . . . . . . . . . . rop: 3274. -. Detraheere de muntson„ gelden â 13 1/16. p:r mill - - - - „ 45. –. Rest Rob:s 3229. –. En 3: 5/8: Ropij per pagood gereekend komt N: N: pag: met 4. p:rCt ofgld Ro/o 956. 17. /8. of„ „ 4305. 7. —. m Ons greft voorm: spetie een advans van 12 1/0. pr:o r:m of - - - ƒ 466. 12. 8. in't Geheel - - - - - - - - - - In het Nederlandsch Comptoir Jaggernaikp:m ut:o 8ber A:o 1791. /:was geteekend:/ P: E: van Hogendorp. — §169:6 1791. van 2¾ gaen„ de een ofte meede 4.¾. Ge¬ de6 et ƒ aan bod van Esaij Rasporten 169. proef zilver. aanbo van olabboes Rondeman „ 170. teno Se van dit zilver nevens Jagge naikpoeramsch schrijven van den 9. November overgezondene Twee proef Ropijen, en een stukje zilver naa versmelting alhier zijnde geEssaijeerd, toont het daar van in Copia overgaende bericht aan, dat de Ropij Essaijeert 11. ps 9. ½. Gr: en het stukje zilver 10. p: 19. Gr: wordende een gelijke Ropij metde brokjes zilver, ter believende nadere proefneeming deeze meede bij gevoegt ew Dabboes Hunterij. Wij hebben thans de eere in voldoening aan het gepromitteerde bij de Iongste oo„ tober brief par: 214. hier nevens te voegen, de Rendementen zoo van het zeedert 178 5/6. tot 1790. te Iaggernaik poeram en Bimilipatnam verwerkte Koper. ren op wern onn 3¾ 284 38 vermunting in 5. Jaaren 171. gewonnen ƒ: 6: 957: ƒ 8 In sersie Rendement koper, als hetgeen, op beide de kantooren, in het Iongste boekjaer 17 9/90. tot Dabboes gestem„ peld is geworden. - Bij die van de voorgaende Boek„ jaaren Consteert dat 160800. lb: koper die tot Dabboes te Iaggernaik p:r geslaagen zijn op de 136 overkoops prijs een advans van 13. 1/16., en op het kopergeld een winst geeft van 162 1/16. p„r C na aftrek vande munts ongelden, bedraa¬ En te Bimilipatnam in diezelve tijd op 137295. ¾. lb: koper 172.¼. , en op de specie 212. 5/8. per bento be„ loopende, na aftrek als gende - - - - - - - - - - - - ƒ86037. 5. 8. boven - - - - -. - - - - „79920. 4. -. Dus inde vijf boekjaaren. . . . . ƒ 165957. 9. 8. Gelijk die geschriften hier onder volgende nader aantoonen. Rendement. Rendement der vijf Iaaren of zeedert het Iaar 173 Dabboesen, met aanwijzing van dies kostende, en verkoops prijzen, benejvens 't kostende verkoops de waarde. Winst Wi van prijs van van 35. 1/12. op 1. Een 1. lb: dabboe„ lb. koo„ lb: ko„ kooper- sen of per da per 1. lb. „ 343 160800 - lb: Staaskopper. Iappans - . . ƒ — 7:2: p:s — 16:18: —. 18. 12. 480. „ 9. 10¾. Buijten den munts ongelden heeft dE: Compagnie op 2400. d: kopen tgens De munts ongelden op 480. l: otabb: 826. –. of voor 2400. ld: gereekent komt. des word naar aftrek der: ongelden bij het kassa boek verantwoord uijtmaakende de untsloonen op de in vijf Iaa 160800. lb: een quantiteijt van - . - Welke van de boovensten parthij of van de ges getrocken werdende zoo blijft nog voor of Petrachiere van de Volv Palleakatta. In het fort Jacob ilbra /:was getekend:/ 50 36 Iar 178 7/6. tot A:o17 8/90. ten Comptoire Iaggernaikpoeram geslaagen koper - - - - - - „ 7410. 18. —. het , benevens de advancen, daar ov behaald; Namentlijk — winst op de 't kostende - verkoop s. de. ganschen de waarde. Advancen Advancen Winst op 1. waarden, van de prijs van parthij van evengem: op Pro of Pro E van 35. /12. gansche ds gansche. de ge. „ quantiteijt H. koo„ dabboesen panthij der pathij der slalagen dabloesen Cen„ koo„ Cen„ dabboe„ per to sen 10 per verstrekt verstrekte. dee boe. „ teg:s 168. per of 1. lb: kooper koper sen pagood 103 . 1. 15. 40. 7659. 13. — ƒ135423. 15. 8:5641400. -. - ƒ151107. 16. 8. — 13. 1/16. — ƒ 7764. 2. —. 162. 1/16. – ƒ 934487. 3. 8. 9. 10. ¾. koopen tegens 3: /½: dab: p: d: da :r 84200. –. –. kent komt . . . . . . . . . . . „ 4130. –. –. . 6 verantwoord - - - - - - - strix 80070. –. - in vijf Taren geslaagen van - - - - - - - - - - - - - - - - „ 276710. –. –. „ 7410. 18. -. van de geslagene da boesen af„ blijft nij voor d'E Comp: - - - - - - - - - d:s 536160. 8 ƒ 45696:14:8:8:. van de Vdvncen, de munts ongelden met - - - - - - - - Rest zuijver winst voor d'E: Compagnie. - - - - - fort Geldria ultimo December 1791. Hilbracht ƒ86037. 5. 8. Rendement
English
Yield of the copper dabboes minted in five years or since the beginning of 170: 1/6: up to anno 17 8/90. at the factory of Bimilipatnam, showing the cost and selling prices thereof, together with the advances gained thereon; namely: Cost price of 1 lb. of copper: ƒ —. 6. 3: 1/16 Selling price of 36. 1/3. dabboes, or 1 lb. of copper: —: 16:15 1/16 The value of 1 lb. of copper: — 19 7 /141 Profit per lb. of copper: 10. 9. ¾ Profit on the whole parcel of the supplied copper: ƒ 10925. 12. - Cost price of the whole parcel of the supplied copper: ƒ 79920. 4. — Selling price of the whole parcel of the minted dabboes: 505 The value of the just-mentioned quantity of dabboes at 168. per pagoda: 9. 5. 4 72. . 8. ƒ 1560. 19. —. ƒ 98. 12. or ƒ 13618. 3. 8. Advances per cent on copper: 172. ¼4. Advances per cent on dabboes: ƒ 2829. 11. 8. 13729: ½. lb. of Japanese copper bars: 212. 3/8. - ƒ 90845. 16 —: 10. 9. ¾ Excluding all charges and loss in minting, the Company has, on 10. bahars or 41000 lb. of copper calculated at 36. ½. dabboes per lb.: dabboes 174400. -. The mintmasters' wages calculated on 1. bahar or 480. lb. in: dabboes 810. –. –. The loss from dust and grit, and in remelting, and further minting of the scrap trimmings, calculated according to the statement of the mintmasters on 1. bahar or 480. lb.: 616. —. Thus all charges, loss, etc. calculated on 1. bahar or 400. lb. comes to: dabboes 1426:— Amounting for 10. bahars or 4800. lb. to: 14260. -. - Thus, after deduction of all charges and loss, accounted for in the cash book: dabboes 160140. -. Amounting to, for the minting wages with all the loss from dust and grit, and remelting of scrap trimmings, on the 206. 1/32. bahars or 137295¼. d. minted in five years, a quantity of: 407883. –. – ƒ 1925. 12. Which, being deducted from the above parcel or from the minted dabboes, leaves still net for the Honorable Company: dabboes 458524. . - 12692. 11. 8. Deducting from the advances the mint charges, etc. with: [illegible] Remains as net profit for the Honorable Company: ƒ 21824. 6. 8. Palleakatta in Fort Geldria, the last of December Anno 1791. was signed: Jacob Eilbracht. Recovered in 1791: § 172. Of the copper that was processed in the last-passed financial year 17 29/4., first according to the old, and thereafter according to the reduced price of the dabboes from 168. to 228. per pagoda, yields have also been drawn up for each factory, showing for Jaggernaickpoeram that according to the first-mentioned calculation, on 7200. lb. of copper, 223. per cent was profited, and subsequently on the dabboes 260 per cent, amounting after deduction of charges to: ƒ 4556. 16. 8. Item, on 16800. lb. of copper after the reduction of the price of the dabboes, on the copper 187 5/8. per cent and on the coin 4. ½. per cent, or: Carried forward: ƒ 4556. 16. 8. Insertion of yields thereof: Carried forward: ƒ 456. 16. 8. Or profited in money: 8219. 10. 8. ƒ 1276. 7. -. At Bimilipatnam, before the change, on 9600. lb. of copper 233. 15/16., and on the coin 285 1/16., making: ƒ 6158. 5. —. And after the change, on the copper in the quantity of 4800. lb. 233: 15/16., and on the coin 224. 7/8. per cent: 2389. 13. 8. 8547. 18. 8. Comes for this financial year to: ƒ 21324. 5. 8. As the said yields themselves further indicate. Yield of the copper dabboes minted here at the factory in the month of September 1790, and subsequently in the months of February and April 1791, calculated according to the previously fixed price or at 168 dabboes per pagoda, showing the cost and selling prices thereof, together with the advances gained on the copper and on the dabboes, to wit: Cost price of 1 lb. of copper: ƒ . 5. 3. 7/16 Selling price of 35. 1/12. dabboes, or 1 lb. of copper: — 16:13:½ The value of 1 lb. of copper: 18. 2. 480. — Profit per lb. of copper: 10. 10. Profit on the value of 3. 12. dabboes or per 1 lb. of copper: . 1. 1. 40. 1. 7. 7. Profit on the whole parcel of the supplied copper: ƒ 63. 1. —. Cost price of the whole parcel of the supplied copper: 2. 260. . ƒ 676. 1. — Selling price of the whole parcel of the minted dabboes: ƒ 23. —. ƒ 4106. 8. —. The value of the just-mentioned quantity of dabboes at 168. per pagoda: ƒ 260. 714. ƒ 41019. 14. — Advances per cent on copper: 480. — Advances per cent on dabboes: 1010 1/16. 7200. –. lbs. of Japanese copper bars: 342 Excluding the mint charges, the Company has, on 20 bahars of copper calculated at 34 dabboes per lb.: dabboes 84200. —. -. The mint charges on 480. lb., dabboes 826. lb. or calculated for 2400. lb. comes to: 4130:–. —. Thus, after deduction of charges, accounted for in the cash book: pieces 80078. -. – Amounting to, for the mint wages on the 7200 lb. minted in the 3 months, a quantity of: 12390. –. or 331. 7. 8. Which, being deducted from the above parcel or from the minted dabboes, still leaves for the Honorable Company: 240210: – or ƒ 6434. 3. 8. Deducting from the advances the mint charges with: 331. 7. 8. Remains net profit for the Honorable Company: ƒ 4556. 6. 8. In the Dutch factory at Jaggernaikpoeram, the last of August Anno 1791. was signed: P: E: van Hogendorp
Dutch transcription
