Inventory 9707
Coromandel · 786 pages · 112 segments · open at the Nationaal Archief ↗
English
remittances arrived via the Company ship De Leebouwer to the amount of Rijxdaalders Three thousand Seven hundred and twenty, 24 percent agio included therein, was offered and also accepted, as well as upon a similar bond to the debit of the son of the second signatory. This bond, or the actual origin thereof, namely two endorsed bills of exchange of Triwengelam endorsed by van Bijland upon Mr. Jadama, and employed in payment of pepper, was according to the letter of 27 December 1740 declared in the Company treasury here as collateral from Batjoe ballaramaija, whose deed of obligation is attached hereto. According to this deed, that bond was in the treasury here, and yet it was not there when the inventory took place in February last. Thus the first protestor, who has managed to take possession of property belonging to the Company, must be very well aware of how it was alienated from the Company and how he came by it. Since he was now in such an unlawful possession and actually lived with it as if it were his own, it would have been relevant and useful to the case had the date of the power of attorney executed to De Bruijn not been concealed, in order to be able to trace in what manner one should regard the attempts to obtain payment on this bond from van Bijland, and whether that would have been for the Company or for his own private account. The latter carries the strongest suspicion, for the creditor appears to have appointed van Halm in advance for the collection before it was filched from the Company; thus the intention of the fraud committed herein seems to have been laid in cement long ago. On 5 May last, the first signatory was forced under duress to deliver up a bond to the debit of the merchant van Bijland amounting to Star Pagodas 1500 against a receipt, which he was qualified by power of attorney to collect, which arbitrary conduct could therefore have had no effect, as a power of attorney had already been prepared for the solicitor S. I. De Bruijn in order to legally demand from Mr. van Bijland the aforementioned sums with interest thereof, and to compel satisfaction, as can be verified in the register here at the secretariat, and now they reject the same as a useless and worthless piece of paper. Against this demand of the bond, the first signatory protested on the abovementioned date. Here in the text the linens are expensive again; just before this one finds them almost a principal cheaper. But there must be a reason for the solicited and granted price reduction. The change of station causes in most men a change of ideas; people usually reason according to how it suits their business. If one now traces this origin of the arrears, one will discover that the same lies in the general decline of trade, and principally in those articles that were supplied to them in order to collect linens in return. These products rose to such an enormous height that it was impossible to deliver the same for the agreed prices, as has already been noted above; thus a double loss arose from this, namely first on the sale of the received merchandise, and thereafter on the purchase of the linens. This was also the reason that the Government of that time judged it better to allow some percentages on the collection of the products to the merchants, rather than to diminish the fixed prices of the Company's merchandise, since the high price of the cloths was temporary and to all appearances would not continue, as the outcome has also shown. Whereas the consequences of diminishing the prices of merchandise will not easily be redressed, as no likelihood presents itself that copper will ever return to the previous price; for even if it were brought in smaller quantities by the Honorable Company or not sent at all, this would certainly cause the Swedish copper, brought in large quantities by the English, to rise, as they, then being the sole sellers, would be able to regulate the price. If one currently trades so strongly at Company prices in Madras, in Masulipatnam, and in other principal market places, then the falling of the prices is no wonder; indeed, the Company may well state it, but the proof thereof lies with the protestors. If one must trim the sails in such a manner, then it were better to dismantle the trading posts, for then one would not see their Lords and Masters so openly mocked. The trade in clove spice is also in a very great decline, as evidenced by the prices for which they were sold in Madras, Masulipatnam, and other principal market places. Indeed, the price reduction made by your Honorable Worships on this article from Pagodas 525 to Pagodas 400 per bahar, and on copper from Pagodas 89. 19½ to Pagodas 80, shows this most clearly. The lack of demand for the merchandise supplied to the merchants upon delivery, along with the high price of the linens, are thus the principal and sole causes of the arrears, causes that cannot be redressed by human power. One might, it is true, object why they accepted unmarketable merchandise when they knew they would suffer a loss on it; this must be attributed to their inclination to serve the Honorable Company, and the continual persuasions.
Dutch transcription
554 gekoomen remizis per Comps schip De Leebouwer ten bedraa„ ge van Rijxdaalders Drie duij zend: Zeven honderd en twin¬ tig 24. prCento agio daar on„ der begreepen aange booden en ook Geaccepteerd is, als. meede op een gelijk verband schrift ten lasten van den Zoon van den tweeden tee¬ kenaar Men dangt den eerstge Deeze obligatie, of de eijgentlijke oorspronk deselve Namentlijk twee Vertiende wissels teekende op den 5. Meij van Triwengelam door van Bijland op de Heer Jadama g'endosseerd, en g'emploijeert Jongstleeden met geweld eene in betaeling van peper is volgens Missive obligatie ten Lasten van den van den 27 december 1740. opgegeeven in Comp:e cas alhier tot onderpand van Batjoe balla„ koopman van Bijland groot ramaija gekoomente zijn wiens acte van ver„ bintenis hier neevens gevoegt is volgens deese ac„ Sterre Pagooden 1500 onder qui„ te is die obligatie in de kas alhier geweest en ze was 'er egter niet toen de opneem in februarij tantie afte geeven, welke Jongsleeden geschiedde, dus moet den heer Eerste protestant die zig van een eijgendom hij per procuratie Gequalifi„ de Compe toebehoorende, heeft weeten mees„ ter te maaken, zeer wel bekend zijn hoe het seert was te incasseeren, het de Compe ontvreemt en hij daaraan gekoo„ geene door deese wille keuri„ men is Daar hij nu in zulk een onwettig bezit was en werkelijk, er meegeleeft heeft ge Handelwijse dus van geen of het zijn eyge was, zou het ter zaake wel effect heeft kunnen zijn, daar nuttig geweest zijn, indien men den datum van de op de Bruijn gepasseerde procuratie niet verzweegen had, ten einde te kunnen alreeds een procuratie op den nagaan opwat wijse men de tentamen solliciteur S: I: De Bruijn om betaaling op deeze obligatie van van Bij in gereedheijd Gemaakt was land te krijgen heeft aan te merken, en of dat voor de Compe of voor zijn eijge par„ ticulier geweest zou zijn, het laatste heeft om geregtelijk van de Heer van Bijland, boven gemelde het heevigste vermoeden want de Credi„ teur schijnt van Halm alvooruijt gecon„ sommen met dies intressen stitueert gehad te hebben tot de invou„ ding eer ze de Comp=e ontfutseld was; dus afte vorderen, en tot voldoe„ schijnt den toeleg van, het hier in gepleeg„ ning te noodzaaken, za als de bedrog allang in 't cement geleegen te hebben. zulks bli„ de Hier in den text zijn de Lijwaaten weer duur eeven te vooren vind men ze bij na een capitaal beeter koop. Dog daar moest een reeden weesen voor de besolliciteerde en in gewilligde prijs verlooging De veran„ zal men ontwaaren dat de„ dering van stand maakt bij de meeste menschen verandering van denkbeel„ het in zijn kraan te pas komte zulks in de protocol alhier ter secretarije kan nagegaan werden en nu verwerpt men dezelve als een Nutteloos en niets waardig papier, teegen deese opeisching der obligatie is door den eersten teekenaar op boven gera datum geprotes„ teerd. — Indien men nu deeze oorspron der agterstallen na spoord, zo„ zelve geleegen is in het ver„ Generaal, en principaal in die articulen, welke hun vertrekt zijn om daar voor Lijwaaten in te Zamelen; Deeze producten stijgerden tot zulk eene erorme hoogte dat het onmogelijk was de„ zelve voor de Geaccordeerde prijsen te leveren, zo als bo„ ven bereeds is aangestipt; dus hier een Dubbeld verlies uit ontstond, namelijk eerst op de verkoop der ontvange„ ne handel whaaren, en daar na op den inkoop der Lijwaa„ ten, Dit was dan ook Ne reeden den men reedeneert gewoonlijk nadat val vanden Handelen het Dat 59 59 Als men te madras, te Mazulipat„ „nam en op andere voorname maarkt plaatsen thans zo sterkt in Comp=n pri„ dat de Regeering van dien tijd beeter oordeelde om eenige per„ centos op den Inzaam der producten aan de kooplieden te valideeren, dan de vastge„ stelde prijsen van sComp:s koopmanschappen te demu„ neeren, alsoo de duurte der doeken temporiel was en na alle apparentie niet zoude continueeren, gelyk ook de uijtkomst geleerd heeft daar de inproducten van het diminueeren der koop waaren niet ligt te redresseeren zal zijn also er geene de ming te upparantie zig op doet dat het koper ooijt op den voo„ rige prijs zal komen want schoon het in minder quan„ titeijt Door D E: Comp:e aange„ bragt of ganschelijk niet ge„ zonden wierden zoude dit het Zweeds koper door de Engel„ schen in groote quantitie„ ten aangevoerd, zeekerlijk doen reijsen, alsoo zij dan alleen de verkoopers zyn„ de de prijs zouden kunnen reguleeren—. De negotie der Gariaffel ra na„ komt te Handelen dan is het daalen van het dan wel opgeeven Edog het bewijs hier toestaal aan de protestanten Als men zo zou moeten kuijpper dan was 't beeter de comtoiren op te breeken, dan zou men zo oopentlijk met zijn Heeren en Meesters niet zien spotten. —. rative negotie haar eenigste stut en steun Nagelen is meede in een zier sen waar voor ze verkogt war den te Madras Mazuli patnam en andere voor naame markplaatten. Ja de prijs vermindering door uwel Edele achtb: op dit articul van P: 525. tot P: 400: debhaar, en op het koper van P: 89. 19½. tot P a/o. 80. toont dit ten evidensten De ongewildheijd der Han„ del whaeren welke de koof lieden op Leverantie verstrekk zijn, nevens de duurte der Lijwaaten zijn dus princi paalen en eenige oorzaaken der agterstallen, oorzaaken die door smenschen vermo„ gen niet te redresseeren zijn; men zoude 't is waar kunnen teegen werpen, waarom zij ongewilde han„ del whaaren hebben Goaccep¬ teerd daar zij wisten dat zij schaade op zouden hebben dit moet worden geattribu¬ eerd aan hunne Geneigdheijd om de E: Comp te dienen, en de continueele persuatien door de prijsen geen wonder ja de Compe mag groot declin blijkens de prij„ de
English
561 the undersigned, in the hope that this damage might be redressed in favorable times. The undersigned would be condemned in their exhortations if one did not take into consideration the principles from which these admonitions of theirs originated, but judged solely by the outcomes. Their aim and great objective has always been to promote the vent and to make the cloth trade flourish, as was not unclearly demonstrated in the general representation of the month of October of the past year, from which it appears that from the year 1785/6 to 1788/9, being 4 financial years, the Honorable Company profited in pure advances ƒ 300901:2., thus each year ƒ 75225.—. Also, from the year 1786 to 1790, cloth was collected for a considerable sum of ƒ 362230., namely for the Fatherland: ƒ 296370.-.- for India: ƒ 65860.-.- making a sum as stated above of ƒ 362230.— Thus, taken on average over 4 years, it amounts each year to ƒ 90557:½. To promote the collection, the undersigned had nothing worth mentioning on hand to offer other than copper and cloves, for the meager supply of nutmeg and mace is not to be taken into consideration compared to the quantity of cloves on hand and the little cash with which one was able to provide Iagernaikpoeram. If the causes of the arrears are now to be attributed to misfortunes, or rather to the decline in trade and the increased dearness of the cloth, then both the subscribers and the merchants have the greatest right to accommodation; and it is thus a hardship, and contrary to the ordinary and gentle manner of dealing adopted by the Honorable Company, which is being inflicted upon the undersigned and the Mazulipatnam merchants by prosecuting them in an extreme manner on that account and proceeding against them with the utmost severity, the more so as they flatter themselves to have the same claim upon Your Right Honorable Worships' goodwill and accommodation as those of Bimilipatnam, who were in the same circumstances but were nevertheless treated with considerably more clemency and indulgence. May it please Your Right Honorable Worships to observe the arrangement made by the Right Honorable, Great, and Worshipful Mr. Haksteen in a similar case, according to his own late memorial left to the Governor of Vlissingen, dated 20 September 1771, wherein the Bimilipatnam merchants were indebted to the Honorable Company in arrears in the year 1768/9 for a formidable sum of ƒ 151209:1:-, which by the ultimate of August 1769/70 they reduced to ƒ 70260:7:8, so that those people settled ƒ 80948:13:8 in one financial year. If the debtors had now been shown the same favor, they would still not have paid, and especially not Dewarpakamaija and Tsekkawenket Ramaija. In order now to safeguard the Honorable Company from further damage, it was deemed proper to have those merchants contribute 10 percent on everything advanced to them upon delivery if the advance was in rupees, and 7 percent if the same was done in pagodas, above what was received, to serve as a reduction of their arrears. And this gentle treatment was applauded by Their High Noble Lordships in a marginal resolution on the cited memorial dated 1 May 1772. At Iagernaikpoeram both companies of merchants were in debt in the year 1768/9 for a considerable amount of ƒ 147405. 11. 8., which they cleared in a few years without, 565 that on either of those two factories those merchants were put out of trade on that account, their goods seized, much less sold by public auction; indeed, even the chief Loovenaar, who had allowed himself to be used as a means to extort 57. 6438. 8. 20. from those people, although also condemned by the Council of Justice at Nagapatnam to satisfy the same, was nevertheless liberated from this payment on appeal by the Council of Justice at Batavia. And if one may judge the nature of the debts at Bimilipatnam from what is set forth in the above-cited memorial, they would have had their origin in the far too generous and unreasoned advances, and this is thus the reason why the jewels of the chief Pfeiffer and the estate of the secunde Visscher were sequestered by the Honorable Company. The nature of the debts does not always allow for strict investigation; it were to be wished that trade could be directed otherwise; the course of affairs after the war brought no improvement in that regard. The respectful memorialists remain silent regarding the Iagernaikpoeram debts, which seem to have been caused by extortions. However, Right Honorable Worshipful Sirs, that does not apply with respect to the humble subscribers; the causes of the arrears at Jagernaekpoeram are, as argued above, a decline in trade and the particular dearness of the cloth. The subscribers therefore believe they may conclude with good reason that the Mazulipatnam merchants were treated all too harshly, entirely contrary to the method followed by the Right Honorable, Great, and Worshipful Mr. Haksteen and approved by Their High Noble Lordships, the Supreme Indian Government at Batavia. And as regards the order to pledge our possessions as security, the humble memorialists declare that this in no way gives any reason
Dutch transcription
561 de ondergeteekendens in hoope dat deeze schade bij gunsti„ ge tijden zouden konnen worden geredeesseerd De onderteekendens Zou„ den in hunne adhortatien te Condemneeren zijn zo men de beginselen, waar uijt, deese hunne aanmaanningen oorspronkelijk zijn niet in aanmerking nam maar ee„ niglijk oordeele over de uijt„ komsten Hun but, er groot doet wit in steeds geweest den verthier te bevorderen en den Lijwaaten Handel te doen floreeren, zo als niet onduijdelijk is aangetoond in het generaal vertoog van de maand october anno pas„ sato, waaruijt blijkt dat van anno 1785/6. tot 1788/9 zijn„ de 4. Boekjaaren, de Edele Comp=s aan Zuijvere avancen geprofiteerd heeft ƒ 300901:2. dus ieder Iaar ƒ 75225. —. ook is van anno 1786. tot 1790. voor een aanzienlijke somma van ƒ 362230. aan Lijwaaten ingesamelt, als voor voor Patria. ƒ 296370. -. - voor India. - . . „ 65860. –. –. maaken een Somma als boven gesegt ƒ 362230. — Dus in 4. Iaaren door eel kan deren genoomen komt ijder Jaar - - - - ƒ 90557:½. ter bevordering van den In„ saam hadden de ondergetee„ kendens niets naam waardigs aan Handen, om aan te bieden dan kooper en nagulen, want de geringe aan breng van noo„ ten en foelij is niet in aan„ merking te neemen tegen de aan handen zijnde quanti„ teijt der Nagulen en de weijni„ ge Contanten, waarmeede men Iagernaik poeram heeft kunnen voorzien Zijn dan nu de oorzaaken der agterstallen aan ongeluk„ ken, of liever aan het verval in den Handel en verduuring der Lijwaaten te attriebueeren zo hebben zo wel de teekenaar ren, als de marchiandeurs het grootste Recht op de inscik„ kelijkheijd, en dus is het een hardigheijd, en teegen de or„ dinaire en zagte manier van Han„ 63 Handelen bij d' E: Compe aan„ genoomen, strijden de die den onderteekendens, ende Mazu„ lipatnamse kooplieden word aangedaan door hun derweegens op een verregaande wijze te vervolgen; en op het streag„ ste tegen hun te procedeeren, te meer zij zig vlijen de zel„ ve aanspraak op uwel Edele Achtb:s goedwilligheijd en in schikkelijkheijd te hebben; als die van Bimilipatnam die in dezelve omstandig„ heeden verzeerden dog egter met vrij meer Clementie en toe geevendheijd behandelt zijn; Het behage uwel„ Edele Achtb: de Schikking vanden wel Edelen Groot Achtbaaren Heer Haksteen in een diergelijk geval Gade te slaan volgens Hoogst desselfs nagelaatene Me„ morie aan den Heer Gouver„ neur van Vlissingen in dato 20. September 1771. waa„ ven de Bimilipatnamse kooplieden in anno 1768/9 aan agterstallen bij dE E: Comp:e de bet een formida„ bel 2 30 — en want noo„ aa k van Indien de debiteuren thans het zel„ ve faveur beweesen was, zouden ze nog niet betaald hebben, en voor al De war„ pa kamaija en Tsekka wenket Ra„ maija niet. —. om nu d' E: Comp:s voor verde„ re schaade te bevrijden wierd goedgevonden, om die marchian„ deurs, op al het geen hun ople„ verantie voor uit verstrekt wierd met 10 percento zoo de verstrecking in Ropias, en 7. p=r C=o zo dezelve in Pagooden geschieden, te laaten indien boven het genotene om te strek„ ken in mindering van hun„ ne agterstallen—. En deeze zagte behande„ ling is door Hun Hoog Edel„ heedens bij marginale be„ sluijt op Geciteerde memorie in dato 1. maij 1772 G'applaa deerd. —: op Iagernaikpoeram ston„ den de beijde geselschappen der Kooplieden in den Jaare 176 8/9 de bet een aazienlijk montant van ƒ 147405. 11. 8. welke zij in korte Jaaren hebben vereffend, zonder bel somma van - - ƒ 151209:1:-. welke zij onder ult:o aug:s 1769/10. vermindert hebben tot ƒ 70260:7. 8. zo dat die lieden in een boek„ Iaar ƒ80948:13. 8: hebben vol„ daan—. dat 565 Dat op een van die beijden factorrijen daarom die mar„ chiandeurs zijn uit den han„ del gezet, op hunne goederen aangeslaagen, veel min per publicque vendutie ver„ kogt, Ia zelfs is het opper„ hooft Loovenaar, welke zig als een middel had laaten ge„ bruiken om die menschen 57. 6438. 8. 20. afte persen, schoon ook door den Raad van Iustitie te Nagapat„ nam tot dies voldoening gecondimneerd egter in apel door den raad van Justitie te Batavia van deese betaa„ ling gelibereerd. En zo men de natuur der schulden te Bimilipatnam mag beoordee„ len uit het geposeerde bij boven Geciteerde memorie zoude dezelve zijn oorspronk hebben uit de veel te ruijm gedaane en onberaisoneerde verstrekingen, en dit is dus de reeden waarom de Iuwee„ len van het opperhoofd pfeiffer, ende boedel van de secunde Visscher bij de E. Compe gesequesteert geworden zijn De er De natuur der schulden laten zig niet altoos strikt onderzoeken 't was te wenschen dat den Handel anders kon worden Gedirigeert den loop van Zaaken na den oorlog heeft daar in geen verbie„ „tering gemaakt. De eerbiedige vertooners swij„ gen ten aanzien der Iager„ naikpoeramse schulden, wel„ ke door kwe bij door kneve¬ larijen schijnen veroorzaakt te zijn.— Dan wel Edele achtbaare Heeren dat heeft ten opzigte van de needriege teekenaaren geen plaats de oorzaaken van de agterstallen te Jagernaek„ poeram zijn, gelijk boven betoogd is verval in den Han„ del ende bijzondere duur te der Lijwaaten— De teekenaaren vermeeren dus met grond te moogen be„ # sluijten dat de Mazulipat„ namse kooplieden al te streng behandelt zijn, gantsch Con„ trarie de Methode door den wel Edelen groot Agtbaeren Heer Haksteen gehouden en door hun Hoog Edelheedens de hooge Indiase Regering te Batavia geapprobeerd. —. En wat aan belangt de ordre om onze bezittingen tot securiteijt te verbinden be„ tuigen de ootmoedige vertoo„ ners dat dit geensints eenige reeden 23
English
67 reasons for grievance had been given to them, yet they find themselves very much aggrieved concerning what occurred on the 20th of July when they had the honor to appear before your Right Honorable highly respectable assembly, when it was presented to us that the debts of the merchants, as a remaining balance, amounted to more than Pa/o 6800; That the merchants at Jagernaikpoeram had been foreclosed upon, and according to writings from the resident chiefs there, there was not the slightest appearance of obtaining anything further from them. That copies of that account would be given to us, and the time of eight days granted to us to bring in our objections against it. Against this manner of dealing with the merchants, the signatories have protested. The first signatory also took the liberty to ask in what manner the merchants were foreclosed upon, and upon what condemnation the summary execution took place, who the buyers of the goods are, and whether the order of Their High Noble Lordships dictates to summarily execute the merchants by political resolution. These questions were answered by the Right Honorable Lord Governor with a counter-question, namely whether one could demonstrate that the Company had no power of summary execution, but rather the Court of Justice. To this, nothing was answered by the signatories. Furthermore, it pleased the Right Honorable Lord Governor to communicate to the undersigned: That, for the reason that the Jagernaikpoeram merchants had been dismissed by them and other suppliers had been taken on, they had been placed in the hands of the fiscal, and were thus under civil arrest, unless one provided a sworn bond, to which the signatories showed themselves willing, for which reason the oath was then also administered to them, although the second signatory had already had to provide two sureties for his person upon his arrival from Jagernaikpoeram under arrest here, and that the defense of the second signatory regarding the mint-leaves was not satisfactory. The Honorable Lord was further pleased to continue and to say: "Yet another matter for which you people will have to account, those 52 bars of silver that you people stole." The first signatory, carried away by this heavy accusation, stood up and asked with strong emotion, "Struck, Honorable Lord?—" It is touching for a ruler executing the orders of the High legislative power to be exposed to such scoffing treatments as one dares to repeat here, namely having added to His Honor: an honest man who proves what is mentioned in the text; to deduce this proof from acceptable presumptions, evidence, and indications, which will be easier to do here than at Palliacatta, please be informed that these bars of silver and copper were carried on the 7th of March 1790 by Triwingalam to Kakinare, as appears from the report of the interpreter recollected, sent together with the separate letter of the 7th of August last; this happened two days after the protestants were informed of the appointed Commission, of which they received knowledge by the letter of the 27th of February 1790 annexed hereto, on the 5th of March, see the aforementioned report of the interpreter, and although near the [illegible]
Dutch transcription
67 reiden van doleantie aan hun gegeeven heeft, egter vinden zij zig zeer beswaerd omtrent het gesteerde op den 20: Iulij toen zij de eer had„ den voor uwe welEdele Acht baare hoog respectable ver„ gadering te verschijnen wanneer ons voorgehouden wierd, dat de schulden der kooplieden, per restant be„ droegen ruim Pa/o 6800: Dat de kooplieden te Ia„ gernaikpoeram uijtgewon„ nen waaren, en volgens aanschrijvens der opperhoof„ den aldaar geen de minste apparentie was om iets meerder van hun te krij¬ gen. —. Dat aan ons Copia vandie ree„ kening zouden worden gegee„ ven, en ons verleend den tijd van agt dagen om onze beswaa„ ven daar teegen in te bren„ gen. — Door de teekenaaren is teegen deese handel weijse omtrend de kooplieden geprotesteerd Den eerst geteekende heeft ook de vrijheijd ge„ bruijkt bruikt te vraagen hoedaanig de kooplieden zijn uijt gewon„ nen, en op welke Condem„ natie de parate Executie heeft plaats gehad. wil de koopers van de Goederen zijn. — En of de ordre van Hun Hoog Edelheedens dicteert om de kooplieden bij Poli„ ticq besluijt paraet te exe„ cuteeren. —. Deeze vraagen zijn door den wel Edele achtbaare Heer gezaghebber met een Contra vrage beantwoord, af men namelijk konde aan„ toonen dat de Comp geen magt en hadde tot paraate Executie maar wel den Raad van Iustitie. Hier op is door de teekenaa„ ren niets geantwoord. Verders heeft den wel Ede„ le Agtbaare Heer gezagheb„ ber behaagd den ondergeteeken„ de te Communiceeren. —. Dat zij om reeden dat de Iagermaik poeramse kooplie„ den door hun waren afgezet, en anderen Leveranciers had„ den E: 569 den aangenoomen, in handen van den fiscaal waaren ge„ steld, en dus in Civel arrest waeren, ten zij men cautie Iuratoir stelde, waar toe de teekenaaren zig gewillig hebben getoond, waar om hun dan ook dan Eed is afgenoo¬ men schoon den tweeden ge¬ teekende bereeds twee borgen voor zijn persoon heeft moeten stellen bij zijn arri„ ve van Iagernaik poeram in arrest alhier dat de ver„ antwoording vanden tweeden teekenaar omtrend de munst blaaderen niet voldoende was. Nog geliefde den Agtbaa„ Het is aandoenlijk voor een gebieders E de ordres van de Hooge wet geevende magt ren Heer te vervolgen en uijtroerende aan zulke schampere be„ jeegeningen G'estponeert te zijn als men te zeggen. Nog een zaak hier herhaalen durft, van Namelijk zijn agtbare toegevoegt te hebben, een eerlijk over gij lieden uw zult moeten man die het in lextu vermelde bewijst om dit bewijs uijt aanneemelijke vermoedens, verantwoorden, die 52. staa„ blijken en indicien aftelijden, dat gemak„ kelijker hier als te Palliacatta te doen ven zilver die Gij lieden ge„ zal zijn, gelieve men te weeten dat deese slooten hebt.. staaven zilver en köper op den 7. Maart 1790: door Triwingalam gevoert zijn Den Eersten teekenaar naar kakinare blijkens Rapport van ontvoerd door deese swaare den tolk gereecoleert verzonden neevens eeparte brief van den 7. aug:s latslee„ beschuldiging stond, op en den, dit geschiede twee dagen na dat pro„ testanten onderrigt waren van de benoemde vroeg met een sterke aan„ Commissie, waar van zij kennis kreegen doening Gestooten Acht„ bij de hier neevens gevoegde brief van 27. febr: 1790. op den 5. maart vide voorsz: Rap„ baare Heer.— port van den Tolk en schoon na bij de Rec: JaC te „ 7
English
Government, as appears from the enclosed subsequent missive of that same date, the decision had already been made to dismiss the Protestants from office and to order them to hand over authority directly to the appointed commission, and they were thus rendered unable to execute anything further in the service, they nevertheless, upon receiving that first letter, head over heels and without qualification, went about the so-called contracting with a couple of lads who were known to no one and had never resided here, Triwingelam having these unknown signatories sign, and he took the silver etc. for himself. And to make it all the more obvious, the Protestants also accepted these unknown persons (whose names alone were used, one for the other) as guarantors, as appears from the acts appended hereto. Subsequently, it was discovered that the commissioners who signed as having been present at the delivery of the silver had never laid eyes on it, and that upon the arrival of the Commission, twelve to fourteen days thereafter, the large money chest, which had been sealed, became unsealed and was transferred without the designated commissioners likewise having seen what was inside it. Subsequently, a false yield statement was drawn up to make it appear as though the aforesaid ingots, given head over heels to Inwengelam, had been minted, and when it came to the point, the aforesaid unknown persons (the debtors and guarantors alike) disappeared, leaving behind a debt of P a/o 4628. 15:- or considerably more than the cash carried home by Friwengelam, and for which they have granted the receipt already mentioned herebefore amounting to P a/o. 4241. 13.-. Such conspicuous conduct that, even if it does not provide complete proof of what the Protestants claim, at least bears such clear appearance of it that practically nothing more seems necessary for conviction, so that it is trusted that the honest man will hereby have been found. The passage set down herebefore, how supposedly in the name of these two unknown lads a third more was delivered by the Protestants than to these Mazulipatnam merchants who were so trusted, deserves to be recalled here, because in the concurrence of all the aforementioned suspicious events it comes very much in point. Yes, pushed, was the answer, and in your Triwengalam brought to Kakinara. An honest man, replied the first signatory who proves such. Your Honors then ordered us to stand outside so that you could deliberate regarding the submitted Protest. Having been called inside, the Honorable Ruler announced to the signatories that it had been decided to send him with the documents to Batavia, and thus he had to prepare himself to depart with the first opportunity, with this addition: we wash our hands of it. Then the following day, or the 21st of July, the first signatory was surprised in the morning at half past 8 o'clock by a Judicial Commission along with the Fiscal, assisted by the Sworn Clerk Richard. It was subsequently said by the Fiscal that his Honor and this Commission came to inventory the goods of the first signatory. Upon this, it was asked by virtue of what decision or condemnation. They answered: of Policy. The first signatory requested inspection, but they could not produce it, which is why they waited until a short extract of this decision was brought, which substantively contained: that this Commission had to ask the signatories whether they will surrender the pledged goods without further judicial coercion and costs, for sale at public auction by commissioners then to be named, or whether they desire to proceed according to practice to summary execution; that, choosing the former, they could remain in possession of their goods after inventory until further orders. Then, choosing to be foreclosed upon by judicial summary execution, the Fiscal is qualified to seal what is indicated after the inventory and to proceed as is customary according to law and practice. To further denounce to the first signatory that his action or claim to gratuities is not valid, unless he can prove to have that due to him and to be legitimized in that regard by the Lords Masters. That also are rejected the submitted action and claim on the Ravallet and van Bijland, both being matters not concerning the Honorable Company, and the latter moreover not free from suspicion of fraud. The undersigned have already complained above about the treatment inflicted upon the merchants by rigorous and harsh procedures, and will, with Your Honors' pleasure, refer thereto; however, the signatories may be permitted to remark that nowhere to them is
Dutch transcription
Regeering, blykens hier bij gevoegde na„ Ia gestooten, was het ant„ dene missieve van dien zelven datum het woord en bij uw Triwengalam besluijt reeds gevallen was om de Protes„ tanten buijten het gemind te zetten, op Kakinara gebragt -. en te ordonneeren van het gezag aan de benoemde commissie, direct over te gee„ Een Eerlijk man repli„ ven en zij dus buijten het vermoogen ge„ steld, waaren, iets meer in den dienst ceerde den Eersten Teekenaar te kunnen uijt voeren zijn zy egter op die zulks bewijst.. het ontfangen van die eerste brief, halo over kop, ongequalificeerd weg aan 't zo Uwel Edele Achtbaare heb„ genaamde aan besteeden gegaan met een paar knaapen die bij niemant bekend ben ons vervolgens Gelast en nimmer hier geseeten zijn geweest Triwingelam uiet deese ombekende teeke„ buiten te staan om te kun„ nen en hij nam het zilveretc: na zig nen delibeereeren omtrend en om het nog zeveel klaarder te doen het overgegeeven Protest Bin„ door straatens naamen de protestanten dee„ ze onbekende, persoonen /:wiers maar al nen geroepen zijnde heeft leen gebruijkt wierd den een voor den ander den wel Edelen Achtbaaren ook als borg aan blykens actens hier ne„ vens staande vervolgens ontwaarden Heer Gezaghebber, de Tee„ men dat de gecommitteerdens die bij den kenaars aangezegt dat men aanbreng van 't Zilver geteekent hebben ƒ presente te zijn geweest, het nimmer on„ beslooten hadde hem met de der haar oogen gezien hebben en dat op 't aan koomen van de Commissie, twaelf a: stukken na Batavia te viertien dagen daarna, de groote geld kas, p zenden, dus zig gereed moes„ verzeegelt geweest 't ontzeegelt geraakt, en overgebragt is geworden zonder dat ten maaken om met de een„ de expresse gecommitteerdens almeede ge„ste Geleegendheijd te vertrek„ zien hebben water in is geweest. Men geeft ken met deeze bij voeging vervolgens een valsche Rendement opge„ maakt, om te doen scheijnen als of de wij wasschen er onse han„ voorsz: staaven, zo kals over kop aan In den af wengelam gegeeven vermunt zouden zijn geworden, en toen 't op stuk van zaaken Dan des anderen daags of quam zijn voorschreeve onbekende per„ soonen /: de beeten en borgen te gelijk den 21. Iulij wierd den eerst verdweenen een de bet nagelaatende van geteekende des morgens half P a/o 4628. 15:-. of nog vrij meer als het geen door Friwengelam aan Contanten na 9 uuren verrast door een Ius„ huijs gevoert is; en waar voor zij verleent heb „ titieele Commessie nevens den ben de reeds hier vooren gewaagde quitan„ tie groot P a/o. 4241. 13. -. gedoentens zo in 't Heer fiscaal Gassisteerd door oogloopen de, dat zo ze algeen compleet den Geswooren Clercq. Richard bewijs geeven van 't geen de Protestanten vraagen ze ten minsten daar van zul„ Door Den Heer fiscaal wierd ken klaaren schijn voeren dat er ge„ noeggs ver„ 571 hier herinneert te worden, om dat ze in den samen loop, van alle de vooraan„ „gehaalde suspecte gebeurtenissen wor„ der wel te passe komt. —. noegsaam niets meer ter overtuijging no„ alam dig schijnt, invoegen men vertrouwt dat hier meede den Eerlyken man gevonden zal zijn De hier vooren ter needer gestelde pas„ sage, hoe quasi op den naam van deese twee onbekende knaapen, door de Pro„ testanten een derde meer is afgeeven, als aan deses mazulipatnamse kooplie„ den, die men zo veel vertrouwden, diens vervolgens Gezegt dat zijn Ed: en deeze Commessie kwaa„ men om den eerst geteekende goederen te inventariseeren Hier op wierd gevraagt uijt kraagt van wat besluijt of Condemnatie men antwoorde van Politie Den eersten tee„ kenaar verzogt visie, dog men konde het niet produceeren, waarom ergewagt wierd tot dat een kort uijttreksel van dit besluit gebragt wierd het welk zaakelijk behelsde dat deese Commissie de tee„ kenaaren had afte vraagen, of zij de verbondene Goederen zonder verdere geregtelijke dwang en kosten zullen overlaaten, ter verkoop bij publicque vendutie door als dan te noemene Gecom„ mitteerdens, dan of zij begee„ ven na de praclijk tot pa„ raate Executie te procedeeren, dat zij het Eerste verkiezende na Jnventarisatie tot nader ordre in het bezit hunner goederen konde blijven Dan verkiesende bij Gereg„ telijke paraate Executie uijt„ ges naar heb„ gewonnen te worden, den fis„ caal Gequalificeerd word om na de inventarisatie het aange„ weesene te verzeegelen en voort te gaan als na regt en stijl gebruijkelijk is. Aan den eers Geteekende verder te denuncieeren dat niet Geld zijne actie of pre„ tentie op douceuren ten waa„ re hij kan aantoonen dat te goed te hebben en daar omtrend gewettigd te zijn van Hee„ ren Meesters. —. Dat ook worden geworpen de op Gegeeven actie en pretentie op de Ravallet en van Bij„ land, als beijde zaaken sijnde d'E: Compe niet aangaande, en de laatste daaren boven niet wij van suspicie van bedroep De ondergeteekendens hebben boven zig bereeds beklaagd over de behandeling de koop lieden door rigoreuse en harde procedures aangedaan, en Zul„ len zig met uwel Edele Acht„ baares believen daar aan re„ fereeren, Egter zij de teekenaa ren gepermitteerd te mogen aanmerken, dat hun nergen is o
English
has occurred; that one of the sureties of those recovered merchants was held liable on their surety, which, under favorable interpretation, ought not to have been neglected. The account by which the arrears of the merchants would amount to more than pa/o 6800. -. -., which was promised to the undersigned on the 20th of July, not having yet been received by them, they have drawn up from the copy papers in their possession a statement, by which the signatories in the final balance would still have to account for a trifling amount of P a/o. 121: 6: 3/8, this statement being annexed hereto under Letter A: From the same it appears that the joint debit of the merchants, item that of the suppliers of blankets, and of the washers, as of the end of August 1790, was P a/o 9936. 21. [Margin:] The previous arrears have nothing to do with the present delivery, and regarding the unrecovered sureties of whom the Protestants speak: It is shameful how they utter a word about it, because they never took separate sureties, but had the merchants stand surety one for another, just as with the aforementioned boys who served the signatories. Behind this response also goes a further calculation, from which it appears that the Gentlemen Protestants have mistaken themselves by no less than P:r /o: 7243: 10 3/8: since the debit actually still amounts to more than pa/. 7364. -. -, which differs much from 121:—. from which in the first place is deducted what those remaining in trade owe because they are in a position to submit it, as is their duty, as is customary, and as they have promised, and because they, or their sureties, have not been recovered against, but people have trusted them, for it would be unreasonable to demand that debt from the signatories, since the original debtors are solvent. In the second place is deducted from the entire debit that which has been paid, item the linens which remained in the warehouses as balance. Thirdly, the proceeds of the houses and properties sold by summary execution. Fourthly, a bond charged to the former elected chief Willem Hendrik van Bijland, with the accrued interest thereon up to the end of July 1791, amounting together to P a/o. 1850. 18¼. Because this bond was deposited as security for the debts to the first signatory as present here, he was instructed to collect this debt amicably or by law, for which he was qualified by proxy by the legal holder Battoe Ballaramaija. But it pleased the Honorable Ruler on the 5th of this year to demand this bond from him, but this request was refused by the first signatory, informing him that this mortgage deed was handed over to him as security for the arrears of the merchants and that he was qualified to collect those funds, showing the proxy to the Secretary Hasz, who was charged with this commission. Mr. Hasz, having left with this reply, returned shortly thereafter with a written order from the Honorable Ruler containing the demand for that bond and the threat that upon refusal the same would be taken by force. [Margin:] The fine treatment concerning this bond has already been described before. This is quite bold and would not end so easily in decent governments. The first signatory, having read this order (of which a copy was refused to him), dared not oppose it, nor await the extreme, wherefore in compliance with this order he handed over the original bond, together with a copy of the proxy, to Mr. Secretary Hasz, under proper receipt, under protest against all damages and interest which might in time result from this, leaving this for the account and risk of whoever might be found to be the cause thereof. The signatories will not elaborate further on this treatment and whether this deed is suspected of fraud (in this respect, however, the signatories refer to the answer of Bijland to the questions put to him on the 8th of January of this year, art: 45.), they only find themselves obliged to declare that they consider its value collected and leave the sum of Pag: 1850: 18¼ for the account and responsibility of whoever might have this bond in hands; In the fifth place is deducted from the arrears the pay account of the signatories, and the former second De Ravallet, to the amount of Pa/o 2219. 4:½. Sixthly, there is also deducted the remittances brought from Batavia by the ship De Zeebouwer to the amount of 3000 Rixdollars, or N: N: Pag: 1590. -. -, which were placed into the Company's treasury on the 28th of July. Furthermore, in the seventh place, the first signatory is entitled to a memorandum of the 8th of January of this year from Jagernaikpoeram, the Coromandel office, being charged for a 1/3 part in that which by Their High Excellencies
Dutch transcription
is voorgekoomen; dat iemand der borgen dat uijtgewonnen koop„ lieden over hunne borgtogt is aangesprooken, dat onder gunstige welduijding, niet had dienen verzuimd te zijn. De Reekening waar bij de ag„ ter statten der Kooplieden ruim pa/o 6800. -. -. zouden be„ draagen, welke den 20. Julij belooft is den ondergeteekende nog niet geworden zijnde, hebben zij uijt de onder hun zijnde Copia papieren opgemaakt eene aantoning, waar bij de Teekenaaren per slot nog te ver„ antwoorden zouden hebben een geringheijd van P a/o. 121: 6: 3/8 deeze aan tooning in dee„ sen Geannezeerd onder L=a A: Bij dezelve blijkt dat den voorige agterstallen doen niets tot debet der kooplieden gezaa„ de teegenwoordige leverantie, en aan„ gaat de niet uijtgewonnen borgen waar mentlijk, item die der Leve„ van de Protestanten spreeken: ranciers der Deekens, en der Het schaamt zig, hoe zij daar van een -woord kikken duwer Wijl zij nimmer wassers onder ult:o Aug:s 1790. aparte borgen genoomen, maar de koop„ groot is geweest P a/o 9936. 21. lieden de een voor den anderen hebben doen borgstellen, erven als met de voorsz: waar van inde eerste plaats verdiceeren knaapen, die Trinen ge„ worden lam den dienst van de teekenen gedaan gedetraheerd het geen de in hebben geschied zij. den Handel gebleeven schul„ agter deese beantwoording gaat dig zijn uijt hoofde zij inde ook een nadere bereekening waar bij blijkt dat de Heeren Protestanten Geleegendheijd verseeren om zig niet minder vergist hebben als. het ben aa „als P:r /o: 7243: 10 3/8: aangezien den de„ beteijgentlijk nog ruijm pa/. 7364. -. –be„ draagt, dat veel verschilt van 121:—. het zelve in te dienen, gelijk hun plicht is Gelijk gebruij„ kelijk is en zij beloofd hebben, en om dat zij, of hunne bor„ gen niet zijn uijtgewonnen maar men hen heeft gefieerd, want het zoude onreedelijk zijn, die schuld van de teeke„ naaren te vorderen, daar de orgineele debideurs solvabel In de tweede plaats word van den ganschen debet afge„ trokken het geene voldaan is, item de Lijwaaten welke in de Pakhuijzen per restant zijn geweest. . Ten Derden het reedeerende der bij Paraate Executie verkoop te huijsen en bezittingen Ten vierden Een obligatie ter Laste van het geweesen g'eligeerd opperhoofd willem Hendrik van Bijland, met de daar op verloopene Jn„ tressen tot ultimo Julij 1791 beloopende te saamen P a/o. 1850. 18¼. uijt hoofde deese obligatie Geseponeerd zijnde tot securitei der schulden aan de eerste ge„ teekende als hier present was zijn.. Gein„ 57 Geintrageerd om in der minne dan wel in rechten deese schuld te incasseeren, waar toe door den wettigen houder Bat„ Toe ballaramaija per procu„ ratie was gequalificeerd dan het behaagde den wel Edelen Achtbaare Heer Gezaghebber of den 5. deezes Iaars deeze schuld brief van hem afte eij„ schen, dog deeze instantie wierd door den eerst geteeken„ de Gerefuseerd onder te kennen gave dat dit verband schrift hem was overgegeeven tot se„ curiteit der agterstallen der kooplieden mitsgaders dat hij was gequalifiseerd om die penningen te incasseeren, onder vertooning van de pro„ curatie aan den Secretaris Hasz: welke met deese Com„ missie belast was. De Heer Hasz: met dit be„ scheijd heen gegaan zijnde keerde kort daar op met een schriftelijk ordre van den wel Edelen Achtbaare Heer Gezaghebber te rug in houdende de op eissching dier obligatie en bedreiging dat ten as . ze obligatie schreeven in sikkelijke Regeeringen zo gemak„ De fraaije behandeling omtrend dee„ reeds hier voor be„ dat dezelve bij weijgering met geweld zoude worden af„ gehaalt. Den Eersten teekenaar deese order geleesen hebbende /:waar van hem Copia ge„ weigerd wierd :/ dorste dezelve niet Contrarien, nog het uijt terste afwagten, waarom hij in nakooming deser ordre de orgineele obligatie, nevens een Copia procuratie aan de Heer Secretaris Hasz:, onder behoor„ lijk recipis ter hand stelde onder protestatie tegen alle schaade en intressen welke hier uijt in der tijd zouden, kunnen of mogen nesulteeren, latende deese voor reekening en resico van die geene, welke daar van bevonden mogte wor„ den oorzaekte zijn. — De teekenaaren zullen niet verder uijtweijden over deese be„ handeling en of dit verband schrift suspect van bedrogt zij /: ten deesen opzigte refe„ reren de teekenaaren zig egter aan het andwoord van Bijland op de hem den 8. Ia„ Dis is vrij stout en zou bij minder nuarij h: a: voorgestelde ke vraagen kelijk niet afloopen vraagen art: 45. :/ eeniglijk vinden zij zig verpligt te moeten declareeren dat zij dies waarde houden voor 9 incasseerd en laten de som„ ma van Pag: 1850: 18¼. voor reekening en verantwoording der geene, welke deese obliga„ tie in Handen mogte hebben; In de vijfde plaats word van de agterstallen afgetrok„ ken de soldij reekening van de teekenaaren, en den gewee„ sen secunde De Ravallet tot Pa/o 2219. 4:½. —. Ten sesden word er nog af„ getrokken de remisen per het schip De Zeebouwer van Batavia aangebragt ten be„ drage van Rijxdaeldels 3000, of N: N: Pag: 1590. –. – welke op den 28. Iulij in 'sComp:s Cassa gesteld zijn.. Nog komt den eerst geteeken„ de in de zevende plaats te goed een Memorie op den 8. Ianuarij deeses Iaars van Iagernaikpoeram het Com„ toir Cormandels aangeree„ kend zijnde een /3. gedeelte in de door Hunne Hoog Edelhee„ dens
English
the liberated compensation for a quantity of pounds of cloves to the amount of ƒ494:13.– or Pag: 10922. 1/8. Finally, the humble exhibitors of the merchants' arrears believe they are also permitted to subtract the share of the first signatory in the 5 percent gratuity due to him on the linens sent to Europe, which by calculation will amount to Pag: 2300:—, not counting that of the second signatory. That this gratuity is granted to chiefs according to the resolution of Their High Noblenesses the High Indian Government at Batavia, and was notified to Jagernaikpoeram in the month of January, could be verified from the papers resting here at the secretariat, if it were permitted to the signatories. That the retention or pledging of the gratuity as security for the debts of the merchants is more practicable can be observed from the request of the former chief of Bimilipatnam, Jasper Theodorus Pfeiffer, briefly noted in the frequently cited memorandum of the Honorable and Highly Esteemed Mr. Haksteen under Bimilipatnam, which was granted by Their High Noblenesses by marginal resolution on this matter dated 1 May 1772. So that the entire remaining debt would amount to Pag: 121: 6: 3/8, for which both our estates, calculatively worth more than Pag: 16427. 20. 30, are secured, on which account it would be particularly hard for the signatories to see their possessions publicly sold for a minor debt of Pag: 121: 6: 3/8, and this is therefore the reason why, in case such should take place, it will be most strongly protested by the signatories. Regarding further what occurred in Your Honorable and Esteemed meeting and is briefly cited above, the signatories will not enlarge upon it, reserving to themselves however such action as they believe they have regarding what took place concerning the 52 bars of silver. The undersigned believe that they may conclude from these alleged facts that the Masulipatnam merchants—by forcing them into a trade to which they were disinclined, by turning them out of the Company's trade on account of this refusal, by the vigorous prosecution for the settlement of arrears, and finally by an illegal sale of their possessions—have been harmed in their credit, good name, and property, and mistreated contrary to the custom of the country and the mild and moderate manner of trade so laudably practiced by the Honorable Company. Nor has the adjacent occurred according to that by which they treated with the Bimilipatnam merchants who were in the same circumstances. That through this extraordinary treatment the signatories, being obliged to stand surety for the merchants' arrears and to pledge their possessions, are now threatened with being foreclosed upon by summary execution for the deficit, whereby they stand to be totally ruined, while the merchants' guarantors are left unaddressed. That moreover, from a statement drawn up by them, it appears that their entire debit, after deduction of what has come in and the gratuities outstanding with the Honorable Company, amounts to no more than Pagodas 121. 6. 3/8, whereas their estate calculatively amounts to a sum of Pagodas 16427: 20: 30, which is why they accompany this with a distinct specification of its value under letters B, C. That they have been treated in an improper manner in the meeting of Your Honorable and Esteemed Assembly. All grievances against some of which have already been protested, which have been unlawfully done to the respectful signatories and the merchants, for which reasons they believe they must protest against it, as they hereby do protest against all damages, interests, injuries, and the like, leaving these for the account and responsibility of Your Honorable and Esteemed Assembly, or those who in due course shall be found to be the cause thereof, further holding inserted herein the various protests of 5 May and 20 July of this year made in that regard. We have the honor to call ourselves with high esteem, and to remain with reverence, Honorable and Highly Esteemed Gentlemen, Your Honorable and Esteemed Assembly's most humble and obedient servants. Was signed: P. E. van Halm, E. G. Clercq, and H. J. van Someren van Vrijenes. In the margin: Palliacatta, 4 August 1791. Lower: agrees with the copy received. Signed: Casp: Leb: Eilbracht. Agrees: Jn. Obdam, C. G. Clercq. That the sense of that respect and awe which one owes to one's lawful superiors seems to have been utterly forgotten or perhaps never learned by the gentlemen Protestants. But with all this damaging protesting, insulting, criticizing, and caviling at its resolutions, which it adopts and executes by order of the supreme legislative authority, they have been rather severely restrained and opposed. It has already been said that the gentlemen Protestants took no guarantors from the merchants; why then all these false misrepresentations? To see oneself exposed to such abusive attacks as are described in this. The unlawful conduct mentioned herein reflects directly back upon the High Government, which will likely know how to maintain its subordinate rulers, for whom it would otherwise be difficult to maintain themselves, and which cause the first signatory to be disgusted with the entire coast of Coromandel. We have found it necessary to remark on one and another point on this singular document, and remain, Honorable and Highly Esteemed Gentlemen, Your Honorable and Esteemed Assembly's humble and obedient servants. Was signed: Casp: Leb: Eilbracht and P. E. van Hogendorp. In the margin: Jaggernaikpoeram, 12 September 1791. Agrees: Jn. Obdam. Checked: P. E. van Hogendorp
Dutch transcription