Rendement, die in vijf Iaaren of zeedert het hen boesen, met aanwijzing van dies kostende, en verkoops prysen, ben„ 't kostende verkoops de waarde, winst van 1. prijs van 36. 1/3. off Een lb: koo„ van 1. dabboesen, lb: ko„ de per lb: koo„ of 1. per 36 per lb: d - 13729: ½. lb: staaf kooper Iappansch. . ƒ —. 6. 3: 1/16„—: 16:15 1/16 — 19 7 /141 10. 9. ¾ Buijten alle ongelden en verlies bij vermunting, heeft, dE Compagnie tegens 36. ½. Dabboesen p:r lb: gereekend. . . . . . . . de Arbeidsloon der munters op 1. bhaar of 480. lb: bereekend in. . . - . Het verlies uijt het stof en graijs, en bij het versmelten, en verder munten der af vallen de brokken, bereekend volgens de opgaaf munters op 1. bhaar of 480. lb: - - - - dus alle ongelden verlies v:a op 1. bhaar of 400. lb: bereekend word op uijtmaakende voor 10. bhaaren of 4800. lb: - - - - - - - - Dus word naar aftrek van alle ongelden en verlies bij de Cassa boektra uijtmaakende de muntsloon met al het verlies uijt het stof en gruijs, en versmelting der afvallende brokken, op de in vijff aan ren geslaagen 206. 1/32. bhaeren of 137295¼. d:, Een quantiteijt van - Welke van de bovenste panthij of van de geslagene dabboesen an trok nog zuijver over voor d'E: Comp=ie - - - - - - - -- de traheere. van de Advancen de mints Palleakatta In 't fort Geldai /:was getekend/ 170: 1/6: tot A:o 17 8/90. ten Comptoir Bimilipatnam geslaagen kooper Ver„ 10 „ -: —: – - . - - -. „ 10925. 12. - - - - - - - - - - - ƒ79920. 4. — ens de Advancen daar op behaald; Namentlijk —. winst op 't kostende verkoops de gantsche de waarden, Advancen Advancen de waar„ van de gant, prijs van dparthij van even of Pro Pro de van sche parthij de gantsche der ge„ gem: quan„ of de het 36. 1/3. dubb: der Overstrek, parthij der slaageno t titeijt dabboesen Cen„ Cep„ to t dabboe, Koo„ of 1. lb: te kooper verstrekte dabboe„ tegen s 168. per sen kopper zen opper pagood 505 . 9. 5. 4 72. . 8. ƒ1560. 19. —. ƒ98. 12. of ƒ13618. 3. 8. — 172. ¼4. . ƒ 2829. 11. 8. 212. 3/8. - ƒ 90845. 16 —: 10. 9.¾ Compagnis op 10. bhaaren of 41000 lb: koopper. . . - - - Rabb: 174400. -. . . „. Dabb: 810. –. –. melten, en veder. ver„ de opgaaf dr - - - - „ 616. —. . . Dabb: 1426:— op. - - - - - - - - „14260. -. - verantwoord - D:s 160140. -. Porbl: 407883. –. – „1925. 12. trokken wordende, soo blijft - - - - - - _ 8ab6: 458524. . - 12692. 11. 8. mints ngelden &:a met - - - - - - - - - - - - - - Rest aan zuijver winst voor d' E Comp:ie ultimo December. A:o 1791-. ia PC Jacob Eilbracht. Van naf 0 in 179/. weder ingewonnen §172. ƒ21824. 6. 8. Van het koper dat in het Iongst ge„ 172 passeerde boekjaar 17 29/4. verwerkt is, eerst na de oude, en daarna volgens de ver minderde prijs der dabboes van 168. tot 228. per pagoot, zijn ook van ieder Kantoor Rendementen gefor„ meert, aantoonende van Jaggermain poeram dat na de eerstgemelde beree kening op 7200. lb: Koper 223. , en vervolgens op de Dabboes 260 p procento geprofiteerd is na aftrek van de ongelden uijtmaa„ kende - - - - - - - - - - - ƒ4556. 16. 8. item op 16800. lb: kopper na de overmindering der prijs vande Dabboes„ op het Kopper 187 5/8. en prcto op de Specie 4. ½. p„r C„to ofte Transporteere ƒ4556. 16. 8. Insertie Rendementen daar van Per Transport - - - ƒ 456. 16. 8. ofte in gelde geprofiteerd is „ 8219. 10. 8. ƒ1276. 7. -. Te Bimilipatnam, voor de verandering, op 9600. lb: ko„ per 233. 15/16. , en op de Specie 285 1/16. maakende - - - - - - - - - ƒ6158. 5. —. en nade verandering op het koper ter quan„ titeijt van 4800. lb: 233: 15/16. , en op de specie 224. 7/8. pro Cento. . . . . . . . . „ 2389. 13. 8. „ 8547. 18. 8. Komt voor dit Boekjaer. . ƒ 21324. 5. 8. G Gelijk de gedagte Rende„ menten zelve nader uijt„ wijzen. Rendement 7200. –. lb:s Rendement van de alhier ten Comptoire geslaagen februarij en april 1791. gereekent na de voorige bpaalde, prijs of tege 6 cen, die op het kopper, en op de dabboesen behaald zijn, te weeten. 't kostende verkoops de waarde, winst van 1. prijs van 35. 1/12. Een lb: koo„ van 1. dubb: of. lb: lb: ko „ 1. lb: per per per 342 Staafkopper Iappans. . 18. 2. 480. — . 5. 3. 7/16 f —16:13:½ 10. 10. Buijten de munts ongelden heeft 66: Compagnie of 20 d: oerten de munts ongelden off 480. ld: deubb: 826. lb: of voor 2400. lb: gereekent komt des word naar aftrek der ongelden bij het kassa boek verantword. uijtmaakende de mints loonen op de in de 3/m: geslaagene Vood en Welke van de bovenste parthij of van de geslagene de boen zoo blijft nog over voor d'E Comp:e.. Totaacheeden van de Mean In het Nederlandsch Comptor /:was getekend slaagen k opper dabboesen in de maand September, 1790, en vervolgens in de maanden soften po0. Ataks per pagod, aantoonende dies kostende, verkoops prijsen benevens dea advan„ winst ge Winst op 't kostende verkoops de gantete dewaarden. Advancen Advancen de waarde van de prijs van de parthij van even van 3. 12. gantsche ganschen van der ge, gem: quant: Pro: op Pro- ovr ctabb: of parthij thij der verslaagen teijt de bboeden Cen „ koor„ Cen „ dab„ 6 per to boe„ 1. lb: der verstrek„ Stackte. dabboe„ tegen 168. to 1 te kopper kooper sen per poagood sen ld:o koo„ . 1. 1. 40. 1. 7. 7. ƒ63. 1. —. 2. 260. . ƒ676. 1. — ƒ 23. —. ƒ 4106. 8. —. ƒ 260. 714. ƒ41019. 14. — 480. — 1010 1/16. tegen 3: p tabies p:r ld. . . - . . d: 84200. —. -. „ 4130:–. —. - stux 80078. -. – dabaen afgetrokken wordende. - - - - - - - - - - L:240210: – of ƒ6434. 3. 8. 7200 : en quantiteijt van - - - - - - - 12390. –. of „ 331. 7. 8. de Ndancen, de munts ongelden met - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 331. 7. 8. Rest zuijver. winst voor d' E: Comp:e - - - - - - - - - - - ƒ4556. 6. 8. ptin Iaggernaijkpoeram ultimo Augustus A:o 1791. - tekend P: E: van Hogen dorf Rendement. Een per 342 komt twoord.- - - 103 ƒ
English
Yield of the copper dabboes minted here at the office in the months of June, July and August 1791, calculated according to the current fixed price or at 228 pieces per pagoda, demonstrating its cost and selling prices along with the advances gained on the dabboes and on the copper, namely: Cost value of one lb of copper: ƒ —. 5: 3: 16 Selling price of one lb of copper: ƒ —. 10: 4: — The value of 39 12/256 r:m on one lb: ƒ 1: 1: 8 Profit on one lb of copper: ƒ 9. 2 5/16 Profit on the value of 39 12/256 r:m dabboes or one lb copper: ƒ 4 ½ d: Cost value of the entire lot of delivered copper: ƒ 570. 1. 8 Selling price of the entire lot of delivered copper: ƒ 4380. 9. 8 The whole lot of minted dabboes: 107 The value of the aforementioned quantity of dabboes at 228 per pagoda: ƒ 389. 10. 8 Advances percent on one lb dabboes: ƒ 12600. — ½ Advances percent on one lb copper: 67310. — 16800. — lb Japan bar copper: ƒ 13170. 1. 8 Excluding the minting charges, the Honorable Company has gained on 2400 lb copper at 9 2/16: 185, 186, 256. 1: dabboes per pound: Dubb: 95330. —. — The minting charges on 400 lb dabboes 826, or calculated on 2400 lb, amounts to: Dabb: 91200. —. — This is accounted for in the cash book after deduction of charges: 4130. —. — The minting wages for 16800 lb amount to a quantity of: tab: 63040. — ƒ 600. — — Which, being deducted from the above lot or from the minted dabboes, quantity of: 28910. —. — ƒ 570. 11. 8 There still remains for the Honorable Company: [illegible] Deducting from the advances on the copper dabboes the minting charges: 4 ½ r:m 570. 1. 8 Thus the Honorable Company gained nothing on the 16800 lb Japan bar copper minted into dubbelts, and therefore: [illegible] Yet the profit on the copper is: ƒ 8219. 10. 8 In the Dutch Office Jaggernaikpoeram, the last of August 1791 Was signed: P: E: van Hogendorp Yield of the copper dabboes minted here at the office in a round year or in the year 1791, with demonstration of their purchase and selling costs, together with the advances gained thereon, namely: Cost value of one pound of copper: ƒ —. 5. — 1/16 Selling price of one lb of copper: ƒ —. 10. 13/16 The value of 36 1/3 dabboes or one pound of copper: ƒ —. 14. 7 72 Profit on one lb copper: ƒ 9. 8 Profit on the value of 36 1/3 dabboes or one lb copper: ƒ 11. 12 ¾ Cost value of the entire lot of delivered copper: ƒ 763. 19. — Selling price of the entire lot of delivered copper: 1: : 12: The whole lot of minted dabboes: 480 5 0 The value of the aforementioned quantity of dabboes at 168 pieces per pagoda: 180 — 9 Advances percent on dabboes: 4: 17 Advances percent on copper: ƒ 62 9 8 Net profit in total: ƒ 3 1 924 — / 11 9600. — lb Japan bar copper: 217. 11. 12 ¾ According to the previous minting, the Honorable Company, excluding all charges and loss during minting: On 10 bhaars or 4800 lb copper calculated at 36 1/3 dabboes per pound: Dabb: 174400. —. — The wages of the minters on 1 bhaar or 480 lb calculated at: dabb: 810. —. — The loss from dust and grit, and upon remelting and reminting the off-fall scraps, calculated according to the statement of the minters on 1 bhaar or 480 lb: 616. —. — Thus all charges, loss, etc. on one bhaar of 480 lb are calculated at: dubb:s 1426. —. — Amounting for 10 bhaars or 4800 lb to: Fabb: 14260. —. — This was, after deduction of all charges and loss, accounted for in the cash book on the 10 bhaars of copper: Febb: 160140. —. — The minting wages with all the loss from dust and grit and remelting of off-fall scraps on the minted 20 bhaars or 9600 lb amount together to a quantity of: 28520. —. — ƒ 763. 19. — Which, being deducted from the above lot or from the minted dabboes: Pabb: 320280. —. — 8578. 18. — There still remains entirely net for the Honorable Company: [illegible] Deducting the minting charges from the advances on the said 20 bhaars: [illegible] Remains net profit for the Company on these 20 bhaars: ƒ 6158. 5. — To carry forward: [illegible]
Dutch transcription