dens Gelibereerde vergoeding op een quantiteijt ponden Nagulen ten bedraegen van ƒ494:13. –. of Pag: 10922. 1/8: Eindelijk vermeenen de nee„ drige vertooners vande agter„ stallen der kooplieden nog te mogen substraheeren het aandeel van den Eersten teekenaar in de 5. percento douceur hem op de na Europa verzondene Lijwaaten Compe„ teerende het geen calculative Par 2300:—. zal bedraagen, ongeree„ kend dat van den tweeden lee„ kenaar.. Dat dit douceur aan opper„ hoofden is toegestaan volgens besluijt van Haar Hoog Edel„ Heedens de Hooge Indiase Reegering te Batavia, en Ia„ gernaik poeram in de maand Ianuarij is aangeschreeven, zou„ de men uijt de op secretareij al„ hier berustende papieren kun„ „nen nagegaan, zo het de tee„ kenaaren mogte gepermitteerd worden.. Dat de aanhouding of ver„ binding van het aouceur tot securiteijt der schulden der mar„ 2 9 Marchiandeurs meer prac„ ticabel is, kan worden beoogd uijt het verzoek van het ge„ weesen opperhooft van Bimi„ lipatnam, Iasper Theodo„ rus Pfeiffer, kortelijk geno„ teerd bij de meer maalen ge„ citeerde memorie van den wel Edele Groot Agtbaare Heer Haksteen onder Bimilipatnam het welk door Hun Hoog Edelheedens toegestaan is bij marginaal besluijt op dit stuk in dato 1. Maij 1772. — So dat de gantsche restans schuld zoude bedraegen Pag: 121: 6: 3/8: waar voor onze beij„ de Boedels calculative waerd ruim Pa/ao. 16427. 20. 30. je secu„ reerd zijn, weshalven de tee„ keenaaren bijzonder Hart zoude vallen hunne bezit„ tingen publicq te zien ver„ koopen voor een geringe schuld van Pag: 121:6: 5/8. en dit dus de reeden, waar om door de teeke„ naaren ingeval zulks mogte plaets hebben, op het kragtig„ ste zal worden geprotes„ teerd. — Belan„ tie van die Eerbied en 't ontzag welke men aan zijne wettige overigheijd ver„ schuldigt is, bij de Heeren Protes„ tanten zo 't scheijn gantsch en gaar Belangende wijders het geen in uwel Edele Achtb: ver„ gadering is voorgevallen en boven kortelijk is aangehaald zullen de teekenaaren niet elageeren houdende egter aan„ zig gereserveerd zodanige ab„ tie als zij vermeenen te heb¬ ben weegens het voorgeval„ lene omtrend de 52. Staa„ ven Zilver. —. Maar aldit leederrende protestee„ De onder geteekendens ver„ ven insulteeren Critiseeren en visten meenen door dit Geallegeerde op haare besluijten die zij uijt last van de hooge wet geevende mag neemt te moogen besluijten dat de en uijt voert al vrij ernstig beleugelt en teegen gegaan geworden zijn lonseva„ maZulipatnamse Kooplie„ den door hun te dwingen een handel te doen, waer toe vergeeten of mogelijk nooijt geleert zij ongeneigd waaren, door hun weegens deeze weijge„ ring uijt den Handel der maatschappij te weesen, door di vigoreuse vervolging ter voldoening der agterstal„ len en eindelijk door een elli„ gale verkoop hunner bezit„ tingen in hun Credit, Goede naam en goederen zijn gelee„ deert, en mishandelt teegens 1slands Costume, en bij D' E: Comp zo loffijk g'excerceerde: zagte en gemagtigde Handelwijke, Nog het neeven staande Gepasseert. volgens 184 Men heeft reeds gezegt dat de Hee„ ren Protestanten geen borgen van de koop„ luijt genoomen hebben waar toe dan al„ le deeze valsche verdraagingen volgens welke men met de Bi„ milipatnamse kooplieden die in dezelve omstandigheeden waar en heeft getracteerd Dat door deese ongewonnen behandeling te teekenaaren verpligt zijnde voor agter„ stallen der kooplieden te Caveeren, hunne bezit„ tingen te verbinden, en tans Gedreigd worden voor het manqueerende bij paraate Executie te zullen worden uijtgewonnen, waar door zij totaal staan geruineerd te worden terwijl men de borgen der kooplieden on„ aanspreekelijk laat. —. Dat daar en booven uijt een bij hun opgemaakt aantooning blijkt dat hun gantsche debet na aftrek„ van het ingekoomene, en bij d' E: Comp:e te vooren staan„ de douceuren niet meer komt te importeeren, dan Pagooden 121. 6. 3/8. , daar hunne boedel Calculative komen te importeeren een Somma van voor Peegooden g'exponeerd te zien aan zulke besive„ aangevallen als in deeze beschreeven staan, Pagooden 16427: 20: 30: waerom zij van dies kostende eene distincte opgaaf deesen do verzellen onder L=rs B: C: Dat zij op eene in Curic se wijse, in de vergadering van uwel Edele Achtb: Zij behandelt. Dat onwestige in deese gemeld sluijt Alle beswaaren tegen direat terug op de Hooge Reegering, die denkelijk wel zal weeten te main„ sommige van welke be teneeven Haare onderhoorige Gedieders, reeds is Geprotesteerd die de voor wien het anders moeijlijk zou zijn zig eerbiedige teekenaaren en en die den eerst geteekenden van de gant de kooplieden onwettig sche kust van Cormandel een walg doen zijn aangedaan waarom krijgen. —. vermeenen daar tegen te moeten protesteeren, ge„ lijk zij protesteeren bij deezen tegen alle schad intressen, in Jurien, wo dies meer is laatende dez ve voor reekening en ver¬ antwoording van uwel„ Edele Achtbaare, dan we die geene welke in de# tijd bevonden zullen ter den daar van oorzaak zijn, houdende voorts is deesen G'insereerd de onde scheijden protesten van de 5. maij en 20 Iulij deeses Iaars dierweegens gedaan„ mij 07 va en Ja Wij hebben d' Eere ons met Wij hebben nodig gevonden het een andere op dit zonderling schrift Hoog Agting te noemen tuur aan te merken en voortsz: de ei„ ve met reverentie te blyven /:onderstond:/ onderstond/ wel Edele wel Edele achtbare Heer en Heeren„ uwel Edele achtb=s zeer onderdanige en Achtbaare Heer en Heeren zeer gehoorzame Dienaaren /:was geteekend:/ Casp: Leo: Eilbracht en uwel Edele Agtb:s onder„ P: E: van Hoependorp /:in margine:/ danige en Gehoorsaame Iaggernaik poeram den 12. Sept: 1791. Dienaaren /:was getee„ Accordeerd kend:/ P: E: van Halm J=n obdanne E: G:Clercq en H: I: van Someren .. van vrijenes :/ In margi„ ne Palliacatta den 4. ' augustus 1791: /: Lager/ acordeert met de ontfangen Copij /:geteekend:/ Casp: Leb: Ellbracht; Accordeerd Jn obdan C: G: Clerq 583 Nagezien Pr E van Hogendorp 8
English
585 No. 1 Register of Papers, together with marginal annotations on a certain Memorial presented by Messrs. van Halm and van Someren by way of Protest to the Cormandel Government, being dispatched to the Right Honorable Jacob Eilbracht, Commander of the Coast of Cormandel and its Dependencies, along with the Members of the Political Council. No. 1. List of the debit of the Mazulipatnam merchants from the last of August 1786 to the last of August 1790. No. 2. Two receipts from Dewarpakamaija and Tjekka wenkat Ramaija, for the cash which is said to have been disbursed in their names from the Company's treasury in the spring of 1790. No. 3. A receipt for the amount of merchandise delivered in their names in the spring of 1790. No. 4. Receipt from the six Mazulipatnam merchants for the cash received by them in the spring of 1790. No. 5. Receipt for the amount of merchandise then received by their six. No. 6. Deed of mortgage of Batjoe Balla Ramaija of 22 December 1790, which shows that he pledged here on that day the so-called bond of van Baland. No. 7. Duplicate missive from the Cormandel Government dated 27 February 1790. No. 8. Copy of further missive from the Cormandel Government, also of 27 February 1790. No. 9. Deed of surety of Dewarpa Kamaija of 5 March 1790. No. 10. Ditto of surety of Tjekka wenkat Ramaija of the same day. No. 11. Counter-demonstration of what, strictly speaking, can still properly be called the questionable debit. Jagernaikpoeram, the 12th of September 1796 signed Casparus Leonardus Eilbracht in the margin: Note, the deed of mortgage of the Company's garden and house is filed here before under Letter A. Agreed D. Boreni P. van Clercqh 582 No. 1: Note of what the Mazulipatnam merchants have fallen behind annually, according to the accounts recently transmitted: In the year 1786 at the last of August their debit was: Pagodas 1064. 19. 60, guilders 1788. 4. In the year 1787: Pagodas 16073. 60, guilders 7332. 4. In the year 1788 ditto: Pagodas 13892. 10. 20, guilders 62515. 18. 8. In the year 1789 ditto: Pagodas 11318. 13. 20, guilders 50933. 10. In the year 1790: Pagodas 4367. 7. 30, guilders 19652. 17. 8. Added hereto the debt of the two nominal suppliers Dewarpakamaija and Tjekka wenketramaija: Pagodas 4648. 15. 30, guilders 20828. 18. Total: Pagodas 8995. 22. 60, guilders 40481. 15. 8. Jaggernaikpoeram, the 25th of August 1791. signed Casparus Leonardus Eilbracht Lower: Agreed, signed A. F. van Holt, former clerk. Agreed Jan Oodam First Clerk We, the undersigned suppliers of white linens, acknowledge by this to have received from the merchant Paul Engelbert van Halm, chief, and the junior merchant Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes, second of this office, for and on behalf of the General Dutch Chartered East India Company, in the presence of special commissioners, for the delivery of white linens mentioned in the contract entered into by us, a sum of three thousand seven hundred sixty-nine Pagodas and three fanums, new Nagapatnam currency with 4 percent agio, namely: Dewarpa kamaija: Pagodas 1884. 13. 40, guilders 8480. 10. 8. Tjekka wenketramaija: Pagodas 1884. 13. 40, guilders 8480. 10. 8. Sum as above: Pagodas 3769. 3., guilders 16961. 1. In the Dutch Office Jagernaikpoeram, the last of March 1790. signed Dewarpa kamaija & Tjekka wen Ketramaija Lower: Agreed, A. F. van Holt, former clerk. Agreed Jan Oodam First Clerk 589 No. 2: We, the undersigned suppliers of white linens, acknowledge by this to have received from the merchant Paul Engelbert van Halm, chief, and the junior merchant Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes, second of this office, for and on behalf of the General Chartered East India Company, in the presence of special commissioners, for the delivery of white linens mentioned in the contract entered into by us, a sum of four hundred seventy-two Pagodas, ten fanums, new Nagapatnam currency with 4 percent agio, namely: Dewarpa kamaija: Pagodas 236. 5., guilders 1062. 18. 8. Tjekka wenketramaija: Pagodas 236. 5., guilders 1062. 19. Sum as above: Pagodas 472. 10., guilders 2125. 17. 8. In the Dutch Office Jagernaikpoeram, the last of March 1790. signed Dewarpa Kamaija and Tjekka wen Kitramaija Lower: Agreed, signed A. F. van Holt, former clerk. Agreed Jan Oodam First Clerk No. 3: We, the undersigned suppliers of white linens, acknowledge by this to have received from the merchant Paul Engelbert van Halm, chief, and the junior merchant Hironimus Jacobus van Someren van Vrijenes, second of this office, for and on behalf of the General Dutch Chartered East India Company, in the presence of special commissioners, for the delivery of white linens mentioned in the contract entered into by us, a sum of four thousand nine hundred and fifty Pagodas and ten fanums, new Nagapatnam currency with 4 percent agio, namely: Dewarpa Kamaija: Pagodas 2475. 5., guilders 11138. 9. Tjekka wenketramaija: Pagodas 2475. 5., guilders 11138. 8. 8. Sum as above: Pagodas 4950. 10., guilders 22276. 17. 8. In the Dutch Office Jagernaikpoeram, the 6th of March 1790. signed Dewarpa Kamaija & Tjekka wenketramaija Underneath stood: Agreed, signed A. F. van Holt, former clerk. Agreed Jan Oodam First Clerk
Dutch transcription
585 No. 1 Register der Papieren, nee„ vens marginale aanteekenin„ gen op zeekere door de E van Halm en van Someren bij weegen van Protest aan de Cor„ mandelse Reegering over ge„ geeven Memorie, verzonden wordende aan den wel Edelen Agtbaren Heere Iacob Eilbracht oppergebie„ der ter kuste Cormandelen den Resorte van dien Beneevens De Leeden van den Politicquen Rad Lijst van den debet der Mazulipatnamse, kooplieden seedert ultimo aug:s 1786. tot ult:o aug:s 1790. —. „ 2. Twee quitantien van Dewarpakamaija en Tjekka wenkat Ramaija, van de Con„ tanten die op haar naam uijt Comps Cas ge„ zegt worden verstrekt te zijn in 't voor„ Jaar 1790. —. Een quitantie van het bedraagen der koopmanschappen die op haar naam in 't voor Jaar 1790 zijn afgegeeven. — quitantie van de Zes Mazulipatnamse 4. kooplieden van de Contanten bij haar in 't voor 3. t voor Jaar 1790 genooten. —. N=o 5. quitantie van het bedragen der koopman„ schappen toen door hun Lessen genooten. 6. acte van verband van Batjoe Balla Ramaija van 22. december 1790. , waar bij blijkt dat hij alhier te dien dage in pand fournees de de zo genaamde obligatie van van Ba land. — 7. De plicaat missive van de Cormandelse Regeering gedateerd 27. februarij 1790. Copia nadere missive van de Cormandelze 8 Regeering almeede van 27. febr: 1790. — „ 9. acte van borgtogt van Dewarpa Kamaij a van 5. maart 1790. —. „ 10 d=o van borgtogt van Tjekka wenkat Ra„ maija van den zelven dag.. 11: Contra aantooning wat eijgentlijk stricht „genomen, den questieusen de bet nog kan genoemt worden. —. Jagernaik poeram, den 12:e September 1796 /:was geteekend:/ Casp:s Leon=s Eilbracht, /:in margine:/ Nota d'acte van Hijpoteek van Comps Thuijn en huijs is hier voor onder L=ra A:. Accordeert D. Boreni P: v: Clercqh „ „ ƒ N=o 1: 582 In 't Iaar 1706. onder ult:o aug:s was hun debet. - Pag: 1064. 19 60 ƒ 1788. 4. 1787. „ „ - - - „ 16073: 60. –. „ 7332:4. –. „ „ „ „ „ „ „ 1788. „ adidem - - - - - - - - - - - „ 13892. 10. 20. „ 62515. 18. 8. „ „ „ 1789. „ „. . - - - - - - - - „ 11318: 13. 20. „ 50933:10:— „ „ Pag: 4367:7: 30. ƒ 19652:17:8. „ „ „ 1790. hier bij de schuld van de twee naam Leverantiers Dewar„ pakamaija en Tjekka wen„ Ketramaija - - - - - - - - „ 4648:15: 30 „ 20828:18:„8995:22:60. „40481:15:8. „ „ „ Jaggernaik poeram den 25. aug:s 1791. /was geteekend:/ Casp:s Leond=s Eilbracht /:Lager:/ accordeert /:geteekend:/ A: F: van Holt gew: scriber. -. Notitie van het geen de ma„ Zilipatnamse kooplieden, volgens de Iongst overgeson„ dene Reekeningen, sjaar„ lijks zijn agter uijtgeblee„ ven. — Accordeerd J=n Oodam E: g: Clercq Wij ondergeschreeven Leverantiers der witte Lij„ waaten bekenne bij deesen van den koopman Paul Engelbert van Halm opperhoofd, en den onderkoopman Hironumis Iacobus van Someren van Vrijenes secunde deeses comptoirs voor en van weegen de Generaale Nederlandse geoctroijeerde oostindische Com„ pagnie ten overstaan van Expresse gecom„ mitteerdens ontfangen te hebben tot het leeveren van witte Lijwaaten bij het door ons aangegaan contract vermeld Een som„ ma van Drie duijsent seeven hondert negen„ en sestig Pagooden en drie fanums, nieuwe Nagapatnamse munt met 4. P=r C=o opgeld Namentlijk.. De warpa kamaija - - p a/o 1884. 13. 40. ƒ 8480: 10. 8. Tjekka wenketramaija - „1884:13:40:„ 8480:10:8. Somma als boven Pag: 1769: 3. —. ƒ16961: 1. —. In 't Ned=s Compt=n Jagernaik p=m. ult:o Maart 1790. /:was geteekend:/ Dewarpa kamaija & Tjekka wen Ketramaija /:Lager:/ Accordeerd:/ A: F: van Holt Gew: Schriba. Accordeerd Sn obtam E: g: Clerq 6 No 2: 589 N=o 2: Wij ondergeschreven Leverantier der witte Lij„ waaten bekenne bij deesen van den Koopman Paul Engelbert van Halm opperhoofden den onderkoopman Hironimus Iacobus van Someren van vryenes secunde deeses Comtoirs voor en van weegen de generaale geoctroijeerde oost indische Comp:e ten overstaan van Es„ presse gecommitteerdens ontfangen te hebben tot het leeveren van witte Lijwaaten bij het door ons aangegaan Contract vermeld, Een somma van vier hondert Twee en seven„ tig Paagooden, thien fanums, nieuwe Naga„ patnamse munt met 4. P=r C=o opgeld; Namentlijk Dewarpa kamaija. - - - Pag: 236. 5. - . ƒ 1062. 18. 8. Tjekka wenketramaija „ 236. 5. –. „ 1062. 19. —: Somma als boven Pag: 472. 10. —. ƒ2125. 17. 8. Jn 't Ned:s Compt=r Iagernaik p=m ult:o Maart 1790. /:was geteekend:/ De warpa Kamaija en Tjekka wen Kitramaija; /:Lager:/ accordeerd /:geteekend./ N: F: van Holt Gew: Schriba./ Accordeerd Jn oodam E: G. Clerc F 10. 8. 1. 790. No. 3: Wij ondergeschreeven Leverantiers der witte Lij„ waaten bekenne bij deesen van den koopman Paul Engelbert van Halm, opperhoofd, en den onder„ Koopman Hironimus Iacobus van Someren van vryenes secunde Deeses Comptoirs vooren van weegen de generale Nederlandse geoctroijeerd de oostindische Comp: ten overstaan van Expres„ se Gecommitteerdens ontfangen te hebben tot het Leeveren van witte Lijwaaten, bij het door ons aangegaan, contract, vermeld, Een somma van vier duijsent, neegen hondert en vijftig Pagooden en Thien fanums Nieuwe Nagapatnamse munt met 4. p=r C=to opgeld; Namentlijk. De warpa Kamaijer - - - pr/o 2475. 5. -. ƒ 11138. 9. -. Tjekka wenketramaija - - - „ 2475:5:—. „ 11138: 8: 8: Somma als boven Pag: 4950: 10. — ƒ 22276:17:8: Jn 't Ned=s Compt=r Iagernaik p=m Den 6. Maart 1790. /:was geteekend:/ De warpa Kamaija & Tjekka wenketramaija: /:onderstond:/ Accordeerd /:geteekend/ A: F: van Holt gew: Schriba. —. Jn Obden Accordeerd E: g: Clercq P.
English
No 4: E 5 94 We, the undersigned Company merchants, acknowledge by these presents to have received from the merchant Paul Engelbert van Halm, chief, and the junior merchant Hironimus Iacobus van Someren van Vrijenes, second of this factory, for and on behalf of the General Dutch Chartered East India Company, in the presence of specially appointed commissioners, for the delivery of various cloths and linens mentioned in the contract entered into by us, a sum of one thousand nine hundred seventy-two Pagodas, eleven fanums, and twenty cash, new Nagapatnam currency, with 4 per cent agio; namely: Weem agastalingam . . - - Pagodas 328:17:70. ƒ 1479. 7. —. Mamedie En Ketkisna - - - Pagodas 328:17:70. ƒ 1479. 7. —. Badjoe wengedassalam - - - - Pagodas 328:17:70. ƒ 1479. 7. —. Badjoe Ballaramaija - - - - Pagodas 328:17:70. ƒ 1479. 7. —. Iunoerie wen ket Bagariddij Pagodas 328:17:70. ƒ 1479: 7. —. soendoerie Kistnaija - - - Pagodas 328:17:70. ƒ 1479. 7. —. Total as above Pagodas 1972:11:20 ƒ 8876:2:— In the Dutch factory Jagernaikpuram, the last day of March 1790. signed: by the above-mentioned merchants underneath: agreed: signed: A. F. van Holt, qualified writer In order Agreed E. E. Clercq We, the undersigned Company merchants, acknowledge by these presents to have received from the merchant Paul Engelbert van Halm, chief, and the junior merchant Hironimus Iacobus van Someren van Vrijenes, second of this factory, for and on behalf of the General Dutch Chartered East India Company, in the presence of specially appointed commissioners, for the delivery of various cloths and linens mentioned in the contract entered into by us, a sum of four thousand nine hundred forty-six Pagodas, five fanums, and fifty cash, new Nagapatnam currency, with 4 per cent agio, namely: Weemagastalingam - Pagodas 1148:15:– ƒ 5168. 16. —. Mamedie Enket-kistna - - - Pagodas 744. 7. 70 ƒ 3349: 9:8. Badjoe wengadabalam - - Pagodas 722:18. 50 ƒ 3252. 10. —. Badjoe Ballaramaija - - - Pagodas 819:—. 10 ƒ 3685. 18: 8. Iunoerie winhet bagariddij Pagodas 723. 23:20 ƒ 3257. 17. —. Soendoerie kistnaija - - - - Pagodas 787. 12:60 ƒ 3543. 18. —. Total as above Pagodas 4946:15:50 ƒ 22258:1:— In the Dutch factory Jaggernaikpuram, 6 March 1790. signed: by the above-mentioned merchants underneath: agreed: signed: A. F. van Holt, qualified writer. Agreed E. G. Clercq Sr. Obdam L. S. 593 Today, 22 December 1790. No 224: Appeared before me, Albertus Francois van Holt, bookkeeper and sworn writer of this factory, the Company merchant Badjoe Ballaramaija, residing here, who acknowledged and declared, as he does by these presents, for the security of his arrears upon the closing of the accounts with the Honorable Company, in the amount of two thousand one hundred and eighteen new Nagapatnam Pagodas, one and three-eighths fanums, to bind and pledge the following items, to wit: The remnants of the linens belonging to him and now stored in the Company warehouse: N. N. Pagodas 130: 8: 1/8 A bond payable by Mr. van Bijland dated 19 November 1789: Pagodas 1500. –. —. Interest from 19 November 1789 to 19 December of this year at 1 per cent, being 13 months, from which four fixed months are deducted, for 9 months: Pagodas 135. –. —. Total Star Pagodas 1635. –. —. Agio calculated at 6 per cent: Pagodas 98:2 1/4. Together N. N. Pagodas 1733:2 1/4. 1 brick house bought from Mr. Topander, which cost: Pagodas 500: —. —. Pagodas 2233. 2 1/4. The value of the entire collateral N. N. Pagodas 2363: 10: 3/8. And No 6: a And promises to deliver fit and good linens in the coming year 1791 for his above-mentioned debt, for the fulfillment of all of which he, the appearer, binds his person and goods, none excepted, submitting to the constraint of all the Lord's Courts of Justice and judges. Thus done and passed in the Dutch factory Jagernaikpuram on the date aforesaid, in the presence of the assistants Adrianus Matheus da Silva and Christiaan Bernardus Dirksz as witnesses; signed: in Gentoo characters by the appearer; underneath: In my presence; signed: A. F. van Holt, sworn writer; in the margin: present before us, A. M. Dasilva and C. B. Dirksz; lower: agreed, Jaggernaikpuram, 31 August 1791; signed: A. F. van Holt, sworn writer. Agreed Sr. Obdam C. G. Clercq 3 gt Jaggernaikpuram. To the merchant Paul Engelbert van Halm, elected chief administrator of Palliacatta, outgoing, and the provisional merchant Willem Hendrik van Byland, incoming chiefs, together with the junior merchant Hieronimus Iacobus van Someren van Vrijenes, second there. Good Friends. In our session of today, we have decreed a commission for the settlement of the discrepancies that have arisen between you, and for an investigation into reciprocal accusations, of which we give you prior notice, in order to prevent further alienation from arising among you; the acting chiefs shall retain the management of affairs and authority until the arrival of the commission, when we shall write to you further regarding how to conduct yourselves. The appointed first sworn clerk Jan Obdam, No 7. Obdam, you shall have to order, if he should not yet have departed from there, to continue his journey hither without delay aboard the sloop De Zeerob, as the manifold activities absolutely require his presence here, and the secretary Hasz is no longer able to attend to two duties with proper accuracy. With which, after greetings, we remain; underneath: your good friends; signed: Nicolaas Tadama, Jacob Samuel de Raeff, B. Brouwer, F. Wm Bloeme, and I. J. Hasz; in the margin: Palliacatta, in Castle Geldria, 27 February 1790. Agreed Jan Obdam E. G. Clercq
Dutch transcription
No 4:E 5 94 Wij ondergeschreeven 'scompagnies kooplieden be„ kenne bij deesen van den koopman Paul Engel„ bert van Halm opperhoofd en den onderkoopman Hironimus Iacobus van Someren van vrije„ nes secunde deeses comptoirs voor en van weegen de generaale Nederlandse geoctroijeerde oostindi„ sche Compagnie ten overstaan van Expresse ge„ committeerdens ontfangen te hebben tot het le„ veren van diverse kleeden en Lijwaaten bij het door ons aangegaan contract vermeld, Een somma van Een duijsend Negenhondert Twee- en seeven„ tig Pagood en Elff fanums en Twintig casjes nieu„ we Nagapatnamse munt met 4. p=r C=o opgeld; Namelijk. Weem agastalingam. . - - Pag:an 328:17: 70. ƒ 1479. 7. —. Mamedie En Ketkisna - - - „ 328:17:70. „ 1479. 7. —. Badjoe wengedassalam - - - - „ 328:17. 70. „ 1479. 7. -. Badjoe Ballaramaija - - - - „ 328:17. 70. „1479. 7. —. Iunoerie wen ket Bagariddij „ 328:17:70: „ 1479: 7. —. soendoerie Kistnaija - - - „ 328: 17:70. „1479. 7. —: Somma als boven Peg: 1972:11:20:ƒ 8876:2:— Jn 't Ned=s compt=r Jagernaik p=m. ult:o Maart 1790. /:was geteekend:/ van boven gemelde kooplieden /:onderstond:/ accordeerd: /: geteekend:/ A: F: van Holt gem Schriba Jn obran Accordeerd E E: Clercq Wij ondergeschreeven scompagnis kooplieden beken„ ne bij deesen van den koopman Paul Engelbert van Halm opperhoofd en den onder koopman Hi„ ronimus Iacobus van Someren van vrijenes„ Secunde deeses comptoirs vooren van weegen de generaale nederlandse geoctroijeerde oostindische Com„ pagnie ten overstaan van Expresse gecommit„ teerdens ontfangen te hebben tot het Leveren van diverse kleeden en lijwaaten bij het door ons aangegaan Contract vermeld; Een somma van vier duijsent neegen hondert, ses en veer„ tig Pagooden, vijf Canums, en vijftig Casses nieuwe Nagapatnamse munt met 4. p=r Cto opgeld, Namentlijk. - Weemagastalingam - Pag: 1148:15. – ƒ5168. - 16. -. Mamedie Enket- kistna - - - „744. 7. 70: „ 3349: 9:8. Badjoe wengadabalam - - „ 7. 22:18. 50. „ 3252. 10. —. Badjoe Ballaramaija - - - „ 819:—. 10. „ 3685. 18: 8. Iunoerie winhet bagariddij „ 723. 23:20. „ 3257. 17. —. Soendoerie kistnaija - - - - „ 787. 12:60: „ 3543. 18. —. Somma als boven Pag: 4946:15: 50 ƒ 22258:1:—:— Jn 't Ned=s Compt=r Iaggernaik p=m den 6. Maart 1790 /:was geteekend:/ van boven gemelde kooplieden /:onderstond:/ accordeerd /:geteekend:/ A: F: van Holt gew: Schribei. Accordeerd E: G: Clerq Sr. Oodam L: S: 593 Op Heeden Den 22. ' December 1790. No 224: Compareerde voor mij Albertus Francois van Holt, Boekhouder en geswoore scriba deeses Com„ toirs, 's Comp:s koopman Bad joe Balla ramaija alhier woonagtig dewelke bekende en verklaarde gelijk doet bij deesen, tot securiteijt van zijn agter„ stal, bij het sluijten der afreekening aan d'E: Comp:s groot Nieuwe Nagapatnamse Pagooden Twee duij„ send Een Hondert en agthien, fanums Een en drie„ agste, te verbinden en te pande te stellen, de on„ dervolgende articulen, te weeten: De Restanten, der hem toebehoorende en nu in sComp:s pakhuijs geborgene Lywaaten. . N: N: P /o. 130: 8: 1/8: s obligatie ten laste van den Heer van Bijland gedateerd den 19. Novem„ ber 1789. . . . . . . . . . st: P /. 1500. –. -. Jntrest van den 19. November 1789. tot den 19. December dee„ ses Iaars â 1. p=r C=o zijnde 13 maanden, waar van vier be„ paalde maanden afgetrok„ ken werden voor 9 maanden. - „ „ 135. –. –. Teldsterre Pag=n 1635. –. –. opgeld gereekend 6. pr C=o - - - „ 98:2¼. Te samen N: N: Pagoden 1733:2¼. 1 steene, huijs van de Heer To„ pandergekogt welkers kas„ tende is - - - - - - - - „ 500: —. —. „ 2233. 2:¼. De waarde van de geheele Cautie N: N: Pag: 2363: 10. 3/8. En No 6: a En beloofd om voor sijn bovengemelde Schuld in anno 1791: aanstaande deugdsame en goede lywaa„ ten te leveren, in naarkooming van alle het wel„ ke hij Comparant zijn persoon en goederen, /:ge„ ne uijtgezondert:/ verbind ten bedwange van alle Sheeren Regt Hoven Regt en de Regteren Aldus Gedaan en Gepasseert Jn 't Neder„ lands Comptoir Iagernaik poeram dato voorsz: ter Presentie van de adsistenten adrianus Mathe„ us da Silva en Christiaan Bernardus dirksz: als getuijgen /:geteekend:/ in Tentiefse Caracters door den Comparant /:onderstond:/ Jn kennisse van mij /:was geteekend:/ A: F: van Holt: gesw: Schri„ ber /:in margine:/ ons present A: M: Dasilva en C: B: Dirksz: /: Lager:/ accordeerd Jagger„ naikpoeram den 31: Aug:s A=o 1791. /:geteekend:/ A: J: van Holt gesw: Schriba. —. Accordeerd Sr. Oodank C: G: Cleriq 3 gt Jaggernaik poeram. Aan Den koopman Paul Engelbert van Halm, G'eligeerd hoofd administrateur van PalliaCatten afgaande, en Den p=l koopman Willem Hendrik van Byland Aankoomende opperhoofden Neevens Den onder koopman Hieronimus Iacobus van Someren van vrijenen secunde aldaar Goede Vrienden. Wij hebben ter onzer sessie van Heeden eene commissie gedecerneerd ter afdoening van de tus„ „en ten onderzrek ter recisproque accopatien, schen UE gereesene discrepantien, waar van wij prealabel uE kennis geeven, ten Eynde pre„ vineeren dat er verdere verwijderingen onder uE ontstaan, de fungeerende opperhoofden zullen de maneance van zaaken en het gezag blijven behouden tot de arrive van de Commissie wanneer wij uE nader zullen aanschrijven hoedanig zig te gedraagen. Den benoemden eersgeswooren Clercq Ian obdamp No 7. obdam, zullen uE moeten gelasten om wanneer nog niet van daar vertrokken mogte zijn, zonder dilaij met de Chialoup de Zeerob zijne reijse na herwaarts voor te zetten, alzoo de veel vuldige bee„ zigheeden zijn persoon absolut hier vereijsschen, en den secretaris Hasz: niet langer in staat is om twee diensten met de behoorlijke accura„ tesse te kunnen waarneemen. —. Waarmeede na groete blijven /:onderstond:/ uE goede vrienden /:was geteekend:/ Nicolaas Tadama, Jacob Samuel de Raeff, B: Brouwer F: W=m Bloeme, en I: J: Hasz: /:Jn margine:/ Palliacatta In 't Casteel Geldria Den 27. ' Februarij 1790. — Accordeerd Jn. obdank E: G:Clercq.
English
97 Iaggernaikpoeram. To the merchant Paul Engelbert van Halm, elected Chief Administrator of Palliacatta, outgoing, and the merchant Willem Hendrik van Bijland, incoming chiefs, together with the junior merchant Hironimus Jacobus van Vrijenes, second there. Good Friends. From our letter which we dispatch today by English tappals and which will be received by you before the arrival of this, you will have perceived that we have decreed a commission to investigate the reciprocal accusations and complaints. The persons whom we have elected for this purpose are the junior merchant and Bimlipatam's chief Philippus Henricus Heshusius, together with the bookkeeper and second of Palicol Sebastiaan Matthias Schliephaken, who have appeared to us the most suitable for this, and whom we trust will satisfactorily fulfill our good intention and your desire. We have provided them with an ample instruction relative to this commission, in accordance with which the acting chiefs will directly have to cede to them the authority and management of affairs during their presence there, as well as to provide in everything such clarity on matters as they shall deem necessary or come to demand, in order that what is requested of them may be satisfied. With respect to the debts of the merchants, we must further remark here that, although the order dictates that when the merchants remain in debt at the closing of the accounts, this must be reimbursed into the Company's treasury by the chiefs, we have, in consideration of the circumstances prevailing on this Coast, such as lack of cash, unwanted merchandise, and the late dispatch of money to the offices, originally caused by the late arrivals at the head office, been willing to overlook this arrears for this time, on this condition however, that the acting chiefs Van Halm and Van Someren shall ensure that the merchants promptly comply, in accordance with their promises, with the bond executed by them to satisfy that debt in the month of June by the delivery of good-quality linens; since in default thereof, the just-mentioned chiefs Van Halm and Van Someren will have to pay that debt directly into the Company's treasury according to the order, the consequences nevertheless remaining for their account and responsibility. Wherewith, after greetings, we remain, underneath stood: Your good friends, was signed: Nicolaas Tadama, Jacob Samuel De Raeff, B: Brouwer, F: W: Bloeme and I: J: Hasz. In the margin: Palliacatta in Castle Geldria, the 27th of February 1790. Below: Agrees, Jagernaikpoeram, 31 August 1791. Signed: A: F: van Holt, former scribe. Agrees Dn. Obdam E: G: Clerck No. 9. I, the undersigned Dewarpa Kamaija, acknowledge to stand as surety for the supplier of white linens Tjekka Wenketramaija for all the cash and merchandise received from the Honorable Company and also those that shall further be provided by the chiefs until the collection; in fulfillment thereof I bind my person and property, none excepted, all subject to the constraint of the lord's law and the judges. Jagernaikpoeram, the 5th of March 1790. Was signed: Dewarpa Kamaija. Underneath stood: Agrees, signed: A: F: van Holt, former scribe. Agrees Jn. Oosenuk C: I: Clercq 604 No. 10. I, the undersigned Tjekka Wenketramaija, acknowledge to stand as surety for the supplier of white linens Dewarpa Kamaija for all the cash and merchandise received from the Honorable Company and also those that shall further be provided by the chiefs until the collection; in fulfillment thereof I bind my person and property, none excepted, all subject to the constraint of the lord's law and the judges. Iaggernaikpoeram, the 5th of March 1790. Was signed: Tjekka Wenketramaija. Underneath stood: Agrees, signed: A: F: van Holt, former scribe. Agrees Dn. Obdam E: G: Clerq No. 11. Counter-statement to the document which Messrs. Van Halm and Van Someren have handed in with regard to the debts of the Jaggernaikpoeram merchants, to wit: Weem Agastalingam has indeed remained in service, but not to settle his old debt, as his debt item remains just as it was at the closing of the books: N: N: Pag: 124:10 1/8. Mamedie Enketkistna has, on his debt of Pag: 399:8 1/4, paid into the Company's treasury: 109:15 1/4. Thus the said merchant is still in arrears: Pag: 289:17.- For this, the linens that were given by him as security have been sent to the main station Palliacatta at the disposal of the government there. Batjoe Wengadassalam has been indebted: Pag: 1664:19 1/2. His house, which was sold by public auction and is provisionally retained by the Honorable Company until further disposal by the High Indian Government at Batavia for M: 3: b: Pag: 320, or: Pag: 361:12 7/8. Thus the said merchant is still in arrears: 1303:6 5/8. Batjoe Ballaramaija has been indebted: N: 1: Pag: 2118:1 7/8. His house, which was sold by public auction for M: 3: b: Pag: 155:–, or: 175:2 7/8. Thus the said merchant is in debit: 1942:23.- The bond of Mr. Van Bijland is Carried forward: Pag: 3660:8 3/4.
Dutch transcription
ƒ 97 Iaggernaik poeram. Aan den koopman Paul Engelbert van Halm, G'eligeerd hoofd Administrateur van Palliacatta, afgaande, en Den koopman Willem Hendrik van Bijland Aankoomende opperhoofden, Neevens Den onderkoopman Hironimus Iacobus van vrijenes secunde aldaar.. Goede Vrienden. uit onse brief welke wij per Engelse tap„ pals heeden afzenden en bij uE voor pares„ se deeses zal zijn ontfangen, zullen uE heb„ ben, ontwaard dat wij eene Commissie ter en„ queste van de reciproque accusatien en klagten „De persoonen welke wij deor stoe hebben g'eligeerd hebben gedeceerert zijn den onderkoopman en Bimilipatnams opperhooft Philippus Henricus Heshusius, mitsgaders den boek„ houder en secunde van Palicol Sebastiaan Matthias Schliephaken die ons het ge schikst daar toe zijn voorgekoomen, en die wij vertrouwen dat aan onze goede intentie en uE verlangen satisfactoir zullen vol„ doen. —. Wij hebben hen van eene ampte instructie tot No. 8: neer laas SZ: teel tot deese commessie relatief, voorzien, ingevol„ ge van het welke de fungeerende opperhoof„ den aan hen direct zullen moeten de sisteeren het gezag, ende maneance, van zaaken ge„ duurende hun aan weesen aldaar, mitsga„ ders in alles zodaanig ligt van zaaken te geeven, als zij zullen noodig oordeelen ofte koomen te vorderen, ten eijnde aan het hun gedemandeerde werde genoeg gedaan. Met adspect tot de schulden der kooplieden moe„ ten wij hier nog remarqueren, dat schoon & ordre dicteerd dat wanneer de kooplieden by het sluyten der afreekeningen blijven, die 's Coms agCassa door de opperhoofden moet wor„ den gerembourseerd, zoo hebben wij uit Con„ sideratie van de omstandigheeden, waar in men ter deeser Custe verzeerd, als gebrek aan contanten, ongewilde koopmanschappen en de laate afzending van geld na de Comptoi„ ren, oorspronkelijk door den laaten aanbreng op het hooft Comptoir voor deese keer dit agter„ stal wel willen passeeren, onder diese voorwaarde egter, dat de fungeerende opperhoofden van Halm en van Someren zullen zorgen, dat de kooplieden conform hunne beloftens aan het door hen gepasseerde verbandschrift, om in de maand Iunij die schuld door Leverantie van deugdsame Lijwaaten te voldoen promp nakoomen, alzoo bij faute van dien, de zo eeven gemelde opperhoofden van Halm en van someren, die schuld direct in 's Comps Cassa na de ordre zullen moeten tellen, blijvende des niet te min s 99 te min de gevolgen voor hunne reekening in verantwoording. Waar meede na groete blijven /:„onder„ stond:/ UE goede vrienden /:was geteekend:/ Nicolaas Tadama, Iacob Samiel De Raeff, B: Brouwer, F: W: Bloeme en I: J: Hasz: /: in margine:/ Palliacatta In 't Casteel Geldria Den 27. Februarij 1790. /: La„ ger:/ Accordeerd Iagernaik poeram 31: au„ gustus 1791. /:geteekend:/ A: F: van Holt gew: scriba. — Accordeerd Dn. obdem E: G: Clerck gevol„ No 9. Jk ondergeteekende De warpa kamaija be„ kenne mij als borge te stellen voor den Leve„ rantiers der witte Lijwaaten Tjekka wen„ Ketramaija voor alle de Contanten en koop„ manschappen van de E: Compagnie genooten en ook die nog in het vervolg door de opper„ hoofden zullen worden verstrekt, tot den Insaam, in naakooming van dien verbinde ik mijn Persoon en goederen geene uijtgezon„ dert, alles ten bedwange van sheeren regt Jagernaik poeram Den 5. Maart 1790: /:was geteekend:/ De warpa Kamaija, /: onder„ stond:/ Accordeert /:geteekend:/ A: F: van Holt, gew: scriba. —. Accordeerd Jn Oosenuk C:i: Clercqx en de regteren. . 604 No. 10. Ik ondergeteekende Tjekka wenketramaij„ a bekenne mij als borge te stellen voor den Ze„ verancier der witte Lijwaaten Dewarpa ka„ maija, voor alle de Contanten en koopman„ schappen van De E: Comp genooten en ook die nog in het vervolg door de opperhoofden zullen werden verstrekt tot den Insaam Jn nakooming van dien verbinde ik mijn Persoon en goederen geene uijtgesondert, alles ten bedwange van sheeren regt ende reg„ teren. Iaggernaik poeram den 5. Maart 1790. /:was geteekend:/ Tjekka wen het Ramaija /:onderstond:/ accordeert /:geteekend:/ A: F: van off Holt: gew: Scriba.. Accordeerd Dn. obdam E: g: Clerq No 11. ke de Heeren van Halm en van Someren ingeleeverd heb„ ben ter aansien van de schulden der Jaggernaik poeramse kooplieden, Te weeten. — Weem Agastalingam is wel in dienst ge„ bleeven maar niet om zijn oude schuld te verreekenen, als blijvende zijn schuld post nog zoodanig als het geweest is bij het sluijten der boeken. - - - - - - - N: N: Pag: 124:10 1/8. Mamedie En het kistna heefd op zijn schuld van - - - - - - - - - - - Pag: 3998 ¼. In 'sComp:s kassa betaald - - - - - „ 109. 15. ¼. Des is gem: koopman nog ten agteren. . . . . pr/o 289. 17. - Hier voor zijn de lijwaaten, die door hem tot securiteijt gegeeven waaren naar de hoofdplaatse Palliacatta gesonden ter dis„ positie van de reegering aldaar. —. Batjoe wengadassalam is schuldig gewest f„. 164. 19½ zijn huijs welke p=r publicque vendutie verkogt is en bij de E: Compagnie provi„ sioneel tot nader dispositie van de hooge Jndi„ sche Reegering te Batavia aangehouden werd voor M: 3: b: Pag: 320. of. . . . . . - - - Pag: 361. 12. 7/8. alsoo is gem: koopman nog ten agteren - - - - - - „ 1303.6. 5/8 Batjoe Ballaramaija is schuldig geweest N: 1: pr/ 218. 1 7/8 zijn huijs welke pr publicque vendutie verkogt is voor m: 3: 6: Pag: 155:–. of - - - - - - „ 175. 2 7/8. Des is gem: koopman debet - - - - - - - - - „ 1942:23— De obligatie van den Heer van Bijland is E Contra Aantooning op het geschrift, wel„ Transporteere - - - - Pagj: 3608: ¾
English
603 Pag: 36608¾ Carried forward was at the time of the former commissioners Heshusius and Schliephaken indeed secured in the large money chest, but was by the just-mentioned commissioners taken out of there again and delivered to Batjoe Bal- laramaija, who had given them in pledge. Iunoerie wen katbagarid dij is indebted - - - - - - - - - - - „ 60. 15. 5/8. The so-called suppliers of the white linens have fallen in arrears. . . . . N:o N: Pag: 4628. 15. 35/8. The warehouse given in pledge by them to the Honourable Company was put up for auction by public sale and for it no more was bid than M: 3: b: Pag: 200. –. –. or. . . . . . . - - - Pag: 22523. 1/8. For which price said building is provisionally retained by the Honourable Company until further order of the High Indian Government at Batavia. Thus the so-called suppliers of the white linens are still in arrears - - - - - - - - - - „ 440216.¼. The suppliers of the blankets. Bandesoor Elogie has remained in service, but not to settle his old debt, thus he is still indebted. . . - - - N: 1: - Pag: 60. 5: 1/8. sonna doeger Ambagie - - - - - - - - „ 703. 1. 3/8 „ 763 7. ¼ The washers of Iaggernaikpoeram have also remained in service, but not to settle their old debts, so that they Soendoerie Kistnaija - - - - - - - - - - - - - - „ —. are still in arrears - - - - - - - - - - - - - - „ 177. 15. —. Carried forward - Pag: 96414. 7/8 12410 1/8. 9. 17. -. 89 303.6 5/8 1323 6608 The Honourable - The linens of the merchants that were remaining as balances in the warehouses were, by very honoured order of the Coromandel Government, sent to the main station Palliacatta, to be sold there by public auction — The supplier of the blanket sonna doeger ambanie has delivered for his debt 13 packs of cotton blanket, which with the sloop de Zeerob will be sent over to the aforementioned main station for the further disposal of the Government.— The salary of the former second de Raval- het amounting to ƒ3275: or fro 727. 21. ¼. cannot be taken towards the pay- ment of the debts of the merchants, for having deserted he has forfeited the same. Ditto that of the Honourable van Halm, who stands to the good with the Honourable Company to a sum of ƒ 8404. 6. 10., can likewise not serve to satisfy the debts of the merchants as his Honour will still have to await their High Honours' decision concerning the state and condition of the built new warehouses, regarding which Batavia has already been written to. Ditto Ditto of the former second van Someren who is owed by the Honourable Company ƒ 1140. -, which likewise cannot serve towards the satisfaction of the debts of Carried forward. . . Pag: 9064 14 7/8 Carried forward - - - . Pag: 906414: 1/3 605 Carried forward. . . . Pagodas 9064. 14 7/8. of the merchants for the reason that the same, together with and besides the Honourable van Halm, will have to answer for all that which might come from Batavia regarding the built new warehouses, thus that from the aforesaid debts of the merchants nothing else can be deducted, except solely the following, to wit: —. That which is said to have been paid into the Company's cash on remittance from Batavia brought by the ship de Zeebouwer, rixdollars 3000. –. or. . . N:o 17: Pag: 1590. -. –. The amount of a memorandum on 8 January of this year Coromandel, credited to the benefit of the Honourable van Halm, being ƒ 494. 13. —. or. . . . . . . . . . . . . . Pag: 109. 22 7/8. „ 1699: 22. 1/8 Concerning the gratuities on the dispatched linens to Europe and India calculated by estimate at 2300 per cent, the Honourable van Halm and van Someren cannot yet dispose of them, as it stands entirely at the discretion of the Lords and Masters when, and to what extent, their Honours shall be pleased to deem fit to have said funds paid out —. Carried forward Pagodas 7364:16:3¾ 064:14. /8. The C 6414 7/8. The collective merchant suppliers and washers thus remain, as of today's date, still indebted. . . - - N: 1: Pag: 7364:16:¾ In the Dutch Office Iaggernaikpoeram the 17th of September /:signed:/ Casparus Leonardus Eilbracht; Carried forward . . Pag: 1364. 16. 3¾ Agrees n obdaus Geg: Clercq 12 the Ob. Van legendorp 16. ¾ Checked: „ No. 13. Report and Annexes of the arrears of the former Government At Nagapatnam for the 1 Audit Chamber, Middelburg in Zeeland. — To The Right Honourable and Worshipful Sir Jacob Eilbracht Senior Merchant and Commander of this Coast of Coromandel and its Dependencies Besides The Council Right Honourable and Worshipful Sir and Sirs In dutiful compliance with your Right Honourable and Worshipful and Honours' esteemed orders contained in the Extract Minute of the resolution passed in the Council of Coromandel on the 28th of the last-passed month of September, containing: 1. To trace from the books of this government from 1782/3/4/5 onwards, whether the debtors, as they were reported by the separate Ceylon missive dated 30 June 1785, were entered into the trade books either as good or doubtful; 2. What has been transacted thereof in the same /:Trade Books:/ and secretarial papers since; and 3. How the actual state of affairs stands therewith at present; We have the honour to provide a Report in this regard; Namely That as debtors of this Government reported in the abovementioned separate Ceylon missive of 30 July 1785, we have found the following, to wit: The Private Supplier Moetoe Chitteappa Poele On Delivery of Linens for the Year 1781. The merchant Ramalinga Poele v:n . „ 3628. 5. 36. Ditto Ankam Patavi Rama Naiker „ 3814. 6. 6. Ditto Moetoe Waitilinga Moddeliaar „ 2682. 21. 77. Ditto Godawartij Goeru Moertij Chittij. „ 2123. 2. 15. And the Merchants Namboer wengeta kistna Chittij and Conda Pillij Chithij . - - - Pag: 10066. 5. 70. - - - - - „ 811. 5. 4 Pagodas 13059. 16. 56. Me -
Dutch transcription
603 Pag: 36608¾ Pr Transport is ten tijde van de gewesene gecommitteerdens Heshusius en Schliephaken wel inde groote geld kassa gesecureert geweest dog door even gemelde gecommitteerdens weder daar uijtgenoomen en afgeeven van Batjoe Bal„ laramaija die ze in pand gegeeven had. Iunoerie wen katbagarid dij is schuldig - - - - - - - - - - - „ 60. 15. 5/8. De zoo genaamde Leverantiers der witte Lijwaa„ ten zijn agter uijtgebleeven. . . . . N:o N: Pag: 4628. 15. 35/8. Het door haar bij de E: Compagnie in pand gegeve„ ne pakhuijs is per publicque vendutie opge„ veyld en daar voor niet meer gebooden dan M: 3: b: Pag: 200. –. –. of. . . . . . . - - - Pag: 22523. 1/8. Voor welke prijs gedagt gebouw tot nader dis„ positie van de Hooge Jndische Regeering te Batavia bij de E: Compe provisioneel aan gehouden word. Dus zijn de zo genaamde Leverantiers der witte Lijwaaten nog ten agteren - - - - - - - - - - „ 440216.¼. De Leverantiers der deekens. Bandesoor Elogie is in dienst gebleeven, dog niet om zijn oude schuld te verreekenen dus is hij nog de bet. . . - - - N: 1: - Pag: 60. 5: 1/8. sonna doeger Ambagie - - - - - - - - „ 703. 1. 3/8 „ 763 7. ¼ De wassers van Iaggernaik poeram zijn mee„ de in dienst gebleeven, maar niet om hunne oude schulden te verreekenen soo dat zij Soendoerie Kistnaija - - - - - - - - - - - - - - „ —. nog ten agteren zijn - - - - - - - - - - - - - - „ 177. 15. —. Transporteere - Pag: 96414. 7/8 12410 1/8. 9. 17. -. 89 303.6 5/8 1323 6608 De E - De Lijwaaten van de kooplieden die als res„ tanten inde pakhuijsen berustend waeren zijn ter seer G'eerde ordre van de Corman„ ' Recgering na de hoofd plaats palliacatta delsche „ gesonden, om aldaar per publie„ que vendutie verkogt te worden — Den Leverantier der deeken sonna doeger ambanie heeft voor zijn schuld 13. pakken gecattoeneerde deeken geleeverd, welke met de sloep de Zeerob naar de hoofd plaatse meerm: zullen overgezonden worden ter verdere dispositie van de Reegering.— De gagie van den geweesen secunde de Raval„ het ten bedraagen van ƒ3275: off fro 727. 21. ¼. kan niet genoomen worden ter af„ betaaling van de schulden der kooplie„ den want gedeserteerd zijn de verbeurd dezelve. Jdem die van den E: van Halm, die bij de Ed: Comp te vooren staat tot een somma van ƒ 8404. 6. 10. kan meede niet dienen om de schulden der kooplieden te voldoen wijl zijn E: nog zal moeten afwagten haar hoog Edelheedens dis„ positie over den staat in bevinding dergbouwde nieuwe Pakhuijsen, waar over reeds naar Batavia geschreven is. Jdem Jdem van den gew: secunde van some„ ren die bij de E: Comp te goed heeft ƒ 1140. -welke insgelijke niet strekken kun„ nen tot de voldoening der schulden van Transporteere. . . Pag: 9064 14 7/8 r Transport - - - . Pag: 906414: 1/3 605 P=r Transport. . . . Pag=n 9064. 14 7/8. van de kooplieden om reeden den sel„ ven met en benevens den E: van Halm sal moeten verantwoorden al het geen er over de gebouwde nieuwe pakhauij„ sen van Batavia koomen mogte dus dat van voorsz: schulden der kooplie„ den niet anders kan worden afgetrok„ ken, als alleenlijk het volgende, te„ weeten. —. Het geen gezegd word betaald te zijn in sComps kassa aan remise van Ba„ tavia p=r het schip de Zeebouwer aangebragt rijxd=s 3000. –. of. . . N:o 17: Pag: 1590. -. –. Het bedraagen van een memorie op den 8 Januarij deeses Jaars Corman„ del aangereekend ten voordeele van Den E: van Halm zijnde ƒ 494. 13. —. off. . . . . . . . . . . . . . Pag: 109. 22 7/8. „ 1699: 22. 1/8 over de douceuren op de versondene Lij„ waaten naar Europa en Jndia Cal„ culatief gereekend op 2300 p=r Ct=o kunnen de E: van Halm en van someren nog niet disponeeren, als staande het ten eenemaal aan de descretie van de Heeren en mees„ ters, wanneer, en in hoe verre hoog deselve zullen gelieven goed te vinden gedagte gelden te laaten uijtkeeren —. Transporteere Pagooden 7364:16:3¾ 064:14. /8. De C 6414 7/8. De gezaamentlijke kooplieden Le„ verantiers en wassers blijven dus onder hedigen datum nog debet. . . - - N: 1: Pag: 7364:16:¾ Jn 't Nederlands Comptoir Iaggernaik: p=r den Sep:t 17 /:was geteekend:/ Casp=s Leond:s Eilbracht; P=r Transport . . Peg: 1364. 16. 3¾ Accordeert n obdaus Geg: Clercq 12 de Ob. Van legendorp 16. ¾ Nag:t: „ No. 13. Bericht en Bijlaagen van de agterstallen van 't ooiriger Gouvernement Te Nagepatnam voor de 1 Criedisiale Kamer, Middelburg Zeeland. in — Aan Den WelEdelen Agtb: Heer Jacob Elbracht opperkoopman en Gezaghebber deeser Custe Cormandel met den Resorte van dien Nevens Den Raad Wel Edele Agtbaare Heer en Heeren In schuldpligtige voldoening aan uwel Edele Agtb: en Edelens ge Eerde beveele vervat bij Extract Notul van het geresolveerde in Raade van Cormandel op den 28. der Iongst gepasseerde maand september behel„ sende 1. / Bij de boeken deeses gouvernements van 178 24/5. af nategaan, of de Debiteuren zoo als als zo zijn opgegeeven bij Ceijlonse apparte mis„ sive de dato 30. Junij 1785. 't zij als goed of du„ bieus bij de Negotie boeken zijn ingenomen 2. / wat daar van bij deselve /:Negotie Boeken:/ en secerte¬ vieele Papiren 't zedert verhandeld, en 3. ) Hloe het actueel daarmeede geleegen is Hebben de Eere desweegen te dienen van Bericht; Namentlijk Dat wij als debiteuren deeses Gouvernements bij boven gem: apparte Ceijlonse missive van den 30. Julij 1785. opgegeven, gevonden hebben de volgende te weeten: Den Particuliere Leverancier M oetoe, Chit„ teappa Poele Op Leverantie van Lijwaaten voor A:o 1781. Den koopman Ramalinga Poele v:n . „ 3628. 5. 36. _:o Ankam Patavi Rama Naiker „ 3814. 6. 6. —:o Moetoe Waitilinga Moddeliaar „ 2682. 21. 77. _:o Godawartij Goeru Moertij Chittij. „ 2123. 2. 15. En de Cooplieden Namboer wengeta kistna Chittij en Conda Pillij Chithij . - - - Pag: 10066. 5. 70. - - - - - „ 811. 5. 4 Pagooden 13059. 16. 56. Me -
English