Rendement van de alhier ten komptorie geslaagene koppen paalde prijs of teegens 220. stux per pagood, aantoon ende des kostende en zijn; Namentlijk —. Het kosten „ verkoops de waarde. Winst de van prijs van 39. 12/26 r:m op Een Een lb: van 1. dubb: of H: koo„ koper lb: 1. lb: per kopper 59 16800. –. lb: Staaf kopper. Iappans. . . ƒ — 5:3: 16. —. 1:— : —. 1: 1: /8. 9. 2 5/16. 185 Buijten de munts ongelden heeft d'E: Comp:e op 2400. l: koper teg: 9 2/16: : De munts ongelden over 400. lb: dabboesen 826. of van 2400 l: gereekent, komt.. des word naar aftrek der ongelden bij het cassa boek verant woord. uijtmaakende de muntsloonen oper voor t: 16800. lb: een quantiteijt welke van de bovenste parthij of van de geslagene. dabbosen as geta werdende soo blijft nog voor 610. Compagnie-- detraheero. van de advancen op de koppere. dabboesen, de des dE: Compagnie op den 16800. lb: staaf kopper. Jappans, welken tot dubedin In het Nederlandsch Compto /:Was geschejd:) - 398 koper, dabboesen in de maanden Iunij, Iulij en augustus 1791. gereekend na de tegenswoordig be„ stende en verkoops prijsen benevens de Advancen die op de dabboesen en op het kopper behaald winst winst op de 't kostende verkoops de gantscho. de waarde. Advancen Advancen. op Een waarde van van de prijs van Parthijen van even„ Pro of lb: koo„ 39: 12/256. r:m gansche. de gansche der geslaa„ gem: quan Pro. op dab: of 1. parthij parthij der gen dab„titeijt dat: Een „ dabboe „ Een „ koo„ - to per per der verstrek„ verstrekte boesen tegens 228. &: per Pagood te koper kooper to sen 4. ½ d: ƒ 570. 1. 8. 107 / 389. 10. 8. . . 10. /4 4380. 9. 8. 12600. — ½ 67310. -. . ƒ 13170. 1. 8. 9. 2 1/16. 186 256. 1: „esaboesen per pond. Dubb: 95330. - . -. -- - _ _Dabb: 91200. -. -. - - - - - - - - - - „ 4130. –. -. boesen afgetrokken dubberen geslaagen zijn niets geprofiteerd heft, en over zulx - - - - - - — - - - - - esen, de munts ongelden - - - - - - - - - - - - - - 4.½. r:m 570. 1. 8. dog den winst op het kopper is - - - - - - - - - - - - - - - ƒ8219. 10. 8. Comptoir Jaggernaijkpoeram ultimo Augustus 1791. P: E: van Hogendorp tab: 63040. - ƒ600 . — — titeijt van - - - - - - - - - - - „28910. –. –. „ 570. 11. 8. Rendement 9 komt - woord. nie- - . -- getekend:/ ƒ 9600. –. lb: Rendement der in Een Rond Jaar of in A:o 1791. alhier ten Con„ benevens de Advancen daar op behaald; Namentlijk— Het kosten„ verkoops. de waarde. de van Prijs van van 36: 1/3. Winst of dabboe„ Een pond Een kooper lb: koo„sen of Een pond per 1. lb: ko„ koo„ par per „ 8: Na de voor 217 . 11. 12. ¾ Staafkooper Iappansch ƒ —. 5. — 1/16 ƒ —. 1613. /16 — 14. 7. 72. .— Buijten alle ongelden en verlies bij vermunting heeft dE: Comp: of 10. bhaaren of 480. lb: koper tegen 36. 1/3. dobboesen per pond ge de arbeidsloon der Munters op 1. bhaar of 480. lb: bereekend in. . . . . . . Het verlies uijt het stof en gruijs, en bij het versmelten en weder vermun„ ten der afvallende brokken, bereekend volgens de opgaaf der mun„ ters op 1. bhaar of 480. lb: - - - - - - - - - - - - - - - dus alle ongelden verlies &:a of een bhaar ƒ 480 bereekend word of. . . . . . . . . . - uijtmaakende voor 10. bhaaren of 4800: lb:. . . . . . Des wierd na aftrek van alle ongelden en verlies, bij de as 10. bhaaren kooper verantwoord - - - - - - - De muntsloon met al het verlies, uijt het stof en gruijs n der afvallende broeken, op de geslaagene 20. bhaaren of 1760 te samen uijt een quantiteijt van - - - - - - - Welk van de bovenstaande parthij, of van de geslagene. dabboesen aff 1o00 soo blijft nog zuijver over voor d'E: Compacgnie. De traheer. van de Advancen de munts ongelden ki Re staan Zuijvere winst -.1 ree d 6 „ taar Teslaagene kooper dabboesen met aansooning van dies in en uijtkoops kostende, - - - „ 763. 19. —. winst op het kostende verkoops de genten de waaren Advancen Advancen Zuij„ de waarde van de prijs van parthij van even of Pro. of Pro„ ver van 36 1/3. gantsche. de gant„ der geslagen gem: quan„ het Cen„ de cen„ winst koo„ tot dub„ 10 in het ctabb: of parthij der. sche partij, ne Pab„ liteijt dabb: ge„ boe„ per „ 8: kopper verstrekte. de 2. verstrek„ boe - „ tegens 168. Theel sen kooper te kooper sen p:s pagood „ ige vermunting 1: :12: 480 5 0 . : 180 - 9 4:17 ƒ62 9 8. ƒ 3 1 924 - . /1 1 11. 12¾ Comp: pond gereekend - - Dabb: 174400. . - - dabb: 810. –. –. - - - „ 616. -. -. ƒ400. lb: dubb„s 1426. -. -. Fabb: 14260. -. -. bij den assa boek of . . . Febb: 160140. –. —. n gan en versmelting aarn of 60. lb: maaken esen afstrocken wordende . . - - - - - - Pabb: 320280. –. – . – 8578. 18. —. gelden H over gemelde 20. bhaaren met - - - - - - - - - winst voor de Compagnie op deze 20. bhaaren - - - - - - - - - - - - - - - - - - ƒ 6158. 5. —. Vie Transporteere - - - - - - - - - . . . „ 28520. –. – „ 763. 19. —. voor n mun„ thaar . . . -
English
4800 lb Bar copper Japanese — 5 — /16 — 16 13 1/6 — 16 6 /15 — 1 1 Without any charges and loss in minting, the Honorable Company has on this or 4800 lb copper calculated at 41 1/2 dabboes per pound The wages of the minters on 1 bhaar, or 480 lb, calculated at The loss from dust and dross, and in melting down and re- minting of the falling scraps calculated according to the statement of the minters on 1 bhaar or 480 lb thus all charges, loss etc calculated on one bhaar or 480 lb amounts to making for 10 bhaars or 4800 lb Thus after deduction of all charges and loss in the Cash book these 10 bhaars of copper are accounted for the mint wages with all the loss from dust and dross, and remelt- ing on these 10 bhaars or 4800 lb, deducted from the above-mentioned parcel or from the whole minted dabboes amounts to thus remains net deducting from the Remains net profit the net profit on that in this financial year In the Dutch Office signed J M Dormieux According to the arrangement recently made by the Coromandel Government The cost price of 1 lb copper selling price of 1 lb copper the value of 41 1/2 dabboes or 1 lb copper profit on 1 lb dabboes per lb 16800 — — Profit or the value of 41 1/2 dabboes or 1 lb copper profit on the whole parcel of supplied copper Profit of the whole parcel of supplied copper The cost price of the whole parcel of supplied copper selling value of the whole parcel of minted dabboes the quantity of dabboes at 228 per pagoda Advances to the Pagoda Advances to the Cash Net profit on the whole Carried Forward ƒ 6158 5 — 1 2/16 1210 6 8 4041 1 9200 — ƒ 3931 1 ƒ 2831 5 — ƒ 23 1/16 ƒ 721 5 — 224 7/6 ss agio on account of 10 bhaars D 199200 — — ditto 990 — — 690 — — ditto 1680 — — Dabboes 182400 — — and remelting of the falling scraps or from the whole quantity of the remains net for the Honorable Company 182400 — — ƒ 3600 — — the mint charges etc on these 10 bhaars with 331 11 8 Net profit for the Honorable Company on the above-mentioned 10 bhaars 2389 13 8 financial year minted 30 bhaars or 14400 lb copper amounts together to ƒ 8547 18 8 16800 — — ƒ 331 11 8 Bimilipatnam ultimo August 1791 Which copper accounted for Explanation of the difference in the advances. it is decided to have the roof of the above-mentioned church demolished Which difference in the respective advances exists more in appearance than in reality, because after deduction of all charges, at Jaggarnaikpoeram, the profit on the Dabboes is deducted from the selling cost of the copper, instead of deducting the purchase amount from the selling cost, while otherwise the yields themselves, as we hope, will convince Your High Right Honourables how heavy and oppressive the calculated prices of the copper were upon supply for the servants, and how substantial the profit has been for the Company. Fortifications and Buildings repair charges were By resolution of the 29th of October, and further by that of the 7th and 21st of November, the dangerous condition of the roof on the old dilapidated building, still known by the name of the church, is recorded, and our decision, in order to prevent accidents, to have that roof demolished; but regarding the poor, damp and stuffy condition of the warehouses under that church, already mentioned in the past year, completely unfit for storing such precious articles as spices, respectfully to await the pleasure of Your High Right Honourables. Regarding repairs, we have the honor to show that those of the financial year 1788/9, of which the books have recently been sent, according to the summary made thereof, amount to or ƒ 5049 16 8 more than in 1787/8, as appears from the following summary. Summary of the executed carpentry and repairs, during this financial year 1788/9 at all the Offices of this Government, and at this Capital Place Paleacatte, showing their greater and lesser amounts in this financial year and that of the past, namely: This Year Past Year More Less At Paleacatte the carpentry amounts to ƒ 4982 5 8 ƒ 5153 3 — ƒ — — — ƒ 170 17 8 This lesser amount is to be attributed to nothing other than that in this year not as many expenses were incurred as in the past year, and also no other extraordinary building was erected than for the raising and making of a new staircase in the dwelling of the Chief Administrator, instead of a wooden one which had become completely unscalable to the upper apartments, and also for the bricking up. Carried forward ƒ 4982 5 8 ƒ 5153 3 — ƒ — — — ƒ 170 17 8
Dutch transcription
4800. - lb: Staaf koper Iappansch. . . —: 5. — /16.— 16 13 1/6 — 16:6: /15 — 1:1: Buijten alle ongelden en verlies bij vermunting heeft de E Compagnie of deek of 4800. lb: kopper tegens 41. ½. dabb: per. pond gereekend. . . - De arbeidsloon der munters of 1. bhaar, of 480. l: bereekend in - - - - - - - Het verlies uijt het stof en gruijs, en bij het versmelten en wena vermunten der afvallende broeken bereekend volgens de ofge der munters op 1. bhaar of 480. ld. - - - - - - - - dus alle ongelden, verlies &: op een bhaar of 400. lb: bereekend noord op - - - - - - - - - - - - - - - uijtmaakende voor 10. bhaaren of 4800. lb: - - - - - Des is naar aftrek van alle ongelden en verlies bij de Caspeboek deeze. 10. bhaaren kooper. verantwoord - - - - - - -- de muntsloon met al het verlies uijt het stof en gruijs, en wis met ken op deeze 10. bhaaren of 4800. lb:, van de boven Hte parthij of van d gan geslagene dabboesen afgetrokken worden met - - - - - - - zoo blijft nog zujve detraheere van de Noarsen Restaan zuijver kinst de zuijver winst op het in dit boeksaar In het Nederlandsch Comptoir /:was getekend:/ I: M Na de laastelijk door de Cormandelsche Het kos „ verkoops, de waarde, winst 1in tende. paijs van van 41. ½. op de van Een Een dabboe „ ben A: v lb: koo„sen of 1. koo„ lb: koo„ dtab: per Pond koo„ per per lb: per. mandelsche Regeering gemaakte schikking - - - - - - - - „16800. –. -. Winst winst off Het kostende verkoops de gantschi lt. waarden de waarde, van de gomt, paijs van parthij van even„ Advancen Advancen Zuijver op Pro wonst of Pro„ van 41. ½. sche par„ de gansche der ge„ gem: quan„ dab: of 1. thij der polrthij der slaagenetiteijt dab„ het Cen„ de cen„ In het lb: hoo„ verstrakte verstrekte dat boe „boesen teg:s koo„ tot Dub„ tot Ge„ heel boesen koper kooper sen 228. pr p a/o per. # p=er P„r Transport _ _ - - - - - - - ƒ 6158: 5. —. . 