9 609 Miss Haselman as widow of Henk The children of Ian Steens - - - - „ 518 12. 35. the two merchants removed from trade, Donna wardappa Chittij and Annam Bodlij, under surety of Messrs. Mossel and Simons - - - „ 864. –. –. The merchant Medhoe warelerasoe Chittij on cloth contract - - „ 174. 11. 30. all according to the Extract annexed hereto under Letter A: inquiring, in accordance with the first clause of the aforementioned esteemed order, whether these entries were included in the trade ledgers from 1784/5 until now, and in what manner; we found that none of them had been entered into the same. Concerning the second clause, nothing whatsoever regarding those entries is dealt with in the said trade ledgers, but the following is found in the secretarial papers; namely: In a missive from Their High Noble Honours to this Government dated 17 April 1787, Their High Noble Honours state: Pa/o 4049. 7. 10. § 20. And § 20. that they permit the postponement of the investigation into the arrears and outstanding debts of the previous Government, for lack of the necessary papers, to retrieve which the former secretary Stoffenberg was sent to Nagapatnam, but expected that the necessary dispatch had already been applied to this so long-delayed matter, see Letter B: This Government wrote to Their High Noble Honours on that matter, dated 10 March 1788: That they hoped, before the closing of that letter from Nagapatnam, to receive a distinct report concerning the arrears of the previous Government, and as accurate as possible a statement of the loss which the Company suffered during the surrender of Nagapatnam; that the former adigaar Schuneman at Nagapatnam had already made great progress with that investigation, but if, contrary to hope, it could not be completed, it would definitely follow in coming October; that the difficulty attaching to that work required not only attention, but time, as the principal papers, including the general cash cash book, were missing, see Letter C: Their High Noble Honours write to this Government, dated 15 April 1788, again under § 25, that they could take no satisfaction whatsoever in the fact that no report had as yet been given concerning the arrears and outstanding debts of the previous government, and that matters of that nature were being shelved for so long; and all the more so as they were not even informed of what had become of the sending of the former secretary Stoffenberg to Nagapatnam for the necessary papers; and that they expected that finally a settlement of matters would be pursued, see Letter D: Under date 29 July 1788, Their High Noble Honours write again, § 27, that in view of what was stated regarding the arrears of the previous Government and the slow progress taking place in that regard, they adhered to the latest reply, in the trust that the demands made therein would be answered without delay, see Letter E: On 15 September 1788, it was resolved in the Council of Coromandel, Coromandel, to serve Their High Noble Honours in reply to the preceding orders regarding the arrears and debts of the previous Government: that the investigation thereof, and the drafting of a list of damage suffered by the Company upon the surrender of Nagapatnam to the English, had been entrusted to the adigaar Schuneman; that he had gone to Nagapatnam for that purpose in 1785, but that whatever effort he had made to verify all matters had been completely fruitless, because among all the papers which had been salvaged there and since brought over here by the former secretary Stoffenberg, none or few were to be found that could have given him as much light on these matters as he required. That among other things he missed the general cash book and the trade ledgers of 1779/80 and 1780/1, of which the first were indeed begun but not closed, and the second had not even seen the light of day; that this had caused him, Scheuneman, almost to despair of a good outcome of his commission, until the former former secretary Stoffenberg found an opportunity to obtain from Mr. Cochrane, English Commissioner, a note of the remaining balances upon which the respective administrations were handed over to the English. That the said Scheuneman had prepared from this a calculative demonstration of what the Company had lost upon the surrender of Nagapatnam, and what debts it still had outstanding there, Extract Letter F: By further Extract from that Resolution, regarding the outstanding debts totaling ƒ130395. 16. — /:agrees with the Ceylon transfer in so far as the advance on the delivery of cloths for the year 1781 is concerned:/ to assure Their High Noble Honours that everything possible would be done to collect them, pointing out that this would have been undertaken long ago, had prudence not advised against taking severe measures, because most debtors were inhabitants of Nagapatnam, who claimed to have an outstanding account with the Company, and others that they had liquidated their account or debt with the English after the transfer of the city; that the Government therefore maintained that such an investigation could not yet take place, but that one had to wait until. 2g
Dutch transcription
9 609 Mejuffw. Haselman als weduwe Henk De kinderen van Ian Steens - - - - „ 518 12. 35. de uijt den handel gezette twee kooplic„ den Donna wardappa Chittij en Annam Bodlij, onder Borgtogt van de Heeren Mossel en Simons - - - „ 864. –. –. Den koopman Medhoe warelerasoe Chittij op Lijwaat Contract - - „ 174. 11. 30. alles comform Extract deesen onder L=m A: annex. ons volgens het Eerste lidt der voorsz: g'eerde be„ veele informeerende, of deese Posten bij de Negotie boeken 't zedert 178 4/5. tot nu waaren ingenoomen; en hoedanig; hebben wij bevonden dat bij deselve daar van geene ingenoomen was. Concerneerende het tweede Lidt Is bij dezelve ne„ gotie boeken van die posten niets hoegenaamt verhandelt maar wel bij de secretarieele papieren. het volgende; als: Bij missive Hunner Hoog Edelhedens aan deze Re„ geeving de dato 17. April 1707. Zeggen Hoog dezelve. Pa/o 4049. 7. 10. § 20. En - §. 20. dat passeeren het uijtstellen van het onderzoek: der agterstallen en uijtstaande schulden van het voorig Gouvernement, mits gebrek aan de nodige Papieren, tot welkers afhaal den geweezen secretaris Stoffenberg na Nagapatnam gesonden is dog va„ wagtede dat met deese zoo lang getraeneerde zack bereeds de noodige voortvaarendheid was gemaakt vide L=ra B: Deese Regeering Schreef Hoog dezelve en dato 10. Maart 1788. daar op:— Dat hoopten nog voor het sluijten dier brief van Nagapatnam te ontfangen Een distinct bericht van de agterstallen van het voorige Gouvernement, en een zoo vermogelijk accurate opgave van het ver„ lies het geen de Comp:e geleeden heeft bij de overgave van Nagapatnam, dat den geweesen adigaar Schu„ nema op Nagapatnam reeds met dat ondersoek sterk gevorderd was dog dat zoo het onverhoopt niet konde afgaan, dan vast in october aanstaande volgen zoude dat de moeijelijk aan dat werk vast, niet alleen attentie, maar tijd verEischte, also de principaalste Papieren, en daar onder het groot Cassa Cassa boek manqueerden, vide L=r C: Hun Hoog Edelheedens Schrijven deeze Regeering in dato 15. April 1788. Weeder onder §. 25. dat in 't geheel geen genoegen konde neemen dat omtrend de agter„ stf stallen, en uijtstaande schulden van het voorig gouvernement als nog geen berigt gegeven was, en dat zaaken van dien aard zoo lang agter de Bank geschooven wierden; En te meer daar niet eens wierden geinformeerd wat er geworden was, van de uitsending van den geweesen secretaris stoffen„ berg na Nagapatnam, om de nodige Papieren; en dat verwagtede, dat eijndelijk eens een afdoening van zaaken zoude werden betragt vide L:ra D: In dato 29. Iulij 1788. schrijven Hoog dezelve weder §. 27. dat in op zigt van het geadvanceerde omtrent de agterstallen van het voorig Gouvernement en de traage voortgang die daar omtrent plaets had, zig gedroegen aan de Iongste rescriptie, in vertrouwen, dat aan de daar bij gedaane requisiten sonder uitstel zoude beantwoord werden, vide L=ra E: Op den 15. September 1788. wierd in raade van Cormandel Cormandel beslooten, om ten aansien van de agter stallen en schulden van het voorige Gouvernement Hun Hoog Edelheeden in rescriptie op voorenstaan„ de beveelen te dienen dat het onderzoek daar van, en het formeeren van Een lijst van schade bij d' Comp:s geleeden, met het overgaan van Nagapatnam aan de Engelse, aan den adigaar Schuneman was opgedraagen, dat deeze ten dien Einde en 1785. na Nagapatnam gegaan was, dog dat wat moeite 6 ook gedaan had, om het een en ander nategaan, alles vrugteloos geweest was, om dat weder onder alle d papieren, die daar geborgen en 't zedert door den geweesen secretaris Stoffenberg hier overgebragt waaren, geene of weijnige te vinden waaren, die hem in deese zaaken zoo veel ligt hadden kunnen geven, als hij nodighad. - Dat hij onder anderen miste het groote Cassa boek, en de negotie Boeken van 17 7/80. en 178 /1. waar van de Eerste welbegonnen maar niet afgeslooten waaren, en de tweede het Ligt niet eens gesien hadde dat zulx hem scheuneman bij na aan een goede uijtslag van zijne Commissie had doen twijffelen, tot dat den gewe„ zen. „zen Secretaris Stoffenberg gelegenheid kreeg om van de Heer Cochräne Engelsche Commissaris te bekomen, Een Notitie van de Restanten waar op de Respective Ad„ ministratien aan de Engelse waaren overgegeven. Dat gemelde scheuneman daar uijt geformeerd had Calculu„ tive aantooning van het geene d'Comp:e bij de overgave van Na„ gapatnam verlooren had, en wat schulden zij daar nog had uijtstaen Extract L=a F: Bij nader Extract uijt die Resolutie om met opzigt tot de uijtstaande schulden groot ƒ130395. 16. — /:accordeerd met de Ceij„ lonse overgave voor zoo ver de verstrekking op Leverantie van Lijwaaten voor A:o 1781: belangd:/ Hoog dezelve te versekeren, dat al het mogelijke zoude betragt worden die in te palmen, met vertooning, dat daar, al voor lange werk van zoude gemaakt zijn, zoo de voorzigtigheid niet geraaken had, ernstige maatregulen uijttestellen, om reeden de meeste debiteeren Inwooners van Nagapatnam waaren, die voor wende Een uijtstaande Reekening te hebben met de Comp:e, en andere dat ze hun reekening of schuld na 't overgaan van de stad met de Engelsche gelequideerd hadden; dat de Regee„ ring dus sustineerde dat zodanig ondersoek nog niet ge„ schieden konde, maar daar meede moeste gewagt werden tot. 2g
English
until the Company should regain possession of Nagapatnam, whereupon a successful outcome was not doubted; that, to promote this, the invoice-keeper Bloeme had been ordered to report accurately what the merchants of Nagapatnam had delivered against the respective demands for the Netherlands and India in the year 1781, Letter G. Under date 20 October 1788, this Government replies to Their High Excellencies concerning the arrears and outstanding debts of the previous Government, entirely in accordance with the decision just authenticated on 15 September 708, Piece H. On 26 December of that same year 1788, the Honorable currently departing Director Tadama made known in the meeting that the debt of the Palleacats merchant Donal Wardappa Chittij, amounting to Pagodas 864, had been settled, without His Honor's knowledge, by the merchant Simons as guarantor, as appears from the handwritten receipt of the late Governor van Vlissingen written upon the deed of suretyship, which document His Honor produced and which was also inserted into the Resolution. Whereupon it was resolved to grant the said merchant an extract of this Resolution for his discharge, Letter I. By letter of 14 March 1789, this Government notifies Their High Excellencies of this liquidation, Letter K. Their High Excellencies write by missive of 31 March 1789 to this Government under paragraph 35, that for the reasons presented they could well accept that no serious measures had yet been taken for the collection of the debts of the Nagapatnam Government, but that they expected that upon the restitution of Nagapatnam by the English, the required speed would also be made with this, and that they also awaited the outcome of the order given to the invoice-keeper Bloeme to state what the merchants of Nagapatnam had delivered against the respective demands for the Netherlands and India respectively in the year 1781, Letter L. On 8 September 1789, the Honorable departing Director produced in the meeting a receipt from the late former Governor van Vlissingen granted to the former Palliacats merchant Meddha wardarasoe Chittij, dated 15 April 1782, whereby it appeared that said merchant had liquidated with the Honorable Company; an authentic copy was made of this proof and inserted into the resolution, Letter M. On the 18th of that month, a reply was drafted to Their High Excellencies and among other things regarding the remark about the arrears of the former Government, to declare to Their Honors that to their regret nothing earlier could have been effected in this matter before one was again in possession of Nagapatnam, as was extensively reported in the answer to the Netherlands Extract of 12 December 1786, paragraph 436, inserted in the latest report concerning Ceylon, Letter N. By letter of 18 October 1789, this Government replies to Their High Excellencies, in accordance with the just-mentioned decision, Letter O. By letter of 26 March 1790, D. 63, this Government submits to Your High Excellencies the petition of the former Major and Head of the militia at Nagapatnam Haselman, which contains a request to have his salary due from the Honorable Company from 1767 until 1781 serve to satisfy a certain warrant on the petty cash granted by the former Government amounting to Pagodas 4049. 7. 10, chargeable to his predecessor the former overseer of works at Nagapatnam Henk, since he was married in community of property with the widow, Letter P. This, Right Honorable Sir and Sirs, is all that has been dealt with in the secretarial papers from 1785 until now concerning the arrears of the former Government; and thus proceeding to the third or last article of our Commission, namely how matters currently stand with it, we have the honor to report: That to our regret we cannot speak of this with as much certainty as we might wish, but we shall proceed therein according to the light that has appeared to us from earlier papers than those cited above, following therein the order in which the debtors are listed in the Ceylon letter cited in the beginning; to wit: The private supplier Moetoe Chitteappa Poele Pagodas 10066. 5. 70. This man, like all debtors, was urged by the remaining political Council members of Nagapatnam to settle his account with the Honorable Company, but he seemed unwilling to comply, as appears from the extract of a letter of these members written to Their High Excellencies under date 22 November 1733, Letter Q. Yet of him one finds an account signed by him and dated Tranquebar 25 December 1783, appended hereto as annex, Letter R. Whereby he remains in debt for only Pagodas 8578. 17. 70; however, it does not show his willingness or unwillingness to pay. The debtors on the delivery of the Year 1781: The merchant Ramalinga Poele Pagodas 3628. 5. 36. He has rendered an account signed by him and dated Tranquebar 20 December 1783, see document Letter S. Whereby at the foot it states that both items for which he must account to the Honorable Company amount to Pagodas 994. 13. 77. Ankan Patavi Rama Naijker for Pagodas 3814. 6. 6. Regarding him, the gentlemen members of the Nagapatnam Council say in their above-cited letter of 22 November 1783 that, in exception to all other debtors, he had submitted a rough account to them, but that they have not been able to interview him further about it, because he has since, under all kinds of
Dutch transcription
tot de Comp:e weder in 't besit van Nagapatnam quam, als wanneer niet getwijfeld wierd aan eene gelukkige reusite „ dat tot bevordering hier van den Factuur honder Bloeme ge„ last was om accuraat op tegeven wat d' Cooplieden van Nagapatnam geleverd hadden op de respective Eisschen voor Neederland en India, en den Iaare 1781. L=ra G: In dato 20. 8ber: 1788. doet deese Regeering nopens de agter stallen en uytstaand schulden van het voorig Gou„ vernement rescriptie aan Hun Hoog Edelens, in alles Con„ form zoo even gebatendeerd besluijt op den 15 7ber: 708. P=o H;, Op den 26. xeber: van dat zelfde Iaar 1788. gaf den Agtb: Heer thans afgaande Gezaghebber Tadama, in vergadering te kennen, dat de schuld van den Palleacats Coopman Donal Wardappa Chittij groot Pag: 864. buijten zijn Agtb:s weeten door den koopman Simons als borg voldaan was, blijkens eijgenhandige quitantie van wijlen den Gouverneur van vlissingen op de acte van Borgtogt geschreeven, welk document zijn Achtb: produceerde en ook ter Resolutie geinsereerd wierd. Waar op beslooten wierd, gemelde Coopman tot zijn Decharge Extract dezer Resolutie aftegeven L=ra I: Bij brief van den 14. Maart 1789. geeft deeze Reegering, Hun 615 Hun Hoog Edelheedens kennisse van deeze Lequida„ tie, L:n K: Hun Hoog Edelens schrijven bij missive van den 31. Maart 1789. aan deeze Regeering onder §. 35. , dat om de bij gebragte reedenen wel konden passeeren, dat ter Inpalming der schulden van het Nagapatnamse Gouvernement nog geene Ernstige maatregulen genoomen waaren dog dat ver„ wagte dat bij de te rug gave van Nagapatnam door de Engelsche ook de vereischte spoed daar meede soude werden gemaakt, en dat ook bleeven afwagten den uijtslag van de gegeven okder aan den Factuur houder Bloerne, om op te geeven wat de Cooplieden van Nagapatnam gelevert hadden op de Respective Eijsschen voor Nederland en India respective, in den Iaare 1781: L=ra L:; Den 8. September 1789. Produceerde den Achtb: afgaande gezaghebber in vergadering, quitantie van wijlen den ge„ weezen Gouverneur van Vlissingen aan den geweezen Palliacats koopman Meddha wardarasoe Chittij ver„ leend in dato 15. April 1782. waar bij bleek dat die Coop„ man met dE: Comp:e geliquideerd had; van dit bewijs wierd authenticq Copij genomen en ter resolutie geinsereerd L=ra M: Den 18. dier maand wierd rescriptie beraamd aan Haar Hoog als tie gering Hoog Ed:s en onder anderen nopens het geremarqueerde om„ trent de agterstallen van het voorig Gouvernement, om Hoog deselve te betuijgen, dat tot Leedweezen daar inne niet eer der iets had kunnen worden geworkstelligd, voor dat men weeder in 't besit van Nagapatnam geraakte zoo als breedvoerig gemeld was bij antwoord Patriaasch Extract van den 12. December 1786. § 436. geinsereerd bij Iongst verslag over Ceijlon L:m N: Bij brief van den 18. 8ber: 1789. doet deeze Regeering H: H Ed:s rescriptie, Conform even gemeld besluijt L=ra O. Bij brief van den 26. Maart 1790. D. 63. Bied deeze regeering Huw Hoog Edelens aan Request van den geweezen Majoor en Hoofd der militie te Nagapat„ nam Haselman, dat behelst versoek om zijne bij dE: Comp:e te goedstaande gagie 't zedert 1767. tot 1781. te doen dienen tot voldoening van zeekere ordonnantie op de kleijne, Cas door het voorig Gouvernement ver„ leend groot P a/o 4049. 7. 10. , ten laste van zijn voorzaad „den geweezen opziender derwerken te Nagapatnam Henk, vermits hij in gemeenschap van goederen met de weduwe getrouwd was L:m P: Dit is wel Edele Agtb: Heer en Heeren alle het verhandelde 612 verhandelde bij de secretarieele Papieren 't zeedert 1785. tot nu toe, over de agterstallen van het voorig Gouvernement en dus na overgaande tot het derde of Laaste Lidt onzer Commissie, namentlijk Hoe het actueel daar meede geleegen is, hebben wij de Eere te berichten. Dat wij tot ons leetweezen hier van niet met zoo veel zeekerheid kunnen spreeken als wel wen„ schen, maar daar in zullen te werk na het Ligt dat ons daar van bij vroegere papieren als de vooren geciteerde, is te vooren gekomen, volgen„ de daar in de order als de debiteuren bij den in den aanvang geciteerde Ceilonsche brief genoteerd staan; te weeten. Den particuliere Leverancier Moetoe P a/o 10066. 5. 70. Chitteappa Poele- . . . Deeze is als alle debiteuren door de overgeblee„ ven Politicque Leeden van Nagapatnam tot het afdoen van zijn Reekening met D'E: Comp:e aangemaand, dog heeft daar aan zoo het scheen niet willen voldoen dit blijkt bij Extract brief dee„ zer Leeden aan Haar Hoog Ed:s in dato 22. Novem„ ber om„ inne m „ber 1733. geschreeven L=ra C: Dan van hem vind men Een reekening door hem geteekend en gedateerd Tranquebaar den 25. De„ cember 1783. deesen bij gevoegd als bijlaage L:ra R: Waar bij hij maar de bot blijft Pra/o 8578. 17. 70. dog blijkt niet van zijn willigheid of onwilligheid tot betaaling. De debiteuren op Leverantie van Anno 1781. Den koopman Ramalinga Poele Pra/o 3628. 5. 36. Deeze heeft reekening geleeverd door hem ge„ teekend en ged: Tranquebaar den 20. December 1783. vide document L=r S: Waar bij aan de voet staat dat de beijde pos„ ten die hij aan D'E: Comp:e moet verantwoorden bedraagen - - - - - - - - P/o: 994. 13. 77. Ankan Patavi Rama Naijker tot Po/o 3814: 6. 6. Deeze zeggende Heeren Leeden van de Nagapatnamse Raad bij hun boven geciteerde brief van den 22. Nov: 1783. dat bij uijtsondering van alle andere debiteuren aan hun had overgegeven Een ruwe Reekening, dog dat ze hem daar over niet nader hebben kunnen onderhouden, uijt hoofden hij 't zedert onder allerhan„ de
English
619 pretenses had kept himself absent like the other merchants. The rough account mentioned here, however, cannot be found. Moetoe Wartinada Moddeliaar, up to Pr/:o 2682. 21. 75. From this one, there is again an account signed by him and dated Tranquebar, the 30th of November 1783, Litera T, by which, instead of being indebted, he stands in advance Pa/o 852. —. —. Godewartij Goeramoertij Chittij, up to Ra/ 223. 2. 15. This one has also delivered an account, signed and dated Tranquebar, the 21st of December 1783, appendix Litera U, by which he only remains indebted P/: 135. —. —. Namboer wenketie kistna Chittij and Conda Pillij Chittij, up to Pa/o 811. 5. 4. These have also given an account of liquidation with the Gentlemen Agents of the English at Nagapatnam, dated the 10th of February 1782, document Litera V. With this are concluded the debtors on the delivery of 1781. Now follow: Mistress Hazelman, as widow Henk, up to pr/o: 4049. 7. 10. This entry is the only one which we have the satisfaction to report to Your Right Honorable and Worships is substantial and is due to come in, for from the above-cited document Litera P it appears that the lady’s present husband, Mr. Hazelman, tenders his accrued wages toward liquidation. The children of Ian Steens, up to Ro: 518. 12. 35. Of this, we likewise find no mention made at all. Donnal wardappa Chittij and Annanda Boalij, up to Pa/o 864. —. —. This debt item was satisfied by the merchant Simons as guarantor to the late Governor van Vlissingen, according to the appendix Litera I cited hereinbefore. The merchant Meddhoe wardarasoe Chitij, up to pro 174. 1. 30. This man has also settled that debt with the aforementioned late Governor van Vlissingen, as appears from what was set down above in respect to him, appendix Litera M. These are the debtors to the former government in total, that is with Moetoe Chetteappa Poele. 621 Poele on account of the copper contract, all to the sum of Pp: 23125. 22. 46. And the remaining political members of the Nagapatnam Council promised Their High Mightinesses to take care of collecting that capital, as appears from the above-mentioned extract of their letter to the Same of the 22nd of November 1783. All the above accounts of the merchants these Gentlemen obtained from them after the date or dispatch of this letter to Their High Mightinesses; yet that these Gentlemen did anything further upon it, or wrote about it to the Same or to the Ceylon Government, much less dispatched those accounts as a report of this affair, does not appear to us. In this same extract these Gentlemen provide further elucidation regarding the items that ran in debit with the main cash at the surrender of Nagapatnam, and which are said to have been paid by the late Governor van Vlissingen to the English under extortion, to the sum of P/o: 22045. —. —. Namely: The entry of Tieroemenij Chittij, originating from Japanese bar copper furnished to him in the years 1776 and 1777, up to Pa/o 3432. —. —. The entry of the merchant Ankan Patavi Rama Naijker, on account of merchandise sold in the year 1780, Pa/o 13419. —. —. and the debit of the adigar Scheuneman, originating from pepper and arrack sold to him in the year 1773, Pa/o 5194. —. —. As above: pa/o 22045. —. —. Concerning this, these Gentlemen say nothing further than that they note this for the elucidation of Their High Mightinesses, according to the statement of the trade transferor Nieboer; we do not find that anything further was written about it, but rather that the aforementioned Scheuneman, in his petition presented to the Ceylon Government dated the 27th of November 1781, deals with this along with other matters in great detail, and that by the late 625 Governor van Vlissingen, in a detailed report to Their High Mightinesses in answer to the said Scheuneman’s supplication, this was spoken of at length, without one finding any further reciprocal correspondence concerning it. Hoping hereby to have complied with the esteemed orders of Your Right Honorable and Worships, we assume the special honor to subscribe with deep veneration, below stood: Right Honorable Sir and Gentlemen, Your Right Honorable's very humble and obedient servants, was signed: Iacob Samiel De Raeff and In. In. Hasz. In margin: Palliacatta, the 9th of November 1790. Extract. The Company still has several debtors on the Coromandel coast whom we, for special reasons, have not had addressed until now, which can take place with greater emphasis after the surrender. Meanwhile, Your Honors must trace the same further, liquidate the accounts with them, and collect as much thereof as can be done without cumbersome proceedings. These debtors consist, so far as is known to us, of the following: The private supplier Moettoe Diltieappa Poelle must still account for pro 106. 5. 8. On the delivery of 1781 are still in arrears: Extract from a secret missive written by the Ceylon Government to that of Coromandel, dated the 30th of June 1785. Litera A.