1. 2/16. 1210. 6. 8. 4041. 1. 9200 - . ƒ 3931. 1. ƒ2831. 5. —. ƒ 23. 1/16. ƒ 721. 5. —. 224 7/6. s.:s 1112:1 ƒ agie op rek. 10. bhaaren D „ 199200 —: —: ... . . - - d:o 990: –. –. „ 690. –. — d:o 1680. -. –. de Cali ber6o o . . - - - - - - Vabb:s 182400. –. – ij, en overmelting der afvallende brok„ of van de gantsche quantiteijt der t nog zujver over voor dE: Compagnie L:o 182400. -. -. ƒ3600. –. – de Nooren de munts ongelden &:a op deeze 10. bhaaren met - - - - - - - - - „ 331. 11. 8 Zuijver ginst voor dE. Comp:en op even gem: 10. bhaaren _ - - - - - - - - - - - - - - - - „ 2389. 13. 8. - kjaar 1„ minte 30. bhaaren of 14400. lb: koopper bedragen Te zamen - - - - - - - - - ƒ8547. 18. 8. - - - - - - - - - - - - - - - „16800. –. –. ƒ 331. 11. 8. fimilipasnam ultimo Augustus 1791- ra M Dormieux Welk Koo peer. A: wese kend „ boe Explicatie van 't dofferent 8 173. in dle advanten. is beslooten het dak van bod 174. vendte kerke te laaten afbreeken Welk different in de onderschij„ dere advancen, meer in scheijn dan in weezendlijkheid bestaat door dien na aftrek van alle ongelden, te sag„ gernaikpoeram, de winst opde Dabboes is gedetraheert van het uijtkoops kostende van het koper„ in steede van het inkoops bedragen 1 van het uijtkoops kostende afte„ trekken, terwijl overigens de Ren„ dementen zelve, zoo wij hoopen u Hoog Edelheeden zullen over„ tuigen, hoezwaar endrukkend de bereekende prijzen van het koper, bij overstrekking voorde dienaaren, en hoe important de winst, voorde Compagnie geweest is. - Fortificatien en Gebouwen Bij 10:8 gentier verwag reparatie ongelden waareh 175. d0. 1%. kebt:t frta2i 1. Bij resolutie van den 29. october, en nader bij die van den 7. en 21. November staet de gevaarlijke toestant van het dak op het oude vervallen gebou, nog bekend bij de naem van de kerk, aan geteekend, en ons besluit om, ter voorko„ ming van ongelucken, dat dak telaeten trend de Pakhuijsen woor defe afbreeken; dog aangaende de in A:o pass.o reets gementioneerde slegte, dam„ pige en bedompte toestant van de pakhuijzen onder die kerk, gansch niet geschikt tot 't bergen van zulke precieuse articulen, als specerijen, met eerbied, het goedvinden van UE Hoog Edelheeden aftewagten. - Omtrent Reparaetsien, heb„ ben me de eere te vertoonen dat die van het boekjaer 178 8/9. , waarvan de boeken nu Iongst verzonden zijn, nade daer van gemaekte: de gemaekte samentrekking belooen 12:1 ofte ƒ5049. 16. 8. meerder dan in 178 7/8. gelijk Indertie samentrekking. dat blijkt uijt de ondervolgende. — Samentrekking der Gedaene Timmeragie„ Reparatie, geduurende dit boekjaer 1783/9. op alle de Comptoiren deezes Gouvernements, ente deezer Hoofd plaats Palleakatta, met aantooning van derzelver meerd en minder bedragen in dit Boekjaer en dat van d: p:s Nameli Dit Jaar dit Jaer Annops. Meerder Mind Te Palleakatta bedraagd het overtimmerde - - - - - - - - ƒ4982. 5. 8. ƒ5153. 3. -. ƒ —. –. –. ƒ 170. 17 Deeze minderheid is aan niets anders toete schrijven dan dat er indit Iaer niet zoo veel ongelden gedaen is, dan in A:o vergange, en ook geen andere Extra ordinair gebouw aangemaakt is geworden, als voor het ophaalen, en aan„ 2 maaken van een nieuwe trap, inde wooning van de Hoofd administrateur, insteede van een houte dito, die ten eene„ mael onbeklimbaar nade booven ver„ trekking is geraakt, en ook voor het toemet„ zelen. Transporteere - - - -ƒ4982. 5. 8 ƒ5153. 3. —. ƒ —. —. –. ƒ 170. 1 ve
English
299 Brought forward - - - - - ƒ 4982.5.8. ƒ 153.3.—. ƒ —.–.—. ƒ 170.17.8. This Year Preceding Year More Less repairing a dilapidated door leading to the church on the rampart, as well as making the wall-plates both in the Government house and at the residence of the Honorable Chief Administrator, as well as the gunpowder magazine, etc., which caused major leakage due to heavy rains in November and December of the preceding year, overhauled and provided for, as well as for the new construction of a room at the Trade Office, including plastering inside and outside, flooring, and tiling with roof tiles, as well as for a newly built shed for the quartering of the Sepoys in the For ordinary carpentries Amounting thus - - - - - - - 3506.7.8. Concerning such as stated. - - . - - ƒ 4982.5.8. This year the same is, as mentioned here before, amounting to - - - - - - - ƒ 3506.7.8. The ordinary carpentry amounted in the preceding year to - - - - - - - 3556.19.8. Thus this year less - - - - - ƒ 50.12.—. At Sadraspatnam - - - - - —.–.–. —.–.–. —.–.–. —.–.–. At Jaggernaikpoeram Totalizes - - - - - 7245.5.8. 2024.1.8 5220.14.-. Brought forward - - - ƒ 27.1.- ƒ 17.4. ƒ 2... ƒ 170.7.8. castle _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ 1475.18.—. This Year This Year total amount damage to the buildings at Jaggernaikpoeram and its repair This Year Preceding Year More Less Brought forward - - - - ƒ 127:1.— ƒ 17.14.8 ƒ 20.14. 1.7.0. This increase was caused by the construction of a new washermen's warehouse there, by qualification of the esteemed Coromandel Government, according to the estimate approved for that purpose under date of 2 July 1788. - - - - - - - - - - - At Palicol. - - - - - - - - - - - — - - - - - —.–.–. —.–.–. —.–.-. At Bimilipatnam - - - - - - - — - - - - - —. - - -- -. – —.–.–. Counted - - - ƒ 1227.1.-. ƒ 717.1.8 ƒ 5220.14.—. ƒ 170.7.8. The lesser deducted from the greater. 7177.14.8. - - - - - - 170.17.8. Thus comes for the excess carpentry in this year - - - - - - - ƒ 5049.16.8. - - - -. ƒ 5049:16.8. Palliakatte In Fort Geldria the last of August 1789. The presentation of the subsequent period. Of the two following book years, the presentation will follow after the closing of the books. In the meantime we take the liberty of appending hereto an extract from the letter received from Jaggernaikpoeram on the 4th of this month, dated 28 December 1791, serving... 484 serving both to communicate the damage caused during that entire month by heavy rains to the washermen's warehouse and its surrounding wall, as well as the partial washing away of the pier with its crane caused by the heavy flood waters breaking through violently on the 14th of the same month, whose repair, in order to prevent further damaging consequences, had to be taken in hand immediately, and according to the memorandum received thereof page 227 amounts to 9.20. ƒ 1023.4.8., which we, for the aforementioned reasons, are obliged to pass, subject to further honored approval from Your High Nobilities. Also, according to a further extract from a Jaggernaikpoeram letter dated 28 December, by the chief... 170.17.8. 178. Concerning the shortweights, reference is made to the resolution § 179. Finding of 4 barrels July 1 180. concerning two parcels of gunny sacks found rotten and spoiled, due to such causes as the proofs inserted into those resolutions demonstrate, the swearing of which appears from the minutes of the Court of Justice appended hereto. At the session of 21 November last served the finding of permitted shortweights and write-offs on the merchandise delivered by the warehouse master in the book year 1790/1791, of which we, according to the determination in the General Regulations concerning retained and redelivered allowances, have paid out of cash, against which the deficits found in that manner have been credited to the Honorable Company. There is also inserted in the aforementioned resolution of 21 November 405 inserted a finding upon opening the four barrels of mace, recently received per the ship De Zeebouwer, showing a deficiency of 54 lb or 8 1/16 percent, which we have ordered to be written off, provided that the dust, debris, and white leaves to the quantity of 38 1/8 lb or 6 3/16 percent, according to the order, sealed be sent to Batavia, and the reports, having this time mistakenly been assisted by the ordinary commissioners, be sworn before the Court of Justice, and in future that commission be carried out by two members of the said Court, specially serving for that purpose. Charges and reimbursements § 181. Notes: Bimilipatnam Guinea cloth has been concluded for Palicol exemption was requested of ƒ 481.—.8. for reimbursement of... 182. In this respect, our dispositions concerning a certain ƒ 38.13.—, or the cost of three pieces of Bimilipatnam Guinea cloth found short at Padang in the year 1786/1787, not appearing to be of such a nature that they require any repetition in this, we take most humbly the liberty to refer to our resolutions of the dates 13 April and 15 June 1791, from which it appears that that matter has been concluded. According to the decision of 15 June aforementioned, we take the liberty to request from Your High Nobilities a favorable consideration of the representation of the Palicol chief for exemption of ƒ 481.8. by disposition on the expense account from September 1790 to February 1791, under 12 April preceding. 100
Dutch transcription
299 P:r Transport - - - - - ƒ4982.5.8. ƒ153. 3. —. ƒ —. –. —. ƒ 170. 17. 8. Dit Jaar Annot=s Meerder Minder zelen van een vervallen deur, aan d' Kerk op de wal uijtkomende, nevens tot het maaken van de plaaten, zoo in 't Gouvernement, als aan de wooning vanden E: E: Heer Hoofd-administra„ teur, gelijk ook de Kruijt kelder &:a, die door swaere reegen in November en december A:o p:s groot leke„ kagie veroorzaakt hebben, overhofpen en voorzien, zoo meede voor het nieuw aan maeken van een kamer op 't Negotie Comptoir, mitsg:s binnen en buijten bepleijsteren vloeren, en met pan„ nen dekken, zoo meede voor een nieuwen aan„ gemaakte loots tot lijfberging der Sipaijs in 't voorde ordinaire vertimmeringen Komtdus _ _ _ _ _ - - - - - - „ 3506. 7. 8. Over zulks als gezegd. - - . - - ƒ 4982. 5. 8. Dit Iaer is dezelve gelijk als hier voor en vermeld is groot _ _ _ _ _ _ _ _ - - - ƒ 3506. 7. 8. De ordinaire vertimmering heeft in Ed:e pass:o bedragen - - - - - - - - - „ 3556. 19. 8. Dus dit Jaer minder - - - - - ƒ 50. 12. —. Te Sadraspatnam - - - - - — – –„ —. –. –. „ —. –. –. „ —. –: –„ —. –. –. „ Iaggernaikpoeram Sommeert - - - - - „ 7245. 5. 8. „ 2024. 1. 8 „ 5220. 14. -. „ . . . .. Transporteere - - - ƒ 27. 1. -ƒ 17. 4. ƒ2. . . ƒ 170. 7. 8. basteel _ _ _ _ _ _ _ _ _ ƒ1475. 18. —. Dit Jaer Dit Jaar word beloop schaade aande gebouwen op Pagg: dies verholping Dit Iaar Anno p:o Meerder Minterg P:r Transport - - - - ƒ 127:1. — ƒ17.14. 8 ƒ20. 14. 1. 7 . 0. Deeze vermeerdering is veroorzaakt door den opbouw van een nieuwe wassers pakhuijs aldaer, op qualificatie van de gueerde Cormandelse Regeering, volg:s de daartoe geapprobeerde calculatie sub dato 2. Iulij 1788. - – — — – – – – „ – . - . –. „ Te Palicol. - - - - - - - - - - - „ — - - - - - „ —. –. –. „ —. –. – „ —. – . -. „ Bimilipatnam - - - - - - - „ — - - - - - „ —. - - --„ -. – „ —. –. –. Teld - - - ƒ1227. 1. -. ƒ 717. 1. 8 ƒ5220. 14. —. ƒ 170. 7. 8. 'T minder van het meerder gedetraheerd. . „ 7177. 14. 8. - - - - - - „ 170. 17. 8. Soo komt voor 't meerder vertimmerde in dit Iaer - - - - - - - ƒ5049 16. 8. - - - -. ƒ 5049:16. 8. Palliakatte In't FortGeldriag ult:o Augustus 1709. den vrtooning van vlgt tijd 176. Van de twee volgende Boek Iaaren zal de vertooning, na het sluijten der Boeken komen te volgen. - Inmiddels neemen wede vrijheid hiernevens te voegen Extract uijt het op den 4. deezer van Jaggernaijkp=m ontvangen Schrijvens de dato 28. deC:r 1791. dienende.. . . taat 484 daart van het open : uij 17. aldaar dienende, zoo tot communicatie van de uijthoofde der geduurende die gansche maand gevallene 3waare reegen, aan het wassers pakhuijs, endies ringmuur¬ ontstaene Schaade, als de door het op den 14. ejusdum heevig doorgebrooken op per„ water, gedeeltelijke weg spoeling van het hoofd met dies kraen, welkers Her„ stelling, ter voorkoming van overdere schadelijke gevolgen, onmiddelijk had moe„ ten worden ter hand genomen, en na de daarvan tevens ontvangene Memorie pag: 227. 9. 20. ƒ1023. 4. 8. komt te bedragen, het welk wij om de gem: reeden overpligt zijn, op nadere geëerde approbatie van u Hoog Edelheeden te passeeren. — Ook is, uijtwijzens een nader Extract uijt een Iaggernaikpoeram„ sche breef de dato 28. december, door het opperhoofd. 170. 17. 8. . . . .. 178. nop:s de, onderwigten word gere„ §179. vereert aan resolutie bevinding van 4. sohkels Julij 1 180. wegens twee partijen verrot en bedorven bevonden goenij zacken, uijt zodanige oorzaeken, als de bij die Resolutien geinsereerde bewijzen aantoonen welkers beEediging, uyt de tevens hunbij gevoegde notul vande Raed van Snet„ tie komtn te blijken. Ter sessie van 21. November Iong:st leeden heeft gediend de Bevinding van gepermitteerde onderwighten en afschrijvingen op de in het boekjaers 17 3/1. door de pakhuijsmeester uijtgeleeverde koopmanschappen, waar van we, na de bepaling bij het Genereael Reglementen over behoudene en weder afgeleverde uijt¬ koops, úijt Cassa hebben betaald, waer en teegen de te kort bevondene, op die zu wijze, aande E: Comp:e overgoet zijn. — Nog staat ter gem: Resolutie van 21. Nov:r Geinsereert 09 405 Geinsereert een bevinding bij opening van de vier sokkels Foelij, nu Iongst, per het schip De Zeebouwer ontvangen, aantoonende eene minderheid van 54. lb: ofte 8. 1/16 procento, die wij hebben laaten afschrijven, mits het stof, gruijs, en witte blaaderen ter quantiteijt van 38: 1/0. lb: ofte 6. 3/16. p:r Cento, ovolgens de ordre overzegelt naer Batavia werde verzonden ende Rapporten, ditmael door de ordinaire gecommitteerden, abusive daarbij geas„ sisteerd hebbende, bij de Raed van Iustitie beeedigt, en in het vervolg die Commissie vernicht worde door twee Leeden van gem: Raed, expresselijk daer toe vacierende. — Belastingen en vergoedingen SS 181. Nots: r bimilip:s guin:t heeft zijn beslag voor t alicols of frah: wod nt 182. keffig versogt van ƒ431. —. 8. dae vergoring vn : suken 18: Ten deezen opzigte onze dispositien over Zeekere ƒ 38. 13. —. ofte het kostende van driestuk ken Guinees Bimilippatnams te padang inden Iaere 178 /7. temin bevonden, niet voorkomende vandie natuur te zijn dat ze, in deeze eenige herhaaling ver Eijsschen, neemen we onderdanigst de vrijheid ons te gedragen aan onze Resolutien de daks 13. April en 15. Junij 1791. , waar uijt het blijkt dat die affaire zijn beslag erlangt heeft: Volgens besluijt van 15. Iunij evin„ gemeld neemen we de vrijheid u Hoog Edelheeden om een gunstige reflexie te overzoeken op de representatie van het Pali„ Kolsch opperhoofd ter ontheffing van ƒ481. 8. bij dispositie opde onkost reekening van September 1790. tot februarij 1791. sub 12. April daaraan voor. 100
English
Section 183. Regarding compensation by the former authority holder. Charged to his account, where his representation that those ordinary annual gifts are unavoidable and cannot be refused appears probable enough to us to give credit to the same. By resolution of 9 August last, the request of the former Authority Holder Tadama is recorded, to be charged on account in the trade books for the amount of f 360 for his share in the compensation of emoluments credited in excess to the minister Van de Werth, subject to the lien placed upon his possessions; just as the Officer Fiscal, from whom we had demanded the recovery of the share of the late Authority Holder Blaaukamer in the amount of f 720.-.-, was requested to submit a proposal to us. Section 184. Section 185. Security provided by the widow De Jan for Palicol charges. We have granted the request of the first-mentioned; but regarding Blaaukamer's estate, on the condition that the executors can assure under oath that, beyond what appears credited to that estate in the books, no further funds or effects thereof remain under their administration; leaving them at the same time the liberty to demonstrate their stated contention that the Company might owe any interest to the estate, keeping in view the accounting of matters which the deceased, or his executors, are obligated to render to the Company. On the 31st of the aforesaid month, when the communication was deliberated from the Palicol Chief Van Haeften that the widow of the late Secunde De Jan had provided security for what that estate shares in the compensation ordered by Your Right Excellencies amounting to f 5053.6.- on account of the over-extension made to the merchants there in 1785, and f 323.-.- on account of required surety for the price increase granted in 1790 on the delivery of linens, making together f 5377.6.- or N: 15: 8 /o. 1194. 21. 5/8; namely by handing over to him, Van Haeften, certain jewels and silverware according to the inserted notice, which were simultaneously pledged to the Orphan Chamber, and she had requested permission to have them bought over in order to satisfy the said Chamber. Section 186. Topander requests relief of f 345:1:- loss on 3 packages. To satisfy; we have granted that in so far that, in case the said charges, of which relief was requested in our General Letter of the last day of February 1791, paragraphs 40, 53, and 223, should on the contrary be upheld according to Your Right Excellencies' esteemed pleasure, the Company shall be satisfied with preference out of the proceeds of the aforesaid goods, as has also been communicated to the widow's attorney, the First Clerk Obdam, to govern himself accordingly and to hold the funds under his custody until receipt of Your Right Excellencies' reply. Furthermore, it appears from the resolution of 29 October that the compensation of f 345.1.- required at Porto Novo from the departing Resident Jopander on account of the loss incurred on three packages of linens found damaged by white ants, which, following the charge made thither under 21 January 1791, had yielded a loss at public auction sale on 3 September 1790, together with his representation and statement made against it, both regarding his supposed innocence in this matter and that, according to what he had heard, the charge would not be in accordance with the resolution of the last day of August 1789; according to which he believed to have understood that the said loss was indeed approved to be charged to Porto Novo, but there to be balanced to Profit and Loss, and not to be compensated by him. However, since upon reviewing the said resolution the charge was found to have been made in accordance therewith, we answered him that regarding his objection he must await the disposition of Your Right Excellencies, and if he deems it advisable, he may address himself by petition to Your Right Excellencies for the purpose of relief, as was done in the supplication which Jopander sent to the first-signed. According to which, and to what our aforesaid Resolution demonstrates, his reasons do not appear objectionable as to how the white ants could have gotten into the packages without it being his fault, the more so because the packages had lain here in the warehouses from April 1789 until September 1790 before this deterioration was discovered, and regarding which, according to a report inserted with the aforesaid Resolution of the last day of August 1789, that infestation also does not seem to have occurred there. We assume as a matter of probability that the vermin infected the packages on board the sloop De Herstelling, without it having been discovered upon unloading, and respectfully take the liberty to request for Jopander a favorable decision on his petition and disposition regarding the aforesaid loss suffered. Section 187. Bengal charge has been satisfied by the first-signed. Furthermore, as appears from the disposition and a charge from Bengal, inserted into the Resolution of 7 November, the first-signed, as the former dispensier at Hoegli, has reimbursed to the Company f 192.2.8 on account of incurred extra coolie wages enjoyed in the dispensary during the book year 1784/5, not only on the grounds of what had always been the custom to bring them to account above the ordinary coolie wages, but because they were necessary, as they otherwise would not have been brought to account. Section 188.