Dutch transcription
619 „de voorwendsels zig als de andere Cooplieden absent gehouden hadt. De hier genoemde ruwe Reekening egter is niet te vinden. Moetoe Wartinada Moddeliaar tot Pr/:o 2682. 21. 75. Van deeze is weeder Een reekening door hem geteekend en ged: Tranquebaar den 30. November 1783. L=a T: Waar bij, insteede dat hij schuldig is, hij te vooren Pa/o 852. —: —. staat Godewartij Goeramoertij Chittij tot Ra/ 223. 2. 15. Deeze heeft meede reekening geleeverd geteekend, en ged: Tranquebaar den 21. xber: 1783. bijlaa„ ge L=ra U. Waar bij hij maar schuldig blijft P/: 135 —. — Namboer wenketie kistna Chittij en Conda Po Pillij Chittij tot P a/o 811 5. 4. Deeze hebben meede Reekening gegeeven van Liquidatie met de Heeren Agenten der Engelsen op Nagapatnam in dato 10. febr: 1732. document L=ma V: t Hiermeede zijn afhandelt de Debiteuren op de Leverantie van 1781. , Nu volgen. Mejsuffrw: Hazelman als wed:e: Henk tot pr/o: 4049. 7. 10. Deeze d 1. ge„ 1783. pos„ en Daeze post is de Eenigste die wij het gelijk hebben uwel Edele Achtb: en Edelens te berichten, dat weesentlijk is, en staat in te komen want bij het hier vooren geciteerde document L:ra P: blijkt, dat des Juffrouws teegenwoordige man de Heer Hazelman tot lequidatie, zijn te goed hebbende gagie presenteerd. — De kinderen van Ian Steens tot Ro: 518. 12. 35. — Hier van vinden wij meede in 't geheel geen men„ tie gemaakt. Donnal wardappa Chittij en Annanda Boa„ lij tot . . - - P a/o 864. —. —. Deeze schuld Post is door den koopman Simons als borg voldaan, aan, wijlen den Gouverneur van vlissingen, volgens hier voorwaards geciteerde bijlaag L=ra I: Den koopman Meddhoe wardarasoe Chitijtot pro 174. 1. 30. Deeze man heeft die schuld emeede vorevend met wijlen gemelde Heer Goúverneúr van Vlissingen, blijkens het hier vooren ter needer gestelde in opsigt van hem bijlaage L:ra M: Deeze zijn de Debiteeren aan het voorig Gouvernemr ment in het geheel, dat is met Moetoe Chetteappa Poele. 621 Poele weegens het koper Contract, alles ter Som, ma van P p: 23125. 22. 46. En de overgebleeven Politicque Leeden van de Na„ gapatnamse Raad beloofden Hun Hoog Edelens voor de in palming van dat Capitaal zorge te zullen draagen, blijkens hier=vooren gewaagd Extract hunner brief aan Hoog Dezelve van den 22. November 1783. —. Alle voorstaande Reekeningen der Cooplieden hebben deeze Heeren bekomen van hun, na dato of het afgaan deezer brief aan Hun Hoog Edelens, dog dat deeze Heeren daar op iets verder gedaan, of daar over aan Hoog Dezelve, of de Ceijlonse Regeering geschreeven, veel min die Reekeningen als een verslag deeser affaire verzonden hebben, komt ons niet voor. Bij dit zelve Extract geven deze Heeren nog Elicidatie nopens de posten die bij de groote Cas debet liepen, bij de overgave van Nagapatnam, en welke door wijlen den Heer Gouverneur van Vlissingen aan de Engelse bij afpersing zoude zijn voldaan geworden, ter somma van - - - P/o: 22045. —. —. Als wel Edele is, eerde woordige hebbende men„ 3 Bod, laag 11. 30. wij wijlen lijkens van rnem Cap ppa Als de post van Tieroemenij Chittij oorspronke„ lijk uijt aan hem verstrekt Iapans staaf ko„ per in de Iaare 1776. en 1777. tot - Pa/o 3432. —. —. De post van de koopman An„ kan Patavi Rama Naijker, wegens verkogte koopmanschap„ pen in anno 1780. „„ 13419. —. —. en Den debet van en den adigaar Scheúneman, oorspronkelijk uijt aan hem verkogte peper en arak in anno 1773. „ 5194. pa/o 22045. —. —. of Als boven Hier omtrent zeggen deeze Heeren verder niets als dat dit tot Elicudatie van Hun Hoog Ed:s no„ teeren, volgens opgave van den Negotie overdraa„ ger Nieboer, vindende wij niet dat daar over 6 verder iets geschreeven is, maar wel dat gemelde Scheuneman bij zijn Request aan de Ceyjlonse Regeering in dato 27. November 1781. gepresen„ teerd, hier over nevens andere zaaken zeer omstandig handeld, en dat door wijlen —. —. den 625 den Heer Gouverneer van Vlissingen bij omstandig berigt aan Hun Hoog Edelens in antwoord op gemeld Scheunemans supplicq daar over in 't breede gesprooken, werd, sonder dat men daar van meer over en weeder schrijvens vind. Hoopende hier meede aan de g'eerde beveelen van uwel Edele Achtbaare en Edelens vol„ daan te hebben, maatigen wij ons de bij zondere Eere aan, met diepe veneratie te onderschrijven /:onderstond:/ wel Edele Achtbaare Heer en Heeren, uwel Edele Achtbaarens zeer onderdanige en gehoor„ zaame dienaaren /:was geteekend:/ Iacob Jn Jm Samiel De Raeff en I=n I:n Hasz: /:In margine:/ Palliacatta Den 9: No„ vember 1790. —. Extract niets raa melde De Compenie heeft nog verscheide debie„ teuren ter kuste Cormandel, die wij, om bij zondere reedenen tot nu toe niet hebben laaten aanstpreeken, het welk na de overgave met meerder nadruk zal kunnen geschieden. Intusschen moeten uwel Edele dezelve nader op speúren, de Reekeningen met hun lequideer en daer van soo veel in palmen, als zonder omslagtige procedures geschieden kan; Deeze debiteuren bestaan in zoo verre ons be„ kend is in de navolgende. —. De particuliere Leveransier Moettoe Diltie„ appa Poelle moet nog verantworden pro 10 6. 5. 8: Op de Leverantie van 1781. staan nog ten agteren. — Extract uijt een seerete mis„ sive door de Ceijlonsche Regeering aan die van Cormandel geschree¬ ven, in dato 30. Iunij 1785. DeP L=ra A:
English
62 25 The merchant Ramalinga Poele p o/a 628. 5: 36. Ditto Ankanpatani Rama Naijker „ 3814. 6. 6. „ „ Moetoe Waijtilingan modelij. . „ 268221. 75. „ Godawardij Goeroe Moestij Chittij „ 2123. 2. 15. „ merchants Namboer wengela kistna Chittij, and Condapille Chittij „ 811. 5. 4. Pag: 13059. 16. 56. According to a report from the Secretary Stofferberg dated 6 November 1783, there must be paid by the widow Henk pag: 4049. 7. 10. and by the children of Ian Steens Pag: 518. 12. 35. — The Company's merchant Ragoe Wengeterama Chittij is owed some money on account of delivered linens, of which the Honorable provisionally Head Administrator Tadama could not state the sum. The two merchants dismissed from trade, Donae wardappa Chittij and annam Bodlij, owe pag: 864. for which Messrs. Mossel and Simons have bound themselves as guarantors. The merchant Meddhoe Warderasoe Chittij must [illegible] 5. 70. Letter B: must still pay on a certain linen contract Pag: 1744. 11. 30. Below stood: agreed. Was signed: J. obdam First sworn Clerk. Extract from a Missive written by Their High Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia to Cormandel, dated 27 April 1787. — Because the investigation of the Arrears 120 and outstanding debts of the previous government had to be postponed due to the lack of the necessary papers, we approve that the former secretary stoffenberg was sent to Nagapatnam to collect those documents, and we now expect that Your Honor will have made the necessary haste with this matter that has dragged on for so long. Below stood: Agreed. Was signed: I. Obdam First sworn clerk. Extract Letter C: Extract from a Missive written by the Cormandel Government to Their High Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia, dated 10 March 1788. — Paragraph 50. We hope that before the closing of this letter we shall receive from Nagapatnam a distinct report of the Arrears of the previous government, and as accurate an account as possible of the loss that the Company suffered at the surrender of Nagapatnam. The former Adigaar of the villages Johannes schenneman, who to that end is still at Nagapatnam, has already made great progress with that investigation. But if we unexpectedly cannot present it to Your High Excellencies now, it will certainly happen in October next. The difficulty inherent to that investigation requires not only all attention, but also time, because the principal papers, and among them the great Cash book, are lacking to him. Below stood: agreed. Was signed: J. Obdam, First Sworn clerk. Extract from a missive written by Their High Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia to Chormandel, dated 15 April 1788. Paragraph 25. We can take no satisfaction at all that regarding the Arrears and outstanding debts of the previous Government no report has yet been given, and that matters of that nature are shelved for so long, [illegible] Paragraph 27. shelved, and the more so since we are not even informed of what became of the dispatch of the former secretary Stoffenberg to Nagapatnam to collect the necessary papers; and we thus expect that finally a settlement of affairs will be pursued. Below stood: Agreed. Was signed: I. dobdam, First sworn Clerk. — Extract from a missive written by Their High Excellencies the Honorable High Indian Government at Batavia to Cormandel, dated 29 July Anno 1788. With regard to that which was advanced by Your Honor concerning the Arrears of the previous government, and the slow progress taking place regarding that work, we refer to the remarks made in our latest rescript, trusting that the requisitions made therein will be answered without further delay. Below stood: Agreed. Was signed: I. Obdam, First Sworn Clerk. Extract from the Resolutions taken in Council of Cormandel at Palliacatta on Monday 15 September 1788. In view of the Arrears and Debts of the previous government, of which Their High Excellencies, while expressing Their Most Just displeasure, require a detailed report, it has been approved and agreed to answer in all deference that the investigation thereof, along with the compilation of a list of damages of the loss that the Company had suffered upon the surrender of Nagapatnam to the English, having been assigned to the former adigaar of the villages at Nagapatnam Johannes Scheuneman, he had departed for Nagapatnam to that end in the latter part of the year 1785; but that whatever effort he had made to trace and report the details, he had found his strongest efforts in vain, because among all the papers that had been stored there, and since brought over to this place by the former secretary Stoffenberg, none or few were to be found that could have given him as much light on those matters as he needed; that among others he missed the Great Cash Book, and [illegible]
Dutch transcription
62 25 De koopman Ramalinga Poele p o/a 628. 5: 36. d:o Ankanpatani Rama Naijker „ 3814. 6. 6. „ „ Moetoe Waijtilingan modelij. . „ 268221. 75. „ Godawardij Goeroe Moestij Chittij „ 2123. 2. 15. „kooplieden Namboer wengela kist„ na Chittij, en Condapille Chittij „ 811. 5. 4. Pag: 13059. 16. 56. volgens bericht van den Secretaris Stofferberg van den 6. 9ber: 1783. moet door de weduwe Henk worden betaald pag: 4049. 7. 10. en door de kinderen van Ian Steens Pag: 518. 12. 35. — De komp:s koopman Ragoe Wengeterama Chittij staat weegens geleverde Lijwaaten eenig geld te vooren, waar van den E: p:l Hoofdad„ „ministrateur Tadama, de som niet konde opgeeven. De uijt den handel gezette twee kooplie„ den Donae wardappa Chittij en annam Bodlij zijn schuldig pag: 864. waar voor de Heeren Mossel en Simons zig als borgen verbonden hebben. De koopman Meddhoe Warderasoe Chittij moet e mis„ g ring „ zonder dri 5. 70. L=ra B: moet nog op zeeker Lijnwaat kontract be„ taalen Pag: 1744. 11. 30. /:onderstond:/ accordeerd. /:was geteekend:/ J=n obdam E: g: Clerk: Extract uijt een Missive door Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Regeering te Batavia na Cormandel geschreeven de dato den 27. April 1787. — Dewijl het onderzoek der Achterstal 120„ len en uijtstaande schulden van het vorig gouvernement, heeft moeten uijtgesteld worden, mits gebrek aan de nodige Papieren. zoo passeren wij dat de geweesen secretaris stoffen„ berg, tot den afhaal dier documenten naar Nagapatnam is gesonden, en wij verwagten thans, dat uE: met deze zo lang getraineerde zaak, de nodige voortvaarendheid zullen hebben gemaakt / onderstond:/ Accordeerd /: was„ geteekend:/ I=n Obdam E: g: klerk. Extract L=ra C: Extract uijt een Missive door de Cormandelsche Re„ geering Aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Batavia gesz: de dato 10. Maart 1788. — §50. Wij hoopen dat wij nog voor het slui„ ten deezes van Nagapatnam ontvan„ gen zullen een distinct berigt van de Agterstallen van het voorig gouvernement, en een zoo vermogelijk accuraate opgaave van het verlies het geen de Compagnie geleeden heeft bij de overgave van Nagap:m Den geweezen Adigaar der dorpen Johannes schenneman, die zig ten dien einde nog op Nagapatnam bevind is reeds met dat onderzoek sterk gevordert. Dog zoo wij het onverhoopt Hoog dezelve nu niet kunnen aanbieden, zal het vast geschiede be„ d al was„ S: geschiede ind october aanstaande. De moeije„ lijkheid, die aan dat onderzoek vast is, vereischt niet alleen alle attentie, maar ook tijd want hem de principaalste Pa„ pieren en daar onder het groot Cassa boek manqueeren /:onderstond:/ accordeert /: was„ geteekend:/ J=n Obdam, Eerste Gesw: klerk. Extract uit een missie¬ ve door haar Hoog Edel„ heeden de Edele hooge In„ =diasche regeering te Batavia na Chormandel Geschreeven de dato 15. April 1788. §. 25. Wij kunnen in 't geheel geen genoegen neemen, dat omtrent. De Agterstallen en uijtstaande schulden, van het voorig Gouvernement als nog geen berigt gegeeven den dat zaaken van dien aard, soo lang agter de Bank geschooven worden, Lr 629 Gra E: Cra E § 27. worden, en te meer, daar wij niet eens wor„ den geinformeerd, wat er geworden is van de afzending van den geweezen secretaris Stoffenberg na Nagapatnam, tot den afhaal van de noodige papieren, en wij ver„ wagten dus, dat eijndelijk een afdoening van saaken zal worden betragt /:onderstond:/ Accor„ deerd /:was geteekend:/ I:n dobdam, E: g: Clerk. —. Extract uijt een missive door Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiasche re„ geering te Batavia na Cor„ „mandel geschreeven de dato 29. Julij Anno 1788. Met op zigt tot het door uE: ge„ advanceerde omtrent de Agterstallen, van het voorig gouver„ nement, en de trage voortgang, die om, Arend oeije¬ sie; nis Jn„ tavia reeven ge ven Ln S: „trend dat werk plaets heeft, gedraagen, wij ons om het geremarqueerde bij onse Jongste rescriptie in vertrouwen, dat aende daer bij gedaane requisiten zonder verder 4 uitstel zal beantwoord worden. (:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I=n Obdam, Eerste Gesw: Clerck. Extract uijt de Resolu¬ tien genoomen in raade van Cormandel te Palliacatta op Maandag Den 15. September 1730. Ten aanzien der Agterstallen en Schulden van het voorig gouvernement waar van Hun Hoog Edelheeden, onder het te kennen geven van Hoogst derzelver billijk onge„ „noegen een omstandig berigt requireeren, is. 1 is goedgevonden, en verstaen in allen eer„ bied te antwoorden, dat men het onderzoek daar van, neevens het formeeren van een schade Lijst, van het verlies het geen de Compagnie geleeden had, bij het overgaan van Nagapatnam, aan den Engelschen, aan den geweezen adigaar der dorpen te Nagapatnam Johannes Scheuneman hebbende opgedragen, deeze deeze ten dien eijnde, in het laatsl: van het Jaer 1785. na Nagapatnam was vertrokken, dog dat wat moeijte hij ook had aengewend, om het een en ander nate„ gaan en of tegeeven, hij zijne kragtigste pogin„ gen vrugteloos Gevonden had, uit hoofde on„ der alle de papieren die daar geborgen wae„ ven, en zeedert na herwaards overgebragt zijn, door den geweesen secretaris Stoffenberg Geene off weinige te vinden waaren die hem in die zaaken zoo veel ligts hadden kunnen geeven, als hij noodig had dat hij onder anderen miste het Groot Cassa-boek, en. agen erst 1788. 1780 en en ren
English
and the trade ledgers of 1779/80 and 1780/81, of which the first were indeed begun but not closed, and of the second nothing had seen the light of day, so that all this had almost caused him to doubt the good outcome of his commission, when the former secretary Stoffenberg found an opportunity to obtain from Mr. Cochrane, English Commissioner, the memorandum of the arrears upon which the respective administrations were surrendered to the English, and that the aforementioned former adigar of the villages, Johannes Scheuneman, has since drawn up from these papers his calculative demonstration of what the Honorable Company lost at the surrender of Nagapatnam, and what debts it still has outstanding there. While, with regard to the outstanding debts amounting to ƒ 130395. 16. —, it was agreed to assure Their High Noble Excellencies that everything possible will be done to collect the same, with the respectful representation furthermore that this Council would have attended to this long ago, had not prudence advised them to postpone the use of severe measures, for the reason that most of the debtors are residents of Nagapatnam who pretend to have an outstanding account with the Company, or that their debt was liquidated with the English after the surrender of the city, as it is respectfully maintained that such an investigation cannot yet take place, but that one will have to wait with it until the Company shall again be restored to the possession of Nagapatnam, which is generally assured; when one does not doubt a fortunate success, and to promote this, the junior merchant and invoice keeper Fredrik Willem Bloeme will be ordered by extract hereof, as he is hereby ordered by virtue of this, to state in the meantime, as accurately as possible, what the merchants of Nagapatnam have delivered upon the respective demands for the Netherlands and the Indies in the year 1781. Below stood: Agrees. Was signed: S. Obdam, First Sworn Clerk. Extract from a dispatch written by the Government of Coromandel to Their High Noble Excellencies, the Noble High Indian Government at Batavia, dated 20 October 1788. That we have not been able to give any report of the arrears and debts of the previous government in the considerable time that has elapsed since the return of our possessions has often caused us sorrow and made us fear the just displeasure of Your High Noble Excellencies; we had charged the adigar Scheuneman with the investigation thereof, who departed for Nagapatnam for that purpose in the latter part of the year 1785. But whatever trouble he took to draw up an accurate list of the damage that the Company suffered at the surrender of the main factory, he found his strongest efforts fruitless, because among all the papers that had been secured there and have since been brought here by the former secretary Stoffenberg, none or few documents were to be found that could give him as much light on that matter as he needed. He missed, among others, the general cash book and the trade ledgers of 1779/80 and 1780/81, of which the first were indeed begun but not closed, and of the second nothing had seen the light of day. This almost caused him to doubt the good outcome of his commission, when the former secretary Stoffenberg found an opportunity to request and obtain from Mr. Cochrane, English Commissioner, the memoranda of the arrears upon which the respective administrations at Nagapatnam were surrendered to the English. For it is mainly these papers from which the Adigaar Scheuneman has since drawn up his calculative demonstration of what the Honorable Company lost at the surrender of Nagapatnam. Below stood: Agrees. Was signed: J. Obdam, First Sworn Clerk. Extract from the resolutions taken in Council of Coromandel at Paleacatte, Friday, 20 December 1788. Subsequently, the Governor having made it known that he, by submitted report in Ceylon, had informed the Noble Governor Falck that the Company's merchants of Paleacatte, Donal Wardappa Chetty and associates, still owed the Honorable Company a considerable sum of old pagodas 864, and they had therefore been held accountable for it until today, but that the said sum, without his knowledge, had already been paid to the Honorable Company by one of the guarantors, the merchant Joan Daniel Simons, as evidenced by a receipt written in the own hand of Governor van Vlissingen upon the deed of suretyship, which deed reads as follows: Insertion No. 1 And whereas it fully appeared therefrom that no further claim remained, it was resolved to grant an extract hereof to the aforementioned merchants for their discharge. Below stood: Agrees. Was signed: J. Obdam, First Sworn Clerk. Extract from a dispatch by the Government of Coromandel to Their High Noble Excellencies
Dutch transcription
en de Negotie boeken van 1774 /80 en 178/. waar van de eerste wel begonnen, maer niet af„ geslooten waaren, en van de tweede niets het ligt gesien hadde, dat dit een en ander heer bij na aan den goeden uijt¬ slag van sijne Commissie had doen twijffe„ len, toen den geweesen secretaris stoffen„ berg geleegendheid kreeg, en van de Heeren Cochrane, Engelsche Commissaris te be„ koomen, de notitie van de restanten waarop de respective administratien zijn overgegeven aan de Engelschen en dat den geweezen adigaar derdorpen Iohannes Schruneman voornoemd seedert uijt deese Papieren geformeerd heeft, zijne Calculative aantooning van het geen de E: Comp:e bij de overgave van Nagapatnam verloo„ ren heeft, en wat schulden zij daar nog heeft uijtstaan. —. Vader Fra G: C=ra Terwijl met opzigt tot de uijtstaande schul„ den groot ƒ 130395. 16. —. verstaan is Hunne Hoog Edelheeden te verseekeren dat men alles wat maar mogelijk is in het werk zal stellen, om dezelve in te palmen onder eer„ biedige verthooning ten vervolge, dat deesen raad daar van allang haar werk zou ge„ maakt hebben, zoo de voorzigtigheid haar niet geraaden had, het gebruijkt van ernstige maat„ regelen uijttestellen, om reedenen de meeste der debi„ teuren en gezeetenen zijn van Nagapatnam die voorwenden een uijtstaande Reekening te hebben, met de Compagnie, of dat hunne schuld na het overgaan der stad met de Engelschen gelequideerd is, alsoo men met eerbied sus„ tineerd dat zodanig een onderzoek nog niet geschieden kan, maar men daar meede zoo lang zal dienen te wagten, tot Nader Extract uijt voorm: Resolutie de waer E nog L=ra A: de Maatschappij weeder zal hersteld zijn in het bezit van Nagapatnam het geen al„ gemeen verzeekerd word; wanneer men niet twijf„ feld aan een gelukkige reusite en sal tot bevor„ dering hier van den onderkoopman en factuur houder Fredrik Willem Bloeme bij Extract deeses worden gelast zoo als den denzelven gelast word, uit„ kragte deeses, om intusschen zoo accuraat moo„ gelijk, op te geeven, wat de kooplieden van Naga„ patnam, geleeverd hebben, op de respective Eijsschen voor Nederland en Indie, en den Jaare 1781. on„ derstond:/ accordeerd /:was geteekend S=n Obdam, E: G: Clerk. —. Extract uijt een Missive door de Cormandelsche regee„ ring Aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Indiasche Re„ geering te Batavia Geschree„ ven de dato 20. October 1788. Dat wij van de Agterstallen en Schulden van 635 van het voorig gouvernement, in zoo veel tijds als zedert de te rug gave onzer be„ zittingen verloopen is, geen berigt hebben kunnen geven, heeft ons dikwils leet ge„ daan en voor het billijk misnoegen van uwe Hoog Edelheeden doen dugten wij hadden het onderzoek daer van den adi„ gaar Scheuneman opgedragen, die daar toe in het laast van het Jaar 1785. na Nagapatnam vertrok: Dog wat moeite hij ook aanwende om een accurate Lijst te formeeren van de schade, die de Maatschappij geleeden heeft, bij de over„ gave van het hoofd Comptoir, hij vond zijne kragtigste pogingen vrugteloos, uijt hoofde, onder alle de papieren die daar geborgen waren, en seedert na herwaarts overgebragt zijn, door den geweezen Secretaris Stoffenberg, geene of wijnige documenten te vinden waren, die hem in die zaak zoo veel ligt konde en on„ E: G: sive ulden konde geven als hij noodig had. Hij miste onder anderen het groot Cassa boek; ende Negotie boeken van 17 37/80. 1789/61. waar van de eerste wel begonnen maar niet afge„ slooten waaren; en van de tweede niets, het ligt gezien had. Dit deed hem bij na twijffelen aan den goeden uitslag, van zijne Commissie toen den geweesen secretaris Stoffenberg gelegen„ heid kreeg, om van den Heer Cocrane, Engelsch Commissaris te versoeke en te bekomen de notitien van de restanten, waar op de respective Administratien te Nagapatnam overgegeven zijn aan de Engelschen. — 4. 66. Want het voornamentlijk deeze pa„ pieren zijn, waar uijt den Adigaar Scheuneman sedert geformeerd heeft, zijne Calcutative aantooning van het geen de E: Compagnie verlooren heeft bij de overgaave van Nagapatnam /:onderstond:/ 637 L=m S: Accordeerd /:was geeteekend:/ /:onderstond:/ I=n Obdam, Eerste Gesw: klerk. Extract uijt de Re„ solutien genoomen in raade van Cormandel te Palliacatta. Vrijdag Den 20. December 1788. Vervolgens door den Heer Gezaghebber te kennen gegeeven zijn de, dat zijn E: bij ingedient berigt op Ceilon aan den Edele Heer Gouverneur Falk bekend gesteld hadde, dat den Comp:s koopman van palliacatta Donal wardappa Chittij /: C: S:/ aen de E: Comp: nog een aansienlijk bedraagen van oude pa/o: 864: schuldig, waaren, en hij dus tot heeden daar voor aenspreek„ lijk was gehouden, dog dat gemelde Somma L=ma K: somma buijten zijn E: weeten, reeds aan de E: Comp: door een der borge, den koop„ man Ioan, Daniel Simons was be„ taald, blykens quitantie, eijgen handig door den gouverneur van Vlissingen, op de acte van borgtogt Geschreeven Luidende deese acte Aldus /:Insertie N:o 1:/ En wijl daar uijt ten volle bleek er dus geene pretentie meer overbleef, soo wierd verstaan Extract deeses aen of gem: koopman tot hunne decharge te verleenen. /:onderstond:/ Accordeerd /:was getee„ kend:/ I=n Obdam, E: g: Clerk. — Extract uijt een missive door de Cormandelsche Regeering aan haar Hoog Edelheeden
English