Dutch transcription
weegens vergoeding door van den 183. w at zijmnbele geweeden gesaghebber belast. voor zijn Reekening gelaeten, dan waar omtrent zijne vertooning dat die ordinaire Iaarlijksche geschenken onvermeidelijk, en niet te ontseggen zijn, ons waarscheijnelijk genoeg voorkomt, om dezelve geloof te geeven. Bij resolutie van 9. Aug:s I: leeden consteert het versoek van den Heer Geweezen Gezaghebber Tadama om voor zijn aandeel inde vergoeding van aan den predikant van de werth te veel gevalideerde Emolumenten, mits het gelegde verband op zijne bezittingen, bij de Negocie boeken op Reekening te worden belast met ƒ 360. , gelijk ook aan het off: Fiscael, wien wij de in vordering van het aandeel van wijlen den Heer Gezaghebber Blaau„ kamer ten bedragen van ƒ720. -. –. hadden gedemandeert was overzogt, ons voor tedragen, § 184. gestelde seekerheid doorde §185. welt: de Ian voor Palicolsche belasting Hij hebben het verzoek van den Eerstge„ § 184. melde geacordeert, dog nopens Blaau„ kamers boedel onder die mits, dat de Executeurs, onder presentatie van Eede konnen verzeekeren, dat buijten hetgeen dien boedel bij de boeken te vooren loopt, geene penningen of Effecten vandezelve meer onder haere administratie zijn; laetende hen tevens vrijheit om aan te toonen, haere te kennen gegeevende Instenu dat de Comp:e aanden boedel eenige Interest zoude verschuldigt zijn, in het oog houdende de verantwoording van zaaken, welke de over„ leedene, ofte zij Executeurs, gehouden zijn aande Comagnie te doen. — Op den 31. van voormelde maand Huij wanneer is gedelibereert overd' Communisate van. 04 van het Palicolsch opperhoofd van Hleeften dat de weduwe wijlen den secunde De Tan„ zeekerheik had gegeeven voor het geen dienboe„ dot deelt inde door u Hoog Edelheeden geordonneerde vergoeding met ƒ5053. 6. -. wegens de in 1785. Gedaene overstrekking aan de kooplieden aldaer, en ƒ323. —. —. uijt hoofde van begeerde Cautie voor de in 1700. toegestaene prijs verhooging op leve„ rancie van Lijnwaeten, maekende tesamen ƒ5377. 6. -. of N: 15: 8 /o. 1194. 21. 5/8. door namelijk aan hem van Haeften ter hand te stellen eenige Juweelen en Zilver; werken volgens geinsereerde Notisie welke tevens aande Weeskamer verbonden waaren, en zij versogt hadde te mogen laeten overkoopen om Gemelde kamer te ovoldoen. Topander, versoekt ontheffing 186. van ƒ34: 1: —: verlie op 3. Pakken voldoen; hebben wij dat geaccordeert in zoo verre dat, ingevalle de gem: belasting gen, waarvan bij onze Generaele briff van uetimo februarij 1791. par: 40. 53. en 223. verzoek gedaen is, om onthef„ fing z bij het contrarie van dien„ na „U: Hoog Edelheeden geëerd goetvin„ den, mochten komen stand te houden uijt het provenu van voors: goederen de Compagnie bij preferentie vvoldaen zal worden, gelijk dat aan der weduwe gemachtigde, den Eersten klerk obdan„ ten overvloede gecommuniceert is, om Zig daer na te richten, en de penningen tot ontvangst van u Hoog Edelhee„ den antwoord, onder zig te houden. — Nog blijkt bij besluit van den 440 den 29. October de te Porto wovo ge„ „volg genomene vergoeding van ƒ345. 1. -. door den afgaenden Resident Jo„ pander wegens het gevallen ver„ lies op drie door de witte mieren beschadigt gevondene pakken Lijn„ waaten, die na de sub 21. Ianuarij 1791. derwaards gedaene aan reekening bij verkoop per vendutie op den 3. F dat September 1790. verlies hadden gegeeven, met zijn daer tegen gedaene represen„ tatie en vertooning, zoo wegens zijne vermeende onschult in deeze, als dat na het geen hij had gehoort, de Aanree„ kening niet overeenkomstig zoude zijn met het besluit van ult:o Augustus 1789; volgens het welke hij overmeende verstaen te te hebben dat het gem: overlies wel goed„ gevonden was Porto 10v0: aankree¬ kenen, maer om aldaer op Winst en overlees overevent, en niet om door hem vergoet te worden. Dan ver„ mits bij het nagaen van het ged:e besluit de aanreekening bevonden is geschiet te zijn over eenkomstig daer„ meede, hebben we hem geantwoord om weegens zijn bezwaer, dispositie van U Hoog Edelheeden te moe„ ten afwachten, en des geraaden win„ dende zig, ten fine van ontheffing, bij Request aan u Hoog Edelheeden te moogen addresseeren, gelijk geschiet, bij het supplicq dat Iopander, den Eerstgeteekenden heeft toegezonden, den Coore volgens. e voor opraak in teesen. volgens het welke, en het geen voormelde onze Resolutie aantoond, niet over„ werpelijk voorkomt zijne reedenen hoedanig de witte mieren inde pakken konnen gekomen zijn, zonder dat hij daer schult aan heeft, nog temeer omdat de pakken zeedert April 1789. tot September 1790. alhier inde pakhuij„ zen hadden gelegen eer dat dit bederf ontdekt was, en waar omtrent door een bericht, dat geinsereert is bij voor„ melde Resolutie van ult:o Aug:s 1789, die aansteeking ook, aldaar niet scheijnt ge„ schiet te zijn. wij neemen om ter zaake van waar schijnelijkheijt, dat het ongedierte de pakken geinfecteert heeft aan boort van de sloep De Herstelling, zonder dat Aan Bengaalsche belasting §187. is door den erstgetekende voldaan dat men dat, bij de ontscheeping, heft ontdekt, eerbiediglijk de vrijheid om va Sopander een gunstig fiat of zijn Rgt en dispositie wegens de voorsz: geleedene de te overzoeken. — Alverder is blijkens dispositie een aanreekening van Bengale, geins reert ter Resolutie van den 7. Novembe door den Eerstgeteekenden als geweeze de pencier te Hoegli, aan de Compagnien goet ƒ 192. 2. 8. wegens gevallene extra Koelijloonen in de Dispens geduurende het boekjaer 178 /5. genooten, niet alleen uijt hoofde van het geen steeds de gewoonte O was om die, boven de ordinaire koelij looven opte brengen, maar omdakke nood zaaklijk waaren, wijl ze anders niet zonden opgebracht zijn. — § 188.
English
Section 188. The trade books of the year 1788/9, along with the customary documents belonging thereto, because they were not ready when the ship De Zeebouwer was obliged to sail, were, according to our further letters of 27 October 1791, dispatched on that very day to Madras in order to be presented to Your High Mightinesses with the Dutch snow De Phenix belonging to Batavia, which was then said to be departing shortly, as we hope will properly occur, according to the receipt thereof received these days from the commander of that vessel, which only set sail on the 2nd of this month. Section 189. Regarding the general and particular demonstration of the state of the Government in the aforesaid book-year 1788/9, as must be submitted annually pursuant to the circular orders of Your High Mightinesses dated 11 November 1762 and 15 July 1766, there were produced at our meeting of 29 October 1791 by the Trade Bookkeeper and inserted by Resolution two reports, the one demonstrating in detail the said State in general, and the other the debtors and creditors that were then open upon the books. Section 190. Since upon resumption thereof reflection fell upon the open account of borrowed monies at Nagapatnam, without indication of who are creditors of the capital which, to the sum of f 117216, remains to the debit of the Company, the Trade Bookkeeper was ordered, in order to make this properly evident, to transfer this account in the books of 1789/90 to the name and surname of the participants in the aforesaid capital, with a serious recommendation to make such haste with these books so that the same, alongside this general estimate, could be dispatched to Your High Mightinesses. Section 191. Concerning the examination of the books of 1788/9, the report as inserted by Resolution of 10 October 1791 was recently presented in copy to Your High Mightinesses, but the statement regarding the charges of that book-year, with a comparison thereof against the preceding one, has not yet come in. Section 192. Also, the trade books of 1789/90 have not progressed further than to the closing entries after the drawing of the balance, which cannot be commenced because the journal has not yet been fully transferred into the subsidiary books in due time. Regarding this, with the favorable indulgence of Your High Mightinesses, other occupations of the trade copyist may well serve as a reason for excuse, just as the balancing of the journal meets with hindrance through the lack of the specification book and the subsidiary books of the Administrators, as recorded more broadly in the Resolution of 28 December, with the resolution that since such administrators as those of the Armory, Ammunition, and Equipment, and of the Shipyard are themselves not capable of managing a work of that nature, and employ and pay others for it, to declare such persons responsible for it, and to impose upon them as a duty the timely balancing of those subsidiary books, while enjoying what is assigned thereto, in the work of their department; upon which highly necessary resolution we also humbly request Your High Mightinesses' honored approval. Section 193. We implore Your High Mightinesses all the more for this favor, because otherwise, however much through the arrangements made since and still found very good, the books of 1789/90 can be formed and put in order very promptly, it is highly necessary, by avoiding complaints of the nature as those concerning the subsidiary books of the Administrators, to cause all difficulty causing delay of the work in general to cease. Section 194. It also having been ordered in the said books to form a postage account in order to account therein for the incoming and outgoing postages, an accounting thereof was rendered by the postmaster under the date of ultino August 1791, according to the resolution of 22 October, and it was decided to credit the small received amount of f 57. 9. - to the Indian Headquarters, as is done by invoice under ultimo August aforesaid. Section 195. The proper balancing of the trade work in 1790/91 and the timely receipt of the books and papers from the subordinate offices, although the Palicol main ledger and trade journal cannot be completed before the books of the preceding year are in order, has at least this effect, that we find ourselves in a position to show Your High Mightinesses in brief that in the latest book-year, the profits obtained through trade and minted copper amount to f 25692. 14. 8 and charges f 1258. 12. -; we have allowed a short statement of the first-mentioned and a short statement of the burdens to follow hereafter.
Dutch transcription
n boeken van 170. 8/9. zijn §. 188. met de Mienij versonden Negocie Boeken van A:o 178 86/9. Zijn, metde daertoe behoo„ rende gewoone papieren, wijlze met gereed waaren toen het schip De Zeebouwer moest Zeilen, uijtwij„ zens onze nadere letteren van 27. october 1791. nog ten dien dage, naer Madras verzonden, om met de, te Batavia thuijs hoorende Hollandsche Snau De Phenix, die toen gezegd werdeerst daags te zullen vertrekken, u Hoog Edelheeden te worden aangebooden, gelijk wij hoopen dat behoorlijk ge„ schieden zal, na zuijd van de daar van deezer dage ontvangene quitantie vanden gezagvoerder vandat vaarthuig, het welk den 2:e deezer eerst onderzeil is gegaan. — § 189. Vertoring van den stant ob 89. gouveren: vn vor e het geie geinsiteet 29: ber: vande Generaele en partioulierten tooning der staet van het Gouvernemert in het voorsz: boekjaer 178 8/9. , gelijk die va de circulaire ordres van u Hoog Edel„ heeden de datis 11. November 1762. en 15. Julij 1766. Jaarlijks moeten worden ingedient, zijn ter onzer vergadering van 29. october 1791. door den Negocie Boekhouder geprodu ciert en bij Resolutie geinse¬ reert twee berichten, het eene de gemelde Staat, in het algemeen„ en het andere de debiteuren en Cre diteuren welke toen bij de boe„ ken liepen; omstandig overtoo„ nende. — Vermits 17: %o te boaken re„commandieat e de astuer den i Vermits bij resumptie van dien reflexie is gevallen opde oneij„ ge Reekening van opgenomen gel„ den te Nagapatnam; zonder aanwijzing wie crediteuren zijn van het Capitael dat, ter somme van ƒ117216. de compagnie Debet loopt, is, om dit behoorlijk tedoen blijken, de Negocie boekhouder gelast om bij de boeken van 17 39/90. deeze Reekening over te schrijven op naam en toe„ naam van de deelhebbers in het imntaend din boekenis epord gaan voor s: Kapitael, met Serieuse recommandatie om met deeze boeken die spoed temaaken dat dezelve, neven dit generael over„ slag; aan u Hoog Edelheeden konden. en boe„ van derselver Examinatie §191. id ae ts rapporst gesonden hindernisse omtrend de boe„ §192. ken van 17 390. konden worden verzonden. — Van de examinatie van de Boe„ ken van 178 8/9: is het Rapport zoo als het geinsereert staat bij Resolutie van 10. October o 1791. u Hoog Edelheeden Iongst Copina het verloogis nog niet ingekomen aangebooden: maar het overtoog we„ gens de ongelden van dat boekjaer met overgelijking van dien tegen het voorige is niet ingekomen. — Ook zijn de Negotie Boeken 179/90. niet verder gevordert, van als tot de sluijtposten na het trek ken van balans, waar aan niet is te beginnen omdat, het Journael nog. bij boekijs in volg tijd nog niet geheellijk is overgedragen, waaromtrent met gunstige in„ schikkelijkheijd van u Hoog Edelheeden, andere beezighee„ den van den negotie overdrager zoo wel tot reeden van voor„ schooning konnen en mogen dienen, als dat de effen stellen van het Journael hindernis ontmoet, door het manquement aan het Specificatie boek en de bij„ boekjes der Administrateurs, ge„ lijk dat ter Resolutie van 28. De„ cember brieder is aangeteekend, voororge in deesen omtrend de met besluijt om overmits zulke administrateurs als die der Wa„ penkamer, Ammunitie en Equisagie. Boe ter goedkeude Equipagie, ender Timmerwerff zelfs niet kundig een werk van die nahuur te beheeren, en daar voor anderen emploijeeren en be„ taelen, de zodanige daar voor ver„ antwoordelijk te overklaaren, en het tijdlig effen stellen van die boek„ jes, onder genot van het daar toe staende, bij het werk van haer departement, als een plicht of van te leggen; Op welk, ten hoogsten noodzaakelijk besluit, we heer ook„ moedig u Hoog Edelheeden geeerde approbatie overzoeken. — oeveel Aandolaang van di vervan 193. Wij imploreeren u Hoog Edelheeden te meer omdeekze gunst wijb. oeveel. 24 orsen in eensaan van 17: gp: bedraagen wijl anders, hoe zeer door de zeedert gemaakte, als nog zeer wel bevondene schikkingen, de boeken van 17 89/9. zeer spoe„ dig te formeeren; en in order te brengen zijn; het hoog noo„ dig is om, door evitatie der klagten van natuur als die over d bij boekjes der Administrateurs, alle zwaarigheid ter vertraa¬ ging van het werk in het Generaal te doen cesseeren. ingekomene van brieve §194. Bij de gem: boeken ook geladt zijnde te formeeren een Reek: van Brieveport omdaer op te over antwoorden d' aankomende en uijtgaande brief porten, is daar van onder Ul:o Aug:s 1791. uijtwij„ zens besluit van 22. Gber:, door den postmeester Reekenschap gedaen, en beslooten om het geringe ingekomene bedragen van ƒ57. 9. -. Indiasch Hoofd-plaats ten goede aantereekenen, gelijk geschiet bij factuur onder ult:o Aug:s voor H: boeveel de winsten en 'lgsten §195. Het behoorlijk effen maaken van het negotie werk in 1 3/91, en het tijdig ontvangen der boeken en papieren van 17 de onderhoorige kantooren Schoon, het Palleakatsche Hoofdboek en negocie Journael niet eer kunnen op„ gemaakt worden, dan na dat de boeken van het voor„ gaende Iaar in ordre zijn, is voor het minste van 6 dit Effect, dat wij ons in staat bevinden u Hoog Edelheeden in het kort te doen zien dat in het Jongste boekjaer, d' door den Han„ „del, en vermuint koper behaelde winsten bedragen ƒ25692: 14. 8. en ongela Jusatie kort vertoog daar van ƒ1258. 12: : wij hebben diere van deerstgem: Een kort vertoning en vande Lasten Een kort veroog hier onder telaeten volgen. Korte. ver en
English