639 Number 49. The First Signatory, during his presence on Ceylon in the year 1783/4, having made known to the Government there by a submitted report that the Company's merchant Donal Wardappa Chittij cum suis were still indebted to the Honorable Company in an amount of Pagodas 864, and this merchant cum suis having been held liable for this sum until now, it appeared in our aforementioned meeting, from a deed of suretyship submitted by the merchant Jan Daniel Simons, inserted in our Resolution of December 26 of the previous year, and from a receipt signed in his own hand by Governor Van Vlissingen on that instrument, that the said surety Simons had paid this sum. Written to the Noble High Indian Government at Batavia under date of March 14, 1789. D. 50: to Per C: Paragraph 50. Thus, in the hope of Your High Excellencies' honored approval, we have discharged the repeatedly mentioned merchant cum suis of the aforementioned debt, and have caused an extract of this our decision to be delivered to him. Below stood: Agreed. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Extract from a Missive written by Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia to Coromandel, under date of March 31, 1789. Paragraph 35. Furthermore, for the reasons adduced by you, we can well allow that no serious measures have yet been taken for the collection of the outstanding debts of the Nagapatnam Government, but we expect at the same time that upon the return of Nagapatnam by the English, you will then also make the requisite haste with the settlement thereof, while 641 pa M: E while we also continue to await the result of the order given to the invoice-keeper Bloeme to report what the merchants of Nagapatnam have delivered toward the respective demands for the Netherlands and India in the year 1781. Below stood: Agreed. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Extract from the Resolutions taken in Council of Coromandel at Paliacatta, Tuesday, September 8, 1789: Furthermore, while the Governor laid on the table a receipt granted by the former Governor of Nagapatnam, Reynier van Vlissingen, to the former Paliacatta merchant Meddha Wardarasoe Chittij under date of April 15, Letter N: April 15, 1782, from which it appears that the said merchant has fully liquidated with the Honorable Company, of which proof it was thought fit to take an authentic copy, and to insert the same herewith, reading as follows: Insertion. Below stood: Agreed. Was signed: Obdam, First Sworn Clerk. Junior Extract from the Resolution taken in Council of Coromandel at Paliacatta, Friday, September 18, anno 1789. In regard to the remark made by Their repeatedly mentioned High Excellencies concerning the arrears of the former government, over the 643 Cra Letter O: the slow progress that took place in that matter, to testify to the same that to our regret one cannot well accomplish anything therein sooner than after we shall have been reinstated in the possession of Nagapatnam, as we have had the honor to report more fully concerning this in the answered Homeland Extract of December 12, 1786, Paragraph 436, inserted in the latest General Report on Ceylon. Below stood: Agreed. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Extract from a missive written by the Coromandel Government to Their High Excellencies the Noble Indian Government at Batavia, 1789. Letter J: Paragraph 21. In regard to the remark made by Your High Excellencies concerning the arrears of the former Government, over the slow progress that takes place in that matter, it grieves us that we cannot well accomplish anything therein sooner than after we shall have been reinstated in the possession of Nagapatnam, as we have had the honor to report more fully concerning this in the answered Homeland Extract of December 12, 1786, Paragraph 436, inserted in the latest General Report on Ceylon. Below stood: Agreed. Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Extract from a Missive written under date of October 18, 1789, by 643 by the Coromandel Government, written to Their High Excellencies the Noble High Indian Government at Batavia under date of March 26, Anno 1790: Paragraph 63. Besides these, there also appears before us under this heading the request made by petition from the former Major and Head of the Militia at Nagapatnam, Johan Ernst Godlieb Hazelman, to have his pay, which has been due from the Honorable Company since the year 1767 until 1781, serve toward the satisfaction of a certain warrant upon the petty cash chest granted by the former Government, amounting to Pagodas 4049. 7. 10, charged to his predecessor, the former Overseer of Works at Nagapatnam, Adam Godlieb Henk, because he is married in community of property with the widow. Below stood: Agreed. Was Letter CC: Was signed: Jan Obdam, First Sworn Clerk. Extract from a missive written by the remaining Political Members of Nagapatnam to Their High Excellencies, under date of November 22, 1783. In order to be able to report with certainty whether the remaining debts of the merchants, insofar as they concern the advances made to them on the delivery of piece goods on the new demand for the year 1781, agree with the statement of the Governor in his report, we have, in the name and by order of Your High Excellencies, had to summon those merchants as well as the private supplier Chate
Dutch transcription
639 2. 49: Den Eersten teekenaar bij zijn aanwee„ zen op Ceijlon in anno 178¾. aan de Re„ geeving aldaar bij een ingedient berigt te kennen hebbende gegeeven dat Comp:s koop„ man Donal wardappa Chittij /:C: S: aan de E: Comp: nog schuldig waaren een bedraagen van Pag: 864. en deezen negoti„ ant (: C: s:/ tot heeden aanspreekelijk ge„ weest zijnde voor deeze somma bleek, in gem: onse vergadering bij een ingediende van den tot koopman Jan Daniel, Simons acte van Borgtogt, in onse Resolutie van den 26. xber: anno p:o geincereerd, en bij eene quitantie eijgenhandig door den gouverneur van vlissingen op dat instrument ge„ teekend, dat gemelde borg Simons deese somma betaald had. Edelheeden de Edele hooge Jndiasche Regeering te Ba„ tavia geschreeven de dato 14. Maart 1789. D. 50: aan P:r C: §50. Soo hebben wij op hoops van uw hoogEdelhee„ dens g'eerde goedkeuring meerm: koopman C: S: voor voorsz: schuld vrij gekent, en aan hem extract van dit ons besluijt ter hand doen stellen. /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I=n Abdam E: G:Clerk. — Extract uijt een Missive door haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiase Regeering te Batavia na Cormandel geschreeven de dato 31. Maart 1739. §35. Voorts kunnen wij, om de door UE: bijgebragte reedenen, wel passeeren dat ter inpalming der uijtstaande schulden, van het Nagap:s Gouvernement, nog geene ernstige maat reegu„ len genoomen zijn, dog verwagten teffens dat UE: bij terug gaave van Nagapatnam door de Engelschen, als dan ook de vereijschte spoed, met de verevening derzelver sullen maaken, terwijl 641 pa : M: E terwijl wij ook den uijtslag van de gegeeven ordre van den factuurhouder Bloeme om op te geeven, wat de kooplieden van Nagap:n ge„ leevert hebben op de respective eijschen voor Ne¬ derland en India, in den Jaare 1781. blijven afwagten /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ J=n Obdam, Eerste Gesw: klerk; Extract uijt de Resolu¬ tien genoomen in Raade van Cormandel te Palliacasta; Dingsdag Den 8. ' September 1789: Terwijl voorts den heer Gezaghebber ter taffel overlijde een quitantie door den geweesen Gouverneur van Nagapatnam de heer Reijnier van Vlissingen aan den geweezen Palliacattaschen koopman Meddha Wardarasoe Chittij in dato 15. April kend:/ L:a N: 15. April 1782. verleend, waarblykt, dat gemelden koopman met DE: Comp: ten vollen gelequideerd is, van welk be„ wijs men goed vond een anthenticque Copij te neemen, en het zelve bij deesen ter insereeren, luijdende aldus. — /: Jnsertie:/ /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ Obdam, Eerste= Gesw: Clerk. —. J:r Extract uijt de Resolu¬ tie genoomen in Raade van Cormandel te Pal„ leacatta. Vrijdag Den 18. September a:o 1739. Ten aansien van het geremarqueerde door welm: haar Hoog Edelheedens omtrend de Agterstallen van het voorig gouvernement, over den 643 Cra L: O: den traagen Voortgang die in dat werk plaats hadt, hoogst dezelve te betuijgen, dat men tot ons leedwee zen daar in niet wel eerder, iets kan bewerkstel„ ligen, dan na dat wij weeder in het besit van Na„ gapatnam zullen sijn gesteld, gelijk wij d' eer hebben gehad hier van breeder temelden bij het beantwoord Patriasch Extract van den 12:e de„ „cember 1786. § 436. geinsereert bij het Jongst generaal Verslag over Ceilon /:onderstond:/ Ac„ cordeerd :/ was geteekend:/ J=n Obdam, Eerste gesw: Klerk. Extract uijt een missive door de Cormandelsche Re geeving aan haar Hoog Edelheeden de Edele India„ sche Regeering te Batavia - - ge 1 al 1789. L=: J: §: 21. Ten aensien van het Geremarqueerde door uw. hoog Ed:s omtrend de Agterstallen van het voorig Gouvernement over den traagen Voorgang die in dat werk plaats heeft, doet het ons leed dat wij daar in niet wel Eerder, iets kunnen bewerk„ stelligen, dan na dat wij weeder in het besit van Nagapatnam zullen sijn gesteld, gelijk wij d' Eer hebben gehad hier van breeder te melden bij het be„ antwoord Patriasch Extract Van den 12 en december 1786. §. 436. gein„ sereert bij het Jongst Generaal Ver„ slag over Ceilon. —. Onder stond:/ Accordeerd /:Was geteekend:/ I:n Obdam Eerste gesw: Klerk. —. Extract uijt een Missive geschreeven de dato 18. ' October 1789. — door 643 door de Cormandelsche Be„ geering aan Haar Hoog Edelheeden de Edele Hooge Jndiasche Regeering te Ba„ tavia geschreeven de dato 26. ' Maart A=o 1790: — §: 63. Behalven deeze komen ons onder dit Hoofd deel nog Voor, het bij requeste gedaan verzoek van den geweezen majoor, en hoofd der melitie te Nagapatnam Ichan„ Ernst Godlieb Hazelman, om zijne bij d' E: Comp:e te goed staande gagie zee„ dert den Iaare 1767. tot 1781. te doen die„ nen tot voldoening van zeekere ordonnan„ tie op de kleene Geld Cassa, door het Voorig Gouvernement Verleend, groot pagooden 4049. 7. 10. ten Lasten van zijn Voorzaad den geweesen. op ziender den werken te Nagapatnam Adam Godlieb Henk, Vermits hij in gemeenschap van goederen met de we„ duwe getrouw is, /onderstond:/ Accordeerd/ Was. ber door ive L:ra: CC: Was geteekend:/ I=n Obdam, Eerst gesw: Klerk. — Extract uijt een missive door de overgebleevene Politi que leeden van Nagapat„ man, aan haar Hoog Edel„ heeden geschreven de dato 22.' November 1783. —. Om met zeekerheid te kunnen melden of de restant schulden der kooplieden, Voor zoo Ver, die de Verstrekkingen aan hun gedaan op leverancie van Lijwaaten op den nuu„ wen eisch Voor anno 1781. betreffen, over„ Heer eenstemen met de opgave van den Gou„ verneur bij zijn berigt, hebben wij, uit naam en last van uwe Hoog Edelhee„ den, die manchandeurs zo wel als den particuliere Leverancier moeten Chate
English
642 Chate appa Poelle, with all emphasis, several times urged to hand in their accounts of what they still owed to the Company, but they have, so it appears to us, not been willing to comply therewith, except Ankan Patavi Rama Naiker, who has submitted a rough account to us, but about which we have not been able to examine him further, by reason of him having kept himself absent since under all kinds of pretexts, as have the other merchants and also the Interpreter of the Company; but we shall urge them further thereto, in order to be able to give your High Nobilities full elucidation thereof, and in the meantime, so far as is in any way in our power, according to the very revered orders of the same, take care for the collecting of the debts of the merchants on the delivery of the linens for the year 1781, as well as for the debt of Moetoe Chate appa Poelle on the copper contract entered into with him, amounting together according to the statement of Governor van Vlissingen to Pagodas 23125. 22. 46. Regarding the 25 e 63. pagodas that were forced upon Governor van Vlissingen for payment, and which, as we have heard, were also actually paid by them at Madras, we have the honour, for the elucidation of your High Nobilities, to note with respect that according to the statement of the Trade Transferor Nieboer, the first three items mentioned in the note of the Governor are items that ran into debit with the main treasury, and of which settlement was demanded from His Honour by the conquerors of Nagapatnam; namely: 649 The item or debit of the deceased merchant Tiermenie Chittij, amounting to Rr :s 3432. –. — Is originally from Japanese bar copper supplied to him in the years 1776 and 1777. The item or debit of Company's merchant Ankan Patavia Rama Naiker, amounting to P:r /:o 13419. –. —. Is derived from merchandise sold to him in the year 1780. The item of the Adigaar of the villages Johannes Scheuneman, amounting to P/:o 5194. –. –. Is originally from pepper and arrack sold to him in the year 1773. Below stood: Agreed. Was signed: J: Obdam, First Sworn Clerk. Account of the Native Moetoe Chattea Poele 1780. In the month of November he received from the Honourable Company: 150 bahars of Japanese bar copper, each bahar costing old pagodas 89. 12/16 3/4, making pagodas 13462. 12. -. And delivered against that: 1781. the 15th of July: 1 pack of Guineas, ordinary, bleached, length 49 1/2 Covids, old pagodas 78. 3. 40. 3 packs of Guineas, length 49 Covids at pagodas 77. 8. 50, making 232. 1. 70. 4 ditto ditto length 48 1/2 at pagodas 76. 13. 50, making 306. 6. 40. 12 ditto ditto length 48 at pagodas 75. 18. 60, making 909. 9. –. 8th of August: 1 ditto ditto length 49 1/2, making 78. 3. 40. 2 ditto ditto length 49 at pagodas 77. 8. 50, making 154. 17. 20. 4 ditto ditto length 48 1/2 at pagodas 76. 13. 50, making 306. 6. 40. 24 ditto ditto length 48 at pagodas 75. 18. 60, making 1818. 18. —. 54 packs, making 3883. 18. 10. Balance old pagodas 9578. 17. 70. Deducting from which again the amount received by the Right Honourable Governor van Vlissingen of 1300. –. –. Thus this native still remains in debit: pagodas 8278. 17. 70. Tranquebar, the 25th of December Anno 1783. Below stood: Agreed. Was signed: J: Obdam, First Sworn Clerk. 651 Account of the former Company's merchant Ramalinga Poele 1780. In the month of November he received from the Honourable Company: old pagodas 1000. –. –. 1781. in the month of January: 3000. —. —. the 20th of the same: 400. –. –. Total: pagodas 4400. –. –. And delivered against that by him, namely: 1781. 9th of March: 1 pack of Guineas, ordinary, unbleached, 2nd sort, length 48 Covids, pagodas 76. 19. 20. 1 ditto ditto ditto 3rd sort, length 49 1/2 ditto, pagodas 74. 6. —. 3 ditto ditto length 49 ditto at pagodas 73. 12. — per pack, making 220. 12. —. 2 packs of Guineas, ordinary, 3rd sort, length 48 1/2 Covids at pagodas 72. 18. -, making 145. 12. —. 3 ditto ditto ditto ditto length 48 ditto at pagodas 72. –. -, making 216. —. —. 1 pack of Guineas, ordinary, bleached, Sadraspatnam sample, 2nd sort, length 49 Covids, pagodas 93. 19. —. 1 ditto ditto ditto length 48 1/2 Covids, pagodas 92. 20. —. 2 ditto ditto ditto length 48 Covids, at pagodas 91. 21. per pack, making 183. 18. -. 1 ditto ditto ditto length 48 Covids, 3rd sort, pagodas 89. –. —. 16th of July: 1 ditto ditto ditto length 48 Covids, 2nd ditto, pagodas 91. 21. —. 1 3/4 ditto ditto ditto length 48 ditto, 3rd ditto at pagodas 89. per pack, making 155. 18. —. 1/2 pack of Bethilles Ternatanes, 2nd sort, at pagodas 124. 3. 40, making 62. 1. 60. 1 pack of Guineas, ordinary, bleached, 2nd sort, length 48 1/2 Covids, pagodas 92. 20. —. 1 ditto ditto 2nd sort, length 48 Covids, pagodas 91. 21. —. 2 ditto ditto 3rd sort, length 48 Covids, at pagodas 89. -. per pack, making 178. —. —. 1 ditto ditto broad blue, 3rd sort, length 48 Covids, pagodas 101. 22. 14. 2 packs of Salempores ditto 3rd sort at pagodas 90. 15. 60, making 181. 7. 40. Total pagodas 2148. 1. 54. 1781. In February the robber bands of the Nawab Hyder Ali Khan carried off several linens that were with the washers, to an amount of pagodas 1343. 12. 20., making 3491. 13. 74. Deducting the lesser from the greater, he still has to account for pagodas 908. 10. 6. Which is carried forward.
Dutch transcription
642 Chate appa Poelle met alle nadruk, diverse maalen aangemaand om hunne reekeningen van het geen zij nog aan de Compagnie schuldig waren in te leveren dog zij hebben daar aan zo het ons toescheijn niet willen voldoen, uit gezondert Ankan Patavi Rama Naiker die aan ons een ruwe Rekeening heeft, overgegeeven, dog waar over wij hem niet nader hebben kun„ nen onderhouden, uit hoofden hij Seëdert onder allerlij Voor Wendzels, zig abzent gehouden heeft gelijk de ancere koop„ lieden ook den Tolk van de Compagnie maar wij zullen hun daar toe na„ der aanmaanen, om er uw Hoog Edel„ heeden volkoomen elucidatie van te kunnen geven, en intusschen, Voor zoo ver maar eenigzint in ons ver„ mogen is, naar hoog der zelver zeer 6 E gevenereerde ordre zorg draagen, voor de impalming der schulden van de kooplieden op de leverancie der lij„ waaten Voor Anno 1781. mitsgaders Voor de schuld van moetoe Chate appa Poelle sw: ve Poelle op het met hem aangegaan kooper Contract, bedaagende te zaamen volgens op„ gave van den Gouverneur van Vlissingen Pagooden 23125. 22. 46. —. Belangende de 25 e 63. pagooden; die den heer Gouverneur van Vlissingen ter be„ taaling zijn opgedrongen, en die zo wij gehoord hebben, ook werkelijk door ken op Madras zouden betaald zijn, hebben wy de eer tot elucidatie van uwr Hoog Edelheden, met Eerbied te noteeren, dat volgen opgave van den Negotie overdrager Nieboer, de drie eerste posten bij de notitie van den Heer Gouverneur vermeld, posten zijn die bij de groote kas de bit ge„ loopen hebben, en waar van de voldoening van zijn Ed: gevorderd door is, de overwinnaars van Naga„ pat„ 649 patnam; Als De post of debit van den overleeden koopman Tiermenie Chittij - . . . . . . 9 ro0t Rr :s 3432. –. — Js oorspronkelijk uit aan hem Verstrekt Japaansch Staafkoo„ per in de Jaaren 1776. en 1777. —. De Post of debit van Comp:s koopman Ankan Patavia Ra„ ma Naiker, Groot. . . . . . P:r /:o 13419. –. —. Js herkomstig uit aan hem Verkogte koopmanschappen in A:o 1780. — De Post van den Adigaar der dorpen Johannes Scheuneman monteerend - - - - - . . groot P/:o 5194. –. –. Is oorspronkelijk uit aan hem Verkogte peper en arrak in A„o 1773. /:onderstond:/ Accordeerd:/ was geteekend:/ J: Obdam, Eerste gesw: klerk. — Reekening hoof per. gen Reekening van den Inlander Moetoe Chattea poele„ 1730. In de Maand November heeft hij van d'E: Comp:e genooten 150. baaren Japanse staaff, Koper, kos„ tende ieder baar oude - - - . pa/o: 89. /¾. . prso 13462. 12. -. 16 En daar en teegen geleeverd 1781. den 15. Julij 1. Pack guinees gemeen gebl: 1 ƒ L:d 49½. C: - - - oude pa/:o 78. 3. 40. 3 Pak guinees L: 49 C: a: pC: 17. 8. 50. . „ 232. 1. 70. 4. d„o d„o „ 48½. „ „ „ 76. 13. 50. . - „ 306. 6. 40. 12. „ „ „ 18. „ „ „ 75. 18. 60. -. „ 909. 9. –. „ „ 8. Aug:s 1. „ „ „ 49½. „ „ - - - - - - „ 78. 3. 40. „ „ 49. „ „ „ 77. 8. 50. . . „ 154. 17. 20. 2. „ 4. „ „ „ 48. ½. „ „ „ 76. 13. 50. –. – „ 306. 6. 40. 24. „ „ „ 48. – „ „ „ 75. 18. 60. –. – „ 1818. 18. —. 54. Pakken - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3883. 18. 10. Rest oude - - - - - pr: 9578. 17. 70. Waar van weder de door den WelEdele gestrenge heer Gouverneur van Vlissingen Aftrekkende zoo blijft hij inlander nog debit - - - - prs: 8278. 17. 70: Tranquebare Den 25. December Anno. 1783. /. /:onderstond/ Accordeerd:/ was geteekend:/ J: Obedlam, E: g Clerk genootene - - - - - - - - - - - - „ 1000. –. –. Reekening L= :R: 65 1 L:: S: poele „ „ 16. Julij 1780. Inde Maand Nov: heeft hij van d' E: Comp:e genooten oude p=r C:o 1000. 1781. „ „ d„o Ianuarij - - - - - - - - - - - - - - „ 3000. —. — „ den 20. . _„o. . - - - - - - - - - - . . . . . „ 400. –. – no f:o 4400. –. –. . Reekening van den gewesen 's Comp:s koopman Ramalinga Poele En daar en tegen door hem geleeverd, als 1781. „ 9. Maart 1. pak guin:s Gemr: ruw 2. L:t Lang 18. C: - pC: 76. 19. 20. 1. . . „ d„o d„o d„o 3. „ d:o 49½. d:o - - „ 74. 6. —. „ 3. „ „ 49. –. „ â:. 3. -. „ het pak: pr/: 73. 12. —. . . . . . . „ 220: 12. —. 2. – „ guin:t gem: 3. Z. t lang 48. ½ @: a: pr 2. 18. -. „ 145. 12. —. 3 „ „ „ „ „ „ 48. — „ „ „ 72. –. . . „ 216. —. —. 1. - „ „ „ gebl„t Sadraspatnamse :-„ monster 2. Z„t lang 49. Ca: - - - - „ 93. 19. —: 1. - „ „ „ lang 48. ½. @a:. . . . . . . . „ 92. 20. —. C: 2. „ „ „ „ 48. –. „ 't pak: pr: 91. 21. . . „ 183. 18. -. x tr 1. -. „ „ „ „ 48. –. „ 3. Zoort - - - - „ 89. –. —. 3 Iunij - . . 1. –. „ „ „ „ 18. –. „ 2. d„o. . . . . „ 91. 21. —: 1. ¾ „ „ „ „ 48. —. „ 3. d„o a: 't pak p:s 9. „ 155. 18. —. + —. ½. „ beth:s Ternalanes „ 2. „ „ „ „ „ 124.340. „ 62. 1. 60. 1. -. „ Guin:s gem: gebl:t 2. Z:t lang 18½ C:t - „ 92. 20. —. o 1. „ d: o „ 2. Z:t lang 18. C:. . . - - - - „ 91. 21. —. 2. -. „ „ „ 3. „ „ 48. –. „ â: 't pak pa/o: 89. -. . . . . . . . . „ 178. —. —. „ 1. –. „ „ br: blaauw 3. Z:t lang 18. Ca: - - . - „ 101. 22. 14. 2. -. „ salemp:s „ d:o 3. „ â: p r/o: 90. 15. 60. -.- „ 181. 7. 40. Teld. - - - Pag: 2148. 1. 54. 1781. In febr: Hebben de Roofbenden van den Nabab Haijder Alichan diverse lijwaa„ len, die bij de Wassers ge„ weest zijn, weg gevoerd, tot een bedragen van - - - - - - - - - . „ 1343. 12. 20. „ 3491. 13. 74. Het mindere van het meerdere aftrekkende zoo moet hij nog verantwoorden - - - - - - - - - „ 908. 10. 6. Die Transporteere 12. —. „ 10. 18. 70. .
English
Brought forward - - - - - pagodas 98. 18. 6. 8. August - 1. - 1780: In the month of November the said merchant entered into an apport contract of pagodas 25000, but received no more of this than In that same month - - - - pagodas 5000. –. –. 1781. In March - - - - - - 360. –. –. April - - - - - - - 1336. 12. — or together . . . pagodas 696. 12. -. Against which was delivered 1781 9. March 2 packages of fine bettilles of 3 Cobidos at the package pagodas 236. 22. -. - pagodas 473. 20. -. 1 ditto fine broad guinees 2nd sort 125. 5. —. 3 ditto Ternatanes bettilles 2nd sort at pagodas 124. 3. 40. 372. 10. 40. 23. June 1 ditto broad blue guinees length 48 Cobidos 101. 22. 14. 1 ditto salempores 3rd sort 90. 15. 60. 1 ditto Ternatanes bettilles 2nd ditto 124. 3. 40. 6. July 1 ditto fine ditto of 2 Cobidos 236. 22. —. 1 ditto fine bleached guinees 2nd sort length 50 Cobidos 140. 13. 40. 1 ditto ditto of 1 ½ Cobidos broad 2nd sort 125. 5. -. 1 ditto olisaals 2nd ditto 143. 23. 20. 2 ditto bleached salempores of 9 Caab 2nd sort at the package pagodas 83. -. - 166. –. –. 9 ditto bleached salempores 3rd sort at the package pagodas 81. - - 729. –. –. 1 ditto coarse bettilles of 3 Cobidos broad 2nd sort 175. 20. –. 1 ditto bleached salempores of 9 Caal 3rd sort 81. –. –. 1 ditto cambays 99. 19. 20. ditto 99. 19. 20. 28 packages of linens amounting to pagodas 3285. 22. 14. Carried forward pagodas 3285. 22. 14. pagodas 696. 12. —. pagodas 90. 10. 6. The former Governor of Coromandel the Honorable Mr. Van Vlissingen has taken from him, the merchant 2000. –. –. The goods which the English at Nagapatnam took from his house and sold, amount according to the gentleman's appended note to 924. 9. 75. Paid by him at Madras to the English 400. —. —. 610. 8. 9. 86. 3. 71. The two items which the often-mentioned merchant must account for to the Honorable Company amount together to old Pagodas 994. 13. 77. Tranquebar the 20th December Year 1783 Agreed was signed underneath Jan Obdam, First Sworn Clerk Brought forward pagodas 3285. 22. 14. 696. 12. 8. 1. Note Note of the goods which the English at Nagapatnam took from the house of the Company's merchant Ramalinga Poele; namely: 43 ½ corges unfinished spreads or dimity costing each corge pagodas 4 5/8 pagodas 201. 4. 40. ½ ditto fine guinees 35. 3. 30. 14 pieces fine salempores 13. 11. 10. 2 corges brown-blue salempores 46. 23. 50. 32 ditto cambays 149. 14. 40. 5 ditto fine penasses 116. 4. —. 3 ½ ditto common guinees 132. 14. 65. 1 ditto gingham bed ticking 17. 6. —. 1 roll damask 12. —. —. 3 corges chintzes 60. —. —. 2 ditto tapies 10. —. —. 384 paras paddy 80. —. —. Sum Pagodas 924. 9. 75. Tranquebar the 20. December 1783. underneath Agreed was signed J:s Obdam First sworn Clerk. Account 655 53 Letter P: Account of the former Company's merchant Moetoe Waijtelinga Moddeliaar. 1781 the 1. December Received by him from the Honorable Company pagodas 1000. –. –. 1782 12. January ditto from ditto ditto ditto 3000. –. –. 6. February ditto from ditto ditto ditto 400. –. –. On account of an account of Mazulimanie pandarum 244. 14. 65. Total Pagodas 4644. 14. 65. From which to deduct The amount of the linens delivered by the said merchant according to the record of the invoice keeper Mr. Fredrick Willem Bloeme pagodas 1717. 2. 5. The cost of that by the English at Nagapatnam The proceeds of the goods which the English sold on the occasion when the often-mentioned merchant found himself at Madras 1580. 23. 47. The amount paid by him at Madras to the English according to an account submitted by them 1315. 23. 12. for Pagodas 4644. 14. 65. The interest on the above-mentioned amounts of pagodas 1345. 23. 42. since the 10. February to 5. July pagodas 59. 35. 40. Paddy taken over -. 13. 53. The interest further paid for the remaining days 23. 9. 40. The fees of the Council of Justice at Madras 30. –. –. The amount paid to the messenger 13. —. —. Carried forward pagodas 126. 4. 40. pagodas 4644. 14. 65. pagodas 4. 14. 15.