1100 91. Less This decrease of ƒ15786. 1. 8. is caused by the fact that in the previous year no expenses were deducted from the profit, as occurred in this year; over and above this, only 72 bars of gold were sold in this year, whereof 10 bars were found to have a lower alloy and were sold with a loss of ƒ369. -. 8., whereas conversely in the past year 83 bars were all disposed of with a handsome profit; besides the said bars, Batavian gold rupees and Persian gold rupees were also sold, the former with a loss of ƒ812. 19. 8., and the latter with a gain of ƒ312. 1. 8. According to the summary of merchandise - - - - - - - - - - - this increase of ƒ5823. 1. 8. is to be attributed to the large intake of linens that took place in this year, whereby more merchandise was supplied to the merchants and broker than in the past year. At Sadraspatnam According to the return of merchandise - - - - - - - - the decrease of ƒ1678. 10. 8. arises from the fact that there was not so great a sale there in this year on account of the disturbance caused by the robber bands of Haider Ali Khan, whereby the chief certainly had no opportunity to dispose of as much merchandise as occurred in the past year. Portonovo According to the return of merchandise - - - - - - -- This increase of ƒ6923. 8. 8. is due to the reason that in this year more merchandise was sold at the said residency than in the past year. Palleakatta. Short statement of the profits in the year 1789/90 compared to the year 1790/91, both on the sale of gold by weight, and merchandise, and minted specie, consisting of rupees and copper dabboes; namely — In the year 1789/90 according to the summary of gold - - - - - - - - ƒ20200. 10. —. Ditto in the year 1790/91 - - - - - - - - - - - - - „ 4414. 8. 8. Less - - - - ƒ 15786. 1. 8. no expenses for 25 days restitution over and above this there are in this year alloy with a loss of ƒ369. -. 8. handsome profit disposed of Persian gold rupees sold, the ƒ312. 1. 8. large intake of linens that more merchandise supplied - - - - - - - - - - - - - not so great a sale there der Ali Khan whereby certainly so much merchandise of the this year at the said residency. transport - - - - - - - - - - - - - - ƒ51975. —. 8. 13043. —. — ƒ62746. 10. —. ƒ 1678. 10. 8. „ 23744. 13. –. „ 30668. 1. 8 „ 6923. 8. 8„ „ 8408. 19. 8 „ 6730. 9. -„ ƒ1982. 8. — ƒ564. 9. 8 ƒ5823: 1. 8ƒ - . - . - „ 1678. 10. 8 in this year In the year 1789/90. In the year 1790/91. Together more. Less. 125 pesos 1789/90. 1790/91. Ditto 1790/91. More. The greater profit amounting to ƒ724. 18. –. obtained in this year is due to the fact that in the previous year no gold was sent to the said office for sale, whereas in this year such occurred. In the year 1789/90 according to the return of minted silver rupees - - - - - - - - - - - - - In the year 1790/91. Less this reduction of ƒ9053. 12. 8. is caused by the fact that in this book-year fewer rupees were minted because only on 18 August 1790 were 164 ¾ marks in mark reals first sent thither by the sloop De Zeerob, and were received there too late to be traded in the expired book-year. According to the return of minted copper dabboes - - - - - - -- this increase of ƒ3662. 12. 8. is caused by the fact that in the said previous year no more bar copper was minted than 14400 lb, and in this year 24000 lb copper, whereof — According to the summary of sold merchandise - - - - - - - - - The increase of ƒ25386. 19. 8. is to be attributed to the large sales that took place there in this year, which did not occur in the past year. 7200 lb gained on dabboes - - - - - - - - - - - - - 16800 lb profited on bar copper - - - - - - - - - - - - - - - - - At Palicol. In the year 1789/90 according to the return of sold gold - - - - - - - - - - - More Since in the past year no gold was sent to the said place, but indeed in this year, from which now the profit comes into consideration according to the return of sold merchandise. The reason for this decrease is to be attributed to nothing other and solely that in the past year merchandise was sent thither from this main office, and in this year not. Jaggernaikpoeram. Jaggernaikpoeram In the year 1789/90 according to the summary of gold - - - - - - - - - - - - - - - - - - ditto ditto 18 - - - - - - - - - - - - ditto - - - - - - - - - ditto 425 Year Transport - - - - - - - year rupees minted August 1790 first thither no more bar copper - - - - - - - - „ 724. 18. -. - - - - - - - - ƒ 724. 18. -. that in the previous no gold to the said - - - - - - - - - - - - - ƒ9053. 12. 8. -. -. —. - - - - - - - - ƒ9053. 12. 8. received to be traded in the -- ƒ 9113. 14. 8. ƒ 12776. 7. - . - - - – - - - - . 3662. 12. 8. —. –. — - - - - - - ƒ4556. 16. 8. - - - - - „ 8219. 10. 8. in this year occurred - - - - - - - - - „ 78109. 2. — „ 13496. 1. 8. - - - - - - - - - „ 25386. 19. 8. - - - - - - - „ 787. 17. 8. More . . . . . . ƒ 787. 17. 8. from which now the profit and solely that in the past year of this merchandise - - - - - - - - - - - - „ 12928. 3. 8. —. –. –. — year not Transport - - - - - - - - - ƒ152126. -. 8 ƒ2931. 8. 8. ƒ91796. 2. —. 1466. 14. — - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 87222. 16. 8. ƒ16272. 8. 8. This In the year 1789/90. In ditto 1790/91. Together more. Less. ƒ51975. —. 8. ƒ13043. —. — ƒ62746. 10. —. ƒ1678. 10. 8. -. -. „ 12928. 3. 8. der.
Dutch transcription
1100 91. Minder Deeze minderheijd van ƒ15786. 1. 8. is veroorzaakt door dat in a:o p:r geen ongelede van de winst afgetrokken zijn geworden, als in dit Iaar is geschiet, buijten enbe maar 72. staaven goud, waar van 10. staaven door minder bevonden allooij met een verkogt, en daar en teegen in anno vergange. 83. staaven alle met een schoone wi zijn, buijten gem: staaven zijn, nog ropias goude Bataviasche en persiaans. goud kerste, met een verlies van ƒ812:19. 8. , en laaste met een advans van ƒ32: 1. 8. -. Volgens sommarium van koopmanschappen - - - - - - - - - - - deese meerderheijd van ƒ55823. 1. 8. is toe te schrijven aan den grooten In in dit Iaar geschied is, waar door aan de kooplieden, en tholk meeder zijn geworden als in anno vergange. —. Te Sadraspatnam Volgens rendement van koopmanschappen - - - - - - - - d. minderheijt van ƒ1678. 10. 8. is voortkomstig uijt dat in dit Iaar zoo een groot is geweest mits de stroebeling van de roofbenden van Haider. Micham lijk het opperhoofd geen gelegendheijd gettrossen heeft om zoo veel koof F hand te zetten, als in anno passato geschiet is Portonovo Volgens Rendement van koopmanschappen - - - - - - -- Deeze meerdeerheijd van ƒ6923. 8. 8. heeft tot reeden dat in dit ie meerder koopmanschappen verthiend zijn, als in anno pass Palleakatta. Fo A:o 17. 3/90. volg:s Sommarium van 't Gout - - - - - - - - „ d:o - - - - - - - - - - - - - Korte vertooning van de Winsten in A:o 17/ schappen, en vermunte specien, bestaande in Coppijen en koppe d n s 2 — - . 37 in A:o 17 9/94, zoo op den verkoop van Goud bij Gewigt, als de koopman„ n koperen Aabboesen; Namentlijk — ƒ20200. 10. —. - - - - - - „ 4414. 8. 8. Minder - - - - ƒ 15786. 1. 8. geen ongelden voor 25. dagen restijt buijten en behalven zijn in dit Iaar allooij met een verlies van ƒ369. –. 8. schoone winst van de hand Gezet per siaansc goude. roppijen verkogt, de ƒ 312. 1. 8. -. grooten Inzaan van Lijwaaten die meerder koopmanschappen verstrekt - . . - - - - - - - - - - - - zoo een groot ver thier aldaar niet der Micham waar door seeker„ zoo veel koopmanschappen van de dit ien ter gemelde residentie. nsporteere - - - - - - - - - - - - - - ƒ51975. —. 8. 13043. —. — ƒ62746. 10. —. ƒ 1678. 10. 8. . . „ 23744. 13. –. „ 30668. 1. 8 „ 6923. 8. 8„ „8408. 19 8 „ 6730„ 9. -„ ƒ1982. 8. — ƒ564. 9. 8 ƒ5823: 1. 8ƒ - . - . - „ 1678. 10. 8 deezen Iaare In Anno Iu Anno Te saamen 90 minder 17. 27/91. meerder 17 1789/90. 17: 791. 178. 9/90. 125 - . . .. . . – – – – – – – – – – – – . peeso 1789 17. 8/91 d:o 1700 91. Meerder. De meerder winst tot ƒ724. 18. –. in dit Iaar behaalt, komt door dien dat inde geen melde Comptoire ter verkoop gezonden is, daar in dit Iaar is sulx geschied 1789 A:o 1727/90. volgens Rendtement van vermuinte zilvere Ropias - - - - - - - - - - - - - 17.90 77: /91. Minder deeze vermindering van ƒ9053. 12. 8. is veroorzaakt door dat in dit boek Iaar een munt zijn geworden door dien de per de sloep de Zeerob op den 18. aug:s 17t eerst zijn versonden 164. ¾. mark, aan mark healen, en aldaar te laate ontvagen afgeloopen boek Iaar verhandelt te worden Volgens Rendement van vermunte koopere dabboesen - - - - - - -- deeze meerderheijd van ƒ3662. 12. 8. is veroorzaakt voor dat in dd:o p:l niet meerder vermunt is als 14400: lb:, in dit Iaar 24000. lb: kooper, waar van —. Volgens sommarium van verkogte koopmanschappen - - - - - - - - - De meerdere ƒ25386. 19. 8. is toete schrijven aan de groote veathier. die daar in dit Jaar weke in anno pass:o geen plaats heeft gehad—. 7200. lb: of dabboesen gewonnen - - - - - - - - - - - - - 16800. „ staafkoper geprofiteerd - - - - - - - - - - - - - - - - - 70 Te Palicol. A:o 17 38/90. volgens Rendement van verkogte Goud - - - - - - - - - - - Heer geen Vermits in a:o p:o na gem: plaats ^ goud versonden is, maar wel in dit Iaar waar melus in aanmerking komt volgens Rendement van verkogte koopmanschappen ver reeden van deeze minderheijd is aan niets anders toe te schrijven als en held, en alleen dat in hoofd comptoir derwaards koopmanschappen versonden zijn, en in dit Iaer met Iaggernaikpoeram. . Jaggernaijkpoeram A:o 178/90. volgens sommarium van Goud - - - - - - - - - - - - - - - - - - d:o „ d:o „ 18: - - - - - - - - - - - - „ d:o. . . . . . . - - - - - - - - - . 18 „ - - - - - - - - - - d:o „ _„o - 1 425 Jaare Transport - - - - - - - Iaar een ropijen ver„ g:s 17 eerst derwaarts niet peerder staafkopper - - - - - - - - „ 724. 18. -. - - - - - - - -.- ƒ 724. 18. -. dat ind' geen goud na ge„ . . - - - - - - - - - ƒ9053. 12. 8. -. -. —. - - - - - - - - ƒ9053. 12. 8. ontvagen om in het . „ .. . -- ƒ 9113. 14. 8. ƒ 12776. 7. - . - - - – - - - - . 3662. 12. 8. —. –. — - - - - - - ƒ4556. 16. 8. e - - - - - „ 8219. 10. 8. in dit Jaar, geschied is - - - - - - - - - „ 78109:2. —„13496. 1. 8. - - - - - - - - - „ 25386. 19. 8. ƒ . . - - - - - - - „ 787. 17. 8. Heerder . . . . . . ƒ 787. 17. 8. waar melus nu de winst en alleen tat in het verleede ^ van dit schappen . . - - - - - - jaar _ _ - _ _ _ - - - _ „ 12928. 3. 8. —. –. –. — Iaer miet Transporteere - - - - - - - - - ƒ152126: -:8 ƒ2931: 8:8. ƒ91796. 2. —. 1466. 14. — m - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -„87222. 16. 8.„ƒ16272. 8. 8. Veezen In Anno. Te Saamen In d:o 17. 86/91. meerder minder 777/90. 17 90 89 17 89/90. 190. ƒ51975. —. 8. ƒ13043. —. — ƒ62746.10. —. ƒ1678. 10. 8. -. -. . „ 12928. 3. 8. der. e . . . . . - . - -