Dutch transcription
P„r Transport - - - - - . r/: 98. 18. 6. „ „ 8. Atug: -. 1. -.„ 1780: In de maand November heeft gemelde marchiandeur een appoirt Contract van pra/o: 25000. aangegaan, dog daar van niet meer ontfangen, dan In die selfde maand - - - - . . . - - - pa%o: 5000. –. –. 1781. In Maart - - - - - - - - - - - - - - - - „ 360. –. –. „ April - - - - . . . . - . . . . - - - - - - „ 1336. „ 12. — off te samen. . . . . pr/o 696. 12. -. Waar op geleverd 178. en 9. Maart . 2. -. pakken bettules fijne d. 3. Cob:s a 't pak pra/o: 236. 22. -. . -. - . - pa/o 473. 20. -. 1. —. d„o guin:s fijne breede 2. z„t . . . . „ 125. 5. —. 3. —. „ beth:d ter natanes 2. Z:t â: „ pa/o: 124. 340. - - . . . . . „ 372. 10. 40. „ „ 23. Iunij. . . 1. –. „ guin:s br: bl: Lang 48. C:s - . . . „ 101. 22. 14. 1. –. „ Salemp:s „ „ - - - . . . . 3. Zoort. . „ 90. 15. 60. 1. —. „ beth: ternatanes. . . . 2. d:o . . „ 124. 3. 40. „ „ 6. Iulij - . - . 1. -. „ d:o fijne d' 2. Cob:s - - - - . „ 236. 22. —. 1. –. „ guin:s fijne gebl:t 2. zoort - - - - „ Lang 50. C: - - - „ 140. 13. 40. _o. 1. -. „ d:o d„o d. 1. ½. Cob:s breet. 2. Zoort - - - - - „ 125. 5. -. 1. -. „ olisaals 2. d:o. . . . . „ 143. 23. 20. 2. -. „ Salemps gebl:t d. 9. Caab 2 z„t a: 't pak p7: 83. -. - „ 166. –. –. 9. —. „ Salemp:s gebl:t 3. zoort -a. „ het pak pr:o 81. - - . „ 729. –. –. 1. - „ bethilles groove de 3. Cob:s br=t 2. Zoort - - - - „ 175. 20. –. 1. —. „ Salemp:s gebl:t d' 9. Caal 3. Z„t „ 81. –. –. 1. . . . „ Cambaijen - - - - - . . . „ 99. 19. 20. _„o. . . - - -. . . . „ 99. 19. 20. 28. –. Pakken Lijwaaten bedraagende - - p/: 3285. 22. 14. Transporteere - - - Rr/:o 3285: 2 14 „s 696 12. —. p:s 90. 10. 6. 10 - Den gewesene Gouverneur van Cormandel den Edelen Heer Van Vlissingen heeft van hem Koop„ man genoomen - - - - - „ 2000. –. –. De Goederen die de Engel„ schen op Nagapatnam uijt zijn huijs gehaald en verkogt hebben, bedraa„ gen volgens de Heer nevens gevoegde notitie - - - - . . „ 924. 975. Door hem op Madras aan de Engelschen afgelegd - - - „400. —. —. „ 610: 8. 9: ƒ 86. 3. 71. De beijde posten, die dik ge„ repte Koopman aan d' E: maat„ schappije verantwoorden Pag: 994. 13. 77. moet, bedragen te saamen oude - --- Tranquebar Den 20:' December A„o 1783: Accordeerd :/ was geteekend:/ /:onder Hond:/ J=n Obdam, Eerste Gesw: Klerks.— Transport - - - - pr: 3285: 2: 4 696 1 . 8. 1. . . Pr Notitie Notitie van de Goederen, die de uit t Huis van Comps. Koopman Engelschen te Nagapatnam Rama„ linga Poele gehaald hebben; Als. —. 43. ½. Corg:s Onopgemaakte sprijen of dimitij kos„ 3 tende ider Corgie pa/o 4 5/8: - - - - - p/:o 201. 4. 40. —. ½. d„o Guinees fijn - - - - - - - - - _ _ „ 35. 3. 30. 14. –. Stukk: Salempoeris fijne - - - - - - - - „ 13. 11. 10. 2. –. Corg:s Salempoeris bruijn blaauw - - - - . „ 46. 23. 50. 32: —. d„o Cambaijen - - - - - - - - - - - - - - „ 149. 14. 40: 5. —. d„o fijne penassen - - - - - - - - - - - „ 116. 4. —: 3. ½. „ Guinees Gemeene. . . . . . . „ 132 14. 65. 1. —. „ gingam beddelijk - - - - - - - - - - - „ 17. 6. —. 1. „ rol Damast - - - - - - - - - - - - - „ 12. —. —. 3. „ Corg:s Chitsen - - - - - - - - - - - - „ 60. —. —. 2. „ d„o Taapies - - - - - - - - - - - - „ 10. —. —. 384. - pann:s Nelij _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 80. —. —. 178 Somma . . . - Pag: 924. 9. 75. Tranquebar Den 20. December 1783. — /:onderstond:/ Accordeerd:/ was geteekend /: I:s Obetam„ Eerste gesw: Clerk. —./. ƒ: Reekening v 655 53 L=r P: Reekening van den geweesene Comp:s koopman Moetoe Waijtelinga Moddeliaar. —. 1781 den 1. dec: Door hem van d' E: komp:s genooten. . . . . . . pr: 1000. –. –. do „ 6. febr: 1782. „ 12. Janu: d„o „ „ „ „ d„o d=o. - - - - - - - - - - - „ 3000. –. –. Weegens een Reekening van Mazulimanie pandarum - - - - - „ 244. 14. 65. Teld - - - - Pag: 4644:14. 65. „ „ „ „ „ d„o . d„o. - - - - - - - - - - - „ 400. –. –. Waar van de traheere Het bedragen der door gemelde Koopman geleverde Lywaaten volgens aantekening van den factuur houder de heer fredrick Willem bloeme. . . . . . . . . . . . : pr„/s 1717. 2. 5. Het kostende vande door de Engelsen te Nagapatnam Het provenue der goederen die de Engelschen verkogt heb„ ben ter gelegendheijd dat meer melde marchi„ andeur zig te Madras bevond - - - . - - - - - - „1580. 23. 47. Het door hem betaalde te Madras aan de Engelschen volgens een door haar overgegevene reekening - - - - - - - - „ 1315. 23. 12. te P=r Pag: 4644. 14. 65. De Intrest penningen op bovengemelde bedragen van pC:o 1345. 23. 42. 't zedert den 10. februarij tot 5. Julij - Ar: pr:o 5935: 40. over genomene Nelij - - - - - - - - - - - - - „ —. 13. 53. De nog nader betaalde Jntrest voor de overige dagen - . . . . . . . . . . „ 23. 9. 40. De ongelde van den raad van Justitie te Madras _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _ - - - - „ 30. –. –. Het betaalde aan de boode - _ - - - - - - - „ 13. —. —. Transporteere sr: Pag: 126. 4 /r „s 64 14 65r :s 4. 14. 15. _o
English
Carried forward star pagodas 126. 4 1/2 [illegible] Making the said star pagodas with 8 per cent agio: 136. -. -. Paid to the Noble Lord Governor Van Vlissingen, on account of the loss sustained by Mazulimanapandarum: 360. -. -. Lost at the washers on the occasion when the cavalry of Haijder Alij appeared in the Company's villages: 356. -. - f 96. 14. 6. Remainder due to him: pagodas 352. - Tranquebar, 30 November 1783. Below stood: Agreed. Was signed: J:n Obdam, former clerk. Letter U: Account of the undersigned, Company's merchant at Nagapatnam, Goedawartij Goermoertij Chittiaar. 1780, 30 November: Received from the Honorable Company: old pagodas 1000, agio: f 10. -. - 1781, 3 January: 3000, agio: 3300. -. - Carried forward: pagodas 4040. -. - And delivered against this: Various linens according to the note of the invoice keeper, Mr. Fredrik Willem Bloeme, to an amount of old pagodas 2365. 21. 65, or: star pagodas 2602. 1/2. -. as well as 15 pieces of bunting: 17. 1/2. -. Carried forward: star pagodas 2620. -. -. The linens that were carried off in the year 1781 by the raiding bands of the Nawab Haijder Aliechan 3 March: 400, agio: 440. -. - Carried forward amount to old pagodas 875. 10. 12, or: star pagodas 963. -. -. The cost of 3/20 pack containing 3 cobangs, which Mr. Bloeme took from me and gave to the merchant Ramalinga Poele, with the promise to credit it to my account: old pagodas 67. 8. -, or: star pagodas 72. -. -. The goods that the English at Nagapatnam took from my house and sold cost, according to the attached note: 1050. -. - 2085. -. - 105. -. -. Subtracting the lesser from the greater, I still have to account to the Honorable Company for: star pagodas 135. -. Tranquebar, 21 December Anno 1783. Below stood: Agreed. Was signed: J:n Obdam, former clerk. Carried forward: star pagodas 2620. [illegible] 40. -. -. Note of the goods that the English at Nagapatnam took from the house of the Company's merchant Goedawartij Goermoertij Chittiaar, namely: Various linens, Company assortment, to an amount of: pagodas 540. -. -. 10 bahars of indigo: 200. -. -. Some tassels, mattresses, tents, etc., belonging to 2 palanquins: 50. -. -. 5 mirrors: 10. -. -. Various cloths and other trifles: 145. -. -. Paddy: 50. -. -. 3 rolls of Chinese silk: 10. -. -. Porcelain: 20. -. -. Gum: 25. -. -. Total: pagodas 1050. Below stood: Agreed. Was signed: J:n Obdam, former clerk. 1644. 14. 6. Carried forward: star pagodas 126. 4 1/2 [illegible] Making the said star pagodas with 8 per cent agio: 136. -. -. Paid to the Noble Lord Governor Van Vlissingen, on account of the loss sustained by Mazulimanapandarum: 360. -. -. Lost at the washers on the occasion when the cavalry of Haijder Alij appeared in the Company's villages: 356. -. -. 5496. 14. 6 Tranquebar, 30 November 1783. Below stood: Agreed. Was signed: J:n Obdam, former clerk. Letter U: Account of the undersigned, Company's merchant at Nagapatnam, Goedawartij Goermoertij Chittiaar. 1780, 30 November: Received from the Honorable Company: old pagodas 1000, agio: 100. -. - 1781, 3 January: 3000, agio: 3300. -. - 3 March: 400, agio: 440. -. - Carried forward: star pagodas 4840. -. - And delivered against this: Various linens according to the note of the invoice keeper, Mr. Fredrik Willem Bloeme, to an amount of old pagodas 2365. 21. 65, or: star pagodas 2602. 1/2. -. as well as 15 pieces of bunting: 17. 1/2. -. Carried forward: star pagodas 2620. -. -. The linens that were carried off in the year 1781 by the raiding bands of the Nawab Haijder Aliechan Carried forward Remainder due to him: pagodas 852. -. -
Dutch transcription
Pr Transport str RrC: 126. 4 ½ :s 64: 4 65 :s 4 Maakende gemelde ster pagoden met 8. p„r Cento opgeldt: 136. —. –. Het betaalde aan den Edelen Heer Gouverneur van Vlis„ singen, wegens het verlies dat Mazulimana pandarum gekreegen heeft. . . . . . . . . . . . „ 360. –. –. Het verboorene bij de wassens ter gelegendheijd dat de ruijters van Haijder Alij in'sComp:s dorpen verscheenen zijn - - - „ 356. –. – „ƒ96. 14. 6. — Restoft geen hem Compateerd - - - - - - - - - p f: 352. - Tranquebar Den 30. ' November 1783. /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I:n Obdam, E: g: klerk L:r U: Reekening van den ondergeteekende 'sComp:s koopman te Nagapatnam Goedawartij Goermoertij Chittiaar. —. 1780. den 30. 9ber: Heb ik van de E: Comp:e genooten - - - . oude- pr: 1000. opp:s ƒ 10. — . — 1781. „ 3. Janu: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3000. „ „ „ 3300. –. – Tele port. - . - - - - - p:o 4040. —. — En daar en teegen geleeverd Verscheijde lijwagten volgens aanteekening van den factuur houden den heer Fredrik Willem Bloeme tot een bedragen, E van oude pag: 2365. 21. 65. of - - - - - - - - - p:s pr: 2602. ½. -. zoo meede 15. —. p:s vlaggedoeken - - - - - - - - - - - - - „. - „ 17. ½. —. Ports:o. . . pra/o: 2620. –. –. De Lijwaaten, die in A:o 1781. door de roofbender van den nabab Haijder aliechan weg gevoerd „ „ 3. Maart. . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 400. „ „ „ 440. –. – Transporter por 620 1 zijn 657 zijn bedragen oude pC:o 875. 10. 12. of P:. . . . p/:o 963: –. –. Het kostende van 3/20. pak beth:d de 3. Cob:s, dewelke den heer bloeme van mij genomen in aan den koopman Ramalinga poele gegeven heeft heeft, met belofte de zelve ten mijnen voor„ deele te zullen brengen oude pag: 67. 8. –. of P: - prC: 72. –. –. De goederen die de Engenschen op Nagap=m uijt mijn huijs gehaald, en verkogt hebben, kosten volgens de hier bij gevoegde notitie – - - - - „ 1050. — - — „ 2085. -. - 105. —. -. Het Mindere van het meerdere aftrekkende, zoo moet ik nog aan d'E: Comp:e verantwoorden - - - - - - - - - - - P=lo pr/o 135. —. Tranquebar Den 21. December Anno 1703. /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I=n Obdam, E: G: Clerck. —. Pr Transport - - - - - - - par:s p„r 2620. 8: C:s 40. —. -. Notitie van de goederen, die de Engelschen te Nagapatnam uijt het huijs van 'sComp:s Koopman Goe„ dawartij Goermoertij Chittiaar gehaald hebben; Als Diverse Lijwaaten Comp:s zorteering tot een bedragen van - - - - - - - p: 540. –. –. 10. –. Baaren Indigo . . . . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - „ 200. –. –. Eenige quasten, bulsakken, tenten Etc:a, die tot 2. palenquins gehooren - - - „ 50. —. —. 5. —. Spiegels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10. –. -. Diverse kleeden, en andere Kleenigheeden - - - - - - - - - - - - - - - „ 145. -. Teld /:onderstond:/ Acordeerd:/ was geteekend I:n Obdam, E: gew: Clerck. —. Nelij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - - . . . . . „ 50. –. –. 3. —. Rolle Chineese zijde. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10. —. —. porcelijnen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20. —. —. gom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 25. —. —. -. Pag: 1050. :—= Rees 1644. 14. 6„ 6 . .. Pr Transport st„ 17:126 4 1½ „ 64 16: : 41 Maakende gemelde ster pagoden met 8. p„r Cento opgeld z: 136. —. —. Het betaalde aan den Edelen Heer Gouverneur van Vlis„ singen, wegens het verlies dat Mazulimana pandarum gekreegen heeft. . . . . . . . . . . . „ 360. –. –. Het verloorene bij de wassens ter gelegendheijd dat de ruijters van Haijder Alij in'sComp:s dorpen verscheenen zijn - - - „ 356. –. –. „5496. 14. 6 Tranquebar Den 30. ' November 1783. /onder stond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I:n Obdam, E: g: klerk L:ra U: Reekening van den ondergeteekende 'sComp:s koopman te Nagapatnam Goedawartij Goermoertij Chittiaar. —. 1780. en 30. 9ber: Heb ik van de E: Comp:e genooten - - - - oude -p7: 1000. opp:r „s 100. – . – 1781. „ 3. Janu: - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 3000. „ „ „ 3300. –. – „ „ 3. Maart. . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 400. „ „ „ 440. –. – Teld port . . . . - - pr/o 4840. –. — En daar en teegen geleeverd Verscheijde lijwagten volgens aanteekening van den factuur houden den heer Fredrik Willem Bloeme tot een bedragen, E van oude pag: 2365. 21. 65. of - - - - - - - - - p:s pr: 2602. ½. –. zoo meede 15. —. p:s vlaggedoeken - - - - - - - - - - - - - „. - „ 17. ½. —. Ports:o . . . pra/o 2620. –. –. De Lijwaaten, die in A:o 1781. door de roofbender van den nabab Haijder aliechan weggevoerd Transporterer par 6520 — Restoft geen hem Compateerd . . - - - - - - - pr: 852. -. – zijn
English
657 amounts to old pC:o 875. 10. 42. or P: p/o 963: –. –. The cost of 3/20 pack beth:d of 3 Cob:s, which Mr. bloeme took from me and gave to the merchant Ramalinga poele, with the promise to credit the same to my account, old pag: 67. 8. –. or P: pr/: 72. –. –. The goods which the English at Nagap=m took from my house, and sold, cost according to the note attached hereto - - - - - 1050. — - - ƒ 2085. - - 15. -. Deducting the lesser from the greater, I must still account for to the Hon. Company - - - - - - - - - - - P=rso pr/o 135. –. - Tranquebar the 21 December Anno 1703. beneath stood: Agreed was signed: I=n Obdam, First Sworn Clerk. —. Carried forward - - - - - - - - par:s prs 620. p:r C:os 140. -. -. Note of the goods which the English at Nagapatnam took from the house of the Company's merchant Goedawartij Goermoertij Chittiaar; namely Various linens Company's assortment to an amount of - - - - - - - - p: 540. –. –. 10. –. Bahars Indigo - - - - - - - - - - - - - - - - 200. –. – Paddy - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 50. –. –. Some tassels, mattresses, curtains etc., belonging to 2 palanquins - - - 50. —. —. Various cloths, and other small items - - - - - - - - - - - - - 145. —. —. beneath stood: Agreed: was signed I:n Obdam, First Sworn Clerk. — 5. -. Mirrors - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 10. —. -. 3. —. Rolls Chinese silk - - - - - - - - - - - - - - 10. —. —. Porcelains - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 20. —. –. Gum - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 25. —. —. Total - - Pag: 1050. 1465 6 Account of the renter For the dues of the villages Fatoer and Boepalaraijaparam, vide submitted account of the former adigar of the villages Johannes Schuneman to the Messrs. Agents of the Captors. - - . . - - - - p. a/o: 146. 4. 40. Nagapatnam the 10th February lower: Settled was signed still lower: Agreed: signed: Debit Letter V: AVa 659 Credit Namboer Wengata histna Chittiaar To cash accounted for to the Messrs. Agents P: N: Pag: 485: 5: 4:. . . .. p p: 446: 4. 40. February Anno 1782. Basil Cochrane adjunct for the army. J:n Obdam, First Sworn Clerk. — Debit Namber Wengata Kistna, Chittij and 1780/81. December January February 1779/80. August ult:o To Cash for the amount delivered for the collection of linens on the Batavia requisition India r 8500. —. –. ƒ 38250. —. Cash for the manufacture of linens. - N: – - 68. 4. 29. 306. 16. 8. Ditto for the manufacture of linens for the year 1781. vide general cash book 1780/81. - N. - 1000. –. –. 4500. –. –. To the same - - - - - - - - - - - - - 3000. –. –. 13500 –. –. Cash for the collection of linens for the year 1781. for the Cape according to general cash book. . . 400. –. –. 1800. –. –. Fine imposed according to council's resolution of the 1st December 1780. for that which the renter Mazulimanie Candarum fell in arrears through the actions of the inhabitants - - 244. 14. 65. 1100. 15. —. Nag: Pagodas - - - - - - 13212. 19. 1. ƒ59457. 11. 8. Brought forward the above-mentioned balance, of N: Nagap:s pr: 937. 19. 25, which amounts to at 108. per 100. star pagodas - - - - - p/: 861. 40. –. Interest thereon from the 10th February to the 12th July, being 5 months 2 days, at 12 per cent - - - - - - - - - - - - - 43. 24. — Madras Star Pagoda 904. 20. —: Madras the 12th July beneath stood: Agreed: was Cuthbert, Basil Cochrane, and Alexander 661 66 ondoepilie Chittij their account current with Arthur Credit. Prize agents for the captors of Nagapatnam. —. 1780. August by various linens delivered to the Company Vide Journal - - - - - - - N: – pC: 8568. 4. 20. ƒ 38556. 16. —: By various ditto - . . . . . . . . . . 3588. 18. 16. 16149. 11. –. By Paddy NB: taken by Mr. Cochrane by force from my house and sold for P: N:o pag: 129. 10. 25. 117. 16. –. 529. 10. —. By ditto 3 measures for 1 f:t - - - - - - —. 8. 53. 1. 12. 8. By Balance - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ 97. 19. 2. 128. 2. —. - Nagapatnam Pag: 13212 14. 4 ƒ 47. 11. 8. Anno 1782. . signed: I=n Obdam, First Sworn Clerk. — —. Examined the Regent No. 14 663 Register of the following Coromandel pay books, which in the presence of specially appointed commissioners have been properly and well-conditioned packed into this small chest, to be sent via Ceylon to the Fatherland; to wit. Palliacatta in Fort Geldria the 19th January 1792. was signed: L: A: de Brugijs S: B: in the margin: present with us as commissioners signed: Jacob:s Josephsz: and Joh:s de Jong No 1. 1 Journal and Ditto Anno 1789/90 for Delft and Rotterdam 2. 1 Ledger in two volumes No 1. 1 Journal and -- Ditto Anno 1789/90 for Hoorn and Enkhuijsen 2. 1 Ledger in two volumes L de Brueijz Agreed No: 16. 665 Batavia. To His Excellency The High Noble Great Honorable Lord, Mr Willem Arnold Alting Governor General, The Right Honorable Lords Councillors of the Dutch Indies High Noble Wide Ruling Lords With our previous letters addressed to Your High Nobilities of the 15th and 18th of this month the honor
Dutch transcription
657 zijn bedragen oude pC:o 875. 10. 42. of P:. . . . p/o 963: –. –. Het kostende van 3/20. pak beth:d de 3. Cob:s, dewelke den heer bloeme van mij genomen in aan den koopman Ramalinga poele gegeven heeft heeft, met belofte de zelve ten mijnen voor„ deels te zullen brengen oude pag: 67. 8. –. of P: - pr/: 72. –. –. De goederen die de Engelschen op Nagap=m uijt mijn huijs gehaald, en verkogt hebben, kosten volgens de hier bij gevoegde notitie - - - - - „ 1050. — - -„ƒ 2085. - - 15. -. Het Mindere van het meerdere aftrekkende, zoo moet ik nog E aan d'E: Comp:s verantwoorden - - - - - - - - - - - P=rso pr/o 135. –. - Tranquebar Den 21. December Anno 1703. /:onderstond:/ Accordeerd /:was geteekend:/ I=n Obdam, E: G: Clerck. —. Pr Transport - - - - - - - - par:s pr„s 620. p:r C:os 140. -. -. Notitie van de goederen, die de Engelschen te Nagapatnam uijt het huijs van 'sComp:s Koopman Goe„ dawartij Goermoertij Chittiaar gehaald hebben; Als Diverse Lijwaaten Comp:s zorteering tot een bedragen van - - - - - - - - p: 540. –. –. 10. –. Baaren Indigo. . . . . . . . . . . . . . . . - - - - - - . - - - - - - - „ 200. –. –- Nelij. . . . . . . . . . . . . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - . „ 50. –. –. ga Eenige quasten, bulsakken, tenden Etc:a, die tot 2. palenquins gehooren - - - „ 50. —. —. Diverse kleeden, en andere Kleenigheeden - - - - - - - - - - - - - „ 145. —. —. /:onderstond:/ Acordeerd:/ was geteekend I:n Obdam, E: gew: Clerck. — p 5. -. Spiegels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10. —. -. 3. —. Rolle Chineese zijde. . . . . . . . . . . . . . . . . . „ 10. —. —. porcelijnen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 20. —. –. gom . . . - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - „ 25. —. —. :—= Teld. . - - - Pag: 1050. Reer 1465 6 Reekening van den pagter Voor de geregtigheijd van den dorpen Fatoer en Boe„ palaraija paramvide overgegeevene Reekening van den geweesene adigaar der dorpen Io„ hannes Schuneman aan de Heeren Agenten Van de Verrokeraars. - - . . - - - - . . . . . . p. a/o: 146. 4. 40. Nagapatnam Den 10. ' Februa /:Lager :/ Voldaan /:was geteekend /:nog Lager:/ Accordeerd: /: geteekend:/ Dibit L:ra V: AVa 659 Credit Namboer Wengata histna Chittiaar Aan Contant Verantwoord Aan de Heeren Agenten P: N: Pag: 485: 5: 4:. . . .. p p: 446: 4. 40. Februarij Anno 1782. Basil Cochrane adjunct voor de armee. J:n Obdam, Eerste Gesw: Clerck. — Debit Namber Wengala Fistna, Chittij en 80 17 7/81. decemb: Janu: febr: 179/80. Aug:s ult:o Aan Cassen over het afgelangde tot den insaam van Lijwaaten op den Eijsch van Batavia Jndira r„ 8500. —. –. ƒ 38250. —. Cassa tot 't vervaardigen van Lijwaaten. - N: – - „ 68. 4. 29. „ 306. 16. 8. d:o „ het vervaardigen van Lijwaaten voor den Jaare 1781. vide groote Cassa boek 17 39/81. - N. - „ 1000. –. –. „4500. –. –. Ad Jdem - - - - - - - - - - - - - „ - - „ 3000. –. –. „13500 –. –. e Cassa tot den insaam van Lijwaaten voor den Iaare 1781. Voor de Caab volgens groot Cassa boek. . . „ 400. –. –. „ 1800. –. –. Boete opgelegt volgens vaads besluijt van den 1. december 1780. voor het geene den pagter Ma„ 7 Zulimanie Candarum ten agteren ge„ raakt is door de uijtwerking der inwooners - - „ 244. 14. 65. „ 1100. 15. —. Nag: Pagooden - - - - - - 13212. 19. 1. ƒ59457. 11. 8. Nader gebragt de boven gem: balance, van N: Nagap:s pr: 937. 19. 25, welke uijtmaakende tegens 108. voor 100. sterve pagooden - - - - - p/: 861. 40. –. Intrest daar op van den 10:' febr: tot den 12. Julij, zijnde 5. maanden 2. dagen, tegens 12. ten hondert - - - - - - - - - - - - - „ 43. 24. — Madrast Herre Pagoode 904. 20. —: Madrast Den 12. ' Julij /:onderstond:/ Accordeerd :/ was Cuthbert, Basil Cochrane, en Alexander 661 66 ondoepilie Chittij hunne reekening Courant met Arthur Credit. Proederer agenten voor de overwinnaars van Nagapatnam. —. 17/0. Aug:s per Diverse Lijwaaten geleeverd aan de Comp:e Vide Iournaal - - - - - - - N: – pC: 8: 68. 4. 20. ƒ 38556. 16. —: „ Diverse Jdem - . . . . . . . . . . „. - . . „ 3588. 18. 16. „ 16149. 11. –. „ Nelij NB: door de heer Cochrane per force uijt mijn huijs genoomen en Verkogt voor P: N:o pag: 129. 10. 25. . „ „ 117. 16. –. „ 529. 10. —. „ Jdem 3. maten voor 1. f:t - - - - - - „ —. 8. 53. „ 1. 12. 8. „Bailance - - - - _ _ _ _ _ _ _ _ _ . „ 97. 19. 2. „128. 2. —. - Nagapatnamse Pag: 13212 14. 4 ƒ 47. 11. 8. Anno 1782. . geteekend:/ I=n Obdam, E: G: Clerck. — —. „ Nagezign den Regendap No. 14 663 Register der ondervolgende Cor„ mandelsche soldij Boeken, de welke ten overstaan van Expresse daar toe benoemde Gecommitteerdens behoorlijk en wel geconditioneerd in dit kasje afgepakt zijn, om over Ceijlon, naar het Patria versonden tewerden; Teweeten. Palliacatta In't Fort, Geldria Den 19=en Januarij 1792. /:was geteekend:/ L: A: de Brugijs S: B: /:in margine:/ ons presend Als gecommitteerdens /:geteekend:/ Jacob:s Josephsz: en Joh:s de Jong N:o 1. 1. Journaal en D' A 1 9/90. v=s Delft en Rotterdam „ 2. 1. Groot Boek in twee banden N:o 1. 1. Journaal en -- 789 D Ao 17 7/90 V=r. Hoorn en Enkhuijsen „ 2. 1 Groot Boek in tem benden L da Brueijz Accordeerd No: 16. 665 Batavia. Aan zijn Edelheid Den Hoog Edelen Groot Achtbaren Heer, M:r Willem Arnold Alting Gouverneur Generaal, De Wel Edele Heeren Raaden van Nederlandsch India Hoog Edele Wijd Gebiedende Heeren Bij onze prealabel aan U Hoog Edelheeden ingerichten Brieven van den 15. en 18. deezer de Nevens eere